Columns

Algemeen Dagblad

Hollandse kijk op VS

Willem Post  heeft tot en met november, de dag waarop de Amerikanen naar de stembus gaan, wekelijks in de rubriek 'Holland-Amerika Lijn' zijn licht laten schijnen over het circus dat presidentsverkiezingen heet.
Post, auteur van vier boeken over de Amerikaanse maatschappij en politiek, zal dat doen met een Hollandse bril op, zoals hij zelf zegt. En met verbazing, want die heeft hij na twee decennia ervaring als 'Amerika-deskundige' nog volop. ”Het is soms wel verbijsterend om vast te stellen hoe weinig de mensen eigenlijk weten van Amerika. Vooral Nederlandse jongeren zijn nogal vooringenomen. We zien hier vaak de goede dingen van het land niet, zoals het sociale gedrag, waaraan wij soms een puntje kunnen zuigen. En vergeet niet dat de VS al een multiculturele samenleving was voordat wij hier met dat verschijnsel gingen worstelen.”

 

John who? 22-07-2004
Kerry versus Staphorst 28-07-2004
JFK en JFK 04-08-2004
Bush-ranch 11-08-2004
Held of landverrader 18-08-2004
Moddergevecht 25-08-2004
Terrorisme, stommeling! 01-09-2004
'Operatie' Clinton mislukt 08-09-2004
Jan Peter 'Bush' en 'Ashcroft' Donner 15-09-2004
Stoere cowboy 22-09-2004
Kerry sprakeloos 29-09-2004
De nieuwe John Edwards 06-10-2004
'Monsieur' Kerry 13-10-2004
Onderwijspresident 20-10-2004
Bananenrepubliek 27-10-2004
Ons Opperhoofd 04-11-2004
Vredesvorst Bush 11-10-2004

 

John who?

Daar stond ze. In de kou van New Hampshire, waar het dit jaar allemaal begon. Klappertandend en leunend tegen een lantaarnpaal. Met een spandoek: 'I wanna marry John Kerry'. Ik wil met John Kerry trouwen.
Een jonkievrijwilliger in de ban van haar idool.
Ze probeerde de aandacht van automobilisten te trekken. Dat lukte want iedereen toeterde. Ik leg uit waarom ik er ook was:
”Jullie president is ook een beetje onze president.”
Die avond stelde zij mij voor aan Kerry. Ik was een speciale gast temidden van zijn fanatiekste aanhangers. In een restaurant, in downtown Manchester. Van de schrik stelde ik een obligate vraag over zijn buitenlandse politiek. Hij antwoordde:
”Als ik president ben, zal ik meteen excuses aanbieden aan de internationale gemeenschap voor het eenzijdige optreden van Bush.”
Hij hield een korte toespraak. Vol vuur en zeer anti-Bush. ”Als u over oorlog wil praten, mister Bush, dan daag ik u uit.” En, bijna schreeuwend: ”Kom maar op, kom maar op, ik wéét wat vaderlandsliefde is.”
Het meisje en ik stonden bijna tegen Kerry aangedrukt. ”Hij is zo geweldig”, fluisterde ze in mijn oor. ”Als je goed kijkt, zie je iets van Clinton, Kennedy en zelfs Lincoln.” Ik knikte, want verdomd, ik zag het ook.
De afgelopen maanden heb ik veel aan de bewonderende woorden van het meisje gedacht. Inderdaad, Kerry is presidentieel, heeft statuur. En een verleden om trots op te zijn. Volgende week, op de Democratische Conventie in Boston, zal Kerry's 'Tour of Duty'-film keer op keer worden gedraaid. We zullen hem zien als commandant op zijn patrouilleboot in Vietnam.
Vanuit zee duikt hij de bruine wateren van de Mekong Delta in. Nog even draait de bootsman de loudspeakers open voor Kerry's lievelingsnummer Light My Fire van de Doors. Langzaam glijdt de Band of Brothers de Vietcong-jungle in. Aan weerszijden van de rivier groeien dichte mangroves.
Kerry's dagboek zal weer worden aangehaald: 'Bijna donker. Zestien Amerikaanse ogen kijken angstig om hun heen. Nog nooit was het zo stil'. En het verhaal zal opnieuw worden verteld: 'Opeens, dichtbij, hoort Kerry een zachte klik. Kerry rent het ondiepe water in. Volkomen ongedekt stormt hij op de Vietcongsoldaat af. Hij doodt de man die anders hen zou hebben gedood'.
Wat een verhaal. Indrukwekkend. Maar als je president wil worden, red je het daar niet mee. Kiezers willen duidelijkheid, een nieuwe visie. Bij Clinton ging het om de hervorming van de gezondheidszorg, bij Bush om belastingverlagingen. En bij Kerry? We weten het niet, zeggen veel Amerikanen. Tot nu toe ben je zo vaag, John. John who? We willen best met je trouwen John, maar we moeten wel weten waarom.

Terug

 

Kerry versus Staphorst
 

Lance Armstrong triomfeerde op de hoogste Alpentoppen. Maar John Kerry moet de Himalaya overwinnen. Het zegt niets dat Kerry in opiniepeilingen 5 procent voorstaat. Michael Dukakis stond in augustus 1988 maar liefst 17 procent voor op vader-Bush. Drie maanden later werd de Democraat verpletterend verslagen.
Dukakis werd neergesabeld als een linkse `liberal'. Een softe slapjanus. Tijdens zijn regeerperiode als gouverneur van `Taxachusetts' (grapje van pa-Bush) had de zwarte verkrachter Willie Horton op proefverlof een moord gepleegd. De Republikeinen maakten daar gretig gebruik van in een verkiezingsspotje waarin Willie via de draaideur naar buiten wandelde en in de armen van Dukakis viel.
Een vergelijking tussen Kerry en Dukakis dringt zich op. Kerry was jarenlang ondergouverneur van Dukakis. En evenals Dukakis komt Kerry uit Massachusetts. Wie in Boston of omgeving woont - zo luidt de Amerikaanse overtuiging sinds de conservatieve Reagan-jaren - zit geografisch zó dicht op West-Europa met zijn overheidsbemoeienis, dat hij daar de socialistische invloed wel van móet ondergaan.
Amerikanen zijn dol op statistieken, dus weten velen nu dat Kerry qua stemgedrag de meest linkse politicus is in de Senaat. En zijn charisma? Helaas, Kerry is een slow-motion spreker die zich net als Al Gore presenteert als intellectueel. Een aristocraat bovendien, en de rijkste politicus van het land.
In het Amerikaanse zuiden en westen is (de overwegend protestantse) religie veel belangrijker dan de politiek. De plattelanders moeten niets hebben van die katholieke draaikont Kerry. Geef hun maar Bush. Dat is een geweldige vent die doet wat hij zegt. De belastingen zijn verlaagd en Irak en de terroristen worden aangepakt.
Hier rijden mensen rond met bumperstickers `Kerry is Bin Laden's man, Bush is mine'. Wie op het platteland een kritische vraag stelt over Bush wordt aangekeken alsof hij niet goed bij zijn hoofd is: `Man, zie je dan niet dat ze de hele wereld willen vernietigen?'
Kerry moet laten zien dat hij niet zo links is. Dat hij de kampioen van de grote Amerikaanse middenklasse wil zijn. Dat hij de Bush-belastingverlaging voor vooral de allerrijksten juist aan die middenklasse wil teruggeven. Dat hij als president veel meer andere landen bij de wederopbouw van Irak en de oorlog tegen het terrorisme wil betrekken. Inderdaad, dit land is in oorlog. Oorlogspresident Franklin Roosevelt zei ooit: `Verwissel midden in de rivier nooit van paarden'. Laat Bush het karwei maar afmaken.
Kerry is de man van de Randstad en Bush van Staphorst. Maar het Amerikaanse Staphorst beslaat half Europa. Deze Bush-'gelovigen' zullen massaal naar de stembus trekken.
Kerry moet nog bergen werk verzetten.

