
| Op de thee in Washington | 17-04-2010 |
| Haal nu de banden met Obama aan | 07-03-2009 |
| Obama's nieuwe realisme in het Midden Oosten | 12-01-2009 |
| Impressies van Obama's overwinningsfeest in Chicago op de verkiezingsdag 4 november 2008 | 04-11-2008 |
Impressies van Obama’s overwinningsfeest in Chicago op de verkiezingsdag 4 november
Eerst nog de sfeer van een popconcert. Keiharde muziek en veel, heel veel jongeren in spijkerbroek en t-shirt. Maar wie goed keek, zag ook tussen de honderdduizenden die in Grant Park waren samen-gestroomd oudere zwarte Amerikanen die zich deftig hadden aangekleed alsof zij naar het huwelijk van hun kind gingen. Alsof het de belangrijkste dag van hun leven was.
Die mensen waren stil, zich bewust van het grote moment dat zou komen. Nog geen vijftig jaar geleden hadden ze in het zuiden van Amerika door een aparte ingang zo’n park moeten betreden. Hadden ze in de bus ernaartoe moeten opstaan voor een blanke. En hadden ze in ieder geval niet vooraan mogen staan.
Staat voor staat kwamen de uitslagen binnen. Ieder uur weer een paar. De grens van 270 kiesmannen kwam steeds dichterbij maar het leek allemaal zo lang te duren.
'270 is de nieuwe mountaintop waar ooit dominee King van droomde', zei een zwarte commentator. Eerst zien en dan geloven, zag je met name veel zwarte mensen en jongeren, die meestentijds alleen Bush in hun politiek bewuste leven als president hadden meegemaakt, denken. En toen kwam het grote moment. Vanaf het levensgrote CNN-scherm schalmde over het hele park de boodschap dat er nu 'potentieel groot nieuws' zal worden aangekondigd. 'De 47-jarige senator Barack Obama is gekozen tot de 44ste Amerikaanse president.'
Alsof er op een knopje werd gedrukt. De grond trilde. Mensen sprongen in de lucht en vielen elkaar in de armen. Ik keek om heen en in plaats van een feest was het vooral één groot tranendal en dat hield minuten aan. Een zwarte mevrouw voor mij zei zachtjes tegen haar man: ' Nu kan ik eindelijk ook het volkslied zingen.' Tussen haar tranen door vertelde zij 'nooit gedacht te hebben had dat deze dag ooit zou komen.' Voor mij stonden al uren drie knappe, zwarte veertigers. Stevig gespierde basketballers leken het. Gekleed in dure kostuums en een er had een prachtige leren jas. Ze stonden al die tijd kaarsrecht als pilaren. Ze bewogen nauwelijks en spraken weinig met elkaar. Ik liep wat naar voren, keek hen aan en de tranen biggelden over hun wangen. Ze spraken nog steeds niet.
Het duurde nog even en toen kwam Barack Obama op als een nieuwe John F. Kennedy. Was hij tijdens de debatten presidentieel, nu stond daar een staatsman. Ook hij was ontroerd, besefte het historische moment en de uitdagingen waar hij en het land voor staan. Zijn toon was gevoelig en soms ook ernstig. Hij sprak als een arts-dominee een helende rede uit.
Amerika is behoorlijk ziek en er hangt wel iets van somberheid over het land waar anders het optimisme zo domineert. Obama is de juiste man op het juiste moment. Als een Franklin Roosevelt blaast Obama weer lucht in de Amerikaanse maatschappij. Hij is zelfverzekerd en zegt dat zijn uitverkiezing het bewijs er van is dat alles mogelijk is.
Maar het was ook een nederige speech want hij gaf de overwinning gelijk terug aan de mensen. 'Niet ik maar jullie hebben gewonnen. Change has come to America'. 'Yes we did' riepen mensen. Hier stond niet in een leider van een partij maar een aanvoerder van een beweging die ook meteen aangaf 'de stem van de mensen te horen die niet op mij gestemd hebben. Ik zal ook jullie president zijn.'
Dit is Obama op z'n best. Hij stijgt boven het traditionele links-rechts schema uit. Als president zal hij het conservatieve Amerika weer terug brengen naar het centrum. Vanuit die positie kun je bruggen slaan met Democraten én Republikeinen. Hij is progressief als het gaat om waarden-issues als abortus en homo-rechten. Met zijn plannen voor belastingenverlagingen richt hij zich vooral op de middenklasse. Op mensen die minder verdienen dan 200.000 dollar per jaar. Wat betreft defensie kan hij een hardliner zijn. Hij wil in een gevaarlijke wereld het defensiebudget verhogen en beloofde tijdens zijn speech Al Qaeda te zullen verslaan.
