Columns

RTV-West

 

Oudejaarscolumn: Rampjaar 2002         31-12-2002
Regiohelden Jan en Ans Verkaart en Kitty 24-12-2002
Nostalgie 17-12-2002
George W. Boef 10-12-2002
Het monument van 't menselijk falen 03-12-2002
De Nederlandse politiek moet weer saai worden 26-11-2002
Kleine Eddie is discorijp 19-11-2002
Een bordje en een bijnaam 12-11-2002
Het 'Soldaat van Oranjestraat'(2) 05-11-2002
Er moet een Soldaat van Oranjestraat komen in Scheveningen 29-10-2002
De majesteit spreekt Jan Peter 22-10-2002
Afscheid van de Prins 15-10-2002
Prins Claus Prins van het volk 08-10-2002
Het nieuwe schoolvak: Normen- en waardenleer 01-10-2002
Joopje 24-09-2002
Een 'Haagse' Troonrede 17-09-2002
Judith Diaz 10-09-2002
Nederland normenland 03-09-2002
Neef Govert 27-08-2002
Zuster Louise 20-08-2002
Euroterroristen Zalm en Wellink 13-08-2002
'Hamas, Hamas, alle Joden aan het gas' 06-08-2002
Meneer de president 04-02-2003
Komt er oorlog 28-01-2003
Mijn laatste dag als 'Spin-doctor' 21-01-2003
Nieuwe idolen 14-01-2003
Niet Wim maar Willem Deetman 07-01-2003
Europacolumn 28-05-2005

 

 

 

 

Prins Claus: ‘Prins van het volk’

Schrijver Harry Mulisch vertelde een paar dagen geleden dat hij er over denkt uit Nederland te emigreren. We leven immers zo langzamerhand in een wildwest democratie. Onze traditionele politieke stabiliteit lijkt fundamenteel te zijn aangetast. Nederland vertoonde de afgelopen maanden zelfs trekjes van een Zuid-Amerikaanse bananenrepubliek. Wat is er toch allemaal aan de hand? Politici worden nu in Nederland bewaakt door bodyguards, twee grote politieke partijen verkeren in een ernstige crisis, de PvdA en de LPF. Politici maken elkaar uit voor landverrader, NSB’er. De politiek ligt op straat. Juist ook op het Binnenhof worden normen en waarden met voeten getreden.
En dan komt zondagavond het toch nog onverwachte nieuws van de dood van de van oorsprong Duitse prins. Mijn ouders hadden in de Tweede Wereldoorlog in de Haagse Kempstraat vrienden die een slagerij hadden. De vrouw van de slager noemde ik mijn tante Annie Mol. Zij was een Duitse en mijn ouders hebben mij vaak verteld dat zij heel veel Nederlanders in de oorlog heeft geholpen. Ik ben als kind opgevoed met het idee dat er wel degelijk ook hele goede Duitsers waren.
Ik was dus niet pessimistisch toen de heer Von Ambtsberg naar Nederland kwam, maar wel wat afwachtend. Maar al gauw was er de bewondering. Prins Claus speelde niet op een goedkope manier in op hier levende sentimenten door afstand te nemen van zijn Duitse wortels. Hij bleef vooral ook zichzelf. Daarom hebben we ook het idee dat we hem zo goed kennen. Hij klaagde er bijvoorbeeld openlijk over als een prins in een glazen huis te leven. Maar daar is juist hij heel vlot uitgebroken. Prins Claus was een Duitser, een Nederlander, een Europeaan, een Afrikaan en vooral ook een wereldburger. In plaats van een glamourachtig leven als een sprookjesprins was hij bovenal een serieuze prins die voortdurend koos voor de zwakkeren. Hij was/is een prins voor autochtonen en allochtonen. Een prins ook van ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’. Harry Mulisch noemde hem gisteren ‘een echte lieverd, een man om van te houden’.
Onze wereld staat wellicht aan de vooravond van weer een nieuwe, grote oorlog. Spanningen domineren de internationale politiek. Wat hebben we in ons tijdsbestek types als Mahatma Ghandi, John Kennedy en Martin Luther King nodig. Dat waren opinieleiders, die als zij spraken een warme wind over de wereld verspreidden tot in alle uithoeken. Ik denk dat er in ons kleine landje op dit moment meer dan ooit gezien alle polarisatie ook behoefte is aan de warmte en de wijsheid die prins Claus waar hij kwam verspreidde. In Engeland leeft prinses Diana voort als de ‘People’s Princess’. Prins Claus verdient het om voort te leven als onze ‘People’s Prince’. De prins van het volk Ik hoop dat velen, ook op sleutelposities in onze maatschappij, tot in lengte van jaren zich aan zijn wijsheid, zijn minzaamheid zullen blijven spiegelen. Ik houd niet zo van al die bloemenzeeën, die openlijke massabetuigingen van rouw die je na de dood van beroemdheden zo gauw ziet, maar deze man, laten we eerlijk zijn, verdient toch wel een bloemetje. Een eenvoudig bosje is al genoeg. Ja eenvoudig, dat durf ik rustig te zeggen, want zo goed meen ik prins Claus wel te kennen.

Terug

 

Het nieuwe schoolvak ‘normen- en waardenleer’

Het volgende tafereeltje zou zich op korte termijn kunnen afspelen in de directeurskamer van een willekeurige basisschool in Nederland. ‘Foei knaap’, zegt de directeur, ‘En wat ik helemaal ernstig vind is dat je er niet bij de Engelse les of gym uitgestuurd bent, maar uitgerekend bij zo’n belangrijk vak als normen- en waardeleer. Waarom ben je er uitgestuurd Danny?’ ‘Nou, die eikel van een meester Sjonnie pikte mijn mobiele telefoon af terwijl ik verdomme zat te telefoneren. En dan vindt hij het gek dat ik hem een pleuris-mongool noem.’ ‘Danny, ik ben sprakeloos, zulke lelijke woorden mag je toch niet zeggen. Ik zal meteen je ouders op school roepen en dan zwaait er wat voor je. Wat zul jij een pak op je broek krijgen. Reken maar jongeman.’ ‘Nou dat kan me niks schelen. Mijn vader zegt zo vaak dat soort woorden tegen mij.’ ‘Goed mijn jongen, dan voeden wij jou voortaan wel op. Begin maar met het honderd keer overschrijven van nette woorden als "respect, fatsoen, beschaving".’

De moraal van dit verhaaltje is natuurlijk dat het volstrekt belachelijk is dat scholen de opvoeding van ouders moeten overnemen. In Rotterdam zijn er al vijf scholen die ‘sociale competentie’ oftewel ‘normen- en waardenleer’ geven en vele andere scholen in den lande hebben al belangstelling getoond voor het nieuwe vak.

Ik zou het een persoonlijke belediging vinden als mijn kinderen zo’n vak zouden moeten krijgen. Het is het morele faillissement van onze maatschappij!

Normen- en waarden, ze zijn het gesprek van de dag. De discussie dringt nu zelfs door tot de Amsterdamse grachtengordel en het Hilversumse medialabyrint. Nou, dan is er wel wat aan de hand hoor.

In één week tijd hoorde ik op televisie NOS-journalist Charles Groenhuysen klagen dat het hem zo opvalt hoe asociaal Nederlanders zich in het openbaar vervoer gedragen, hoorde ik schrijver Adriaan van Dis bekennen dat je in Amsterdam als een NSB’er, een verrader, wordt gezien als je het als fietser waagt voor het rode stoplicht te stoppen en hoorde ik schrijver Joost Zwagerman in het programma Het Lagerhuis uitroepen dat Nederlanders het meest onbeschofte volk van Europa zijn. Net over de grens in België is het al anders.

Ook ik zie natuurlijk die verloedering. Neem alleen al het verkeer gisteren. Een VOLWASSEN vrouw voor me leegt doodleuk een volle asbak vanuit het autoraampje. Een of andere VOLWASSEN dwaas achter me begint agressief te toeteren als ik niet heel snel optrek met mijn auto. En een VOLWASSEN meneer achter het stuur van buslijn 14 neemt met een bloedgang de rotonde bij het Haagse Hofstadcollege waardoor schoolkinderen hun leven niet meer veilig zijn.

Mijn stelling luidt: als je zo nodig in het kader van een maatschappelijke heropvoeding normen- en waardelessen wilt geven, begin dan juist bij de ouderen en niet bij de jongeren. Stuur asociale volwassenen verplicht op bijles. Dat lijkt me wel zo logisch.

Terug

 

Joopje

 

Zijn komst was al weken van tevoren aangekondigd. Papa een mama hadden een bruiloft en natuurlijk vonden wij dat de kleine knaap dan maar beter een nachtje kon blijven logeren. Leuk toch, na zoveel jaren weer een peuter van drie in huis. Mijn oudste zoon, achttien inmiddels, had speciaal van zolder de oude blokkendoos tevoorschijn gehaald en verdekt opgesteld in de woonkamer.

En daar stond hij dan ‘s middags om vier uur voor de deur. Bepakt en bezakt. Grote blauwe, onschuldige ogen. Zijn ouders wipten nog wel even in en uit, knuffelden hun peuter hartstochtelijk en bedankten ons alvast zo uitbundig dat ik eigenlijk al meteen gewaarschuwd had moeten zijn. Maar ja, je wilt niet wantrouwig zijn. En dan je achterneefje, je eigen bloed.

Afijn, zo’n twintig minuten zat Joopje stokstijf op zijn stoel. Ik zette een oude videoband van Swiebertje op, want je wilt zo’n kind toch een beetje vermaken. Bromsnor had nog niet z’n kopje koffie van jufrouw Saartje gekregen of Joopje begon al vervaarlijk op zijn stoel te draaien. Zo’n kind, tja, zo besefte ik achteraf, is natuurlijk snelle tekenfilmpjes van tegenwoordig gewend.

Wel, om een lang verhaal kort te maken: binnen 1 minuut veranderde Joopje in een monster, een blonde tornado die doodleuk met blokken begon te gooien. Geen land mee te bezeilen. Eindresultaat van een dagje logeren: een uiteraard per ongeluk van de salontafel afgeduwde lap top, diverse gebroken glazen en een nacht waarin het ventje maar niet kon slapen en steeds harder begon te krijsen. Achteraf bleek dat zijn liefdevolle ouders vergeten waren zijn lievelingsteddybeer mee te geven waar hij altijd zo mee in slaap viel.

Mijn familieleden wonen buiten de Radio West-regio, dus ik durf hier wel te vertellen dat er diverse momenten zijn geweest dat ik Joopje met liefde een paar seconden met zijn hoofd in het aquarium had willen onderdompelen. Nee, niet te lang natuurlijk.

En dan moet u weten dat ik nog ruim onder de vijftig ben. Sommigen zeggen: in de kracht van je leven. En dan komt zo’n minister Heinsbroek doodleuk vertellen dat kindercrèches heel goed in verzorgingstehuizen kunnen worden geplaatst. Moet u voorstellen: tientallen Joopjes met nog zusjes erbij ook. Gezellig een paar uurtjes bij dementerende bejaarden. Hoeveel verzorgsters moeten er dan extra worden ingezet? Ik zie het al voor me; zo’n slapstick met etende bejaarden terwijl Joopje de ballen gehakt langzaam in de gordijnen wrijft terwijl hij ook nog eens loopt te klooien met het looprek van een bejaarde die zich vervolgens te barsten valt.

Wat een onzin meneer Heinsbroek. Laat bejaarden met rust. Laat ze nog heerlijk genieten van hun broze gezondheid. Val ze niet lastig met de over het algemeen slecht opgevoede, superverwende monstertjes van tegenwoordig die in een mum van tijd alle elektrische apparatuur in een bejaardenwoning slopen.

Van de week zag ik uw prachtige Bentley op het Plein in Den Haag. Wedden dat als een paar Joopjes in topvorm vijf minuten in uw auto zitten er alleen nog maar een ‘Comedy Kapers-wrak’ van overblijft. Wat is dat toch met u? Slaan in het onderwijs, hard rijden in het verkeer, kinderen in bejaardentehuizen. Dat is kretologiedemocratie van de eerste orde, meneer Heinsbroek. Populisme waar niemand wat mee opschiet. Ja, je scoort publiciteit, maar maatschappelijke problemen los je er totaal niet mee op. Foei, Heinsbroek: met dat crèche-idee verdien je een oorvijg. Eigenlijk een flinke pak slaag.

Terug

 

Een 'Haagse' troonrede

Vandaag is alles anders. Troonrede. Rondrit. Trots en fier zullen de onderdanen zich opstellen bij de Haagse Vijverberg, op het Haagse Voorhout en op het Haagse Noordeinde. Dankbaar zullen ze buigen voor onze deftige stadsgenote. Mijn hemel, het Voorhout: het mooiste plein van op z’n minst Europa. Waar het goud van de koets nog mooier zal schitteren in het al wat grijzige decor van de invallende herfst. Dit is mijn stad. Vol trots zeg ik u: als ik iets ben, ben ik een Hagenees. Befaamde steden als Rome, Barcelona en New York vallen in het niet bij onze residentie. Alle regiogenoten zullen vandaag richting ‘s Gravenhage kijken en onderdanig knikken naar onze nieuwe, indrukwekkende skyline.

