Utrechts Nieuwsblad
| Vier jaar Bush; een verdeeld Amerika, een verdeelde wereld | 30-10-2004 |
VIER JAAR BUSH: een verdeeld Amerika, een verdeelde wereld.
Bijna vier jaar geleden. Vader en zoon kijken elkaar ontroerd aan. Eindelijk wraak voor de nederlaag die Bush sr. in 1992 leed tegen de gehate Clinton. Gore had eerder gebeld om zijn nederlaag toe te geven. Nu gaat weer de telefoon. Het is drie uur ’s nachts. Gore wil even iets mededelen.
‘Zegt u wat ik denk dat u zegt?’ reageert Bush vol ongeloof. ‘Laat me er zeker van zijn dat ik het goed begrijp. U belt terug om uw nederlaag weer in te trekken?’
‘U moet niet stekelig worden,’zegt Gore kribbig terug. ‘Laat het me uitleggen,’vervolgt de vicepresident op het pedante toontje dat hem zo kenmerkt. ‘Ik denk dat we geen verklaringen meer moeten afleggen nu het er om hangt wie Florida heeft gewonnen.’
Bush is verbijsterd. Beseft Gore dan niet dat zijn broer gouverneur van Florida is? Hij die iedere uithoek van Florida kent, zit al uren achter de computer om de stemresultaten in de districten te bestuderen. ‘Mijn kleine broertje zegt dat het voorbij is.’
‘Ik denk niet dat dit iets is wat uw kleine broertje beslist.’antwoordt Gore koeltjes. Met de opmerking ‘U moet maar doen wat u denkt te moeten doen’, beëindigt Bush het gesprek.
De volgende 36 dagen trokken als één duizelingwekkende wervelwind aan een wereldpubliek voorbij. Iedere dag nieuwe ontwikkelingen. Meer dan vijftig rechtszaken. Duizenden uren televisie waarbij vooral het handmatig hertellen van stembiljetten op ieders netvlies is gebrand. Uiteindelijk besliste het Hooggerechtshof met vijf tegen vier stemmen in het voordeel van Bush.
Gore riep in een grootse toespraak de Amerikanen op hun nieuwe president te erkennen. Bush beloofde een bruggenbouwer te zijn en een nederige buitenlandse politiek te voeren.
Daar kwam in de eerste maanden maar weinig van terecht. Hij maakte weinig indruk. Bush laat zich graag een tweede Reagan noemen maar in zijn schaarse spontane toespraakjes hakkelde hij voortdurend, legde klemtonen verkeerd en maakte aan de lopende band taalblunders. Bush miste de statuur van eerdere presidenten
Bush had zich in de campagne van 2000 geprofileerd als een conservatief met compassie. Hij zou ‘betrokkenheid' willen tonen ten aanzien van het milieu en sociale vraagstukken. Maar al heel vlot kondigde hij aan naar olie te willen boren in Alaska en zijn hartstocht was vooral bedoeld voor de 1% allerrijksten die een extreme belastingverlaging kregen.
Op internationaal milieugebied maakte Bush z'n grootste blunder. De VS zijn verantwoordelijk voor 25 procent van de schadelijke gassen die het broeikaseffect verergeren. Met name vicepresident Gore had zich er tot het uiterste voor ingezet zoveel mogelijk handtekeningen te krijgen onder het Kyoto-milieuverdrag.
Bush zei meteen botweg dat hij het Kyoto-verdrag ‘als een dode letter' beschouwde. Critici buitelden over hem heen. Een president vertegenwoordigt zijn land. Bij internationale verdragen kun je niet zonder enige fatsoenlijke toelichting breken met het beleid van een voorganger. Amerika isoleerde zich van de ene op andere dag van de wereld.
Van één buitenlandse politiek kwam niets terecht.. Er woedde vanaf het begin een voortdurende strijd over het te voeren buitenlandbeleid tussen het gematigde team, met als middelpunt minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell, en haviken als veiligheidsadviseur Condoleeza Rice, minister van Defensie Donald Rumsfeld en vicepresident Dick Cheney.