Met zijn uitverkiezing herstelt Obama de geloofwaardigheid van Amerika. Er zullen veranderingen komen in Washington, Amerika en Obama beloofde zelfs in de hele wereld. Amerika wordt weer een echte leider. Martelingen zoals in de Abu Graibh-gevangenis zullen worden verboden.
Wij zagen dit jaar een gepijnigd Amerikaans electoraat. Dat heeft alles te maken met de oorlogen en de financiële crisis van het moment maar zeker ook met het verlangen om weer de hoge Amerikaanse idealen te kunnen uitdragen. Veel Amerikanen hebben zich de afgelopen jaar geschaamd voor hun land.
Amerika is terug van weggeweest. ' Alles is mogelijk in Amerika' zegt Obama en hij is er zelf het bewijs van. Na afloop van de speech dansten en zongen de mensen massaal op Michigan Avenue, het Broadway van Chicago. Ik zag een groot spandoek met de woorden: 'Happy Days Are Here Again.' Die tekst past niet bij de huidige tijd. Maar gisteravond waren die woorden op z'n plaats. De mensen waren dronken van geluk. Morgen, misschien overmorgen, ontwaken zij uit hun roes en zijn zij zich bewust zijn van de nieuwe, grote uitdagingen. Maar het geloof in eigen kunnen is plotsklaps weer hersteld. ' Yes, we can' is toch meer dan een campagneslogan.
Obama’s nieuwe realisme in het Midden Oosten
Amerika’s nieuwe president heeft zich in de campagne gepresenteerd als op en top pragmaticus die wars is van vastgeroeste doctrines. Keer op keer heeft Obama gezegd louter naar werkbare oplossingen te willen zoeken.
Hij laat zich inspireren door het relativerende Christelijk realisme van de Duits-Amerikaanse filosoof Reinhold Niebuhr. Obama gelooft niet in de uniciteit en het waanbeeld van een bepaalde ideologie. Hij denkt transnationaal, beschouwt de wereld als een ‘global village’ en appelleert aan de verantwoordelijkheid van iedere wereldburger.
Dat impliceert dat wij zeker ook voor wat betreft het Midden Oosten een meer genuanceerde politiek mogen verwachten. De patstelling tussen Washington en Teheran wil Obama doorbreken door, om te beginnen op relatief laag niveau, diplomatieke onderhandelingen aan te vangen. Diverse Europese leiders hebben al aangegeven akkoord te gaan met verscherpte sancties tegen Iran maar dan moeten wel eerst onderhandelingen plaats hebben gevonden. Iran kan binnen afzienbare tijd over kernwapens beschikken, dus spoed is geboden.
Onze wereld kenmerkt zich in toenemende mate door interdepedentie. Een gelijktijdige aanpak van brandende kwesties kan nieuwe diplomatieke openingen bieden en wederzijds vertrouwen wekken. Zonder een oplossing van het Palestijns-Israëlisch conflict kan geen echt nieuw momentum in het Midden Oosten worden gecreëerd.
De presidenten Clinton en Bush II spraken voortdurend over een unieke relatie met Israël. Clinton sprak zelfs van een ‘wonderbaarlijke, spirituele band’. Obama heeft zijn onvoorwaardelijke steun voor de staat Israël uitgesproken maar stond in de staat Illinois ook bekend als ambassadeur van de Palestijnse zaak. Keer op keer heeft Obama gezegd dat het een ‘morele plicht’ is om voor het Palestijnse volk op te komen. Ook was hij voorstander van een dialoog met gematigde Hamasleden.
Obama verliest alle geloofwaardigheid wanneer hij zich aan dit verleden onttrekt. Juist Obama is als vriend van Israël en het Palestijnse volk bij uitstek geschikt gemeenschappelijke grond in kaart te brengen op basis waarvan consensus kan groeien.
Op zich begrijpelijk dat Israëlische politici die baat hebben bij een havikachtige opstelling dan ook niet Obama’s nieuwe Midden-Oostenpolitiek wensten af te wachten. Met de Gaza-interventie verschaffen zij zichzelf de benodigde tijd om unilateraal te handelen en ook nog met de zegening van het Washington van Bush.