U zal denken: hij is gek geworden. Nee luisteraars, dat komt door het afgelopen weekend. Ik nam deel aan het zogenaamde ‘Haegsch Uitje’ met Haagse vrienden van vroeger. Een gemêleerd gezelschap van een man of twintig: een chirurg, een conciërge van een school, ambtenaren, kleine en grote zelfstandigen, een psychiater en een net gestopte topscheidsrechter. Bindmiddel is de liefde voor het Haagse voetbal uit de jaren zeventig. Wij speelden bij clubs als Vios, VCS, ADO, Rijswijk en HVV.

Vlakbij Arnhem verbleven we in een sporthotel. Maar ach, het ging niet om het voetballen. De echte band, zo bleek al gauw, was de gezamenlijke liefde voor onze stad. Juist als je in een andere stad bent is het contrast zo groot. Arnhem is een mooi dorpje, maar meer ook niet. Geen Haagse Markt, geen strand en de ouderwetse Haagse humor kennen ze er ook niet. Wij bezochten een chique Japans restaurant maar dat werd natuurlijk meteen een Haags koffiehuis. Een mooie, verlegen Japanse mevrouw kwam in kimono het voorgerecht serveren. ‘Meid, wat heb jij een mooi pyjamaatje aan’, zei één van ons. De toon was gezet. Die avond veroverden wij Arnhem. Dat gaat vanzelf. We hebben zo vreselijk gelachen. We trokken de plaatselijke stamkroeg binnen en al na vijf minuten werd het Haagse volkslied door iedereen meegezongen. Zelfs Moerwijk en het Rijswijkse Plein kennen ze in Arnhem. Die Haagse bluf mogen we best wat meer etaleren.

Neem dat Gelredome waar we zaterdagavond zaten. Mooi hoor, maar het hoort natuurlijk in Den Haag te staan. Wat een schande dat Ado nog in de eerste divisie voetbalt. Haagse bedrijven als Nationale Nederlanden zouden miljoenen in de club moeten stoppen. Maar ja, de relschoppers. Dankzij die ex-topscheidsrechter van ons kwamen wij in contact met de trainer en de supportersvereniging van Vitesse. Reuze gezellige lui. Ik denk dat echte, oudere Hagenezen zoals wij één of twee van die leidersfiguren onder de vechtersbazen voortaan mee moeten nemen met zo’n Haags uitje. Zodat ze zelf zien dat je gewoon een pilsje kunt drinken met de zogenaamde vijand. Dat je hem niet meteen hoeft neer te steken. Wij zouden onze verantwoordelijkheid moeten nemen en een paar keer per jaar met een paar van die gasten moeten gaan praten, een beetje monitoren dus.

Goed, de boodschap is duidelijk: de stad van de troonrede behoort een eredivisieclub te hebben. Maar er is nog één probleem. Wij, echte Hagenezen, vinden unaniem dat het Zuiderpark-stadion moet blijven bestaan. Daar begon de Ado-historie, kropen we ooit door het hek om naar Ado-Wolverhampton Wanderers te gaan kijken. Daar lag het gras waarop Harry Hijnen draafde. ‘Aadsje’ zou zich in zijn graf omdraaien als hij hoorde van een vertrek uit het Zuiderpark. Ben benieuwd wat de koningin in de troonrede hierover te zeggen heeft. Wat zegt u? Daar gaat de regering helemaal niet over. Ik zeg u: dit is een zaak van nationaal belang.

Terug

 

Judith Diaz

Aan de vooravond van 11 september denk ik regelmatig aan Judy Diaz. Ik heb haar nooit gekend maar wel haar moeder. Een paar weken na de ramp bezocht ik in New York pier 94 aan de Hudson-rivier waar een crisiscentrum voor nabestaanden was ingericht. Ik zag aanvankelijk niemand in de schemer. Zo dicht bij de vuilnisstortplaats aan het water. Een lugubere plek, afgelegen.

De pier werd bewaakt door een paar agenten. Ik zag een enorme wand met foto’s van vermisten van het WTC. Aan het eind van de pier was een Rode Kruispost voor acute hulp. Plotseling verscheen een mevrouw die op allerlei plaatsen foto’s ophing. Zij bleek de moeder van de vermiste Judy te zijn, die werkte als administratrice op de negentigste etage van de Zuidtoren van het WTC. Het gebouw heeft nog een uur overeind gestaan na de aanslag. Judy was pas getrouwd en twee maanden in verwachting. Ze heeft een heel lief koppie op de foto. Een knappe meid in trouwkleding. Haar man heeft haar nog gebeld en gezegd dat ze niet door de rook en het vuur naar het dak moest gaan. Judy had het over helikopters die haar konden bevrijden. Beter kon ze naar beneden gaan via de brandtrap.

Haar wanhopige moeder vertelde me dat diverse van haar collega’s Judy nog achter hebben zich zien lopen. Maar net buiten gekomen zagen ze ook achter zich dat het gebouw in elkaar stortte. ‘Toch heb ik nog hoop’, vertelde haar moeder me. ‘Vorige week is in Ohio ook nog weer een gewonde uit het WTC ontdekt. Ze zijn overal naar toegebracht. In dit land met zoveel staten wordt niet alles even goed geregistreerd, weet u. Misschien heeft ze wel geheugenverlies. Sinds 11 september is mijn leven verwoest. Ik ben er iedere minuut van de dag mee bezig. Ik heb tientallen ziekenhuizen bezocht en gebeld.’ Ze huilde. Ze vroeg of ik alsjeblieft de naam van Judy even in Nederland wilde noemen. Je kon immers nooit weten. Ik vertelde maar niet dat zoiets natuurlijk geen enkele zin had.

De volgende dag was ik aan de rand van Ground Zero, bij de Trinity Church waar duizenden foto’s hingen. En ja hoor, daar zag ik op meerdere plaatsen de foto van Judy. Haar moeder trok niet alleen van ziekenhuis naar ziekenhuis maar klaarblijkelijk ook van gedenkplaats naar gedenkplaats. Onder de foto stond: ‘Reageer alstublieft. Haar man, haar ouders, haar vele vrienden wachten in grote bezorgdheid om haar lach weer te kunnen horen.’

Op 31 oktober zijn de stoffelijke resten van Judy gevonden. De New York Times schreef op de speciale herdenkingspagina dat haar man Ron haar omschreef als ‘wat gesloten’ en met een ‘hart van goud’. Ron is op de ochtend van de ramp direct naar de Brooklyn Bridge gereden waar duizenden besmeurde, met roet bedekte WTC-werknemers over heen wegvluchten. Hij had zo vurig gehoopt Judy daar aan te treffen.

Op internet zie ik dat ook Judy een speciale internet herdenkings-pagina heeft gekregen. Morgen zal ook haar naam worden voorgelezen door oud-burgemeester Giuliani. Een jaar geleden ging Judy, het was maandag, nog gewoon naar haar werk. De volgende dag zou het anders zijn. Ik zie dat ik een bericht per internet aan de familieleden kan versturen. Ik vind dat ik het moet doen. Misschien krijgen ze een heel klein vleugje troost als ze weten dat aan de andere kant van de oceaan vele, vele duizenden mensen toch iets gehoord hebben over hun Judy. Judith Diaz Sierra uit Bay Shore New York mocht slechts 32 jaar worden.

Terug

 

Nederland normenland

Ik ben een paar weken in Amerika geweest en wat las ik net in de krant die ik in het vliegtuig kreeg? Dat onze minister-president Balkenende een speciale normen en waarden commissie wil instellen naar Noors model! Is het voormalige gidsland Nederland zo ver afgezakt dat we zoiets nodig hebben?

Ja, ik vrees eigenlijk van wel en die conclusie trek je vooral als je even buiten onze landsgrenzen bivakkeert want wat kunnen we bijvoorbeeld veel van Amerikanen leren.

'Amerikanen' zult u zeggen, dat zijn toch van die schreeuwerige, vechtlustige Jerry Spinger-types. Ik heb de afgelopen tijd 6000 kilometer door het land gereden en ik ben er vrijwel niet één tegengekomen. Onze televisie geeft absoluut een vertekend beeld van Amerika.

Ik vind dat veel Amerikanen zich een stuk correcter gedragen dan wij. Voorbeelden? Neem alleen al het verkeer. Tijdens al die kilometers heb ik niet één keer hoeven te toeteren, zo besef ik nu. Mensen rijden gedisciplineerd. Als iemand oversteekt over een zebrapad wordt er altijd gestopt. Standaard. Als je door een dorpje rijdt of in een stadswijk komt, rijdt iedereen stapvoets. Het is toch eigenlijk krankzinnig dat in mijn Haagse wijk een heuvellandschap van verkeersdrempels moet worden aangelegd om mensen te dwingen zachter te rijden. Op een woonerf nota bene! Waar kleine kinderen spelen! In Amerika ga je de gevangenis in als je het leven van kinderen bedreigt. In het hotel, in het restaurant, gewoon op straat: Amerikanen zijn vrijwel zonder uitzondering beleefd, belangstellend en hulpvaardig.

En neem het gedrag in sportstadions. Zaterdag was ik in Chicago waar de plaatselijke Cubs tegen de grote rivaal de Saint Louis Cardinals een honkbalwedstrijd speelden. Een meisje met een T-shirt van de Cardinals zat midden tussen de Cubfans en er werd niet 1 vervelende opmerking gemaakt, laat staan dat ze het ziekenhuis ingeslagen werd. Het was supergezellig en na de zevende inning stond iedereen gezamenlijk op om een traditioneel honkballied mee te zingen.

Na de wedstrijd gauw naar het vliegveld. Voordringen doen Amerikanen overigens ook niet. Op Schiphol nam ik de trein naar Den Haag. Ik wilde uitstappen met mijn koffers maar een hele horde stormde de trein al in. En dan in die trein zelf: twee stomdronken figuren, één grote rotzooi en de eerste jongere die het woord 'kankerlijer' al weer vrolijk uit de mond liet rollen. Ik dacht echt: ik ben op een andere planeet terechtgekomen.

Ik vind dat teveel Nederlanders het gedrag vertonen van wat ze in Amerika gettogedrag noemen: de echte achterbuurten van Amerika waar u, mag ik aannemen, en ik niet komen.

Wij zijn allergisch voor een woord als gezag in ons zo tolerante Nederland, maar een paar onsjes extra gezag mag van mij best. De commissie van Balkenende zal een maatschappelijke discussie beginnen. Goeie zaak, want er moet allereerst een bewustwordingsproces op gang komen. Pas dan kan er iets veranderen. In landen als Zweden, Frankrijk en België gedragen bijvoorbeeld jongeren zich al anders. Misschien moeten er meer uitwisselingsprogramma's komen. Goed voorbeeld doet goed volgen.

En neem nu zo'n woord als ' beschaafd'. Volgens mij is dat een woord wat steeds meer mensen zelfs niet eens kennen of op z'n minst iets heel raars, ouderwets en truttig vinden. Zo, mijn klaagzang is voorbij. Sorry hoor! Weet u dat ik me gewoon bijna schaam voor deze toch wat burgerlijke column? Tja, ik ben tenslotte ook een Nederlander. Het was toch altijd raar om over dit soort zaken te praten. Over heel gewoon maatschappelijk gedrag. Nee hoor, ik zeg het hardop: er is helemaal niets mis met een goed gesprek over maatschappelijke spelregels.

Terug

 

Neef Govert

Na 25 jaar belde neef Govert. Of hij even op familiebezoek kon komen vanuit Drente waar hij een boerderijtje heeft. Natuurlijk. Ach ja, Govert. Iedere familie heeft wel zo’n excentriekeling. Midden jaren zestig was Goof de Che Guevara van de Haagse Vruchtenbuurt, alleen was hij lichtblond. Wat later werd hij flower power. Ik weet nog dat hij slechts gehuld in een tafelkleedje stoned op de grond in zijn kamer lag tussen drie zogenaamde bloemmeisjes. Ja, als klein kind was ik nogal nieuwsgierig.

Over hem gingen de meest bizarre verhalen. Zo vond hij het thuis zo verstikkend dat hij op een avond even naar buiten ging om wat te wandelen. Na een paar weken bleek dat hij in Nepal was aangekomen. Via San Francisco en een kunstenaarskolonie in de Dordogne kwam hij uiteindelijk na anderhalf jaar weer terug in Nederland.

Ik herinner me ook dat we in de jaren zeventig tijdens verjaardagen steevast felle politieke discussies hadden tussen Van Agt en Ome Joop-aanhangers en een enkele Wiegeliaan. En daar zat PSP’er Govert dan met zijn ban-de-bom-ketting tussen. Tot woede van velen riep hij altijd wel een keer dat ook die Den Uyl een lakei van het Amerikaanse kapitalisme was.

Diezelfde Govert stond dus een paar weken geleden vroeg in de avond bij ons voor de deur. Ouder geworden, z’n lange haar keurig in een staartje. Doosje wijn in zijn hand. Enthousiast zei hij: ‘We gaan lekker borrelen. Ik drink effe een bakkie koffie en dan ga ik nog even wat andere familie af en gaan we vanavond als ik terugkom kom weer als vanouds gezellig kletsen. Doen jullie toch nog steeds hé?’

We knikten ja en vertelden maar niet dat we steeds vaker al om 23.00 uur in bed liggen. In gedachten zag ik ons alweer tot vier uur ‘s morgens oeverloos ouwehoeren over allerlei linkse stokpaardjes van vroeger.