Bij vrijwel alle buitenlandonderwerpen liet Bush de oren hangen naar die `hardliners'. Powell reisde rond in Azië en deelde mee dat hij voorstander was van verzachting van de sancties tegen Irak. In Washington werd hij meteen teruggefloten door Rice en Rumsfeld die voorstanders waren van de liquidatie van Saddam Hoessein. Tijdens het gijzelaarincident op het Chinese eiland Hainan adviseerde Powell om direct namens de Amerikaanse regering `spijt' te betuigen waardoor escalatie kon worden voorkomen. Bush negeerde Powell waardoor Chinese nationalistische gevoelens onnodig werden gekwetst. Cheney en de zijnen kozen weer eens voor de harde lijn. Niet toegeven dus. Tussen die uitersten werd Bush heen en weer geslingerd en hij steeg er niet boven uit.
In snel tempo werden de relaties met Rusland en China onder druk gezet. Met Noord-Korea werden de onderhandelingen stopgezet.
Die eerste maanden was Bush maar weinig in het buitenland en de Amerikaanse hoofdstad geweest. Liever ging hij het land in om met de ‘echte’ Amerikanen te praten.
Bush vervreemdde van de wereld. Hij was een plattelandspresident, die zich in snel tempo terugtrok uit allerlei internationale verdragen. Liever bouwde hij een antirakettenschild om Amerika heen. Commentatoren noemden hem al een neoisolationist, die nog steeds droomde van Amerika als onkwetsbaar fort verschanst tussen de wereldzeeën.
Vlak voor 11 september 2001 was ik in Washington en sprak daar met Norman Ornstein, Amerika’s meest geciteerde buitenland-commentator. Hij waarschuwde Bush niet te onderschatten. ‘Hij heeft een zekere boerenslimheid. Hij komt keihard op voor de Amerikaanse belangen en luistert niet naar anderen.’ Hij liet mij een interview lezen waarin Bush vertelde hoe hij voor het eerst door de 15 Europese regeringsleiders was ontvangen. ´Ieder van hen bekritiseerde mij hevig. Ik heb keurig naar ze geluisterd. Op het eind nam ik het woord. Ik vatte even samen wat zij zeiden. Ik bedankte hen maar liet hen overduidelijk weten dat het Amerikaanse standpunt ten aanzien van Kyoto en andere hot issues geen millimeter veranderd was. Ronald Reagan zou trots op me geweest zijn.´
´Standing tall´, geen millimeter wijken, dat is blijkbaar heel belangrijk voor Bush. Ornstein kon die houding begin september wel verklaren. ´De afgelopen vijfhonderd jaar is er nooit een situatie geweest zoals nu waarbij de leidende natie in de wereld zo´n militaire voorsprong heeft op de anderen. Bush speelt die machtspositie van de enige supermacht haarfijn uit. Europa is niet interessant meer. Hoogstens China kan op termijn militair enigszins van belang zijn.´
En toen werd Amerika voor het eerst in tweehonderd jaar tijd op z´n binnenplaats aangevallen. De president vluchtte urenlang als een opgejaagd dier door het Amerikaanse luchtruim.
Amerika werd vernederd. Na enige aarzeling hervond Bush zijn presidentschap in de puinhopen van Ground Zero. Plotseling moest hij een leider van de wereld zijn.
En het viel me op dat hij opeens ook sprak zonder haperingen. Bush was ´on target´. ´We roken ze uit hun grotten´. Even sprak de president zelfs over een ´kruistocht´. Bush had zijn missie gevonden.
De president werd in de Amerikaanse kranten getypeerd als een nieuwe Churchill. Hij groeide boven de partijen uit. Bush beslist en kiest op cruciale momenten.
Aanvankelijk koos hij voor de gematigde koers van Powell. Dus niet Irak aanvallen maar eerst met een reuzencoalitie Afghanistan. Wat betreft Irak wilde Washington vooralsnog met de Verenigde Naties samenwerken.