Terug

 

JFK en JFK

Vergeleken met Amerikanen zijn wij pacifisten.
Als hun soldaten schieten, rapen wij de hulzen op.
Wij zijn het land van de blauwhelmen, de vredessoldaten en de politionele acties. Oorlog staat niet in ons woordenboek. Nee, dan die VS. Ontstaan uit een oorlog (Onafhankelijkheidsoorlog) en bijeen gehouden door de afloop van een oorlog (Burgeroorlog). Betrokken bij zovele oorlogen. Oorlogshelden schoppen het daar geregeld tot president.
Neem Amerika's meest avontuurlijke president, Teddy Roosevelt, die in 1898 persoonlijk meevocht in 'een kleine prachtige oorlog' tegen de Spaanse onderdrukkers op Cuba. Gehuld in elegant tenue, compleet met spectaculair hoofddeksel, vuurde hij zijn regiment Rough Riders aan. Als eerste bestormde hij, zonder dekking, een heuvel. Groot was de sensatie toen hij eigenhandig een soldaat mocht doden. Zelfs als zijn vrouw op sterven lag, zou hij zijn 'heilige plicht' voor het vaderland vervuld hebben.
Andere oorlogshelden zijn presidenten als George Washington, Dwight Eisenhower en John Kennedy, het grote voorbeeld van Amerika's nieuwe JFK. Als knaap zou John Forbes Kerry zijn idool op een zeiltochtje alleen maar aangegaapt hebben.
Kennedy had een ongelooflijk oorlogsverhaal. Net als Kerry later was hij commandant op een motorboot die door Japanners tot zinken werd gebracht. Zijn rugproblemen beletten hem niet zijn te water geraakte machinist op sleeptouw te nemen. Tussen zijn tanden klemde hij een riem, die hij aan diens reddingsvest had gebonden. In een zee vol haaien zochten zij beschutting op een koraalrif. Toen de duisternis inviel, besloot Kennedy alleen verder te zwemmen om hulp te halen. 'Bang? Ik had geen tijd voor angst'.
Kennedy's avonturen, en later ook die van Kerry in Vietnam, werden breed uitgemeten in de media. Toch betwijfel ik of 'JFK 2' in de huidige gepolariseerde maatschappij werkelijk kan uitgroeien tot een nieuwe oorlogsheld-president.
Vorige week stonden Kerry's vroegere makkers in Boston ontroerd om hem heen. Maar tegenwoordig is een verkiezingscampagne een militaire campagne. De Republikeinse 'vijand' is een tegenoffensief begonnen. Nu trommelen zij andere collega-veteranen op die niets van die nieuwe JFK moeten hebben. Kerry zou zijn verwondingen hebben overdreven of zelf hebben veroorzaakt. Waarom nam Kerry in Vietnam steeds een filmcamera mee en werden zelfs scènes overgespeeld totdat hij goed op het plaatje stond? Zou hem goed van pas komen in een latere politieke carrière. Een overambitieuze opportunist! Twijfel zaaien onder kiezers, daar gaat het om. Politiek is oorlog geworden. De Bush-Republikeinen kunnen goed oorlog voeren. De progressieve tegenstander uitschakelen is een heilige missie. Karaktermoord dus.

Terug

Bush-ranch

Voor conservatieve Amerikaanse Republikeinen is ons land een Sodom en Gomorra. Nederland? Tolerantieland! Rechten voor homo's, euthanasieartsen en criminelen. Overheidsbemoeienis en belastingdruk. Zij begrijpen ons niet, wij hen niet. Als wij mochten meestemmen, zou Kerry hier meer dan 80 en Bush minder dan 20 procent halen.
Ik wil die Republikeinen begrijpen. Ik zoek ze op.
Vanuit de Arizonawoestijn rijd ik de 'Rotsige Bergen' van Zuid-Colorado in.
Opeens een adembenemende wildernis. Steeds hogere bergen, bedekt met dennenbossen onder sneeuwtoppen, kleuren rood. Een snelstromende rivier in het dal. Hertjes springen over de eenzame weg. Een bordje: 'Berengebied'. Dit is God's holy nature. Tegen de avondschemering bereik ik mijn logeeradres, een ranch. Ik word allerhartelijkst ontvangen en alvast uitgenodigd voor het kampvuur. Voor alle gasten.
Een bijbelschool uit Texas arriveert. Buiten spreekt hun dominee een dankgebed uit. Tijdens het avondeten wordt weer gebeden. Voor het land, voor het zielenheil van president Bush. Aan de muur foto's van jonge cowboys uit de omgeving die in Irak vechten. Teksten als God bless.
Iedereen die ik spreek is een bewonderaar van Bush. ”Een groot man. Doet wat hij zegt. Voor niemand bang.” De bazin: ”Alleen al vanwege zijn anti-abortusstandpunt stem ik op hem.”
”En Irak dan?”, vraag ik een ander. ”Massavernietigingswapens zijn nooit gevonden.” De tegenwerping: ”Maar Irak kán ze hebben en alleen dat al rechtvaardigt ons ingrijpen.” Ik zie ze denken: Hoe kan iemand ook maar enigszins kritiek op Bush hebben? Eigenaardig.
Als velen van hen is George W. een 'wedergeboren, evangelisch Christen'. Na een zondig leven drinkt hij geen alcohol meer. Een toonbeeld van rechtschapenheid.
Tot mijn verdriet is de ranch ook alcoholvrij. Ik loop naar mijn blokhut. In de donkerte zie ik tongen van vuur.
Mensen zingen, doen openbaar belijdenis van hun zondes en zijn zielsgelukkig. Ik ga er niet heen.
Binnen ligt de bijbel opengeslagen. Ik zet het teeveetje aan. Eindelijk CNN of de BBCWorldservice. Helaas, slechts het ene 'familiekanaal' van dominee en oud-presidentskandidaat Pat Robertson. Pat zegt dat als mensen geld storten naar zijn evangelisatiecentrum, hun kanker genezen kan worden. En ook dat God hem persoonlijk verteld heeft dat Bush op 2 november Kerry zal wegvagen.
Als ik weer vertrek, heb ik nog één vraag voor de bazin. ”Nee, niet over Bush maar over Robertson.” Ik hoef niets meer te zeggen. Ze roept: ”Iedereen is dol op hem.” Ik krijg een dikke zoen.
Wat een hartelijke, blije, optimistische mensen. Maar zo naïef, zo onwetend.