Maar toen hij ‘s avonds thuis kwam liep het heel anders. Govert opende het gesprek meteen met: ‘T’is me wat hé, met die politiek. Ik ben zo blij dat die Balkenende minister-president is. Normen en waarden zijn belangrijk weet je.’ Ik viel bijna van m’n stoel af. Hoorde ik het goed? Balkenende die toen Govert concerten van Cuby and the Blizzards bezocht stond te tafeltennissen in het gebouw van de Christelijke Jongemannen Vereniging, ja die Balkenende kan op de steun rekenen van Govert?

Govert zat op z’n praatstoel: ‘Kijk nou eens naar de televisie. Van de week nog. Kijk ik naar Ophra Winfrey komt er een meisje van vijftien jaar vertellen dat orale seks een nieuwe trend onder de Amerikaanse jeugd is. Net zoiets gewoons als elkaar een zoen geven. Wat moet ik nou tegen mijn kleinkinderen zeggen. Wat voor indruk krijgen zij nu van hun omgeving?’ ‘Vervolgens’, aldus Govert nog steeds, ‘zie ik op MTV waar de hele Nederlandse jeugd naar kijkt, een discjockey op Ibiza doodleuk vertellen dat hij in twee weken met iedere nationaliteit in Europa onder de lakens heeft gelegen. Vooral die Oost-Europeanen heb je zo te pakken.’

'Nou Govert', sputter ik wat tegen, 'die flower-powervriendinnetjes van jou dat was toch ook de tijd van de vrije seks.' 'Nee, dat was liefde voor je medemens. Dit is gewoon ordinair graaien naar vlees. En dan al die commerciële seks. Bah. Om misselijk van te worden.'

U begrijpt, het is toch nog wel vier uur ‘s nachts geworden. Maar luisteraars, wat is de tijdgeest veranderd als zelfs Govert bekent dat hij 15 mei op het CDA heeft gestemd. Hij is het volkomen eens met het ethisch reveil van Balkenende. Ik moet het allemaal nog zien, maar ik denk wel dat ik volgende maand met extra belangstelling ga luisteren naar Balkenende’s troonrede. Als Govert al zo denkt.

Terug

 

Zuster Louise

 

Ik wist wel van problemen in de gezondheidszorg. Van duizenden mensen met ernstige ziektes die nog steeds op wachtlijsten staan. Ik wist wel van duizenden mensen, ook in de VINEX-wijken rondom Den Haag, die geen huisarts hebben. Ik ken mensen die speciaal in een uurtje naar vrienden in België rijden om daar een dokter te bezoeken.

Ik wist niet van zuster Louise die per ingang van 1 augustus is gestopt als ziekenverzorgster in een Haags verzorgingstehuis. Ik heb haar pas ontmoet.

Een schat van een vrouw. Ze vertelde me dat ze dol is op oudere mensen en dat ze echt geprobeerd heeft de bejaarden, de zieken op haar afdeling te helpen. Wat haar uiteindelijk is opgebroken is dat ze vanwege het eeuwige personeelsgebrek en allerlei bezuinigingen iedere cliënt maar een paar minuten mocht wassen en eventueel aankleden.

Louise zegt: ‘Ik wil die mensen helpen zoals ik mijn eigen vader en moeder zou helpen en dan kon gewoon niet meer. Zeker niet als je nachtdienst hebt en met een enkele collega honderden patiënten hebt. Vergeet niet, we werden steeds meer een verpleegtehuis. En dat hou je een tijdje vol, maar dan brand je af. Ik kan 's nachts gewoon niet meer slapen van het schuldgevoel en nu werk ik in een winkel.'

Het is een schande dat iemand die op en top geschikt is zo op de zorgsector is afgeknapt. Het is voor mij HET BEWIJS dat er een noodplan, een Deltaplan, voor de gezondheidszorg moet komen. Daarom pleit ik voor een zo spoedig mogelijke invoering van de sociale dienstplicht voor jongeren die wat mij betreft in uren kan worden uitgesmeerd over een schooljaar. Alle kleine beetjes helpen.

Op uitnodiging van de Amerikaanse overheid maakte ik een tijdje geleden een reis door de VS o.a. om het verschijnsel vrijwilligerswerk onder jongeren te bestuderen. Neem nu de stad Springfield, Illinois, waar ik kwam. In het plaatselijke verpleegtehuis wemelt het van de jongeren. Als je bijvoorbeeld per week twee keer een uurtje met een bejaarde in een rolstoel wilt rijden, verdien je extra studiepunten op school.

De begeleidster vertelde me: 'Er moet natuurlijk iets van een selectie zijn. Echte maar lichte verzorgingstaken, dat is niet voor iedereen geschikt. De een speelt spelletjes met licht demente bejaarden en anderen schoffelen de tuin of doen boodschappen voor de mensen. Het leuke is ook dat jongeren later als ze kinderen hebben heel makkelijk een parttimebaan hier kunnen krijgen. Voor parttime werk is de gezondheidszorg uitermate geschikt.'

Ik sprak natuurlijk ook met de jongeren zelf. Met een meisje dat ieder weekend nog even bij haar bejaarde op bezoek komt. 'Het is zo zielig. Haar kinderen wonen ver weg in Californië. Voor mij is het een kleine moeite om even wat gezellig bij te praten of voor te lezen uit de krant.’

Ik vind een sociale dienstplicht, waaronder naar keuze ook werkzaamheden in de sociaal-medische sector, voor Nederland dus eveneens een geweldig idee. In een egoïstische welvaartsmaatschappij leer je jongeren zo ook een sociaal bewustzijn te ontwikkelen. En het mes snijdt aan meerdere kanten, want een Amerikaanse jongere vertrouwde me nog even toe: 'En op mijn cv staat het ook goed als ik mijn handen uit mijn mouwen heb gestoken in een verpleegtehuis.'

Prima toch. Meer handen moeten het werk doen in verzorgings- en verpleegtehuizen, zeker ook in vergrijzend Nederland. Ik reken er op dat onze normen- en waardenminsterpresident dit idee over neemt op basis van idealistische en pragmatische overwegingen. Misschien komt zuster Louise dan ook wel terug.

Terug

Euroterroristen Zalm en Wellink

 

Heeft u die akelige man op tv gezien? Die Wellink, president van de Nederlandse Bank. Typisch van die mensen die altijd alles afzwakken. Bij een wolkbreuk zal hij wel zeggen: ‘Nou, het gaat niet echt zachter regenen.’ Daar stond hij dan afgelopen weekend met samengeknepen billen voor de televisiecamera. Er was een nieuw euro-onderzoek geweest. Ja, ook hij was wel wat geschrokken. Hij gaf toe dat de prijzen inderdaad niet weinig extra gestegen waren, zo tussen de 0.5 en 0.9%.

Nou bankiertje, mij neem je toch echt niet in de maling. Ik was altijd al heel goed in hoofdrekenen en ik heb nu eens wat eigen onderzoek gedaan. Ik heb twintig producten uitgekozen die wij thuis veel gebruiken. Een goede kennis van mij heeft pas een boekje geschreven over supermarkten. Hij heeft daar vorig jaar veel gefilmd en samen hebben we van de week weer even gekeken naar die beelden. Nou, ik dacht dat ik spontaan een hartverzakking kreeg. Mijn favoriete flesje Elzasser-wijn, aanbieding vorig jaar, met de camera opgenomen op 27 augustus 2001: 6 gulden 45, nu 6 euro 95. Meer dan 100 procent in prijs gestegen. Peren 3 gulden de kilo. Nu 3 euro 75, een prijsstijging van meer dan 100 procent. Iedere vrijdag nam ik, je moet ergens op bezuinigen, een bosje roosjes voor mijn vrouw mee. Even kijken, ja de videocamera gaat naar de bloemenstand: 5 gulden toen. Nu exact 5 euro. Prijsstijging 100 procent. Mijn gemiddelde prijsstijging komt uit op 78. 3 procent. Moet u ook eens doen.

Mensen gaan natuurlijk creatieve oplossingen verzinnen. Onze overburen gingen vorig jaar nog met de hele familie lekker luxe op vakantie naar de Canarische Eilanden, nu maken ze op de fiets een trektocht door de regio. Zo leuk om iets van je eigen omgeving te leren kennen. Ja, ja. Een weekje kamperen in Boskoop, leuk voor de kinderen nog een paar dagen op een kaasboerderij in Warmond en een afsluitend weekend in een goedkoop stadshotelletje in Leiden. En roeien dat je daar kunt joh, in die grachten. Ach, ze houden zich stoer, maar er zit natuurlijk een enorme tragiek achter.

Weet u, eerst wemelde het in onze wijk van de Mercedessen, nu zie ik de eerste Lada’s al. Alleen dit jaar zijn er dertien moestuinen bij gekomen. Laatst stond de buurvrouw al met twee hele grote bloemkolen voor de deur. Gisteravond was ik even bij mijn naaste buren op bezoek. Je wilt die mensen toch geestelijk ondersteunen niet waar. Ik moest even naar het toilet en dat wc-papier zag er wat vreemd uit. Nee zeg, vertellen ze volt trots dat het gerecycled toiletpapier is. Wordt een hele nieuw trend.

Alle gekheid op een stokje. Laten wij even vaststellen dat types als zuurpruimpje Wellink en lachebekje Zalm euroterroristen zijn die een aanslag op iedere portemonnee in Nederland hebben gepleegd. Hoe moeten mensen in vredesnaam rondkomen van alleen een AOW of een bijstandsuitkering? De regering moet hen eurocompensatie aanbieden.

Overigens nog één tip voor de oudere regiogenoot. Ik hoorde laatst van een ex-Hagenees in Bulgarije dat hij voor 25.000 gulden een schitterende strandvilla aan de Zwarte Zee heeft gekocht. Hij vertelde: ‘Het leven is hier fantastisch. Koken doen we bijna niet. Voor tien gulden krijgen we hier in een restaurant een 6-gangendiner, inclusief de drankjes. Alles kost een prikkie. Nog echte ambachtelijke kwaliteit. De gezondheidszorg is in Nederland in een crisis. Hier wemelt het van de huisartsen, nog vanwege het gratis onderwijs uit het oude communisme. Er zijn alleen weinig Nederlanders en dat is wat minder gezellig. Of ik dat even op Radio West wilde zegen. Bij deze dus.

Terug

 

Hamas, Hamas, alle Joden aan het gas’

Zondagmiddag zat ik heerlijk op het terras van een groot, bekend familierestaurant in Wassenaar waar zeker op zulke dagen veel bejaarden komen. Een tafeltje naast ons zat een mevrouw die behoorlijk aan het dementeren was. Zij liet zich af en toe luidruchtig horen en eigenlijk keek niemand daar raar van op. Maar toch was er wel even bevreemding toen ze luidkeels riep: ‘Hamas, Hamas alle joden aan het gas.’ Ze gaf geen enkel commentaar, er viel een ijzingwekkende stilte en daardoor drong die ene zin in al zijn naaktheid nog eens extra door.

Natuurlijk nam ik die mevrouw niks kwalijk toen zij deze vreselijke woorden uitsprak. Sterker nog, het zou wel eens kunnen dat ze zoiets extreems uit het nieuws had opgepikt en dat juist die zin was blijven hangen in haar laatste restje geheugen.

Die mevrouw was wellicht meer geraakt dan Feyenoord-voorzitter Van den Herik. Op de open dag van Feyenoord zongen een paar honderd zogenaamde supporters dezelfde kreet. En wat zegt Van den Herik? ‘Ik ben woedend op de televisiejournalisten want die moeten zoiets doodzwijgen. Dan ebt het vanzelf wel weg.’

Heus, ik begrijp wel dat je als voorzitter die zo z’n best doet voor z’n club niet op dit soort publiciteit zit te wachten. Maar toch, het is moreel onaanvaardbaar je als verantwoordelijk bestuurder zo te uiten, al klink ik misschien wel hopeloos ouderwets als ik mezelf nu zo hoor. De Kuip is een publieke ruimte en waarom zouden mensen die graag aandacht willen trekken hun mond dichthouden als de camera’s weliswaar niets registreren maar er nog wel 50.000 andere toeschouwers zitten, waaronder tijdens wedstrijden ook de gehate vijand. Ik vind het een belediging aan het adres van de gewone supporters als zij hieraan worden blootgesteld.

Ik weet voor duizend procent zeker dat in een Amerikaans stadion dit nooit zou worden getolereerd. Daar grijpen agenten meteen in, worden de desbetreffende jongeren naar een jeugdgevangenis gestuurd, desnoods voor jaren. Altijd nog beter dan niks doen, al pleit ik meer voor een echte heropvoeding. Natuurlijk bedoelen die knapen het niet letterlijk. Een door de hulpverleners georganiseerde ontmoeting met kampslachtoffers kan al wonderen doen.

Ik schaam mij er voor dat in Nederlandse stadions al zeker twintig jaar door groepjes supporters ‘kankerjoden’ mag worden geroepen en dat met een massaal sissend geluid de gaskamers van Auschwitz worden nagebootst.

Elie Wiesel, Nobelprijswinnaar voor de vrede, zei ooit: ‘onverschilligheid is erger dan haat.’ Mijn schoonvader is een echte Ado-supporter. Ik zat lang geleden tijdens de beruchte bomwedstrijd tegen Ajax met hem op de tribune toen kort voor de ontploffing anti-joodse teksten al luidkeels opklonken. Vrijwel niemand wond zich op. Mijn schoonvader voelde zich persoonlijk beledigd dat zoiets in zijn Zuiderpark kon gebeuren.