Een van Obama’s topprioriteiten op buitenlands terrein zal zijn het geschonden imago van de Verenigde Staten op te poetsen. Dat betekent een terugkeer naar een meer traditionele Midden-Oosten politiek waarbij Washington een ‘eerlijk makelaar’ is. Tot en met de eerste president Bush had Washington een scherp oog voor de brede Amerikaanse economische en veiligheidsbelangen in het Midden Oosten. Eisenhower veroordeelde in de jaren vijftig het militaire geweld van Israël’s bongenoten Frankrijk en Groot-Brittannië bij de Suez-crisis scherp als zijnde neo-koloniaal. Hij dreigde zelfs met economische sancties. Onder Nixon voerde Kissinger zijn pendeldiplomatie uit teneinde ook in het Midden Oosten een ‘balance of power’ te realiseren. De eerste president Bush oefende tijdens de eerste Golfoorlog met succes druk op Israël uit om af te zien van het gebruik van militair geweld tegen de dreiging van binnenvliegende Scudraketten.
Onderhandelingen over de Palestijns-Israëlische kwestie in de meer recente geschiedenis die resulteerden in een evenwichtige routekaart voor de vrede werden uiteindelijk ook ondermijnd door een eenzijdige Amerikaanse politiek die a-priori uitging van het gelijk van Israël. Bush verklaarde kortweg dat in de nieuwe wereld na ‘11 september’ Israël in de regio de enige, echte betrouwbare hoeksteen van het anti-terrorisme is.
Obama zal meer oog hebben voor de nuances en de ‘soft power’ van de Verenigde Staten. Dat betekent concreet dat Obama op korte termijn, en in tegenstelling tot Bush, wel een speciale gezant zal sturen naar het Midden Oosten. In samenwerking met onder meer de EU zal hij proberen het vertraagde proces van de routekaart vlot te trekken.
Het geweld in Gaza en de te verwachten aanslagen in Israël zijn voor de gematigden aan beide kanten van het conflict het zoveelste bewijs dat een diplomatieke doorbraak niet lang op zich mag laten wachten.
De Amerikaanse president heeft in zijn wittebroodsweken de wind in de zeilen. Zeker ook buiten Amerika heeft hij veel krediet opgebouwd. Ik verwacht dat Obama niet de fout zal maken zich uitsluitend op de economische problemen te storten. Bij niet diplomatiek interveniëren zal zijn goodwill, en daaraan gerelateerd gezag, als sneeuw voor de zon verdwijnen. Hij moet nu handelen en zijn ‘Yes we can’ mentaliteit projecteren op politici die de spreekbuis zijn van miljoenen mensen die in veiligheid en vrede willen leven.
Haal nu de banden met Obama aan
In iedere buitenlandtoespraak schetst president Obama ons een wereld die in snel tempo gevaarlijker wordt. Hij wijst daarbij vooral op nucleaire proliferatie en het internationale terrorisme. Die samenhang is interessant omdat terroristen steeds makkelijker aan massavernietigingswapens kunnen komen. Met name in de Verenigde Staten en de Russische Federatie zijn tienduizenden kernwapens opgeslagen als relikwieën van de Koude Oorlog.
De van oorsprong Nederlandse veiligheidsdeskundige Ivo Daalder, die de Washington Post tipt als VS-ambassadeur bij de Navo, schreef recent in Foreign Affairs over 'het geluk' dat we hebben gehad omdat er nog geen 'nachtmerrie op wereldschaal' heeft plaats gevonden. 'De strijd tegen nucleaire proliferatie en terrorisme moet de hoogste prioriteit van Washington zijn.' Daalder doet een uitdrukkelijk beroep op zoveel mogelijk bondgenoten. Er moet nieuwe internationale regelgeving komen op basis waarvan een aanzienlijke vermindering van massavernietigingswapens wordt bereikt. Daarnaast moet een strenger inspectieregime worden opgezet.
Obama schreef in december 2005 al in de Washington Post: 'Steeds meer landen ontwikkelen kernwapens en de bewaking van opslagplaatsen in voormalige Sovjetstaten laat te wensen over.' Ook de vele rondslingerende conventionele wapens uit de Koude-oorlogstijd, zoals luchtdoelraketten, vormen een belangrijk veiligheidsrisico voor Amerika en democratieën elders, aldus Obama en zijn Republikeinse mede-auteur Sam Nunn. Beide senatoren initieerden verdere non-proliferatiewetgeving die niet uitsluitend op het Amerikaanse belang gericht was.