Terug

 

Held of landverrader?

 

Michael Moore is een held. Michael Moore is een landverrader. Zo gepolariseerd is de VS nu. De Amerikaan vindt óf het één, óf het ander van de maker van de documentaire Fahrenheit 9/11, een frontale aanval op de regering van president Bush.

De Republikeinen, toch zenuwachtig geworden van het onverwacht grote succes van de film, hebben hun kanonnen in stelling gebracht voor de tegenaanval. In de voorste linies Rudy Giuliani, een held omdat hij als burgemeester van New York het brandende WTC-complex binnenging:

”Ik heb Moore niet nodig om te weten wat op die verschrikkelijke dag is gebeurd.” Giuliani vindt John Kerry een lakei van Moore omdat hij diens 'onzinnige' kritiek klakkeloos overneemt. Conservatieve media trekken nog feller van leer. Moore is de nieuwe Leni Riefenstahl, Hitlers propagandafilmster.

Moore is een terroristenvriend, want op verzoek van Hezbollah draait Fahrenheit 9/11 nu ook in Syrië: met zo'n anti-Amerikaanse film kunnen ze mooi nieuwe terroristen rekruteren. Moore is een salonsocialist: hij vraagt 40.000 dollar voor een lezing, zegt dat hij uit het straatarme stadje Flint komt, maar in werkelijkheid woont hij in een welvarende voorstad.

Moore is geen held en geen landverrader, maar zijn Fahrenheit 9/11 is een gemiste kans. Moore rukt veelvuldig heel korte citaten uit hun context. Weet precies wat Bush denkt. Plakt de engste beelden van hem aan elkaar. Moore suggereert dat meteen na 11 september 120 Saoedi's, onder wie Bin Ladens familieleden, zomaar Amerika konden verlaten, met steun van Bush. Niemand mocht vliegen. In werkelijkheid was het vliegverbod al opgeheven, had de FBI de passagiers uitgebreid gecontroleerd en kwam het verzoek van de Saoedische regering, die bang was voor represailles in de Verenigde Staten. Immers: 15 van de 19 kapers waren Saoedi's. Is allemaal keurig te checken in het 9/11-rapport van een Senaatscommissie, waarin Republikeinen én Democraten zitting hebben.

Zo haalt Moore zijn complottheorie zelf onderuit, net als Oliver Stone destijds deed met JFK, de complotfilm over de moord op president Kennedy. Stone introduceerde daarin zelfs nieuwe karakters om de kijkers te bedwelmen. Stone vond niettemin dat hij dichter bij de waarheid zat dan welke wetenschapper ook. Na het uitkomen van de film vroeg ik hem of hij ervan wist dat Lee Harvey Oswald, officieel nog altijd de moordenaar van JFK, destijds een mysterieus bezoek aan Rotterdam had gebracht. ”Ja, ja, dat zou wel eens de smoking gun in de hele zaak kunnen zijn”, antwoordde Stone toen. Bewijzen? Nee. Daar bleef het bij.

Fahrenheit 9/11 bedwelmt ook, maar als je bijkomt, besef je dat er niets wordt onthuld. Ik wist al lang dat er geen massavernietigingswapens zijn gevonden in Irak en dat oorlog slecht is. De miljoenen nog zwevende kiezers in Amerika zul je beter moeten overtuigen.

Terug

 

Moddergevecht

 

President Harry Truman kon zich in de campagne van 1948 per trein aan 40.000 personen per dag presenteren.

Dat was toen bijzonder. Nu kijken tientallen miljoenen mensen naar een politieke tv-commercial.

De televisie is het speelveld van de democratie geworden. Dat nodigt uit tot oppervlakkigheid en karakterimpressies.

Spotjes zijn duur. Vrienden van een kandidaat mogen onbeperkt geld inzamelen als ze maar niet openlijk hun kandidaat steunen.

Dus zien we nu Bush-spotjes waarin Vietnamveteranen zeggen dat Kerry destijds zijn oorlogsverwondingen heeft overdreven en een Vietnamees kind heeft doodgeschoten.

Kerry slaat terug. Over een van die veteranen zei Kerry onlangs: ”Een oorlogsmisdadiger. Als hij 's morgens opstond genoot hij van de geur van napalm.” En over het Bush-team zei Kerry laatst 'per ongeluk' voor een open microfoon:

”Schorem. Ik heb nog nooit zulke grote leugenaars meegemaakt.”

Keihard op de persoon spelen is een Amerikaanse traditie. De VS is een avontuurlijk land, gevormd door oorlogen. Militaire waarden als moed en kracht zijn belangrijker dan ingewikkelde politieke opvattingen. Neem de negentiende eeuwse president Andrew Jackson die in het ruige grensgebied rechter was geweest. Hing eigenhandig boeven op. Stond bekend om zijn woede-aanvallen. Leefde met een gescheiden vrouw. In de verkiezingscampagne werd hier handig op ingespeeld. Een campagneliedje luidde: 'Oh Andy! Oh Andy! How many men have you hanged in your life? How many weddings make a wife? Jackson werd afgeschilderd als een woeste cowboy die de Senaat zou binnenvallen met een pistool. Zelfs kleine doodskistjes werden uitgedeeld met de namen van tegenstanders erop.