Ik krijg het gevoel dat steeds minder, ook oudere mensen zich opwinden over dit soort zaken. Ah joh geintje. Je moet niet zo zeuren. Tja, wat kun je ook verwachten in het land waar relatief in de Tweede Wereldoorlog de meeste joden zijn weggevoerd en vermoord, de NSB een grote aanhang had en meer mensen in een Duits uniform zijn gesneuveld dan in een Nederlands.

 

Terug

 

Meneer de president

 

Binnenkort ben ik in Washington en ik zou heel graag met u onder vier ogen in het Witte Huis willen spreken. Ik kan ook op zaterdag en zondag. Ik weet wel dat ik kom uit een land dat niet echt belangrijk is voor u. Tijdens de debatten van onze laatste verkiezingscampagne hebben de dame en heren politici nauwelijks gesproken over de buitenlandse politiek. In mijn land stapt iedereen fluitend op de fiets en er heerst niet zo’n gevoel van urgentie, zo van ieder moment kan er weer een terroristische aanval komen. Er is geen goede Engelse vertaling voor maar veel van mijn landgenoten zijn nuchter, erg nuchter.

Ikzelf heb op de Nederlandse televisie op de avond van die elfde september gesproken van een keerpunt in de geschiedenis. Een supermacht die je in het hart raakt, een president die als opgejaagd dier door het Amerikaanse luchtruim wordt gevlogen. Ongelooflijk! Wie zo het prestige raakt van Amerika kan op wraak rekenen. De Romeinse keizers zouden niet anders hebben gedaan als bandieten het Forum Romanum hadden verwoest.

Ik heb de huilende moeders van de kinderen die in het World Trade Center zijn gestorven gesproken. Ik heb hun gezichten gezien. Ik kan, denk ik, goed aanvoelen hoe bedreigd Amerikanen zich na 11 september voelen. Ik spreek zelfs landgenoten van u die vinden dat terroristenstaten maar beter van de aardbodem kunnen worden weggevaagd.

Een van die terroristenstaten is Irak. Overlopers melden dat Irak banden met Bin Ladens Al Qaedia heeft, dat duizenden liters antrax niet meer te achterhalen zijn, dat bijna 30.000 stuks chemische wapens zoek zijn, dat Irakese wapengeleerden niet in vrijheid mogen worden ondervraagd, dat Irak documenten bewust zoek maakt, etc., etc.

Zijn u en ik het dus eens, namelijk dat een oorlog onvermijdelijk is? Helaas meneer de president, ik moet u toch teleurstellen. Ik ben geen principieel tegenstander van oorlog maar in de kwestie-Irak ben ik er nog niet aan toe.

Mijn argumentatie? Uw grote voorbeeld Ronald Reagan sprak in de Koude Oorlog van een ‘duivels rijk’: de Sovjet-Unie. Met een decennia lang volgehouden indammingpolitiek is dat rijk uiteindelijk gesneuveld. De bekende containmentpolitiek. Als we nu eens tegen Saddams duivelse rijk ook zo’n politiek voeren. Als we nu eens versterkte wapeningsinspecties uitvoeren. Dus niet met de huidige honderd man maar met een inspecteurtje of duizend die over Irak uitzwermen de komende maanden. En als we nu eens tegelijkertijd met spionagevliegtuigen en opsporingssatellieten iedere millimeter van Irak in de gaten houden. Dan zal Irak uiteindelijk toch bezwijken onder de grote vrijwel algemene internationale druk en echt opening van zaken moeten geven.

Ik heb zo’n idee dat bombardementen in het hart van het Midden Oosten op langere termijn allerlei destabiliserende effecten heeft variërend van maatschappelijke ontwrichting tot en met een golf van nieuwe terroristische aanslagen.

Meneer de president, ik besef dat een supermacht een bijzondere eigen verantwoordelijk heeft maar misschien wilt u toch nog even naar mijn verhaaltje luisteren. Weet u, u zal mij wel een softe Europeaan vinden, maar oorlogvoeren is iets waar wij in Europa vaak vreselijk moeilijk over doen. Weet u, we hebben op dit continent de laatste honderd jaar al wel het een en ander meegemaakt. Vandaar, begrijpt u.

Terug

 

Komt er oorlog?

'Gaat u maar rustig slapen', zo vertelde een minister-president ooit aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Dat zeiden onze lijstrekkers tijdens de debatten van de afgelopen weken eigenlijk ook. Opvallend genoeg werd door Wouter, Femke, Gerrit en al die anderen nauwelijks gesproken over een nieuwe naderende oorlog. Hoe naïef, hoe verbazingwekkend provinciaals.

Ook ik vind overigens dat u de komende nachten niet badend in het zweet wakker moet liggen. Ook ik zal u voorlopig geruststellen. Ondanks alle daverende retoriek heeft de president van Amerika tot nu toe vastgehouden aan de gematigde lijn. In de kwestie Afghanistan koos hij uiteindelijk voor de verstandige politiek van minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell door te opereren vanuit een brede internationale consensus. In de kwestie Irak koos Bush een paar maanden geleden op het cruciale moment alweer voor Powell door in te stemmen met de VN-inspectieresolutie die unaniem werd gesteund door de Veiligheidsraad. Eerst inspecties, daarna rapportage en pas dan een eventueel oorlogsbesluit liefst met steun van de VN.

Ondanks het feit dat VN-wapenrapporteur Hans Blix gisteravond heeft gezegd dat Irak niet echt goed meewerkt, zal president Bush de komende nacht in zijn jaarlijkse troonrede geen oorlogsverklaring aankondigen. Nee, sterker nog, de inspecteurs zullen nog even de tijd krijgen om hun werk te doen. Blijkbaar trekt president Bush zich wat aan van de internationale druk en alweer van de adviezen van Powell. Veel regeringen willen bewijzen zien, een zogenaamde ‘smoking gun’ én een link tussen Saddam en Bin Ladens Al Qaedia. Opvallend is dat zelfs Amerikaanse senatoren uit de vertrouwelijke inlichtingencommissies van het Congres publiekelijk zeggen dat ze niet onder de indruk zijn van het tot nu toe door de regering Bush aangeleverde, belastende materieel.

Toch zal het conflict uiteindelijk escaleren omdat duizenden liters antrax en vele chemische wapens verdwenen zijn. Niet de slechts honderd VN-inspecteurs moet uiteindelijk worden verweten dat ze die niet kunnen vinden in het reusachtige land maar het regime in Bagdad. Saddam zelf moet opening van zaken geven en niets wijst daar op.

Buitenlandse politiek is nooit simpel. Het is een ingewikkelde combinatie van machtspolitiek en idealen. Op dit moment zeg ik: Er is onvoldoende aanleiding voor een oorlog. Blijkbaar vindt president Bush dat ook.

Maar, nogmaals, de internationale situatie is wel degelijk heel ernstig. Wie een supermacht zoals op 11 september op z’n binnenplaats raakt, raakt ook haar prestige. Je kunt het vergelijken met buitenlandse veroveraars die plotsklaps in het oude Rome het Colosseum met z’n volgepakte tribunes met de grond gelijk maken. Tot in alle uithoeken van het rijk zal de wraakzuchtige keizer meteen speuren naar daders die direct of indirect met deze schanddaad te maken hebben. Ze werkt dat in kringen van macht.

Nee, de komende weken komt er nog geen oorlog. Gaat u maar rustig slapen. Maar de machtige Amerikaanse oorlogsmachine is inmiddels uitgerold en het moment zal zeker komen dat het Amerikaanse geduld op is. Meer nog dan Irakese olie waarvan de Russen en de Fransen al zoveel hebben gekocht, staat de eer en de geloofwaardigheid van Amerika op het spel. Nog heel even zullen de Amerikanen geduld betrachten.. Gaat u dus voorlopig nog maar even slapen. We kunnen wel enige nachtrust gebruiken, lijkt me zo.

Terug
 

Mijn laatste dag als 'spin-doctor'

Dit is mijn laatste dag als spin-doctor. U denkt misschien dat ik het geheimzinnige gedrag van het harige monster onderzoek. Maar dan begrijpt u het verkeerd. In de Verenigde Staten is een spin-doctor iemand die door politieke campagnevoerders wordt ingehuurd om meteen voor de camera's te springen als een debat is afgelopen. Je moet vervolgens jouw kandidaat ophemelen.

Niet alleen door Radio West maar ook door de NOS-verkiezingssite ben ik gebombardeerd tot spin-doctor om de Nederlandse verkiezingen door Amerikaanse bril te bekijken. Samen met Kay van der Linden, u weet wel de zoon van en de broer van… Kay heeft een tijdje meegedraaid in Gore's campagneteam en ik in dat van Clinton.

Eigenlijk zouden we vanavond dus op z’n Amerikaans na het debat moeten optreden. Een ander verschil is ook dat de spin-doctors in Amerika miljoenen dollars verdienen. Maar ach. Exclusief voor Radio West geef ik nu mijn laatste adviezen aan iedere deelnemer van het lijsttrekkersdebat van vanavond:

Hoi Femke, in deze mediamaatschappij kan jij met je verleidelijke koppie de Katja Schuurman van de Nederlandse politiek worden. Maar wees niet altijd zo serieus. Maak eens een grap. Je moet nooit boos worden in een debat. Maar één keer mag het wel. Zeg vanavond dat je verschrikkelijk boos en teleurgesteld bent dat dit herengezelschap maar 1 vrouw kent en dat terwijl meer dan de helft van de bevolking uit vrouwen bestaat. Een nationale schande! Beste Wouter, drie weken geleden was je nog nergens en nu vinden ze je al bijna een Kennedy-achtige politicus. De ideale schoonzoon met een stralende glimlach. Dat beeld heb je neergezet en verandert niet meer in de laatste uren van de campagne. Jij moet inhoudelijk gaan, bijvoorbeeld klagen over de verhoogde ziektepremies. Iemand zoals jij doet het goed bij de niet zo geïnteresseerde, zwevende kiezer. Praat niet te ingewikkeld. Vertel een verhaal, gebruik beeldspraken.

Ha die Jan. Is de man van Oss een beetje ingeslapen? Wakker worden! Vanavond moet jij in de aanval. Vooral die Bos snoept kiezers van je af. Zet hem neer als de man van paars die met zijn partij een ruk naar rechts heeft gemaakt. En dan kiest hij ook nog de paarse Cohen als beoogd premier.

Dag Mat. Wees eerlijk, jij had nooit gedacht dat je als amateur-politicus je zo goed staande kon houden in de debatten. Dat komt Mat omdat de andere kandidaten niet echt hele grote debaters zijn. Dus blijf eenvoudig Mat. Jij moet naturel blijven. Zeg maar gewoon de dingen die de mensen graag willen horen. Je weet wel van 10 in een cel en zo. En zeg vooral dat jij, en alleen jij, gezorgd hebt voor rust in de tent bij de LPF. Blijf jezelf Mat, blijf jezelf. Zo Gerrit, vanavond is je laatste kans om eindelijk te scoren. Is het nu echt zo moeilijk om in gloedvolle bewoordingen aan het volk te vertellen wat voor vreselijke economische toestanden ons te wachten te staan gezien de ontwikkelingen in de wereldeconomie. Zeg maar rustig dat ons land op dit moment financiële toppers nodig heeft van het kaliber Jelle Zijstra. Iedereen zal begrijpen dat je jezelf bedoelt. In dit nieuwe Nederland hoef je niet meer zo bescheiden te zijn. En alsjeblieft Gerrit, kijk niet zo benauwd. Ontspan je zelf. Daar heb je speciale oefeningen voor.

En dan ‘last but not least’ jij Jan Peter. Jij bent niet meer het nieuwe, frisse CDA-gezicht. Ze zijn aan je gewend. Als premier heb je statuur, gezag. Vraag aan het volk van Nederland, ja zo moet je het zeggen, aan het volk van Nederland dat je een kans wilt krijgen om je karwei af te maken. En in de camera kijken. Door krankzinnige persoonlijke vetes in een partij, wat we in Nederland nog nooit zo gezien hebben, kon jij niet meer doorregeren. Vanavond zullen Femke en Jan aanvallen, ook Gerrit en Mat zullen harde taal spreken. De andere lijstrekkers zullen hun pijlen vooral op Bos richten want hij is de bedreigende ‘rising star’. En dan zal Wouter Bos als een fanatieke Wouter Bush terug slaan. Maar wees verstandig Jan Peter. Tussen al het gekrakeel moet jij rustig blijven, achterover leunen en zeggen dat het land stabiliteit nodig heeft en geen gekissebis. Vertel dat je een bruggenbouwer bent.

Ik sluit af. De finish is in zicht. Wie er wint van de zes idolen? Dat is simpel. Degene die het beste mijn adviezen opvolgt natuurlijk. Ik wens u veel kijkplezier vanavond. Ik haal alvast een flesje champagne in huis want mijn winnaar zit er zeker tussen.

Terug

 

Nieuwe idolen

Hebben we het wel goed gedaan? Hebben wij onze kinderen wel goed opgevoed? Afgelopen zaterdagavond zat ik verschanst achter mijn krant in een hoekje van de woonkamer en heb ik gezien hoe mijn kinderen in de ban raakten van het meest wanstaltige televisieprogramma van de afgelopen vijftig jaar.

Urenlang zaten ze met drie miljoen andere kinderen in Nederland met een mobieltje aan de buis gekluisterd. Helemaal in de ban van hun nieuwe idolen. Op wie stem jij hoorde ik ze regelmatig tegen vriendjes zeggen.

