| Reis naar Berlijn i.v.m. bezoek Obama Willem Post - Ed van Dijk en Leo Schepman Achtergrondartikel in Volkskrant | augustus 2008 |
| Bezoek aan Ground Zero, New York | november 2001 |
Het verhaal van Willem Post over 11 september
ZWARTE DINSDAG
Chronologie van de gebeurtenissen op 11 september (plaatselijke tijd New York):
08.46 uur: een gekaapt toestel van American Airlines (vlucht 11) vanuit Boston op weg naar Los Angeles boort zich in de noordelijke toren van het World Trade Center. Er breekt onmiddellijk brand uit. Een groot gat is zichtbaar.
09.03 uur: een tweede gekaapt toestel van United Airlines (vlucht 175) eveneens vanuit Boston op weg naar Los Angeles crasht in de zuidelijke toren van het WTC en explodeert. Beide gebouwen staan nu in brand.
09.30 uur: president Bush, op schoolbezoek in Florida, krijgt het nieuws in zijn oor gefluisterd. De president deelt onmiddellijk mede dat het land is getroffen door wat naar alle waarschijnlijkheid lijkt op een terroristische aanslag.
09.40 uur: voor de eerste keer in de Amerikaanse geschiedenis worden alle Amerikaanse vliegvelden gesloten.
09.43 uur: een derde gekaapt vliegtuig van American Airlines (vlucht 77) vanuit Washington ‘Dulles’ op weg naar Los Angeles stort neer op het Pentagon in Washington DC. Er breekt direct brand uit.
10.05 uur: de zuidelijke toren van het WTC stort in. Een enorme rookwolk verspreidt zich over Zuid-Manhattan en perst zich door de straten.
10.08 uur: Geheime agenten gewapend met automatische geweren stellen zich op in Lafayette Park tegenover het Witte Huis.
10.10 uur: in Somerset County ten zuiden van Pittsburgh, Pennsylvania, stort een vierde gekaapt toestel neer: United Airlines-vlucht 93. Het vliegtuig was opgestegen van Newark, New Jersey, met als bestemming San Francisco.
10.28 uur: de noordelijke toren van het WTC stort in. Een nog grotere rookwolk verspreidt zich.
10.45 uur: Alle federale overheidsgebouwen worden geëvacueerd. Voortdurend gaan er geruchten dat het State Department in brand staat en dat ook het Witte Huis gevaar loopt.
11.01 uur: Het hoofdkantoor van de Verenigde Naties wordt geëvacueerd.
11.02 uur: burgemeester Guiliani gebiedt New Yorkers om thuis te blijven en verordonneert een evacuatie van Zuid Manhattan.
11.47 uur: Chicago en andere steden ontruimen hoge gebouwen
13.27 uur: de stad Washington roept de noodtoestand uit.
13.04 uur: Vanuit Barksdale Air Force Base, Louisiana, deelt president Bush mede dat inmiddels alle benodigde veiligheidsmaatregelen zijn genomen. Zo zijn wereldwijd alle Amerikaanse militaire eenheden in de hoogste staat van paraatheid gebracht.
13.48 uur: Het Witte Huis is een te groot veiligheidsrisico en president Bush wordt in de Air Force One door het Amerikaanse luchtruim gevlogen. Hij landt uiteindelijk op Offutt Air Force Base in Nebraska en wordt naar de bunker gebracht.
16.30 uur: De president wordt teruggevlogen naar Washington.
17.20 uur: gebouw 7 van het WTC-complex stort in. Het telt 47 etages.
18.54 uur: president Bush is weer terug in het Witte Huis.
20.30 uur: de president spreekt de natie toe. Zijn woede is groot. De president kondigt aan dat Amerika hard zal terugslaan en dat er geen onderscheid gemaakt zal worden tussen terroristen en hen die ze onderdak bieden.
Veel, heel veel deskundigen-commentatoren en politici hebben in ons land hun licht laten schijnen op deze gebeurtenissen van 11 september. Al op de avond van de ramp werd flink gerelativeerd: ‘De gevolgen zijn nog lang niet te overzien’ en ‘Het is veel te vroeg om te spreken van een andere wereld na 11 september.’ Soms klonk het zelfs als het ‘gaat u maar weer rustig slapen’ wat we in een verder verleden al eens hoorden. Onze minister-president, anders de nuchterheid zelve, was een opvallende uitzondering. Hij sprak voortdurend zijn grote bezorgdheid uit. ‘De wereld zal nooit meer hetzelfde zijn’.