In 2004 lijkt Kerry kwetsbaarder voor persoonlijke aanvallen dan Bush, die tijdens een bekering op zijn veertigste openlijk zijn zondig leven Holland-toegaf. Amerika Lijn De Republikeinen willen de strijd tegen het internationaal terrorisme tot inzet van de verkiezingen maken. Karakter en leiderschap zijn dan extra belangrijk. Kerry zal als onbetrouwbaar worden afgeschilderd. In zijn kast zitten heel wat lijken. Zo heeft Kerry zijn eigen Watergate-schandaal: zijn broer heeft ooit ingebroken in het campagnekantoor van een politieke tegenstander -precies de soort misdaad die president Nixon tijdens het echte Watergateschandaal de kop kostte. Kerry komt uit de linkse 'Volksrepubliek Massachusetts'. Hij stemde steevast voor belastingverhoging en wilde als een van de eersten vriendschappelijke betrekkingen met de communisten in Peking. En Kerry is een vriend van het softe, oude Europa. Hij is dol op Parijs, woonde in Berlijn en bezocht de Kyotomilieuvervolgconferentie in Den Haag. Maar Kerry zelf kan ook agressief campagne voeren. De campagne van 2004 zou wel eens 'de moeder van alle moddercampagnes' kunnen worden.

 Terug

 

'Terrorisme, stommeling!'

Straten met goud geplaveid. Geld als manna uit de hemel. Alle economische records werden gebroken. De Clinton-jaren lijken een eeuwigheid geleden. Zijn campagneslogan luidde: 'Het is de economie, stommeling!' Daar draait het om. Relatief onschuldige jaren. Ik heb nog meegemaakt hoe 'burger' Clinton joggend door de Washingtonse straten trok. Wie deze week Bush een handje mag schudden is uitgebreid betast, besnuffeld en doorgestraald.

Bush wordt in een ijzeren kooi New York binnengedragen. Gewikkeld in een reusachtige Amerikaanse vlag met op zijn voorhoofd het etiket '11 septemberpresident'. Anti-terrorisme, dat is het thema. Amerika is Amerika niet meer. Veiligheidswaarschuwingen en kleurencodes. To be or not to be. Waakzaamheid is het motto van deze tijd. New York is the place to be voor Bush. Vlakbij de conventiehal ligt Ground Zero, nog steeds een open wond in de ziel van de natie.

Ik was er een paar weken geleden. Natuurlijk, alles is keurig schoongeveegd en de metro rijdt weer, maar nog steeds is het een gapend gat. Gehavende gebouwen met grote zwarte doeken als teken van rouw. Talloze winkeltjes zijn nog gesloten.

Ik stond voor het plakkaat met namen van de slachtoffers. Mijn ogen speurden de lijst af. Net na '11 september' ontmoette ik ongeveer op deze plek de moeder van Judith Diaz. Judith werkte op de negentigste etage van WTC-toren 2. Misschien leefde ze nog. Moeder was zo wanhopig op zoek.

Ze liet een foto zien. Een knappe meid in trouwjapon. Een lief koppie. Haar man vertelde haar telefonisch dat ze niet door de rook naar het dak moest gaan. Judith had het over helikopters die haar konden bevrijden.

Moeder vertelde mij dat Holland-collega's haar Amerika Lijn nog achter zich hadden zien lopen. Zij had nog hoop.'Misschien ligt ze ergens in een ziekenhuis. Het was zo'n chaos.'

Of ik in Nederland ook een oproepje wilde doen. Natuurlijk deed ik dat, voor de radio, want ach.

Opeens heb ik de naam gevonden: Judith Diaz-Sierra. Ik werd er stil van en heb vaak aan haar moeten denken.

Morgenavond zal het verhaal verteld worden hoe Bush zijn presidentschap hervond in de puinhopen van Ground Zero, waar ook de resten van Judith lagen. 'De terroristen zullen nog van me horen', riep hij toen door de megafoon. Morgenavond zal de president weer door de megafoon roepen naar de terroristen. En die boodschap in dit tijdsbestek zal voor de meeste zo patriottische Amerikanen onweerstaanbaar zijn. Winnen van Bush kan bijna niet.

Terug

 

‘Operatie’ Clinton mislukt

 Op 2 november ben ik een rijk man. Ik zal worden bedolven onder dozen wijn, potten kaviaar en enveloppen met geld.

In weddenschappen koos ik steevast voor Bush. Anderen zeiden dat  Kerry wel moest winnen omdat de Irak-oorlog op valse gronden was begonnen en ontaard in chaos. Een goede vriend mailde alvast zijn favoriete champagnemerk.

Mis! Bush staat nu comfortabel 11% voor in de laatste opiniepeiling. Opeens durft niemand meer met mij te wedden.

Wat begrijpen Nederlanders weinig van het Amerikaanse politieke klimaat. Hier moet ene Wilders zijn partij verlaten omdat hij vrij wil spreken, in de de VS kan de Democratische senator Zell Miller rustig in zijn partij blijven terwijl hij op de Republikeinse Conventie in een lange speech gehakt maakte van Kerry. ‘Kerry heeft tegen alle wapensystemen gestemd waarmee wij oorlogen wonnen… Kerry luistert naar Parijs. Ik luister naar Bush.’ Even met de ogen knippen. Toch?

Hier vrede. Daar oorlog. Senator John McCain zei onlangs dat Amerikaanse soldaten nog wel tien, twintig jaar in Irak moeten blijven. Niemand sprak hem tegen. Afghanistan en Irak zijn slechts de eerste veldslagen in een oneindige antiterrorisme oorlog.

Bush gaf Kerry billenkoek door op te sommen dat Saddam Hoessein is gepakt, het Talibanbewind is vernietigd, Gadaffi heeft ingebonden en Musharraf een bondgenoot is geworden. En oh ja,  Bin Laden kan ieder moment worden opgepakt.

Maar zo simpel is het toch niet? Achter die feiten ligt immers een wereld vol problemen.

Zo simpel ligt het wel in een televisiedemocratie met matig opgeleide kijkers. Het gaat om impressies van kandidaten, niet om ingewikkelde politieke details. Welnu, Bush leidt, valt aan, is niet bang.

De collectieve geestesgesteldheid is daar zo anders. Hier heerst onverschilligheid, daar is waakzaamheid het motto. ‘11 september’ was echt een keerpunt. Amerika op eigen grondgebied vernederd. Angst regeert. Op de Republikeinse Conventie moesten bezoekers zelfs hun sinaasappeltjes inleveren want daar zou een handgranaat in kunnen zitten.

In zo’n gespannen klimaat kan een oorlogspresident gedijen. Bill Clinton regisseert nu vanaf zijn ziekbed steeds meer de Kerry-campagne. Kerry moet zich richten op de kwakkelende economie, de gezondheidszorg, zo orakelde hij zondagavond nog.

