Trouw

 

 

 

 

 

 

 

‘Bommen en granatenpolitiek’ werkt niet in Irak

 

Niet maatpakken maar uniformen beheersen de komende dagen de Amerikaanse nieuwsprogramma’s. De Amerikaanse commandant in Irak, David Petraeus, zal volop in de schijnwerpers staan. Hij zal vertellen dat eindelijk lichtpunten in de Irakese duisternis zijn te ontwaren.

Dat zal vooral met Republikeins gejuich ontvangen worden. In het spel van de lage verwachtingen zijn er al gauw trotse winnaars. Petraeus wordt nu al een militair wonderkind genoemd.

Petraeus en Bush, met name in zijn bevoegdheid van opperbevelhebber, zullen uitleggen dat het idee van de territoriale concentratie van de extra overgevlogen 30.000 soldaten werkt. In diverse wijken in Bagdad is het geweld afgenomen. De provincie Anbar, nog maar kort geleden geteisterd door een golf van geweld, is enigszins gestabiliseerd. Bush kon er vorige week tijdens een verrassingsbezoekje zelfs naar toe vliegen.

Maar Petraeus zal ook vertellen dat de Amerikaanse militaire capaciteit zo is uitgeput dat aanstaande december de eerste troepen naar huis moeten. Dat scenario geeft de regering-Bush een veel te korte tijd voor het implementeren van een echte politieke oplossing.

Het gejuich in Washington zal verstommen als de schijnwerpers worden gericht op het politieke- en veiligheidsrapport voor de regering Maliki. Van de achttien ijkpunten zijn er slecht zeven gehaald waarvan de meeste slechts gedeeltelijk. De veiligheidspolitie is geïnfiltreerd door militia en de oliegelden worden nog steeds oneerlijk verdeeld. Het is volstrekt onduidelijk hoe de gelden voor wederopbouw worden besteed. De regering-Maliki is intern hopeloos verdeeld.

Die regering is als een leerling die een rapport heeft gekregen waarin het wemelt van de onvoldoendes. De leerling toont weinig inzet en is niet gemotiveerd. Er is geen sprake van een vertrouwensrelatie met de meester die overigens voortdurend ervan blijkt geeft de leerling en zijn familie niet goed te kenen/

Na 11 september 2001 heeft de regering-Bush, volgens eigen zeggen, een nieuwe wereld gecreëerd. Voortaan zou de Amerikaanse regering vooral langs militair-strategische lijnen moeten opereren om het kwaad van het terrorisme uit te bannen. ‘Je bent voor ons of tegen ons’ is een uiting van die ‘bommen- en granatenpolitiek’.

Bush en de zijnen begrijpen de geschiedenis niet. Kwaad is van alle tijden en kan alleen overwonnen worden als naast een intelligent veiligheidsbeleid in engere zin ook een ruimhartige, verlichte politiek wordt gevoerd waarmee de harten van de mensen worden veroverd.

De Tweede Wereldoorlog is een goed, zelfs lichtend voorbeeld in dit verband. President Franklin Roosevelt begreep dat het fascisme op korte termijn alleen verslagen kon worden met steun van de Sovjet-Unie. Dat land werd op grote schaal militair door de Verenigde Staten ondersteund. Er kwam een uitgebreid, goed doordacht sociaal-economisch wederopbouwplan, het Marshallplan!, op basis waarvan het Duitse oorlogspuin veranderde in de tuin van de democratie. Internationale topconferenties legden de basis van een nieuw wereldbestel. Roosevelt stond aan de wieg van de Verenigde Naties.

Het huidige Amerika, dat 92% van de militaire troepen in Irak levert, kan de politieke- en veiligheidssituatie niet naar haar hand zetten. De aanpak van de kwestie-Irak moet zo snel mogelijk worden geïnternationaliseerd. De Verenigde Naties en de NAVO, dus ook EU-regeringen, moeten veel meer betrokken zijn bij een korte en lange termijn-strategie voor Irak waarbij alle buurlanden een controleerbare veiligheidsgarantie afgeven.