Dat voortdurend relativeren past uiteraard bij onze Hollandse nuchterheid. Het is enerzijds vaak een aantrekkelijke eigenschap die ons toch maar mooi door een angstige tijd heen helpt. Eigenlijk een prachtige overlevingsstrategie. ‘Het zal allemaal wel niet zo’n vaart lopen’. Anderzijds past dat voortdurend ‘kleineren’ van grote, dramatische gebeurtenissen bij de provinciaalse mentaliteit van een klein land dat in de internationale politiek nu eenmaal geen hoofdrol speelt. Zo’n inderdaad vreselijke term als ‘sneuvelbereidheid’ staat nu eenmaal niet in ons woordenboek. Wij praten maar liever niet over ‘lijkenzakken’, en ‘bombardementen’. Zo’n instelling kan ook tot onderschatting leiden van het werkelijke gevaar. Vele opinieleiders wentelen zich in een weldadig pseudo-pacifisme wat hen de luxe geeft van tijd tot tijd de andere kant op te kijken. Nederland mag wel vlotjes steun geven aan onze grootste NAVO-bondgenoot, maar moet zeker niet betrokken raken bij de directe gevechtshandelingen. Dat kunnen we niet en we willen het ook niet, zo luidt de impliciete boodschap. Dat is in onze politiek vertaald in een wel hele brede consensus.
Op 1 december opende de de Volkskrant met het bericht dat in november binnen de Nederlandse regering ‘paniek’ was ontstaan omdat de Verenigde Staten vroegen om F 16 gevechtsvliegtuigen. Volgens een niet bij naam genoemde diplomaat ontstond in Den Haag ‘grote heisa’. Het kabinet wilde ‘absoluut niet’ betrokken raken bij gevechtshandelingen. Er werd besloten tot het aanbieden van F-16’s met een louter humanitaire taak, waarmee dan bedoeld werd het fotograferen van vluchtelingenstromen. ‘Het regeringsbeleid was steeds gericht geweest op een bijdrage waaruit de solidariteit met de VS zou blijken, zonder dat Nederland aan oorlogshandelingen zou deelnemen… vooral minister van Defensie De Grave wilde zich daaraan niet branden. ‘High visibility, low risk’ luidde het devies bij Defensie. Grote zichtbaarheid, weinig risico.’ De Volkskrant citeerde bronnen op het ministerie van Buitenlandse Zaken die zeiden dat de Nederlandse reactie op 11 september de hechte band met de Verenigde Staten ‘wel degelijk’ had aangetast.
De Nederlandse aarzelingen waren in de Verenigde Staten dus niet onopgemerkt gebleven. ‘We zijn door de mand gevallen’, aldus een diplomaat in dezelfde krant. De Nederlandse regering praatte met twee monden. Onze minister-president had overduidelijk gezegd dat 11 september ook een aanval op ons Nederlanders was. Bij zo’n opstelling past nu eenmaal geen halfzacht antwoord. Een weinig consequente houding. Duidelijk werd in ieder geval dat er flink wat gekrakeel achter de schermen had plaats gevonden. Minister van Aartsen van Buitenlandse Zaken was voorstander van een ferme politiek waaruit onze grote loyaliteit moest blijken aan Washington en het Amerikaanse volk. Bij minister De Grave, natuurlijk de eerst verantwoordelijke voor de veiligheid van de uit te zenden militairen, was het voorzichtigheid troef. En onze minister-president mocht de verschillende standpunten met paarse lijm aan elkaar smeden. Premier Kok kwalificeerde de Nederlandse bijdrage als ‘geen kinderwerk’. Een wat wonderlijke formulering.
Ik vond het na een paar weken toekijken vanuit ‘de provincie’ een absolute vereiste om zelf een bezoek te bengen aan ‘Ground Zero’ in New York. Het was, nogmaals, wel erg gemakkelijk om in alle nuchterheid te oordelen vanuit de verre Nederlandse huiskamer-studio. Stel je voor als ook bij ons de minister-president of een andere hoge autoriteit wekenlang vrijwel dagelijks op televisie vertelt dat een nieuwe terroristische aanslag ‘waarschijnlijk’ is. Geprojecteerd op onze Nederlandse situatie zouden ook hier tal van potentiële doelen voor terroristen te vinden zijn: de vliegvelden Schiphol en Zestienhoven, winkelcentra als Hoog Catherijne, pretparken als De Efteling, de Maasvlakte en meer in zijn algemeenheid alle wegen, tunnels, bruggen, stadions en andere plekken van grootschalig vermaak. Ik ben benieuwd, en eerlijk gezegd twijfel ik er aan, of vlak na een grote aanslag waarbij duizenden doden zijn gevallen en het gevaar nog zo in de lucht zit, wij bijvoorbeeld het Feijenoord-stadion vol zouden krijgen voor een belangrijk sportfestijn . De mededeling dat onze minister-president of koningin de aftrap zal nemen nadat robots de tribunes hebben afgezocht en militaire vliegtuigen zijn opgstegen om het luchtruim boven De Kuip te controleren zal hier weinig aan veranderen. Je kunt het toch op tv zien! Ik refereer natuurlijk aan de ‘worldseries’ honkbal die in New York gewoon doorgingen en waarbij Bush onder groot gejuich een slagbal gooide.