Het nieuwe Washington valt op door een 'global approach' waarbij internationale instituten als het Internationaal Atoomagentschap in Wenen en de 'Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons' in Den Haag een belangrijke rol spelen. Obama spreekt nadrukkelijk van een nieuw op te zetten internationale infrastructuur die past bij ons post-Koude-oorlogstijdperk. Gespecialiseerde organisaties, zoals boven genoemd, die op wereldschaal opereren, passen daarin maar ook een hervormde Verenigde Naties en Navo. Beide 'oude' instituten kunnen sterk aan effectiviteit winnen wanneer democratische landen beter samen werken en landen als Japan, Australië, India en Brazilië nauw bij de Navo betrokken worden.
De Nederlandse regering doet er verstandig aan nauwe banden te onderhouden met deze regering-Obama. Als hoeders van het internationaal recht kunnen wij geloofwaardig en krachtig participeren in de dialoog met Washington. Daarbij past een eerste loyaal gebaar. Den Haag moet temidden van Europese verdeeldheid zo spoedig mogelijk bekend maken ook gevangenen van Guantanamo in principe (!) op te willen vangen. Zoals Spanje al bekend maakte. Na zo'n gebaar kunnen wij geloofwaardig Washington vragen inzage te krijgen in veiligheids- en juridische dossiers op basis waarvan in ieder geval duidelijk moet worden waarom de Verenigde Staten zelf niet alle Guantanamo-gevangen kunnen opnemen. Zo stellen wij een voorbeeld op basis van een zorgvuldig besluitvormingsproces. Nederland heeft overduidelijk een politieke en militaire verantwoordelijkheid in de internationale strijd tegen het terrorisme.
Daarnaast moet Nederland op korte termijn bekend maken het goede werk in Afghanistan te willen voortzetten. Afghanistan en de tribale Pakistaanse grensgebieden, zo anders dan Irak, vormen de bakermat van het internationale terrorisme. De opbouw naar een meer stabiel Afghanistan kost nog vele jaren. Het land moet vanaf de grond worden opgebouwd en juist Nederlandse militairen zijn er in geslaagd om honderden scholen en ziekenhuisposten te bouwen.
In Washington wordt uitdrukkelijk het belang onderkend van 'soft diplomacy' waaronder ook wederopbouwtaken vallen. De nieuwe Amerikaanse militaire tactiek en strategie zal uitdrukkelijk deze 'smart power'-aanpak incorporeren. Dat moet Den Haag tevreden stellen. Een recente peiling van ABC en BBC geeft aan dat slechts 4% van de Afghaanse bevolking een terugkeer naar het Taliban-tijdperk wil. Dat biedt ruime mogelijkheden om de harten van de mensen te veroveren wat een voedingsbodem voor ontluikend terrorisme wegneemt.
Natuurlijk, Afghanistan is een van de meest onherbergzame, gecompliceerde gebieden op aarde. Nog vele jaren zal hulp van buitenaf nodig zijn. Wij mogen constateren dat Nederlandse militairen onder moeilijke omstandigheden effectief werk verrichten.
Er is dan ook geen enkele reden om in 2010 hiermee te stoppen. Voortschrijdend inzicht leert dat de regering-Obama haar buitenlandbeleid, en dan met name met betrekking tot Irak en Afghanistan, aanzienlijk in positieve zin wijzigt. Alleen al het feit dat de brede regio van Israël, Syrië tot en met Iran in snel tempo betrokken wordt bij het diplomatieke traject stemt tot voorzichtig optimisme. Washington stuurt ook 30.000 extra soldaten naar Afghanistan en neemt in economisch moeilijke tijden z'n verantwoordelijkheid.
Een afhaken van Nederland zou onbegrijpelijk zijn en het vertrouwen tussen beide landen ernstig schaden. Het moment is aangebroken om op basis van onze eigen Nederlandse verantwoordelijkheid de nieuwe Amerikaanse regering te ondersteunen in de strijd tegen het internationaal terrorisme die onder Obama de eerste trekken vertoont van gespierd multilateralisme en intelligente 'soft diplomacy.'