Mede om het imago van het westen sterk te verbeteren moet een doorbraak in de Israëlisch-Palestijnse kwestie worden bereikt. Van Bush en Blair valt weinig te verwachten. Zij hebben de afgelopen jaren te weinig krediet opgebouwd. Irak, de wereld, moet het hebben van nieuwe leiders als Sarkozy en Merkel en … de volgende Amerikaanse president die een verlichte politiek moet voeren.

Volgens de goed in Washington ingevoerde schrijver-journalist Bob Woodward heeft Bush op zijn eerste kabinetsvergadering in 2001 nog wel even gesproken over Israël en de Palestijnen. Volgens hem had de vorige regering zich teveel bemoeid met dat probleem. ‘Daarom zitten we nu met de gebakken peren. Als twee partijen geen vrede willen, dan kunnen we hen nu eenmaal niet dwingen. Ik zie niet goed wat we op dit moment aan dat probleem kunnen doen. Het is de hoogste tijd dat we onze handen ervan aftrekken.’

In onze ‘global village’ is Bush de baas van de grote provincie Amerika. ‘11 september’, Afghanistan en Irak hebben geleerd dat Washington het niet alleen kan. Wie met vuur speelt in de brandhaarden van de wereld neemt grote risico’s voor uiteindelijk de hele wereldbevolking.

De afgelopen jaren zagen we de maatpakken bitter weinig. Ik verlang naar topdiplomaten en intensieve pendeldiplomatie. Wanneer worden weer echte topconferenties georganiseerd? De wereld snakt naar akkoorden zoals van Camp David.

In een wereld waar werkelijke macht, dus ook in de vorm van vernietigingswapens, zo versplinterd is moeten regeringen en bevolkingen vooral betrokkenheid tonen en wederzijds begrip kweken. Een geïsoleerde militair-strategische aanpak past daar niet bij. De nieuwe Amerikaanse president heeft ons nodig. Net als vroeger. 

Terug

 

Liever Obama dan Clinton als leider van global village.

Hillary Clinton en Barack Obama maken uit wie namens de Democraten genomineerd wordt voor het presidentschap. Vanuit het perspectief van de rest van de wereld, zou de voorkeur uit moeten gaan naar Obama.

De ware les van '11 september' en andere terroristische acties is dat de wereld definitief een dorp is geworden. Er is een sterke asymmetrie tussen formele en informele macht. Zo sloeg een groep burgerterroristen op klaarlichte dag een gat in het machtige pantser van Amerika. Overal op aarde zijn haarden van gevaarlijk fundamentalistisch denken. Grenzen van tijd en afstand zijn door moderne communicatie- en transportmiddelen weggevaagd waardoor nieuwe informatie en denkbeelden ons overspoelen. Dat zorgt voor verwarring en onzekerheid bij miljoenen wereldburgers.

Deze ontwikkelingen hebben ook consequenties voor internationale verhoudingen. Het oude machtsdenken in Koude Oorlogstermen is achterhaald want te eenzijdig gerelateerd aan de exclusieve belangen van staten. De Amerikanen en de wereld hebben behoefte aan een president die een aansprekend nieuw internationalisme predikt. Barack Obama kan zo'n president zijn.

Veel Amerikanen hebben in de voorverkiezingen op hem gestemd omdat zij de positieve invloed en het imago van hun land in de wereld ondermijnd zien. Als geen ander kan Obama een nieuwe, inspirerende John F. Kennedy of Woodrow Wilson zijn, die het gepijnigde electoraat weer richting geeft met een meer idealistische buitenlandse politiek.

Zo wil Obama de ontwikkelingshulp verdubbelen mede omdat 'als kinderen in bijvoorbeeld Afrika niet kunnen lezen en schrijven deze situatie op de langere termijn ook een veiligheidsrisico betekent.' Anders dan Bush legt hij de nadruk op samenwerking met bondgenoten en respect voor internationaal recht in de strijd tegen het internationale terrorisme.