Maar schijn bedroog. Dit was uiteindelijk niet de nieuwe wereldorde van vader Bush en Bill Clinton maar een nieuwe Amerikaanse orde. Een paar maanden later besloot Bush al tot een oorlog tegen Irak. De directeur van de CIA verzekerde Bush van een ‘slam dunk’, het aantonen van massavernietigingswapens was een eitje. De Saoedi-Arabische ambassadeur kreeg het plan als enige buitenstaander te zien omdat zijn land cruciaal was bij de oorlogsvoorbereidingen. Zelfs nog voordat Powell, als laatste!, op de hoogte werd gesteld.
Arme Colin. Moest aan de vooravond van de oorlog in de Verenigde Naties een toespraak houden om de wereld te overtuigen van het bestaan van massavernietigingswapens terwijl hij tegenover journalist Bob Woodward toegaf dat ook hij sterke twijfels had.
Op de vraag of hij inzake Irak advies aan zijn vader had gevraagd, antwoordde de president: ‘Ik luister naar een hogere vader.’
Bush is na een zondig leven een wedergeboren Christen geworden die meent dat hij een instrument van God is. Op binnenlands terrein uit zich dat in een ferm anti-abortusstandpunt en steun aan religieuze instellingen.
In een donkere wereld heeft Bush zich de opdracht gesteld het slechte uit te roeien. Na 11 september konden de neoconservatieven hun slag slaan. Zij geloven dat Amerika zich weinig moet aantrekken van de Verenigde Naties en het internationaal recht. Zij geloven in de kracht van Amerika. En zij geloven dat de Amerikaanse democratie een exportmiddel is en dat het nieuwe Irak een bloeiende proeftuin zal zijn voor de wijde omgeving. Rumsfeld is hun grote held. Hij sprak van de ‘glorie van de Amerikaanse bombardementen´ en van een snelle overwinning op de terroristen.
We weten nu dat de wereld niet zo eenvoudig in elkaar zit. Dat was eigenlijk ook de les van 11 september. De wereld is een gecompliceerde ´global village´ met in iedere straat een andere religie.
Amerika is niet almachtig. Met eenvoudige huis, tuin en keukenmiddeltjes kon een groep burgerterroristen een gat slaan in het pantser van het nieuwe Romeinse Rijk. De les van 11 september is ook dat Amerika andere landen nodig heeft in de strijd tegen het internationale terrorisme. Washington moet niet louter langs militair-strategische lijnen opereren maar ook met anderen een sociaal beleid voeren waardoor de voedingsbodem voor het internationale terrorisme wordt weggenomen.
De Amerikaanse buitenlandse politiek onder Bush was vooral gericht op de ´terroristische´ driehoek Pakistan, India en Saoedi-Arabië waar ook nog eens kernmachten tegenover elkaar staan. Aan een oplossing van het Israëlisch-Palestijns conflict heeft de president nauwelijks tijd besteed. Dat heeft de beeldvorming van de Verenigde Staten in de wereld negatief beïnvloed. Nog nooit is Amerika zo impopulair geweest als nu in islamitische en westerse landen. Dat is wat een president met de verkeerde, ook zo symbolische daadkracht teweeg kan brengen.
Te midden van alle verdeeldheid in Amerika en de wereld staan we aan de vooravond van een nieuwe verkiezingsdag.
Ik kom net terug uit Amerika. In Washington sprak ik met de weduwe van de beroemde Democratische senator William Fulbright. De oude dame vertelde mij dat zij op 2 november van ’s morgens vroeg tot ’s avonds kennissen naar het stemlokaal gaat rijden. ‘Ik wil het Amerika weer terug van mijn man die met zijn ‘Fulbright’-studiebeurzen en verlichte buitenlandopvattingen bruggen wilde bouwen tussen mensen van verschillende culturen. Dit wordt de belangrijkste verkiezingsdag in een generatie.’