Even dacht ik: hé, hé ze zijn eindelijk politiek bewust, geïnteresseerd. Prachtig toch dat ze in een interactieve opiniepeiling kunnen stemmen op één van de lijsttrekkers van de politieke partijen.

Maar nee hoor, ze stemden niet op Femke, Wouter of Jan Peter maar op de sensuele Zosja, de vrolijke Jamai of toch de ondeugende Dewi.

Vroeger, ja heel vroeger had je op televisie ‘Top of flop’ waarbij talenten hun eerste plaatje mochten presenteren. Wat vonden wij het thuis zielig als zo’n nieuwe Ria Valk met paardengehinnik werd weggedraaid.

Maar dat is bij het nieuwe ‘Idols’ van natuurlijk RTL-4 en Yorin wel anders. Daar wordt op een schandelijke manier misbruik gemaakt van de diepste gevoelens van onzekere pubers. Iedereen mag op auditie en zo kreeg onlangs heel Nederland de dikke Annie uit Appingendam te zien die alsof haar keel werd dichtgeknepen een afgrijselijk, piepend geluid produceerde. De juryleden stortten zich vervolgens gretig op hun prooi. Met een ‘en je lichaam heeft veel weg van een zak aardappelen’ verdween het meisje weer achter de coulissen. Dat Annie zich de komende vijf jaar zelfs niet meer kan vertonen in het spookhuis van de plaatselijke, jaarlijkse kermis, daar zit natuurlijk niemand van de commerciële zenders mee.

Kortom, ik vind het een asociaal, normloos programma. Zaterdagavond zag ik de tien eindfinalisten. Iedere zaterdagavond valt er iemand af in dus een langgerekt proces van een paar maanden televisie. De uitzending duurt uren, we gaan ook uitgebreid ‘backstage’ waar we uiteindelijk zien dat de degene die afvalt in een soort van gezellige huiskamer, zeg maar crisisopvang, wordt opgevangen door de nieuwe familieleden. Bij de afscheidsbeelden zie ik hoe een huilende Zosja wordt opgevangen. Dewi aait haar heel lief op de rug. U weet wel van die taferelen die je wel eens op begrafenissen ziet. We nemen blijkbaar afscheid van een wel hele dierbare. Het leed wat hier de verliezer wordt aangedaan zit wel heel erg diep. Wat een platvoerse commerciële uitbuiting. Het allerergst vind ik dat die schaapjes van kijkers die van hun weinige zakgeld een telefoonkaart hebben gekocht voor 1 gulden vijftig mogen bellen om te stemmen. En een beetje fan blijft natuurlijk gedurende al die uren en maanden maar bellen.

Weet u, ik ga ook eens bellen … maar dan naar de kinderbescherming.

Terug

 

Niet Wim maar Willem Deetman

2003 is nog maar net begonnen en nu moet ik alweer tegen u aanklagen want waarom moest ik gisteren voor een centrumretourtje in de Haagse tram opeens 4 euro 30 betalen en dan moest ik nog staan ook? Zijn ze helemaal gek geworden. Dat is bijna een tientje in guldens. Iets anders. De sneeuw van de afgelopen dagen was prachtig. Panorama Mesdag veranderde in een Anton Pieckprent maar op mijn doorgaande weg in Den Haag-West was niet gestrooid en daardoor zag ik vanuit mijn keukenraam een doorlopende voorstelling van Comedy Kapers, met een eindaflevering voor velen in de bottenkamer van het Leyenburgziekenhuis. Moet dat nou?

Heb ik ook positief nieuws? Jazeker. Afgelopen vrijdag was ik bij de Haagse nieuwjaarsreceptie. Burgemeester Wim Deetman sprak de afgelopen jaren regelmatig zijn grote zorgen uit over de zorgelijke economische situatie. Maar nu was hij welhaast in een feeststemming. Ondanks de lichte tegenwind in het land zijn we als stad rijker dan ooit. En, mijn eigen stokpaardje, de burgemeester roemde de internationalisering van Den Haag. Dit jaar worden daadwerkelijk de rechters van het Internationaal Strafhof benoemd. De ene na de andere internationale instelling zal zich in Den Haag vestigen.

Na burgervader Wim volgde een concert van het residentieorkest. Langzaam droomde ik weg over de nabije toekomst. Den Haag heeft 81 ambassades en consulaten. Voeg daarbij alle internationale organisaties en bedrijven en je komt binnenkort met gemak uit op tienduizenden nieuwe Hagenaars uit het buitenland. Welke stad ter wereld kan zeggen over drie vliegvelden in de omgeving te beschikken, de grootste haven van de wereld in de buurt te hebben en op een twintigtal autominuten de snelle veerboot naar Engeland. We hebben de Leidse universiteit, de Delftse TU, en de Haagse Hoge School. We hebben royalty en de landelijke en provinciale overheid in huis. In onze voortuin liggen unieke stadjes als Delft, Leiden en Gouda. Ik sprak laatst in Delft een Amerikaanse toerist die met zijn computercamera 1200 foto’s maakte, van ieder historisch pand één. Hij ging helemaal uit z’n dak. Die steden zijn als parels aan de Haagse kroon.

De Haagse regio wordt het nieuwe Attica met Den Haag als het modern Athene. Overdreven? En wat u merkt van die internationalisering? Let maar op: binnenkort heel veel. Wat denkt u dat die vaak goed betaalde medewerkers van internationale organisaties met hun geld gaan doen? Ook de slager, de bakker en de loodgieter zullen er wel bij varen.

Op de kortst mogelijke termijn moet een bewustwordingsproces onder de burgerij op gang komen. Het kan niet zo zijn dat kinderen in onze regio denken dat het Vredespaleis een kerk of zoiets is. Het onderwijs moet een eigen lespakketje over internationalisering krijgen. Er moet een stadswandeling worden uitgezet langs internationale plekken in Den Haag.

En er moet een naamsverandering komen. Net als de burgemeester heet ik Wim of Willem zoals ik tegenwoordig steeds vaker wordt genoemd. Mij maakt het niet uit hoor. Wim Deetman is mijn naamgenoot. Het lijkt mij heel verstandig om die naam even te veranderen in Willem Deetman. Kijk, die voornaam kun je vertalen. William Deetman. Klink toch veel beter of niet soms?

Terug

 

Oudejaarscolumn: rampjaar 2002

De oliebollen glimmen en de champagne fonkelt in het glas maar ik ben er nog niet aan toe want nog één keer wil ik me in 2002 ergeren. Heeft u ze ook gezien de laatste dagen in tal van televisieprogramma's? Die zogenaamde, vooral Amsterdamse grachtengordeldeskundigen die altijd maar relativeren. Er was er één bij in zo'n leren pak met een gebakken aardappel in zijn keel die maar bleef uitroepen: 'Na alles wat er rond Fortuyn is gebeurd, is duidelijk dat het Nederlandse volk collectief naar de psychiater moet. Feitelijk was er echt niet zoveel aan de hand.'

Ik moet niets hebben van dit soort nepdeskundigen met hun quasi-intellectuele gezichtsuitdrukking. Op 11 september 2001 konden ze ook zo goed relativeren. 'Ach, het waren maar twee wolkenkrabbertjes daar in New York. Wat nou grote impact.'

Met die impact zitten we nota bene iedere dag nog opgescheept. Zo weiger ik ook mee te relativeren over 2002 want het was een absoluut rampjaar. Voor het eerst in honderden jaren werd een politieke moord gepleegd IN NEDERLAND. Op Het Binnenhof dreigde even een volkopstand. De politieke cultuur werd vergiftigd met een regen aan kogelbrieven. Beroemde cabaretiers schrapten hun programma's. De politieke kopstukken zijn inmiddels totaal van het politieke toneel verdwenen: Kok natuurlijk, maar ook Melkert, Dijkstal en Rosenmöller.

Dat de onvrede onder de burgerij zo groot was, dat was het grote nieuws van 2002. In één klap 26 zetels en 36% in Rotterdam. Het Nederlandse electoraat is definitief veramerikaniseerd, zwevend, niet meer verankerd aan zuilen en ideologieën. Mensen zijn steeds meer op zoek naar televisiecharisma, naar 'idols'.

Vlak voordat Fortuyn werd vermoord, hoorde ik op de autoradio hoe de religieuze Fortuyn reageerde op een aantal dilemma's: de kerk of de 'dark room'. Fortuyn koos meteen voor de seksclub en ik, ik zat geshockeerd achter het stuur. Dat een politicus zoiets in Nederland kon zeggen. Maar vele anderen zullen er juist het bewijs van zijn grote moed in gezien hebben. Nee, ik zou nooit op Fortuyn gestemd hebben, al geef ik toe dat ook ik genoten heb van z'n humor, z'n intellect en z'n charisma. Klassiek drama in de natte polder. Ongelooflijk! Fortuyns grootste politieke betekenis is dat hij Paars eigenlijk in z'n eentje heeft vernietigd. Zo'n bijna nationaal kabinet krijgen we voorlopig niet meer.

In 2003 krijgen we of een centrumrechtse regering of een centrumlinkse waardoor de tegenstellingen in Nederland alleen maar zullen toenemen. En dat in een maatschappelijk klimaat dat zelfs door Hare Majesteit wordt getypeerd met woorden als 'onbehagen' en 'verloedering'.

Nederland heeft in het huidige gespannen klimaat een bruggenbouwer nodig, liefst met een beetje charisma. We hebben een Nederlandse Kennedy of Clinton nodig. Wordt het de ideale schoonzoon Wouter Bos, het financiële lachebekje Gerrit Zalm, de zwijgzame Jan Peter Balkenende of het venijnige orakel uit Oss, Jan Marijnissen? Misschien zit er wel eentje bij, maar ze moeten nog wel heel erg groeien.

Met dit soort overpeinzingen somberen we het jaar 2002 uit. En 2003? Dat wordt een fantastisch jaar. Ik voorspel u: er komt geen oorlog in Irak, geen terroristische aanslagen en de economie zal opbloeien als nooit tevoren. U geloof dat niet? Wat bent u somber zeg. Het wordt na al die ellende van het afgelopen jaar de hoogste tijd dat we eens onbedaarlijk lachen om onszelf. Vanavond met onze eigenste Sjaak Bral en Youp van 't Hek. Humor, dat vind ik wel een goede manier van relativeren. Ik wens in het bijzonder mijn trouwe dinsdagochtendluisteraars een sprankelend en vooral ook vreedzaam 2003 toe.

Terug

 

Regiohelden Jan en Ans Verkaart en Kitty

De 15-jarige Charity werd zondagavond door de KRO uitgeroepen tot heldin van 2002 omdat ze wist te voorkomen dat twee conducteurs werden afgetuigd. Zijn we als volk zo ver gezakt dat we een ranglijst van helden nodig hebben? Helden zijn toch historische figuren als admiraal Tromp en Piet Heyn: hun daden benne groot.

` U hoort het al, ik heb veel moeite met dat nieuwe fenomeen maatschappelijke held. Op de keeper beschouwd zijn er immers heel veel helden. De filosoof zegt: 'Wie één kind redt, redt de hele wereld.' Dus als u een paar euro betaalt voor de voeding van een kind uit de Derde Wereld bent u ook een held. Een kleintje maar toch.

Wanneer ben je eigenlijk een grote held? Ik ken een weduwe die met een klein pensioentje toch met grote regelmaat kinderen uit de crisisopvang verzorgt. Ik zag haar laatst in de stromende regen fietsen met twee kinderen van een zwaar verslaafde aidsmoeder. Kitty vindt het heel gewoon want ze doet. Ik weet heel zeker dat zij geen heldin wil zijn.

Dat vond ik ook het sympathieke van de Haagse Westlanders Ans en Jan Verkaart in die KRO-uitzending. Zij vinden het heel gewoon wat ze in Kenia aan ontwikkelingswerk doen. Afgaande op de KRO-peiling zijn zij de regiohelden van 2002 want niemand uit onze regio schopte het zo ver.

Ook ik noem Ans en Jan dus geen helden maar ik heb wel grote bewondering voor ze. Vooral dankzij hun inspanningen krijgen 30.000 kinderen in Kenia onderwijs, medische zorg. Ik ben een keer met ze meegeweest. Ze pakken het goed aan. Ze controleren zelf de voortgang van de projecten met onverwachte bezoeken, ze laten bouwen door plaatselijke vakmensen en de schoolkinderen zijn verplicht om de meegenomen zaadjes te planten rondom de school zodat na vijf jaar een bloeiende plantage vol bananenbomen ontstaat waar de hele gemeenschap van kan leven. Ik heb ook gezien hoe een groep kinderen op de grond onder een boom rondom twee versleten boeken zat te leren. Die kinderen zijn zo leergierig. Onderwijs is de enige weg naar wat meer welvaart. Ze smeekten Ans en Jan om hulp en ze kregen het ook. Van de mensen in Kenia kun je zoveel leren. Eigenlijk zijn wij in het westen maar hele zielige mensen. Als ik naar mezelf kijk zie ik me gisteren chagrijnig staan bij de kassa van de supermarkt: de euro eeuwig vervloekend want ik moest voor een paar dagen boodschappen een krankzinnig bedrag betalen.

Maar nu ik onder de kerstboom wat voor me uit zit te filosoferen, besef ik hoeveel kinderen in Kenia je daarmee kunt redden. En hoeveel kinderen Kitty daar mee kan verwennen. Die kinderen krijgen nooit wat.