Op de thee in Washington
Amerika vierde afgelopen donderdag nationale belastingdag. Reden voor de groeiende 'Tea Party' protestbeweging om het eenjarig bestaan te vieren. Amerikadeskundige Willem Post was erbij.
On the road again. Vanuit de zuidelijke stad Atlanta rijd ik naar Washington, waar ik 15 april moet zijn. Dat is de laatste dag dat Amerikanen hun belastingpapieren kunnen opsturen. Vlak bij het Witte Huis ligt de finish van de drie weken geleden vertrokken 'Tea Party'-expres: een bonte karavaan van bussen en volgauto's die zal neerstrijken in het hart van de hoofdstad. Oftewel de stad waar het grote kwaad zetelt. Dit is het politieke centrum dat geen voeling meer heeft met het Amerikaanse 'heartland', de mannen en vrouwen die Amerika groot hebben gemaakt. Moet je daar belasting aan betalen?
Nee dus, vindt een groeiend contingent kiezers: nog maar 15% van de burgers gelooft dat de natie zich in de goede richting ontwikkelt. In de populistische en polariserende politieke cultuur, die het land tegenwoordig zo kenmerkt, is het dominante beeld dat Washington wordt beheerst door politici, ambtenaren en lobbyisten die louter opkomen voor de grote belangen en de eigen overheid.
Deze boze burgerij was onder president Nixon nog de ontevreden 'silent majority'. Onder de rechtse populist Reagan marcheerden zij massaal de Republikeinse partij binnen. Maar hun zo geliefde Ronny werd opgevolgd door de gematigde Bush senior die zwaar had gezondigd door zijn belastingbelofte 'read my lips: no new tax' te verbreken.
De Texaanse zakenman en presidentskandidaat Ross Perot wist met zijn onafhankelijke 'grassroots'-beweging bij de presidentsverkiezingen in 1992 tegen deze Bush en Bill Clinton maar liefst 20 miljoen stemmen binnen te halen. Democratisch tegenstander Bill Clinton had het imago van een linkse oud-Vietnamdemonstrant. Om over zijn echtgenote - 'een linkse feeks!' - verder maar te zwijgen. Perot, de geestelijk vader van het huidige 'Tea Party'-fenomeen, stond pal voor 'good old America' met een beperkte overheid.
In 2010 is het electoraat bozer dan ooit. President Bush junior wekte al wantrouwen door de natie op te zadelen met een enorm begrotingstekort. Maar Obama breekt alle records. Zijn gezondheidsplannen moeten door toekomstige generaties worden betaald. Het valt de kleine man ook niet goed uit te leggen dat de grote banken met een unieke financiële reuze-interventie gered moesten worden van 'ons aller ondergang'. Tussen Main Street en Wall Street ligt een gat als van de Grand Canyon. Datzelfde geldt voor de kloof met het Witte Huis.
Iets buiten het centrum van Atlanta staat een reusachtig digitaal bord met de slogan: 'Stop Obama's socialism'. Betaald door de internetorganisatie 'BillboardsAgainstObama.com.' Zoals de nieuwe internettechnieken voor Obama's campagne een geschenk uit de hemel waren, geldt dat ook voor deze protestbeweging. Zo'n bord huren kost maar $ 2500 per maand en dat is alleen al met kleine internetgiften vanuit het hele land zo betaald. De organisatie vertrouwt erop dat binnenkort het hele land is bezaaid met anti-Obamaborden, vertellen media die massaal aandacht besteden aan dit nieuwe politieke snelwegfenomeen.
Op de nationale belastingdag in 2009 kwam de Tea Partybeweging voor het eerst echt aan de oppervlakte, inclusief een massale demonstratie in Washington. De beweging is een losse verzameling van protestclubjes, waaronder ludieke groepjes die waarschuwen voor een ophanden zijnde machtsovername door een VN-wereldregering die opereert vanuit geheime kamers in de kantoorkolos in Manhattan. Maar er is wel degelijk een verband binnen dit zo op het eerste gezicht chaotische allegaartje. Teaparty-aanhangers - genoemd naar het belastingverzet tegen het Britse gezag in 1773 - zijn voor een kleine overheid, individuele vrijheid en fiscale discipline, lees: zo min mogelijk belasting. 'Tea' staat ook voor 'Taxed enough already'. De beweging heeft geen bestuur, hoofdkantoor en nationaal programma. Maar in een jaar is organisatorisch veel veranderd. Professionals krijgen steeds meer de touwtjes in handen. Zij weten, anders dan de Ross Perot-groepering, hoe je de massa structureel moet mobiliseren met name via publiciteit.