Maar Kerry zal zich dan vooral als vredespresident presenteren. Nee Bill, het is oorlog in Amerika. Knap maar rustig op en bereid je voor op de campagne van 2008 tussen Rudy Giuliani en Hillary Clinton. Wedden dat in ieder geval één van die twee meedoet?

 

Terug

 

Jan Peter ‘Bush’ en ‘Ashcroft’ Donner

Utrecht-Nijmegen in de treinspits. Tegenover mij zit een oosters uitziende mevrouw in ruime jurk. Ze loopt naar het toilet en laat haar tas staan. Het zweet breekt me uit. De noodrem? 1-1-2? 

Om mij heen zitten mensen te lezen. Een stelletje vrijt rustig verder.

In een Amerikaanse vervoermiddel zou onmiddellijk gereageerd zijn. Een tas onbeheerd laten staan is strict verboden. Kort geleden is opgeroepen tot extra waakzaamheid voor vrouwen die bommen dragen in plaats van een kindje. Bovendien, dit is geen Hollands kaasmeisje.

Daar actie, hier al zo lang onverschilligheid ten aanzien van het onzichtbare gevaar.

Op 11 september 2001 zei ik temidden van relativerende commentatoren dat nu sprake was van een keerpunt, van een veranderend wereldbeeld. Er is geen afstand meer tussen geweldpleger en slachtoffer. Het internationale terrorisme zit ons op de huid. Bijna letterlijk.

Bush en Ashcroft namen hun verantwoordelijkheid. De Patriotact werd door het Congres gejaagd. Journalisten stelden nauwelijks vragen over die ingewikkelde juridische materie. Voortaan kunnen op grond van vermoedens zonder toestemming huiszoekingen worden gehouden. Met de modernste technieken wordt in kaart gebracht wat een ‘vermoedelijke’ verdachte zocht in de bibliotheek, kocht in het warenhuis en wie hij belde in een islamitisch land en vooral wat werd gezegd.

Nat Hentoff schreef in ‘The Village Voice’ over een blanco cheque. ‘Welke rechter zal in een klimaat van angst opsporingsdiensten durven te belemmeren?’

En uitdager John Kerry durft geen kritische vragen te stellen over de Patriot Act uit angst onvaderlandslievend over te komen.

Het kabinet Balkenende heeft na de Europese ’11 maart’ ook snel z’n verantwoordelijkheid genomen. Op zich te waarderen.

In het schimmenspel van veiligheidsdiensten zijn scherpe grenzen niet te trekken. Maar over uitgangspunten en spelregels moet de komende weken volop worden gediscussieerd. Over een goede balans tussen privacy en burgerbescherming. Het zal de moeder van alle maatschappelijke debatten worden.

Van Amerika kunnen wij leren. Als in ‘the land of the free’ individuele vrijheid vlotjes kan worden beknot, dan kun je nagaan hoe snel in Nederland veel kan veranderen. Op een hellend vlak zullen terroristen zegevieren.

Natuurlijk, als de Maasvlakte brandt, ben ook ik bereid ver te gaan. Maar toch, metaaldetectoren voor de Euromast en de supermarkt, dat niet. En mijn tante in Marokko moet ik nog wel kunnen bellen. M’n tante? Ja, ze is licht dementerend en kan soms hele vreemde dingen zeggen. Ook over mij.

 

Terug

 

STOERE COWBOY 

 

De verkiezingscampagne is een loopgravenoorlog geworden met onophoudelijk vuur van beide kanten.

De Democraten hebben wel hele zware kanonnen ingezet. Bill Clinton heeft zijn vroegere voetsoldaten naar voren gestuurd. En kijk, daar heb je Al Gore en Edward Kennedy. De echte handgranaten worden gegooid door types als Michale Moore die Bush ronduit een leugenaar noemt.

Vorige week is daar schandaalschrijfster Kitty Kelley bijgekomen. In haar nieuwe boek schrijft zij dat de Bushfamilie de machtigste dynastie op aarde is, een politieke maffia met duizenden relaties. Een onzichtbare hand die alles stuurt. Zo kwam George W. destijds in de Nationale Garde niet opdagen bij de verplichte medisch test omdat hij drugs gebruikte. Geen nood want ‘plotseling’ verdwenen documenten . Voorkeursbehandeling? ‘Onzin’, zegt de toenmalige, verantwoordelijke officier die in 2002 door Bush bevorderd is tot generaal.

Kelley schrijft dat het Bushfortuin deels door opa Bush is opgebouwd. Via een bank in Rotterdam deed hij goede zaken met de nazi’s. Mede daardoor kon de huidige president opklimmen tot wat hij nu is.

Kelley zegt nog nooit zo te zijn tegengewerkt. Mensen durven niet vrijuit te praten want ‘Ik wil mijn kleinkinderen nog zien’.

Zulke inktzwarte boeken en films in een tijd van een kwakkelende economie en de moeizame strijd in Irak zouden Kerry een ruime voorspong moeten geven in de peilingen.

Maar juist het omgekeerde gebeurt. De belangrijkste verklaring?

Op 11 september 2001 stond voor ons de tijd maar even stil. De weggeslagen WTC-reuzen waren de symbolen van de Amerikaanse macht.

Daar is het nog steeds 11 september. Beelden van toen zijn voor eeuwig bevroren. Voor het eerst in tweehonderd jaar werd Amerika op z’n binnenplaats geraakt.

Het geliefkoosde beeld van een onkwetsbaar fort verschanst tussen de wereldzeeën lag aan gruzelementen. Gedachtegoed op de schroothoop van de geschiedenis.

In periodes van angst en onzekerheid hebben Amerikanen behoefte aan een president die blaakt van zelfvertrouwen. Ondanks ontnuchterend cijfer- en beeldmateriaal zegt Bush  steeds dat het de goede kant op gaat. ‘De ‘American way of life’ zal overwinnen!’

Op zijn bureau staat een buste van zijn held Winston Churchill, die ooit zei: ‘Overwinning tot elke prijs, overwinning tegen alle angst in, overwinning, hoe lang en moeilijk de weg ook moge wezen, want zonder overwinning geen overleven.’

De Amerikaanse verkiezingen worden dus eigenlijk op 11 september gehouden. Op zo’n dag klampen kiezers zich liever vast aan een stoere cowboy dan aan een saaie politicus.

 

Terug

 

KERRY SPRAKELOOS

Kan Kerry het tij nog keren?. De spanning stijgt. Eén moment kan beslissend zijn. Een blunder, een briljante actie.