Zelfs is het voor Obama bespreekbaar lid te worden van het Internationaal Strafhof. Zijn Democratische tegenstander Hillary Clinton wil zo'n lidmaatschap alleen ondersteunen als de Verenigde Staten een uitzonderingspositie krijgen waardoor Amerikaanse oorlogs-misdadigers niet kunnen worden bestraft.

Clinton houdt meer vast aan het oude machtsdenken vanuit Amerikaans perspectief. En dat geldt nog meer voor de Republikeinse presidentskandidaat John McCain die ten aanzien van Irak louter de militaire kaart speelt. Hij wil 'blijvend' Amerikaanse troepen in Irak stationeren en wilde er zelfs nog meer sturen.

Obama beseft dat de veiligheid van de Verenigde Staten is gebaat bij een nieuwe 'global aproach'. Clinton wil langer dan haar Democratische tegenstrever Amerikaanse gevechtstroepen in Irak houden en in ieder geval een stelsel van Amerikaanse bases in de regio handhaven om snel in te kunnen grijpen in dat land. Obama wil zich meer richten op de brandhaard-Afghanistan, waar coalitietroepen van Navo-partners onder vuur liggen.

Clinton heeft als senator en voormalig 'first lady' weliswaar meer ervaring op buitenlands- en veiligheidsterrein, maar mede door de post-11 september politiek van de regering-Bush zijn traditionele uitgangspunten en strategieën op veiligheidsterrein veranderd.

Wat was, blijft leerzaam. En natuurlijk, de nieuwe Amerikaanse president blijft verankerd aan veel van het oude.

De Navo is een prima voorbeeld van nieuwe ontwikkelingen. In feite is de ooit zo op Europa gerichte alliantie 'global' geworden. Naast militaire taken worden in toenemende mate ook wederopbouwactiviteiten verricht in alle uithoeken van de wereld.

Obama zou een pragmatisch idealisme moeten prediken. Er is behoefte aan nieuwe inzichten in een wereld waarin economische en militair-strategische machtsblokken zich in snel tempo ontwikkelen en voortdurend met elkaar verstrengeld zijn. Alles en iedereen heeft met elkaar te maken. Bij die steeds kleiner wordende wereld past president Barack Obama beter dan de 'oude' Hillary Clinton.


Terug

 

Obama hoort bij ons

 

Bush paste niet bij onze wereld. In de acht maanden voor '11 september 2001' presenteerde hij zich als plattelandspresident met als hoogste prioriteit belastingverlagingen voor de allerrijksten.
Op buitenlands terrein trok hij zich in recordtijd terug uit internationale verdragen. De communistische Sovjet-Unie was al een decennium geen communistisch land meer. De Verenigde Staten presenteerden zich als het nieuwe Romeinse Rijk. Ongeëvenaard in macht, althans in traditioneel militaire vorm.
Na '11 september' stuurde keizer George de machtige oorlogsmachine naar Afghanistan en Irak. 'Even er in en er uit' was het devies en dat ook nog eens met, zoals in Afghanistan, relatief weinig militairen. Wat een arrogantie! De toenmalige nationale veiligheidsadviseur Condoleezza Rice zei dat Amerikaanse soldaten niet bedoeld zijn om kinderen aan de hand naar school mee te nemen. 'Wederopbouwtaken kunnen mooi worden verricht door onze Europese vrienden.'

Hoe anders beziet de huidige president de wereld. Obama begrijpt dat wij in een overgangstijdperk leven. Onze wereld kent geen overzichtelijke orde meer zoals ten tijde van de Koude Oorlog. In het laatste nummer van Foreign Policy schrijft Harvardhistoricus Niall Ferguson over de gevaren van onze tijd. Over hoe simplistisch het was om al het kwaad te concentreren in de duivelse as van Iran, Irak en Noord-Korea. Ferguson ziet een veel langere 'as van ontreddering' waar tientallen landen en gebieden bij genoemd kunnen worden zoals Somalië, Darfur en Afghanistan.

Conflicten nemen in aantal en grootte sterk toe omdat economische verval, etnische desintegratie en de neergang van de supermacht Amerika samen vallen. Washington kan ontwikkelingen nog wel initiëren maar niet meer overal op aarde beheersen.