Neem Sal Russo, een ouwe politieke rot uit Californië die al bijna een halve eeuw Republikeinse campagnes organiseert. Zijn 'Our Country Deserves Better'-organisatie heeft een bustour georganiseerd die langs 44 plaatsen trekt. Het reisschema van de bustour is gebaseerd op een zwarte lijst van Congresleden die voor dure wetgeving zijn en die voor de gezondheidszorg hebben gestemd. Op nummer 1 staat de Democratische Senaatsleider Harry Reid. Zijn woonplaats Searchlight in het droge Nevada was dan ook de eerste stop. Russo's slogan is 'Just vote them out'. Het dorpje met zevenhonderd inwoners werd door duizenden woedende actievoerders overspoeld.
In het tv-programma van Oprah Winfrey zorgde zij onlangs voor een kijkcijferrecord en overal trekt zij volle zalen: Sarah Palin. De Republikeinse oud-kandidate voor het vicepresidentschap is de 'darling' van de Tea Partygangers. In Searchlight verklaart de sterspreekster onder luid gejuich alvast dat Reid op staande voet is ontslagen. 'Wij sturen vandaag een boodschap naar Washington. In deze tijd van naderende Congresverkiezingen zeggen wij dat de tijd van "Big Government" en almaar ons geld uitgeven definitief voorbij is. Wegwezen!'
In talkshows wordt druk gediscussieerd over de invloed van Republikeinen als Palin op de beweging. Russo vindt het prima: 'Voordat we ons land weer terug krijgen, moeten we eerst een van de grote partijen achter ons krijgen. De afstand tot de Republikeinen is nu eenmaal de kortste.' Maar het gevaar van die associatie is, zo zegt menig inbeller, 'dat de Republikeinse partij zo rechts wordt dat het centrum van ons vervreemdt waardoor we de Democraten in de kaart spelen'.
Verwijzend naar het kortstondige succes van Ross Perot waarschuwt oud-vicepresident Dan Quayle dat de Tea Partybeweging zich ver moet houden van de politiek. Perot wilde in 1992 per se meedoen met de presidentsverkiezingen, maar als 'Reform Party' raakte zijn beweging binnen de kaders van de officiële politiek gemarginaliseerd. Perot haalde 19% terwijl een meerderheid van die kiezers anders Republikeins had gestemd. 'Dankzij hem konden wij Clinton en Gore niet tegenhouden', aldus Quayle in The Washington Post. Quayle denkt dat bij de Congresverkiezingen in november veel Republikeinse kandidaten in een tweegevecht licht de overhand hebben boven de Democratische tegenstander, maar Tea Party-kandidaten kunnen roet in het eten gooien.
Quayle heeft gelijk dat de meeste Tea Party-aanhangers Republikeinen zijn maar het gemiddelde van diverse opiniepeilingen geeft aan dat zo'n 40% zich rekent tot de Onafhankelijken en de Democraten. Bovendien zegt iets meer dan de helft van alle Amerikanen meer waardering te hebben voor de Tea Partybeweging dan voor het Congres.
Niet onderschatten dus. Er is beslist iets fundamenteels gaande in Amerika. Vanuit mijn autoraam zie ik het al. Op de grens van Georgia en Tennessee verlaat ik de snelweg. Het lijkt wel alsof op dit verwaarloosde platteland een tornado heeft plaats gevonden. Wat een ravage. Verrotte houten huizen. Verpaupering alom. Slecht geklede mensen. Auto's uit het jaar nul. Veel autowrakken ook. Wonen hier de slachtoffers van de globalisering? Traditionele arbeid in de nabijgelegen oude glasfabriek wordt nu gedaan in Azië. De huizenprijzen zijn hier met zeker 40% gekelderd.
In het dorpje Adairsville bezoek ik de plaatselijke herberg. Nog wel een mooie veranda maar veel is vergane glorie. De waardin en de paar gasten zijn allemaal anti-Obama. Een van hen merkt op $ 550 per maand aan ziekteverzekering te betalen, met een eigen risico van $ 2500, maar toch Obama's hervormingsplannen niet te kunnen steunen. 'Wij zijn hier gewend onze eigen broek op te houden. Wij vertrouwen politici niet. Laat ons minder belasting betalen!'