Zou die paus toch gelijk hebben met zijn oproep tot meer soberheid? Ik ga met een schuldgevoel de Kerst in. Kitty, Jan en Ans doen er tenminste wat aan. Wij denken zo vaak dat wij op deze aardbol zo slim bezig zijn, onze zaakjes zo goed voor mekaar hebben. Misschien is het dan ook wel leerzaam en inspirerend dat de KRO aandacht besteedt aan moderne helden en heiligen. Deze Kerst zijn Jan en Ans als een Jozef en Maria voor mij en ik, ik ben niet meer dan de ezel. Mijn verdiende loon. Misschien was het kindeke Jezus wel een Keniaantje. En Kitty? Maria had toch ook een zus?

Terug

 

'Nostalgie'

Wat is er toch met ons aan de hand? Vroeger zo vlak voor Kerst hadden we één kerstboom met misschien één kerstster op het dressoir. Nu is mijn hele stad omgetoverd in één grote, verlichte kerststal. En de ijsbaan op de Hofvijver tot een sfeervolle Anton Pieckprent.

Komt het door de spanningen in de wereld, de slechtere economie dat we steeds meer behoefte hebben aan romantiek, aan warme gevoelens, aan winterse gezelligheid?

Ik heb het nog nooit zo koud gehad als afgelopen week, al kwam dat mede omdat onze verwarming het niet deed. Gelukkig droomde ik gelijk weer weg over hoe koud wij het vroeger hadden in de winter als we met een groepje vriendjes vanaf de sloot op de Erasmusweg vertrokken voor een barre tocht naar Wateringen. Op smalle binnendoorslootjes gleden we door kleine stukjes bos en weilanden. Steeds dichter kwamen we bij de kerktoren van Wateringen. Wij hebben dat verre Wateringen nooit gehaald want altijd werd het te donker en moesten we terugkeren. Nu, door al die nieuwbouw, zijn Wateringen en Den Haag in elkaar overgevloeid. In gedachten zie ik nog hoe bij thuiskomst de zwarte kolenkachel heerlijk gloeide en voel ik hoe mijn bevroren voeten, die langzaam ontdooiden, vreselijk pijn deden. Maar dan kwam mijn moeder met een verse, natuurlijk zelf gebakken oliebol en dan voelde je je als kind weer een verwend prinsje.

Verwend ja, want ik ben een jaren zestig kind. Ik heb het meegemaakt hoe begin jaren zestig de welvaart plotseling kwam. Opeens was er televisie in miljoenen huishoudens. Opeens waren er honderdduizenden bromfietsen. De zaterdagavond burgerde in met heerlijke versnaperingen waaronder de eerste zakjes chips met kleine blauwe propjes waarin het zout zat.

Ik ben een nakomertje. Morgen viert mijn zus haar veertigjarig huwelijksfeest. Zij is een jaren veertig-vijftig kind. De sobere jaren. Toch is ze nooit jaloers op mij geweest want toen was er nog meer huiselijke gezelligheid vertelt ze mij vaak. Met z’n allen om de eettafel, die toen nog gewoon in de huiskamer stond, klaverjassen en andere spelletjes doen.

Ik heb sterk de indruk dat mijn zus en haar generatiegenoten in Den Haag massaal en meteen op zaterdagochtend de stadsbijlage van de Haagsche Courant openslaan en wel op de pagina waar stadshistoricus Wim Willems het Den Haag van vroeger beschrijft. Ik doe dat sinds een tijdje ook. Zaterdag stond er weer zo’n prachtige brief in van een ‘kind van toen’, ene Gerard de Jonge, die van de buurvrouw wat vlees moest halen bij de katholieke slager in de buurt maar daardoor in gewetensnood kwam omdat zijn moeder altijd boodschappen deed bij de protestantse slager. De oplossing: hij ging toch naar de katholieke slager maar wel via een ommetje zodat de protestantse slager hem niet met het katholieke zakje kon zien lopen. Ook dat waren de jaren vijftig: bekrompen, maar... ze boden wel geborgenheid.

Dat is het natuurlijk ook in 2002. We kopen geborgenheid in een totaal opgebroken, anonieme en geïndividualiseerde maatschappij. Nou, ik ga maar weer eens verder met het optuigen van de kerstboom. Wim Willems, wil je alsjeblieft de komende weken aandacht besteden aan Kerstmis van vroeger en aan onze ijspret van toen. Ja, zonder duizenden lampjes, sfeerverlichtingen en improvisorische kunstijsbanen, want dat had je niet nodig om een warm gevoel te krijgen. Gek hè, toen ging het allemaal vanzelf.

Terug

 

George W. "Boef"

Ik hoorde gisteren hoe de nieuwslezeres van het NOS-journaal zich versprak. Ze had het over George W. Boef. Ze herstelde zich snel. Zal wel geen opzet zijn, maar alleen al het feit dat ik daar aan durf te twijfelen zegt iets over het toenemend anti-Amerikanisme.

Honderdduizenden Nederlanders in de huiskamers zullen zich ongetwijfeld verkneukeld hebben bij deze toch uiterst negatieve kwalificatie van een bevriend staatshoofd.

Van alle Amerika-deskundigen was ik mag ik wel zeggen de eerste die aangaf dat we met die Bush een zeer conservatieve regering in Washington konden verwachten. Dat kwam omdat ik me jaren eerder al had verdiept in de toenmalige gouverneur van Texas. Ik wist wat voor vlees we in de kuip hadden.

Ik zou president Bush zo graag een paar vragen willen stellen. Meneer de president waarom bent u in een ordeloze wereld tegen een Internationaal Strafhof in Den Haag? Meneer de president, waarom bent u in een wereld van smeltende ijskappen en grote gaten in de ozonlaag tegen de bescheiden Kyoto-milieu voorstellen? En meneer de president, waarom was de strijd tegen het internationale terrorisme eerst exclusief gericht op Bin Laden en Mullah Omar en horen we nu uitsluitend over Saddam Hoessein? Er zijn zoveel slechteriken in de wereld. En wilt u ons als NAVO-bondgenoten svp. iets van de bewijzen laten zien dat Saddam achter de 11 septemberaanslagen zat en dat hij over massavernietigingswapens beschikt. Dat is verdorie toch niet teveel gevraagd.

Ondanks mijn kritiek wil ik het negatieve beeld van president Bush wel nuanceren. Direct na elf september drongen haviken binnen de regering aan op een grootschalige militaire, Amerikaanse operatie. In plaats daarvan koos Bush uiteindelijk voor de gematigde minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell die in een groot diplomatiek initiatief een brede internationale coalitie aan elkaar mocht smeden. Na de overwinning op het Taliban-bewind wilden de haviken dat de machtige Amerikaanse oorlogsmachine meteen doortrok naar Irak om Saddam een lesje te leren. Toch koos Bush uiteindelijk weer voor Powell die pleitte voor een optreden binnen de Verenigde Naties die vervolgens de wapeninspecteurs naar Irak stuurden.

Als president probeert iedereen je oor te veroveren maar tot nu toe geeft Powell de doorslag. Maar natuurlijk, ik zal Bush scherp in de gaten houden. Kritisch benaderen maar dat is heel wat anders dan anti-Amerikanisme. Besef ook dat de meeste Amerikanen Bush niet gekozen hebben. Amerika heeft letterlijk zoveel gezichten.

Wat zegt u meneer de president? U wilt mij ook wat vragen? Wat er gebeurd is met die nieuwslezeres? Nou, die presenteerde vandaag gewoon weer het nieuws. Ik weet wat u nu wil zeggen. In een dictatoriaal, fundamentalistisch land was ze meteen gearresteerd, geblinddoekt, gemarteld en in een vol voetbalstadion doodgeschoten. Ja, dat weet ik. U komt op voor de westerse, vrije '' way of life'' die in een boze wereld altijd nog verre te verkiezen is boven iedere andere ideologie.. Daarom wil ik ook niet spreken van anti-Amerikanisme maar van een kritische gezindheid. Nog 1 ding: als die omroepster in de Verenigde Staten in het huidige klimaat van patriottisme had gewerkt had ze grote kans gehad op staande voet ontslagen te worden. De president beledigen! In uw land zie ik journalisten op televisie vaak met speldjes en daarop de Amerikaanse vlag. Dat vind ik iets wat iedereen kan doen behalve een volstrekt onafhankelijke journalist. Ja meneer Bush, u bent het vast niet met me eens, nou ik niet met u en ik ben blij dat ik dat even kon zeggen.

Terug

 

Het monument van het menselijk falen

Ik heb nooit wat gehad met die inmiddels zo beruchte tramtunnel. Mijn stad is een Washington aan Zee, een internationale stad van recht en vrede. Zo'n tramtunneltje wat twee haltes verbindt vind ik eigenlijk helemaal niet passen bij een wereldstad.

Ik vind dat we jaren geleden al hadden moeten beginnen met een echt metronet. Van west naar oost en van zuid naar noord, dus van Loosduinen naar Leidschendam en van Rijswijk-Ypenburg naar Scheveningen. Andere steden zoals Rotterdam en Amsterdam kunnen dan met zijvertakkingen aansluitingen maken en zo ontstaat een fantastisch Randstadnet. Veel verkeersproblemen zouden meteen worden weggenomen. Maar oké, zo'n metronet zal wel veel te duur zijn, zeker nu ik lees van de huidige tramtunnel die al meer dan 500 miljoen gulden gaat kosten.

Ik vind het de hoogste tijd dat we de balans opmaken. Het is volstrekte onzin en wel erg makkelijk om de zeg maar '' nieuwe'' huidige wethouder van Verkeer, Bruno Bruins, de schuld geven. Misschien moeten we wel vaststellen dat het technisch niet mogelijk is om voor een redelijke prijs een tramtunneltje te bouwen. We verzinnen wel een smoes. Door de unieke combinatie van zand, veen en mysterieuze grondgassen kunnen we niet meer verder. En niemand heeft dat kunnen inschatten.

Luisteraars, de grens is bereikt. Ik vind: of een metro en anders helemaal niets. Nou, dus niets. Maar wat moeten we dan doen met de huidige tramtunnel? In Den Haag wordt internationaal recht gesproken. De hele wereld praat over ons. Laten we onmiddellijk stoppen met de bouw van de tunnel en alles spierwit spuiten. Wit, het symbool van de onschuld. Dus ook de achtergebleven bouwvakkerhelmen, het puin, het staal, alles. Blinkend wit. We maken er een monument van, een wit lint door de stad. We zullen het noemen Het Monument van Het Menselijk Falen. Geen stad ter wereld heeft zoiets. Een filosofisch monument, perfect passend bij Den Haag. Juist internationale rechtspraak stuit zo vaak op menselijk falen. Van heinde en verre zullen toeristen naar onze stad, onze regio stromen. Met een minitreintje of lopend kunnen ze afdalen in de onderbuik van Den Haag. We hangen het vol met moderne kunst tegen een fantastische achtergrond. Of we maken er een Hagorama van, een flitsende multimediale presentatie van de Haagse geschiedenis met een echt archeologisch uitstapje onder de grond.

En al die toeristen zullen geld uitgeven, veel geld uitgeven waardoor we op den duur wel tien tramtunnels kunnen bouwen. Inderdaad, dan komt er alsnog een metronet. Als het om de tramtunnel gaat moet de verbeelding aan de macht komen. Ik wil niet horen van nieuwe tegenvallers, eigenlijk wil ik het woord tramtunnel, dat lelijke, provinciaalse on-Haagse woord ook nooit meer horen. Ik wil een metro maar eerst dus een Monument van het Menselijk Falen.

Terug

De Nederlandse politiek moet weer saai worden

'Daar rijdt een ezelswagen,
al over berg en dal,
je hoeft het niet te vragen,
wie daar in zitten zal'

Nou, zo vanzelfsprekend is dat niet wie daar in zit. Vorige week kreeg ik opeens een beangstigend visioen: ik zag vanuit de bossen rond Zoetermeer een clownswagen opdoemen, bij nader inzien een ouderwetse Bentley. Die reed niet over berg en dal maar gleed rechtstreeks door naar Het Binnenhof.

Ik heb het natuurlijk over de beoogde nieuwe politieke leider van Leefbaar Nederland. Ik citeer hem uit Het Parool van afgelopen weekend: 'Ik, Emile Ratelband, zal de heer Teeven bewijzen dat een clown ook een serieus gezicht kan opzetten. Popov, Pipo, Peppie en Kokkie; zij hebben ook een diepere kant. Ik heb die net zo goed.'

Luisteraars, het moet toch niet nog gekker worden in Nederland. We worden zo langzamerhand het lachertje van Europa. Dadelijk wordt Pipo de Clown nog minister-president van Nederland. Wordt Nederland echt 'Tjakkaland'!

We zijn nu een grens gepasseerd. Ratelband zegt in diezelfde krant ook nog: 'Als ik in de Kamer kom, zal ik compromisloos zijn. Ik heb altijd gelijk. De mensen willen helderheid.' Alsjeblieft mensen, schei toch uit. André Hazes in de Gemeenteraad, Ratelband fractievoorzitter in de Tweede Kamer, waar gaat het in dit land in vredesnaam naar toe?

Wat veel mensen zo langzamerhand vergeten zijn is dat politiek bedrijven een echte professie is. Een politicus vergadert, moet zich vele uren verdiepen in dossiers. Roept niet zo maar wat. Een politicus moet eigenblijk ook het liefst een achtergrond hebben als econoom, jurist of bestuurskundige. Pim Fortuyn was artiest en politicus tegelijk. Echt een uitzondering. Hij kende z'n zaakjes trouwens wel.