Verreweg de meeste kiezers zullen morgenavond kijken naar het speelveld van de democratie, het televisiescherm dus. Drankje, hapje erbij. Kerry en Bush op bezoek in de huiskamer.

Uitdager Kerry wilde drie debatten, kreeg zijn zin maar wel ten koste van allerlei concessies.

Belangrijk in dit eerste debat zijn de ‘security moms’, die zich druk maken over de veiligheid van hun gezinnetjes. Gewoonlijk stemmen vrouwen liever voor een softe Demoraat dan een harde Republikein maar in deze campagne scoort ‘terrorismebestrijder’ Bush opvallend goed onder de veiligheidsmama’s.

Het Bushteam weet dat Kerry gauw zweet onder televisielampen en heeft daarom doorgedrukt dat de airconditioning laag wordt gezet. ‘Vrouwen houden immers niet van zwetende mannen.’

Televisiecamera’s als kanonnen die genadeloos verwonden. Ín 1992 keek Vader Bush even op zijn horloge wat bij het publiek het beeld versterkte van een (in hen!) ongeïnteresseerde kandidaat. Of neem Al Gore die in 2000 agressief overkwam en even dicht bij Bush kwam staan die vervolgens deed alsof hij heel erg schrok van het naderende ‘monster’.

Voor het debat begonnen is, staat Bush al ruim op punten voor. Kerry wilde vooral discussiëren met de president . Het Bushteam heeft echter met succes geëist dat ook door hen uitgezochte journalisten veel vragen mogen stellen. En de spreekgestoelten staan naast en niet tegenover elkaar zodat Bush presidentieel overkomt.

Natuurlijk, Bush kan nog een afgrijselijke blunder begaan zoals Gerald Ford die ooit doodleuk beweerde dat Oost-Europa niet door de Sovjets werd gedomineerd.

Maar in voorgaande debatten bleef Bush steeds overeind. Bush heeft uitgebreid op een neppodium geoefend tegen een nep-Kerry. Als Bush sport, krijgt hij via een oortje de favoriete Kerry ‘one-liners’ te horen. Bush is een vroegslaper. Maar de afgelopen dagen ging Bush steeds wat later naar bed om fit tegen Kerry in het strijdperk te kunnen treden.

En Kerry? Kerry zit verstopt in een trainingskamp in de bossen: het vizier geheel gericht op de ‘moeder van alle debatten’. Voortdurend drinkt hij honingthee want hij raakt zijn stem kwijt.

Kan hij de druk van een achterstand in de peilingen niet aan? Heeft hij zich ‘in paniek’ overschreeuwd? Als een zwetende Kerry met hese stem het debat begint, weet u dat hij de verkiezingen al bijna verloren heeft. Dat is de krankzinnige prijs die we betalen voor onze televisiemaatschappij.

 

Terug

 

De nieuwe John Edwards

Tot vandaag was Kerry’s ‘running mate’ vooral onzichtbaar. Zo hoort het ook. Kerry moet de gele trui bemachtigen, Edwards is slechts waterdrager.

Na het Kerry-Bushdebat van vorige week kwam Edwards opeens in de publiciteit. ‘Ik geloof dat ik vannacht de nieuwe opperbevelhebber heb gezien’, zei hij onderdanig tegen Kerry … en de journalisten.

Prima. Een vice-presidentskandidaat moet zijn plaats kennen. Al ben je een hartslag van het presidentschap verwijderd, doorgaans raken vice-presidenten snel in de vergetelheid. Een oude grap in Washington is: er waren eens twee broers. De ene ging de zee op en de andere werd vice-president, niemand heeft ooit nog iets van beiden gehoord. Lyndon Johnson, Al Gore en Dick Cheney zijn de uitzonderingen. Zij hadden wel invloed vanwege de onervarenheid van hun presidenten.

Hoe kan de onervaren politicus Edwards de geroutineerde Kerry ondersteunen? Wat heeft Edwards wél?

Kerry blijft een wat stijve, ernstige politicus. John Edwards is een glimlachende ‘Ronnie Tober’ Amerikaan, die tot nu toe een optimistische ‘sunny side-up’ campagne voerde. ‘Onder president Kerry zal de Amerikaanse Droom weer in volle glorie schitteren,’ roept hij steeds.

Met zijn zangerige, zuidelijke dialect heeft Edwards in de zuidelijke staten nog geen potten kunnen breken. Ook de Clinton en Gorestaten Arkansas en Tennessee lijken vrijwel zeker naar Bush te gaan.

Maar tijdens het debat van afgelopen nacht in sleutelstaat Ohio moest de andere, agressieve Edwards opstaan. Jarenlang was Edwards een van Amerika’s meest succesvolle consumentenadvocaten. Vrijwel iedere jury werd door Edwards platgewalst.

Veel meer dan de presidentiële Kerry kan Edwards in het huidige moddergevecht de frontsoldaat zijn. Laat de buitenlandse politiek maar aan Kerry over, Edwards moet de komende weken fulmineren over de economie. Over de 240.000 banen die de afgelopen vier jaren in Ohio verloren zijn gegaan. Over de eerste teruggang in banen sinds Herbert Hoover. Over de bevoorrechting van de allerrijksten via extreme belastingverlagingen en de honderdduizenden dollars die Cheney nog steeds opstrijkt van zijn vroegere bedrijf Halliburton: nummer één op de lijst van militaire aanbestedingen.

Kerry, Bush. Cheney en Edwards zijn miljonair of zelfs miljardair. Maar alleen Edwards kan claimen dat hij weet wat leeft onder het volk. Zijn ouders moesten in de textielfabriek zwoegen voor de kost. Met ingang van heden moet Edwards namens de grote Amerikaanse middenklasse het ‘doodvonnis’ uitspreken over de Bush-regering. Als een Amerikaanse Moskovicz!

 

Terug

 

‘Monsieur’ Kerry

De strijd tussen George Bush en Jean Cheri is superspannend. ‘Jean Cheri’? Ja, dat is Kerry’s koosnaampje verzonnen door de ultraconservatieve mediagoeroe Rush Limbaugh.

Ach, onschuldig volksvermaak. Kerry’s familie heeft immers een buitenverblijf in Bretagne. Hij spreekt vloeiend Frans, woonde er zelfs.

Op de website van Kerry is echter niets terug te vinden van die jeugd in Frankrijk. En waarom geeft de Franse neef van Kerry, die een nogal linkse politicus was, opeens geen interviews meer?

Dat komt omdat die pesterijtjes snel een diepere lading krijgen. Frankrijk is zowat het meest gehate land voor Amerikanen. Vanwege hun anti-oorlogsstandpunt worden Fransen voor cheese eating surrender monkeys uitgemaakt, laffe apen dus.