Het illustreert hoe slecht Amerikaanse burgers zijn geïnformeerd. Obama verlaagde de inkomstenbelasting juist voor 95% van de Amerikanen. Forbes Magazine toetste de kennis onder Tea Partyaanhangers. Op de vraag wat het aandeel is van federale belastingen, inclusief sociale verzekeringspremies, in deel het bruto nationaal product, luidde het gemiddelde antwoord 42% terwijl het juiste antwoord 14,8% is.
Wat zich in de Verenigde Staten, en zeker ook op het platteland, wreekt is een combinatie van slecht onderwijs en sensatiebeluste media. In zijn gezondheidszorgcompromis haalde pragmaticus Obama de 'linkse' publieke optie er juist uit. Toch worden mensen zodanig gemanipuleerd dat ze geloven dat Obama een socialist is. Maar Obama is bij uitstek een man van het politieke midden.
Afgelopen donderdag bleek nog weer eens hoe diep de haat tegen Washington erin zit bij de demonstranten. Tegen de avond verzamelen tienduizenden mensen zich bij de reuzepilaar van het Washington Monument met zicht op het Witte Huis. Ik beland midden in een carnaval van ontevredenen. Iedere demonstrant lijkt, geheel in de stijl van het ongebreidelde individualisme, een persoonlijk statement te willen afgeven. Mensen zijn uitgedost in de meest bizarre outfits. Iemand houdt een bord omhoog met de beeltenis van Obama die met draculatanden de nek van het Vrijheidsbeeld leegzuigt. Comédienne Angela Jackson, bekend van menige radiotalkshow, doet een muis uit het Witte Huis na die bang is voor de grote kater ofwel communist Obama. 'Nu maar hopen dat Obama even de gordijnen opzijschuift. Hij gluurt vast naar ons.' De organisator van de Tea Party roept tot een juichende menigte: 'Na zijn inauguratie dacht hij van de echte Amerikanen af te zijn, maar ik heb een boodschap voor hem: We' re back!', waarop de menigte minutenlang deze kreet scandeert.
Die Obamahaat valt het meeste op. Deels komt dat door zijn on-Amerikaanse maatregelen, maar ook omdat het makkelijker is de onvrede op een enkele persoon te projecteren en niet op het even zo verafschuwde 435 leden tellende Congres. Een mevrouw naast mij legt uit: 'Dit land is ooit ontstaan vanuit het ideaal van zo veel mogelijk individuele vrijheid en een beperkte overheid. Obama heeft met zijn miljardensteun Wallstreet gered maar niet ons. Hij zadelt toekomstige generaties op met enorme schulden. Een foetus heeft nu al een enorme belastingschuld. Ik maak mij zorgen om mijn land. Een zesde deel van de economie is door die Obama in recordtijd verkwanseld.'
De politieke picknick op deze Mall, de heilige tuin van de Amerikaanse geschiedenis, ademt de geest van verbroedering van mensen die zich in het moderne Amerika onbegrepen voelen. De Tea Partygangers snakken naar een tijd die nooit heeft bestaan en waarin er harmonie zou zijn tussen burger en staat. In een democratie, zeker de Amerikaanse, was er echter altijd een fundamenteel wantrouwen tegen het gezag. De New York Times berekende deze week dat de Tea Partyaanhanger gemiddeld 58 jaar is. Twintigers en dertigers zie ik nauwelijks.
Een stoere mijnwerker uit Virginia beklimt het podium met de boodschap: 'Ik ben tegen dure en onzinnige milieuwetgeving. China en India doen niet mee. Het is nogal dom als wij ons allerlei beperkingen opleggen. Iedere ochtend ga ik om vier uur de mijn in om eerlijke arbeid te verrichten. Daar ben ik trots op. Koning Obama en koningin Pelosis: laat ons met rust!' Een ovatie volgt.
Tussen alle protestborden houdt een man een bord omhoog met de tekst: 'Listen to me', in feite de kernboodschap of misschien wel de noodkreet van de Tea Partybeweging. Maar welk Amerika vertegenwoordigen de demonstranten? Opeens duiken twee jongeren op met een bord waarop staat: ' I drink coffee'. Ze worden meteen omsingeld. Een felle discussie tussen de koffie- en theedrinkers volgt. Zo creëert de Tea Partybeweging een botsing tussen het oude en het nieuwe Amerika.