De makke is dat iedereen een Pim wil zijn tegenwoordig. Populisme is in. Onze eigen minister-president verlaagt zich zelfs om zich te laten interviewen door ene Katja die regelmatig dronken langs de snelweg ligt. Het NOS-Jeugdjournaal kan Excellentie. Prima. Maar daar ligt de grens. Dadelijk accepteert u nog een gastrol in Goede Tijden Slechte Tijden. Belachelijk.

Ik wil de saaiheid weer terug in de politiek. Ik kots van die zogenaamde. schreeuwerige Nieuwe Politiek. Goedkoop spektakel. Zo'n Ennaüs Heerema van het CDA is helaas niet meer. Maar dat soort types moeten weer terug komen in de politiek. De Klaas de Vriesjes wil ik weer zien bij NOVA en Netwerk. In onze eigen regio valt mijn oog op Hans Dijkstal. Oh Hans, kom alsjeblieft terug. Het land heeft je meer dan ooit nodig. Hans, je bent betrouwbaar, solide en degelijk. Misschien een beetje saai. Maar dat vind ik nu, eind 2002, juist een groot compliment. Namens alle nuchtere Nederlanders die opkomen voor het landsbelang, kom terug Hans. Nee, niet in een clownspakje maar in een driedelig grijs of donkerblauw maatkostuum met stemmige stropdas. Ik doe een dringend beroep op je. Ik smeek het je. Alsjeblieft Hans, kom terug!

Terug

 

Kleine Eddie is 'discorijp'

Uit een Nipo-enquête blijkt dat veel jongeren Nederland een onveilig land vinden. Dat geldt niet voor buurjongetje Eddie, die bij ons logeerde afgelopen weekend. Een leuk, spontaan ventje. Z'n ouders waren even naar Parijs en hij mocht voor het eerst met schoolvrienden naar de disco. 'Of ik hem even wilde brengen en ophalen', had z'n moeder gevraagd want hij gaat om één uur al weg uit de discotheek.

Afijn, in de buurt van de discotheek gekomen zagen we veel groepen jongeren en twee politiewagens wat een erg veilig gevoel gaf. Ik bracht hem tot voor de deur. In een zee van licht stonden daar vier bodyguards. Eddie was al gauw aan de beurt. 'Benen en armen spreiden jongen.' Eddie werd gefouilleerd. 'Is er wat aan de hand binnen', vroeg ik onnozel. 'Nee, meneer, preventieve controle op vuur- en steekwapens. Boksbeugels, u kent dat wel.' 'Ja, natuurlijk', zei ik, 'Goeie zaak'. Eddie keek me met een stoere blik aan en gleed soepeltjes door de detectiepoortjes, een donkere wereld tegemoet. Ik praatte nog even met de portiers. Een paar jaar geleden stond er nog maar één. Nu was er een supersonisch bewakingssysteem en hadden ze spiksplinternieuwe kogelvrije vesten aan. Dit bewakingsteam was een goed geoliede machine, dat was me wel duidelijk.

Maar toch, wat een gedehumaniseerde wereld. Wat een schijnveiligheid. In kranten lees ik van nieuwe bioscoopfilms over mijn jeugdidolen 'Pietje Bell' en ‘Pipo de Clown'. De musical 'Ja, Zuster, Nee Zuster' draait al. Bezoekers zijn vooral dertigers en andere oudjes die zich wentelen in jeugdsentiment en zich niet herkennen in de huidige tijd. Ik geloof nooit dat jongens als Eddie naar de nieuwe 'Pipo' gaan.

Eddie leert snel in zijn nieuwe wereld. Toen ik hem 's nachts ophaalde liep hij professioneel naar buiten, knikte even naar de portier en gaf hem een euro. 'Dank je gozer', waarop Eddie zei: 'Ja, tot volgende week.' Zijn moeder heeft gelijk. Eddie is inderdaad discorijp. Onderweg vertelde hij honderduit over een agressieve jongen. 'Ik weet zeker dat ie pillen ophad', zei Eddie, 'en misschien heeft hij ook wel bij het indrinken een litertje likeur naar binnen geslagen. Die gast begon opeens te slaan. Zo Hij werd meteen door de veiligheid afgevoerd. Ze sprongen bovenop hem. Er wordt echt goed op je gelet, weet je.' Eddie zei nog net niet dat als je je echt veilig wilt voelen je maar beter naar een discotheek kunt gaan.

Ik kan er niks aan doen. Ik ben nog in de veertig en heb nu al het gevoel dat veel jongeren op een andere planeet leven. Een wereld waar het niet meer helpt als de burgemeester van bijvoorbeeld Gouda ondeugende jongens de tien Gouden Gedragsregels honderd keer laat overschrijven en daarna nog eens boos toespreekt. En let maar op: de kampementen, waar Lubbers zo om werd uitgelachen, ze komen er aan. Het is maatschappelijk geaccepteerd, ook door jongeren. Als ze maar discomuziek draaien. Keihard. En de portier, ach dat is gewoon een ambtenaar, betaald door de staat. Het enige verschil is dat je hem uit jezelf niet een euro hoeft te geven.

Terug
 

Een bordje en een bijnaam

Dit is mijn derde en laatste column over het Soldaat van Oranjestrand. Ik heb eerst het idee gelanceerd. Daarna goed gekeken naar de vele, vele reacties. Honderden mensen hebben gereageerd, dwars door alle politieke partijen. Ook de landelijke pers. Nu is het moment aangebroken om met het definitieve voorstel te komen. Sommigen wilden een standbeeld, anderen een groter project met de bunkers in de duinen erbij. Maar verreweg de meeste regiogenoten zijn net als wij ervan overtuigd dat de eenvoud van het idee juist de kracht ervan is. Het zand, dat is het monument!

Wij stellen het gemeentebestuur van ‘s Gravenhage het volgende voor: als een officiële strandnaam niet kan, willen wij op de Scheveningse boulevard een klein, maar duidelijk zichtbaar bord met een paar regels erop waarin wordt verteld wat voor unieke gebeurtenissen zich in 1941-42 op het voorliggende strand hebben afgespeeld. Kosten zo’n 30 euro. Op het bord moet ook, eventueel tussen aanhalingstekens, de naam ‘Soldaat van Oranjestrand’ worden vermeld. Er moet ook worden verwezen naar alle Engelandvaarders die zich zo voor ONZE vrijheid hebben ingezet. De naam ‘Soldaat van Oranjestrand’ kan zo een symbolische bijnaam worden. Het is aan onze burgerij om die bijnaam de komende jaren daadwerkelijk in de mond te nemen. Ik heb daar het volste vertrouwen in.

Het is de hoogste tijd dat Erik Hazelhoff Roelfzema en zijn vrienden in Scheveningen worden geëerd. Natuurlijk, hij woonde ook in Leiden en in Wassenaar maar op het Scheveningse Strand is het bijna onmogelijke gebeurd. Ik heb de afgelopen dagen regelmatig telefonisch contact met Erik gehad. Hij is bescheiden. Het is uiteraard ons verzoek, niet het zijne. Ik weet inmiddels van Erik precies op welk strandgedeelte de verzetsmannen hebben geopereerd. Als je naar de zee kijkt is het de strook tussen het strandje bij de Scheveningse Pier en de zwarte golfbreker die loodrecht op het Carlton Beachhotel staat. Een klein stuk strand dus.

23 november was zo’n dag in 1941 dat de verzetsstrijders in het holst van de nacht aan land kamen. Erik besprenkelde een van hen met dure cognac omdat het altijd feest was in het Palace Hotel waar de Duitsers zaten. Gingen ze in rokkostuum een beetje aangeschoten op de boulevard lopen. En Erik nota bene in een Engels legerkostuum. Op de bluf dwars door de versperringen. Alweer ongelooflijk.

Ik doe een dringend beroep op de gemeente Den Haag dit voorstel te ondersteunen. Als onverhoopt ook dit niet kan worden gerealiseerd dan durf ik, en ik weet zeker velen met mij, Erik en de andere overlevende verzetsrijders niet meer in de ogen te kijken. Maar zo ver komt het natuurlijk niet. Het Haags gemeentebestuur vindt natuurlijk ook dat Erik Hazelhoff Roelfzema en zijn verzetsvrienden op een gepaste wijze moeten worden geëerd. Eenvoudiger dan in dit voorstel kan het niet, dunkt me. In allerlaatste instantie gaat het niet om Erik maar om de jeugd die in de toekomst ook moet opkomen voor de vrijheid en die geïnspireerd wordt door grote voorbeelden als Erik. Als ik nu nog meer voor dit idee moet knokken vind ik het gênant worden. Eigenlijk een beetje goedkoop. Hoe kun je hier nog op tegen zijn? Ik stop nu u en hoop van harte dat u mij blijft steunen. Oh ja, 23 november is het al gauw. Gemeente Den Haag, dat is een mooie toepasselijke datum om een beslissing te nemen over dit voorstel. Eerder mag ook hoor.

Terug

 

Het ‘Soldaat van Oranjestraat' (2)

In mijn column van vorige week riep ik op om een klein stukje van het Scheveningse strand te vernoemen naar de Soldaat van Oranje, Erik Hazelhoff Roelfzema. Zoiets heeft alleen maar zin als veel luisteraars dit initiatief ondersteunen. Welnu, u heeft massaal gereageerd. Ik wil u daar zeer voor bedanken. De telefooncentrale raakte diezelfde ochtend overbelast en Radio TV West werd bestookt met e-mails. Mevrouw de Jong uit Boskoop schreef: ‘Een goed idee, kan ik mijn kinderen eindelijk eens vertellen wat er toen gebeurd is. Kan ik ze in het echt aanwijzen waar ‘De Soldaat’ met verzetsstrijders aan land kwam. Notabene vlakbij het Duitse marinehoofdkwartier dat in het toenmalige Palace Hotel op de boulevard zat. Dit initiatief is een terecht eerbetoon aan alle Engelandvaarders die zo hun leven gewaagd hebben.’

Ik maak de balans op. Ik heb inmiddels contact met José Bontje uit Zoetermeer die zich, zo las ik onlangs in de Haagsche Courant, zeer heeft ingezet voor een straatnaam voor Erik Hazelhoff Roelfzema in Den Haag. Dat gaat helaas niet door, maar zij steunt dit idee ook van harte. Zij heeft de afgelopen dagen contact gehad met Erik die meteen zeer enthousiast reageerde.

We zullen op korte termijn een formeel verzoek indienen bij het Haags gemeentebestuur waarin ook uitdrukkelijk wordt gewezen op uw spontane, massale steun. Uiteraard houden we u op de hoogte van de verdere afwikkeling.

Het Soldaat van Oranjestrand moet er komen. In een land als Nederland doen wij niet zo gauw aan heldenverering. Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg, en dat is nu precies hoe Erik en de andere Engelandvaarders, die ik de afgelopen jaren heb gesproken, praten over hun avonturen van toen. Zij vonden het heel gewoon dat ze iets moesten doen om onder de benauwende bezetting uit te komen.

Maar het was niet zo gewoon wat ze deden. Ze liepen een enorm gevaar. Voor me ligt een fragment uit het boek ´Soldaat van Oranje´. Ik citeer Erik die met zijn verzetsvrienden vanuit de donkerte op zee opeens lichtjes ziet. ‘We hoorden een kerkklok slaan, waarvan ik tot mijn verbazing een prop in mijn keel kreeg. Toen zagen we de verduisterde lampen van links op ons aan komen. Chris zei dat hij de boulevard kon onderscheiden. We voeren verder langs de de kust en een paar minuten later scheelde het geen haar of we waren tegen de Scheveningse Pier opgedonderd.’ Iets verderop in zijn boek vertelt Erik tot slot nog: ‘Gedurende de laatste meters in het water begon ik Peters bovenkleding alvast los te maken. Plotseling hield hij stil. Recht voor ons op de waterlijn, tegen het donkere land, stond iets zwarts. Bewoog het? Ik haalde mijn pistool te voorschijn maar Peter liep door. Het bleek een paaltje te zijn, met een bord erop, wellicht een waarschuwing voor landmijnen. Van vlakbij konden we het lezen: ‘Verboden voor Heeren’ We waren geland in het damesbad van de Maatschappij Zeebad Scheveningen. Het was 23 november 1941, vijfentwintig minuten voor vijf in de ochtend, Nederlandse tijd.

Terug

 

Er moet een Soldaat van Oranjestrand komen in Scheveningen

Even kijken op het straatnaambordje. Ik loop nu in de Bennie Nijmansteeg. Ja, en daar op het eind bij al die cafeetjes is dan het Katja Schuurmanplein. Ik loop even door. Oh wat een mooi doorkijkje. Kijk, daar aan de overkant begint de Andre Hazeslaan. Ach, dat had Dreetje nou nog eens moeten weten.

U begrijpt luisteraars, ik heb het over toekomstige straten want de huidige straten mogen niet naar levenden worden vernoemd. Mevrouw Bontje, zo las ik in de Haagsche Courant, heeft de gemeente Den Haag gevraagd om een straat te vernoemen naar de 'Soldaat van Oranje', Erik Hazelhoff Roelfzema. Misschien in de omgeving van de Waalsdorperweg, richting Wassenaar, want daar woonde Erik. Twee jaar geleden stond ik in die buurt in de rij bij een boekwinkel. Buiten, want er was een enorme massa mensen afgekomen op onze beroemde oorlogsheld die speciaal vanuit Hawaï was overgevlogen om in zijn oude buurt zijn net uitgekomen memoires te signeren.