In Las Vegas huurde een radiostation onlangs een gevechtswagen om een Frans ‘pretpakket’ bestaande uit foto’s van Chirac, Franse vlaggen, stokbroden, Franse reisgidsen en flessen wijn te verpletteren.

Medestanders van Bush buiten die anti-Franse gevoelens uit. Kerry wordt geafficheerd als zo’n typisch Frans-Europese overheidsdenker die altijd belastingen zal verhogen. Dat zit gewoon in zijn Franse bloed. De Republikeinse leider in het Congres opende onlangs de vergadering met een hatelijk “’goedemiddag of ‘bonjour’ zoals Kerry zou zeggen.’”

Bush-medewerkers zeggen dat Kerry op een Fransman lijkt. In het eerste debat zei Kerry dat hij pas militairen wil inzetten na een ‘global test’. Daarmee bedoelde hij overleg met bondgenoten, maar Bush maakte er van dat Kerry zijn buitenlandse politiek door Parijs laat bepalen.

Ik verwacht dat Kerry de komende weken nog feller op die ‘french connection’ zal worden aangepakt. Dat is alleen al moreel gezien verwerpelijk. Mag een volk aarzelen wanneer oorlog dreigt?!

Ieder gehucht in Frankrijk heeft een monument voor diverse oorlogen waar allen tezamen miljoenen namen opstaan. Welke Amerikaan weet dat Frankrijk alleen al in de Tweede Oorlog 1 miljoen slachtoffers telde.

De democratische Amerikaanse grondwet is geïnspireerd door de Franse filosoof Montesquieu, de Amerikaanse en Franse revoluties kwamen beiden uit de Verlichting voort en het ‘Franse’ Vrijheidsbeeld is een prachtige uiting van de hechte band tussen de beide naties.

Als goede vriend, NAVO-bondgenoot zelfs, moet de Amerikaanse president maar eens wat meer luisteren naar Parijs. Want wie zei voor de Irak-oorlog uitbrak dat er dat geen massavernietigingswapens in Irak waren en dat de VN-wapeninspecteurs hun karwei moesten afmaken?

De meerderheid van de Amerikaanse bevolking is het nu eens met Parijs. Amerikanen kunnen maar beter zelfspot hebben.

 

Terug

 

Onderwijspresident

Bush is DE onderwijspresident! Zoals hij de wereld regeert, heerst hij over de Amerikaanse scholen. Hij is de strenge bovenmeester, legt de zweep over leerlingen en…  leraren.

Geen kind mag achterblijven: ‘No child left behind’. Kinderen moeten voortdurend worden getoetst in vakken als wiskunde en taal.

De slecht functionerende openbare binnenstadsscholen werden altijd beschermd door de machtige onderwijsvakbonden. De positie van de zwakke docent was onaantastbaar.

Dat verandert nu. Als scholen niet heel vlot beter presteren, kunnen ze zo worden opgedoekt. Ouders mogen nieuwe scholen oprichten. In de verkiezingscampagne roept Bush steevast daartoe op.

In de New Yorkse Bronx bezocht ik gisteren zo’n ‘charterschool’. Wat een bevlogenheid. Kinderen dragen t-shirts met teksten als ‘droom hardop’. Een doodstille klas. In een hoekje buigen kinderen zich over de meest ingewikkelde algebra-sommen. Een andere dertienjarige leest over de verschillende juridische interpretaties van de Amerikaanse grondwet.

Moeilijk? ‘ Welnee’, zegt de jeugdige directrice blijmoedig. ‘Wij hebben kleine klassen en de beste leraren. Wij selecteren docenten heel zorgvuldig en bij ons krijgen ze beter betaald. Onze testscores schieten omhoog.’

CNN en de New York Times berichtten de afgelopen weken al uitgebreid over deze ‘modelschool’.

De charterschool heeft haast. De vergunning geldt voor vijf jaar. Docenten krijgen slechts jaarcontracten en werken vanaf half acht tot zes uur. Dat doen ze graag, want ‘iedereen gelooft in dit concept’.

De directrice heeft vandaag ook haast. Ze moet fondsen werven voor haar school. Een kwart van haar budget wordt niet door de staat gedekt. ‘Gefortuneerde zakenmensen van in de vijftig zijn mijn favorieten. Zij maken al een beetje de balans van hun leven op. Voelen zich schuldig. Wat is er mooier dan iets voor kinderen terug te doen?!.’

Inderdaad. Een geweldige school. Iedereen heeft ‘schoolpride’: schooltrots!

Maar de Bronx kent honderden openbare scholen. Volgens mij zijn er te weinig vijftigers voor al die scholen.

Onderwijs is een basisvoorziening. Ik vind dat die andere vijftiger, George W. Bush, de charterscholen voor 100% moet betalen. Pas dan kan er werkelijk sprake zijn van ‘no child left behind’.

Terug

 

Bananenrepubliek

Kom net terug uit Amerika. Wat een verdeeldheid. Voor het eerste sinds de Burgeroorlog wordt weer massaal gesproken van de twee Amerika’s.

Ik sprak in Washington met de weduwe van de beroemde Democratische senator William Fulbright. De oude dame vertelde mij dat zij op de verkiezingsdag van ’s morgens vroeg tot ’s avonds kennissen naar het stemlokaal gaat rijden. ‘Ik wil het Amerika weer terug van mijn man die met zijn ‘Fulbright’-studiebeurzen en verlichte buitenlandstandpunten bruggen wilde bouwen tussen mensen van verschillende culturen. Dit wordt de belangrijkste verkiezingsdag in een generatie.’ Haar Kerry moet dus winnen.

In een Washingtons restaurant zaten twee vrouwelijke Bushfans met elkaar hardop te keuvelen. Eerst spraken zij over het weer, toen over het werk. ‘Werk je nog steeds vlakbij het Witte Huis?’, vroeg de een. ‘Ja’, zei de ander. ‘Wat vinden je familie en kennissen ervan?’ ‘Die verklaren me voor gek. Het is net alsof ik iedere dag in de ‘bull’s eye’, in de gevarenzone, rijd. Maar ik kan m’n baan nu eenmaal niet opgeven. Denk je dat het een chemische of biologische aanval zal worden?’. Beide dames zijn ervan overtuigd dat voor of op de verkiezingsdag een aanslag zal plaatsvinden. Dat klonk zo vanzelfsprekend. Met Bush in het Witte Huis zouden de duivels die de wereld willen vernietigen tenminste keihard worden aangepakt. Zeker weten. Hun Bush moet dus winnen.