Het is een verademing dat Obama in zo'n snel tempo op die geopolitieke situatie inspeelt. Hij haalt de banden met bondgenoten aan maar zoekt ook toenadering met vijandige regimes. In een 'fractie van een seconde' werd zijn nieuwe Afghanistan-strategie door andere NAVO-landen ondersteund. Obama's buitenlandspreekbuis Hillary Clinton gaf in haar eerste memo al aan dat voortaan naast de militaire 'hard power' ook de 'soft power' van ingenieurs, onderwijzers en verpleegsters belangrijk zal zijn. Dat laatste zal zelfs de doorslag geven bij het behalen van succes in fragiele staten.

De afgelopen honderd dagen kneep ik regelmatig in mijn arm. De regering-Obama overlegde op hoog niveau met Syrië, Iran en zelfs via Egypte met gematigde Hamasleden. Er kwam een eerste echte opening met het Castro-bewind in Cuba. Tijdens een indrukwekkende toespraak in Turkije gaf Obama het startsein voor een nieuwe dialoog met de islam.

Natuurlijk, in de eerste honderd dagen zijn het vaak mooie woorden die presidenten bezigen. Maar Obama is zeker ook daadkrachtig begonnen.
Met betrekking tot de economie was nog maar kort geleden de consensus dat politici daar niet zoveel aan kunnen doen. De echte economische beslissingen worden door het bedrijfsleven genomen en geïmplementeerd. Maar Obama heeft, toen de economie op alle fronten ineenstortte en iedereen zijn handen ervan aftrok, z'n verantwoordelijkheid genomen. Hij wachtte geen dag en pompte er zo'n 800 miljard dollar in. Uiteraard neemt het overheidstekort daardoor nog extremere proporties aan maar Obama heeft ook al een nieuwe defensiestrategie aangeboden. Voortaan zullen niet automatisch allerlei verouderde, peperdure wapensystemen worden aangeschaft. Op den duur kan dat positieve gevolgen hebben voor de Amerikaanse begroting.

Kortom, Obama heeft indruk gemaakt en moed getoond. Zegt voortdurend, ook in de Verenigde Staten zelf, dat ieder groot maatschappelijk probleem in welk land dan ook een grensoverschrijdende oplossing vereist.
Natuurlijk is de grote vraag hoe Obama reageert bij een eerste, echte crisis? Feit is dat hij een koele, verstandige indruk maakt. Hij is samenbindend en luistert naar de wereld. In de stijl van Franklin Roosevelt en John Kennedy ontpopt hij zich niet zozeer als een progressieve Woodrow Wilson of Jimmy Carter maar veeleer als een pragmaticus met idealistische trekjes.

Wat werkt in de praktijk? is een typische Obama-vraag. En niet zozeer: Wat is moreel juist volgens onze unieke beschaving? Dat was de filosofie van Reagan en Bush 2 en daar droop het patriottisme van af. Zij presenteerden Amerika voortdurend als 'shining city upon a hill' te midden van een donkere wereld.

Vanuit etnisch en religieus perspectief zijn wij een heterogeen werelddorp. Obama hoort bij ons. In drie maanden tijd is Washington een stuk dichterbij gekomen. Dat is een prestatie van formaat.

 

Terug

 

Stop het navelstaren en blijf in Uruzgan

 

Obama waardeert de Nederlandse strategie en gaat die toepassen. Dan is het wel heel raar om vast te houden aan een besluit uit de tijd van Bush.

Volgens een wonderlijke gelegenheidscoalitie moet eind 2010 een einde komen aan de Nederlandse missie in Uruzgan. Er is een gebrek aan een fundamentele discussie in ons land waarbij de burgers betrokken zijn. Terwijl de wereld in snel tempo een steeds gevaarlijker 'global village' wordt, doen wij vooral aan navelstaren.

De politieke leiders behoren in de Tweede Kamer het volk van Nederland nu eindelijk eens goed uit te leggen dat achter vrijwel iedere grote aanslag, of poging, zoals waarschijnlijk ook boven Detroit Eerste Kerstdag, het Al-Kaida-netwerk zit. Deze internationale terroristen zorgen voor een nauwelijks te bevatten gevaar.