Een oude mevrouw liet haar hondje uit. Ze botste bijna tegen de rij wachtenden en toen ze hoorde waarom we daar stonden, zei ze spontaan: 'Ach ja, Erik hé.' Meer zei ze niet. Alsof ze wilde zeggen dat het vanzelfsprekend is dat van heinde en verre mensen waren toegestroomd. En ook alsof Erik, die ze nog van voor de Tweede Wereldoorlog kende, nooit was weggeweest uit de buurt.

De gemeente Den Haag heeft 'nee' gezegd tegen het verzoek van mevrouw Bontje. Je moet minimaal tien jaar dood zijn om een straat naar je vernoemd te krijgen. Een enkele uitzondering daargelaten. Welnu, ik vind dat de gemeente Den Haag die uitzondering in dit geval best mag maken. Als Engelandvaarder en als piloot die met zijn toestel vanuit Engeland vooruit vloog om doelen in Duitsland met lichtkogels te markeren had Erik al duizend keer dood kunnen zijn. Ik zeg Erik. Ik heb de eer gehad hem persoonlijk te ontmoeten en had een tijdje geleden nog e-mail contact met hem. Hij is 85 jaar maar in wezen een jonge vent. Een echte vrijheidsstrijder. Een absoluut rolmodel voor de jeugd. Als ik in Scheveningen ben, en met name 's zomers als het feest is op het strand, moet ik altijd denken hoe Erik vlakbij de pier in het holst van de nacht met bonzend hart door de branding trok om namens Londen contact te leggen met het Nederlandse verzet.

Ik wil, hopelijk ook namens zoveel mogelijk luisteraars, een nieuw voorstel doen aan de gemeente Den Haag. Op het strand heb je geen straatnamen. Maar ik zou het een zeer gepast eerbetoon vinden om bij leven een stuk van het Scheveningse strand voortaan het 'Soldaat van Oranjestrand' te noemen. Een monument voor alle Engelandvaarders aldaar zou ook zeer op zijn plaats zijn. Vrijheid is niet vanzelfsprekend. Vooral ook jongeren zou je daar iedere dag op moeten attenderen. Ik hoop dat u me wil steunen. Het Soldaat van Oranjestrand moet er komen!

Terug

 

De majesteit spreekt Jan Peter

Ik ben zo benieuwd hoe dat gesprek gisteren tussen Balkenende en de koningin is verlopen.

Ik denk, de majesteit kennende, dat zij tegen hem gezegd heeft: 'Zeg JP, voordat we over politiek gaan praten, moet me eerst iets van het hart. Is het echt waar dat jullie tijdens de uitvaartdienst van mijn man achter mijn rug over politiek hebben gepraat? Is het waar dat tegen de avond van diezelfde dag jullie als ministers hebben vergaderd over de actuele politieke zaken? Over zoiets aards als twee puberachtige volwassenen die niet met elkaar door één deur kunnen. Het land was in rouw Jan Peter, oprechte rouw.' 'Ja, majesteit. Maar het moest. Het landsbelang. Het moest.' 'Houd je mond dicht Jan Peter. Het landsbelang. Hou toch op. Had die ruzie niet één of twee dagen later besproken kunnen worden? Uit respect voor mijn man. Respect, Jan Peter, dat woord ken jij toch zo goed. En dan nog iets. Het zijn ernstige tijden Jan Peter. Het internationale terrorisme rukt op. Aanslagen aan de lopende band, op de Filippijnen, in Koeweit, op Bali.' 'Majesteit, die landen liggen heel ver weg.' 'Stil, Jan Peter, ik ben aan het woord. Nederland is een open, kwetsbare maatschappij. Rotterdam, de 'mainport to Europe' is een van de grootste containerhavens ter wereld. We hebben chemische installaties, een groot internationaal vliegveld. Er is een internationale strijd tegen het terrorisme gaande. De Nederlandse regering moet daar over mee praten. Maar na een, eventueel moeizame, nieuwe kabinetsformatie, kan het maanden duren voordat er een nieuwe regering zit die belangrijke beslissingen kan nemen. Nederland is het lachertje van de wereld. Het koninkrijk is op een bedenkelijke manier afgeleden Jan Peter. En dan die omgangsvormen: politici spreken elkaar in vreemde bewoordingen toe: tuig van de richel, gajes, schorem. Wat betekenen die woorden Jan Peter? Ik ken ze niet. Kom op. Voor de dag ermee Jan Peter. Wat betekenen ze?' 'Ik durf niet majesteit'. 'Je moet'. 'Majesteit, het zijn hele erge woorden. Het betekent eigenlijk dat mensen geen normen en waarden kennen.' 'En daar ga jij mee om? Ik had van jou toch wel wat meer niveau verwacht. Foei Jan Peter. Scheer je weg. Verdwijn uit m'n ogen. Je gaat met de verkeerde mensen om. Mij is zelfs ter ore gekomen dat je met meneer Heinsbroek in zijn sportferrari hebt gezeten. Als gewone mensen, zoals mijn lakeien, een paar kilometer te hard rijden krijgen zij een verkeersbon. Als minister-president moet je je niet met wegpiraten associëren.' 'Majesteit mag ik nog wat zeggen'. 'Vooruit dan maar Jan Peter'. 'Ik bied mijn nederige excuses aan. Ik beloof u een nieuwe, fatsoenlijke regering. Ik zal het normen- en waardenonderwerp tot speerpunt maken van de nieuwe verkiezingscampagne. Met ook extra veel aandacht voor het immigrantenissue wordt het CDA veruit de grootste partij en word ik zeker de nieuwe minister-president. En majesteit morgenmiddag zal ik de Nieuwe Kerk bezoeken en bij de prinselijke grafkelder mijn excuses maken uit naam van alle betrokken politici. 'Jan Peter, daar ben ik blij om. Maar juist ter nagedachtenis van mijn man wil ik toch vragen om ook meer te doen aan het armoedevraagstuk in de wereld. Je hebt gehoord wat Huub Oosterhuis daarover in de kerk te zeggen had. Of niets soms Jan Peter. 'Nee, majesteit. Ik eh zat niet te luisteren. Was met andere dingen bezig.' Jan Peter, het is nu maar beter dat je gaat.'

Terug

 

Afscheid van de prins

Bij paleis Noordeinde zag ik jong en oud, blank en zwart, ook hindoe en moslim. Is dat niet de essentie van het moderne koningshuis? Niet alleen de koninklijke symboliek maar vooral ook een persoonlijk leven kan een volk samenbinden. De ‘prins van het volk’ wist links en rechts te verenigen. Den Haag, stad van lege paleizen, was de afgelopen week vervuld van weemoed. Je kon het zelfs voelen in de stad.

Nee, de prins was geen superstar. Er was geen massahysterie zoals we wel vaker zien in onze beroemdhedencultuur. Het rouwbetoon was ingetogen, vol respect. Honderdduizenden mensen hebben in het paleis of via het internet persoonlijk afscheid genomen van de sobere prins.

De serene rust van de afgelopen week werd alleen verstoord door de aanslag die de dichter des Vaderlands, Gerrit Komrij, nota bene via het NOS-journaal op ons volk mocht plegen. Als een moderne Balthazar Geraerds! Hij sprak van een volk waarvan het rouwbeklag niet valt te vertrouwen omdat wij collectief prins Claus bij zijn komst naar Nederland niet meteen met open armen ontvingen. Daarmee doet hij geen recht aan de sentimenten die leefden onder zovele Nederlanders nog zo kort na de Tweede Wereldoorlog. Hoe moest dat bijvoorbeeld bij de dodenherdenking met een Duitse prins, dachten velen toen.

In een mum van tijd heeft prins Claus de sympathie en de harten van zo velen veroverd. De afgelopen week was in mijn beleving absoluut sprake van oprecht rouwbeklag in brede kring.

Op een dag als vandaag komen gebeurtenissen uit het verleden heel dichtbij. Voor veel oudere Nederlanders is de begrafenis van koningin Wilhelmina als de dag van gisteren. Ook zij was een samenbindende vorstin, met name natuurlijk door de Tweede Wereldoorlog.

In 1962 moest de grote omwenteling van de jaren zestig nog komen. We leefden nog opgesloten in onze zuilen, een beetje in de spruitjeslucht. Veel was overzichtelijk. Op de Dag des Heeren fietsten vooral grijze heren in het zwart door de ochtendnevel. Regenteske politici regeerden ons land. Maar de wederopbouw was voltooid en opeens was er een beetje geld. De zaterdagavond met versnaperingen burgerde geleidelijk in. Plotseling, in één jaar tijd, kregen honderdduizenden een televisietoestel. Ik herinner me dat ik als kind diep onder de indruk was van de stoet en een beetje bang voor die witte paarden. Mijn eerste televisieheld Ivanhoe reed op een van die schimmels heb ik lange tijd gedacht. Ach ja, de wereld was toen nog zo kleinschalig. Je dacht dat alles met elkaar te maken had.

Nu weet ik dat het toen in de wereld spannende tijden waren. De Cuba-crisis van Kennedy en Chroetsjov bracht ons aan de rand van de afgrond. In 2002 met terroristische aanslagen en oorlogsdreigingen beheersen weer spanningen de internationale politiek. Het armoedevraagstuk is alleen maar groter geworden. En in eigen land is er getuige de recente verkiezingsuitslag veel onvrede. Prins Claus was natuurlijk geen politicus maar wel iemand die opkwam voor oprechte solidariteit en menselijke waardigheid. Hij relativeerde en straalde warmte uit. We zullen hem juist ook in deze tijd extra missen.

In onze 2002-maatschappij gaat alles hard en snel. Maar vandaag trok de stoet van prins traag Delft binnen. Zonder auto’s, zoals vroeger. Rust en stilte domineerden. Op een dag als vandaag kijk ik naar Delft als een groot schilderij van Vermeer. Boven de stad zie ik grijze Hollandse luchten. Ik kijk met weemoed want vandaag is in die aloude Oranjestad een echt medemens, een geliefde landgenoot begraven.

Terug

 

EUROPA COLUMN

 Ik was nou een echt Hollands kind. Thuis aten we boerenkool, keken naar Hollandse series als Swiebertje en gingen op vakantie naar de Veluwe. Of helemaal naar Zuid-Limburg waar wij als kinderen ‘ren je rot’ deden om het Vaalser drielandenpunt zodat we onze tantes bij thuiskomst apetrots konden mededelen dat we op 1 dag 33 keer in België en Duitsland waren geweest. Wisten zij veel.

Het echte buitenland was ver weg. Nooit zal ik vergeten dat ik als jongetje van zeven vertrok vanaf het Haagse Staatspoor met de Bergland Express. Naar de andere kant van de wereld: de Bloemenriviera, Italie. We stapten uit de trein in Santa Margharita Ligure. Alleen die naam al, wel effe wat anders dan het kale Katwijk of Kijkduin. Palmbomen, witte zandstranden en de groenblauwe Meditarennee.

Die Italianen aten geen aardappels maar rare witte draden en grote platte koeken. Je kon ze niet verstaan. Eigenlijk begreep je niets van die mensen.

Nu weet ik dat nog maar kort voor onze droomvakantie la Bella Italia in de ban was geweest van het fascisme. Dat zich in ons werelddeel misschien wel de grootste ramp uit de geschiedenis had voltrokken met zo’n honderd miljoen slachtoffers.

Vandaag, in 2005, voel ik me eigenlijk niet meer zozeer een Nederlander. Ik ben een trotse Hagenaar. Ik ben dol op Delft, op Leiden. Schipluiden vind ik prachtig. Maar ik krijg echt geen speciaal gevoel bij Oost Groningen of Zeeuws Vlaanderen. Sorry hoor. Eerlijk gezegd heb ik dan meer met Santa Margaritha Ligure.

Weet u, we zijn eigenlijk zulke echte Europeanen geworden dat het inmiddels in ons bloed zit. Het is zo gewoon dat je je er niet meer druk over maakt. Onze kinderen studeren in Florence of doen Europese studies aan de Haagse Hogeschool. Even gas geven en je zit in Parijs, Brussel of Berlijn.

Geweldig. Eigenlijk is het een mirakel dat landen die elkaar in de recente geschiedenis letterlijk wilden vernietigen nu zo samensmelten. Fantastisch, zeker nu ik weet dat het Europees parlement echt meer te vertellen krijgt en landen over belangrijke zaken hun vetorecht behouden.

De wereldpolitiek in de eenentwintigste eeuw wordt bepaald door grote machtsblokken. Amerika, China. Een eendrachtig, democratisch Europa samengebonden door 1 grondwet kan een krachtig vredelievend geluid laten horen. Ik vind het een prestatie dat 25 landen zo’n politiek compromis hebben kunnen bereiken.

Als we ‘nee’ stemmen, is dat niet in het belang van onze regio. Ambassadestad Den Haag is een echte Europese stad met internationale organisaties als Europol die de strijd aan gaan tegen het internationale terrorisme. Het Westland is de tuin van Europa. Ook onze lokale economie is een open economie die gebaat is bij meer stabiliteit in Europa.

Deze grondwet is als een huwelijksboekje. U mag kiezen. Maar ik vind: Als je zo lang met elkaar verloofd bent geweest, moet je ook een keertje ja durven zeggen.

Terug