Maar ik heb het angstige voorgevoel dat op 2 november niemand wint. Nu al zijn de stembussen geopend en regent het klachten. Dezelfde stembureaus van ‘Florida 2000’ staan nu in Ohio. Kiezers worden weggepest bij de stemlokalen die nu al open zijn. In met name zwarte kiesdistricten zijn er te weinig van. Er zijn ook te weinig stembureaumedewerkers. Ze zijn bovendien nauwelijks geïnstrueerd. Overal gelden weer andere regels.

Kerry en Bush hebben zo’n tienduizend advocaten gemobiliseerd die direct oproepbaar zijn. Op de verkiezingsdag heeft Kerry zes volgetankte vliegtuigen klaar staan om direct naar de plaatsen des onheil te kunnen vliegen.

Als we weer een ‘Florida 2004’ krijgen, zal onmiddellijk een verhitte discussie ontstaan over de stabiliteit van het Amerikaanse politieke systeem. Dat is huiveringwekkend. De Amerikaanse democratie was altijd de inspiratiebron voor alle andere democratieën in de wereld. In Irak proberen de Amerikanen een democratie op te bouwen. Daar kun je maar beter mee stoppen als de Verenigde Staten zelf trekken gaat vertonen van een bananenrepubliek.

Terug

 

Ons opperhoofd

 Ik ken een land hier ver vandaan. Je hebt er witte stranden en palmbomen. Ook eindeloze korenvlaktes. En dan opeens hoge, ranke bouwsels volgepakt met mensen.

Hun opperhoofd wil ook ons opperhoofd zijn want hij speelt over iedereen de baas. Voor veel van zijn eigen mensen zorgt hij niet goed. Ze hebben veel te weinig te eten en te drinken. Steeds meer van zijn mensen hebben zelfs geen medicijnman.

Het gekke is dat hij toch iets meer vrienden dan vijanden heeft. Dat komt omdat een handvol helpers van notabene een bevriend opperhoofd zijn volk een tijdje geleden heel erg aanviel. Zo maar, op klaarlichte dag. Ons opperhoofd was natuurlijk woedend. Hij heeft toen gezworen de aanvallers te doden.

Hij was zo moedig. Eerst nam hij nog een trekje van de vredespijp en toen trok hij ten strijde.

Maar hij was ook erg in de war want opeens begon hij tegen een ander, vreemd opperhoofd te vechten. Er vielen doden en gewonden maar hij ging maar door. Hij sloeg op hol. Hij luisterde naar niemand.

Laatst konden de mensen een nieuw opperhoofd kiezen. Ons opperhoofd wilde graag herkozen worden. Zijn onderdanen moesten om hun stem uit te brengen wel vijf uur in de rij staan. Lezen en schrijven kunnen zij niet goed want ze maakten zoveel fouten bij het invullen van de stempapieren.

Stemmen tellen doen ze daar vaak nog met de hand. De helpers van het opperhoofd kijken ook heel goed of er niet geknoeid is op het blaadje want anders wordt de stem direct weggegooid.

Met dat tellen hebben ze ook al problemen want het kan heel lang duren eer ze daar mee klaar staan.

Veel mensen die niet bij het opperhoofd horen, wilden dat massaal voor een nieuw opperhoofd zou worden gekozen.

Maar nee hoor. Alles blijft bij het oude, zo weten we inmiddels wel. Ons opperhoofd is gewoon de sterkste en als opnieuw een aanval plaatsvindt, kan hij zijn volk toch het beste verdedigen. Dat geloven tenminste de meeste van zijn mensen.

k vind die mensen nogal naïef. Maar ja, je kunt ze ook niet met ons vergelijken. Daar heb je nu eenmaal een matig niveau van onderwijs en van een kritische pers hebben ze ook nog nooit gehoord.

 

Terug

 

VREDESVORST BUSH

Op de avond van nine eleven  sprak ik temidden van relativerende commentatoren over een ‘keerpunt’. In ieder geval in psychologisch opzicht. Want het onkwetsbaar geachte fort Amerika was voor het eerst in tweehonderd jaar op z’n binnenplaats geraakt. Duizenden onschuldigen stierven. De Amerikaanse president vluchtte urenlang als een opgejaagd dier door het luchtruim. Daar moest wel een krachtdadig antwoord op volgen.

De donkere wolk van ’11 september’ bleef tot de verkiezingsdag boven Amerika hangen en daarom was het voor mij niet moeilijk om in deze krant te voorspellen dat Bush zou worden herkozen. In onzekere tijden vallen mensen terug op zekerheid, ook op traditionele normen en waarden.

Nu Nederland in paniek is, verwacht ik eenzelfde proces hier. Ook president Bush zou wel eens flink populairder hier te lande kunnen worden.

Ik had liever de meer ‘internationale’ John Kerry in het Witte Huis gehad. Blijkbaar was het nog te vroeg voor zo’n president. Je krijgt nu eenmaal de president die bij de tijdgeest past.

In de oorlog tegen het internationale terrorisme overheerst een ‘to be or not to be’ mentaliteit. In essentie een strijd op leven en dood. Allerlei nuances, die de intellectueel Kerry zo graag aanbracht, vallen dan weg.

In de eerste Bushtermijn domineerde het neoconservatieve gedachtegoed. Maar de president zelf is niet zozeer een ideoloog, meer een pragmaticus.

In 2008 zal Bush definitief vertrekken. De komende tijd moet hij zijn politieke erfenis veilig stellen. Iedere president wil na een ruime verkiezingsoverwining geschiedenis schrijven

Voor Bush liggen de beste kansen in het Midden Oosten. De afgelopen vier jaar stuurde Bush niet eens een speciale gezant naar die brandhaard. Voor Bush was Yasser Arafat de grote slechterik.

In zijn eerste ambtstermijn sprak Ronald Reagan regelmatig van ‘het duivelse Sovjetrijk’ waar je niet mee kon onderhandelen. Totdat in zijn tweede termijn een nieuwe Sovjetleider zich aandiende.

Als de huidige Palestijnse leider wegvalt, kan snel een nieuw momentum ontstaan om een groot compromis te smeden. Voor Ariel Sharon is Bush de Amerikaanse politicus waar hij zaken mee kan doen.

Vrede in het Midden Oosten! Bush als vredesvorst. Bill Clinton eventueel als gezant namens de president.

Nog moeilijk voorstelbaar? Amerikaanse belangen zijn gediend bij stabiliteit in het Midden Oosten. Wie internationale betrekkingen bestudeert, ziet zeker ook de laatste decennia allerlei onverwachte wendingen. Plotseling kan er verandering in de lucht zitten. Let maar op.

Terug