President Obama zegt in vrijwel iedere toespraak over het buitenland dat het traject tussen verrijkt uranium en het daadwerkelijk produceren van kernwapens steeds korter wordt. Zijn retorische vraag luidt steevast: "Waarom zouden terroristen die wapens niet willen verkrijgen en gebruiken?"

Terroristen zitten overal in de wereld maar het is een feit dat de regio Afghanistan-Pakistan een belangrijk Al-Kaida-centrum is. Nu Obama, zo anders dan Bush, het accent heeft gelegd op de stabilisatie van Afghanistan, moet Nederland de nieuwe Amerikaanse strategie blijven ondersteunen. Afspraken die gemaakt zijn in het Bush-tijdperk komen daarmee in een ander licht te staan.

Juist president Obama heeft ons Hollandse Afghanistanmodel voortdurend ten voorbeeld gesteld aan de internationale gemeenschap. De Amerikaanse aanpak zou naast een militaire ook een burgerlijke opbouw moeten bevatten. Hillary Clinton noemde die verstrengeling van 'soft' en 'hard power' ten tijde van de Haagse Afghanistanconferentie van 31 maart 2009 'smart power'. Clinton schreef in een brief aan alle Amerikaanse ambassades in de wereld zelfs dat "uiteindelijk diplomatieke middelen beslissend zijn voor het succes van onze plannen".

Wat een breuk met het zo eenzijdige buitenlandbeleid in de eerste jaren onder Bush. "Amerikaanse militairen zijn er niet voor om kinderen naar school te brengen in oorlogsgebieden", hoorden we toen smalend vanuit Washington.

Obama stuurt 30.000 extra militairen naar de regio. Nederlandse militairen en andere hulpverleners verrichten aantoonbaar goed werk. Uiteindelijk heeft Nederland een eigen verantwoordelijkheid en kan het niet blijven wijzen naar andere, (meer) passieve landen. Als trouwe bondgenoot moet Nederland niet de positie van een Amerikaanse president ondermijnen, die in hoofdlijnen onze aanpak wil overnemen.

Daar waar Washington zware druk uitoefent op Den Haag vind ik wel dat wij ook pressie moeten uitoefenen om het Hollandse Model nog beter te implementeren. Obama heeft namelijk ten aanzien van die 'civilian surge' nog niet echt verregaande maatregelen genomen.

Vorige maand congresseerde in Washington de 'Aspen Political Group', bestaande uit oud-ministers van buitenlandse zaken van over de hele wereld waaronder Madeleine Albright en Jozias van Aartsen. De conclusie van het eindrapport luidde "dat meer gedaan moet worden aan effectieve maatregelen ten aanzien van de wederopbouw van het land." Onder effectief verstaat deze invloedrijke groep onder meer het creëren van de functie van centrale 'burgerlijke toezichthouder' als directe collega en spiegelbeeld van de militaire commandant van Isaf. Daarnaast moet de Wereldbank een internationale commissie vormen om grote infrastructurele projecten te financieren en te begeleiden.

Nederland heeft in Afghanistan de afgelopen jaren zijn militaire én burgerlijke verantwoordelijkheid genomen. Ook de Verenigde Staten en andere bondgenoten moeten daadwerkelijk steun en inhoud geven aan concrete maatschappelijke wederopbouw in de brede zin van het woord. Er is dan geen enkele inhoudelijke reden waarom Nederland niet tot de door Obama genoemde einddatum in 2011 kan blijven in Uruzgan.

Nogal wat progressieve Democraten zijn teleurgesteld in de harde militaire lijn van Obama. Bloggers noemen hem al spottend Lyndon B. Obama. Dat is vooralsnog onzin. De Vietnam-oorlog was een exclusief Amerikaanse oorlog. De strijd tegen het internationale terrorisme is een internationale. Steun de Verenigde Staten, maar wel op basis van het Hollandse Model.

 

 

Terug