In november merkte je in hartje New York op het eerste gezicht niet zoveel van de ramp.
Natuurlijk hadden veel mensen weer gewoon hun dagelijkse leven opgepakt. In de winkels brandde de kerstverlichting. Wel zag ik op ‘Times Square’ een reusachtig beeldscherm met opstijgende Amerikaanse militaire vliegtuigen vanaf vliegdekschepen op weg naar Afghanistan en diverse billboards met de bekende kreten als ‘United we stand’ die ik al eerder bij de Holland Tunnel had gezien. In een souvenir-shop kon je voor zes dollar een rol toilet-papier kopen met de beeltenis van Bin Laden er op. Correspondent Marc Guillet van het Algemeen Dagblad had hier in de uren na de ramp ook rondgekeken. ‘Op Times Square omhelzen jonge mensen elkaar. Tranen. Verbijstering. Met afschuw en ongeloof kijken ze naar het elektronisch voorbijflitsende nieuws: ‘Terrorist attacks on our country’. Tegen de gevel van New York University aan de Veertiende Straat hangen studenten grote lappen papier. Voorbijgangers en studenten luchten hun hart. Kreten van verdriet, angst en troost. Life is stronger than death. For all we have lost. Rest In Peace. Do no let this be WAR! Fare thee well, fare thee well, I love you more than words can tell. En You will stand as towers in our hearts.’
Ik besloot vanaf Times Square Broadway af te lopen helemaal naar het zuidelijke puntje waar het rampgebied is. Hoe verder ik Broadway afliep, hoe meer ik om de paar blokken naar rechts keek. Het leek wel een dia-voorstelling met steeds een ander plaatje. Ik zag meer en meer gestutte gebouwen en uiteindelijk zwartgeblakerde ruïnes. Ik rook zelfs nu nog een brandlucht. Of was het ook een lijkenlucht want slechts zo’n vijfhonderd van de ongeveer drieduizend vermisten waren gevonden? Ik zag grote waterstralen en hier en daar nog een rookpluim.
De puinhoop was onvoorstelbaar. Vierentwintig uur per dag werkten de hulpverleners door. Nu hadden ze mondkapjes voor, maar veertig procent heeft inmiddels last van de mysterieuze ‘WTC-hoest’. Op sommige plekken werden asbest-niveau’s geregistreerd die vijfhonderd keer hoger waren dan doorgaans werd aangetroffen. Nog onbekend is welke schadelijke gevolgen het inademen van zware metalen heeft gehad voor de hulpverleners. De Amerikanen noemen hen de ‘New York Bravest’ en dan weet iedereen over wie het gaat.
Het hele rampgebied is omheind door een houten schutting. Het deed me denken aan de Berlijnse Muur. Op stellages keken mensen er overheen. New Yorkers staan bekend om hun harde humor. Op de houten wand stond met grote letters geschreven: ‘Bin Laden miste ons, maak niet dezelfde fout. Bezoek vanavond nog ons restaurant’. Met een grote witte pijl worden mensen feilloos naar het steak-house gedreven. Het was er inderdaad stampvol.
Als laatste eerbetoon waren veel bloemen en kransen neeergezet bij de vele ‘memorials’. Bij de ‘Trinity Church’ aan de rand van ‘Ground Zero’ hingen veel spandoeken met ‘God bless America’-teksten. Mijn oog trok naar een briefje waarop stond: ‘Beste Kerstman. Het liefste wat ik met Kerstmis wens te krijgen is een autopsie-foto van Bin Laden.’ Zulke wraakzuchtige teksten kwam ik niet vaak tegen. De teneur was die van een religieus patriottisme. Ik zag knielende mensen, veel kinderen ook, bij grote foto’s, ontelbare brandende kaarsjes en grote Amerikaanse vlaggen. Indrukwekkend was iets verderop een enorme hoeveelheid speelgoeddieren met begeleidende briefjes waarop een laatste groet stond of zo maar een hartverwarmende opmerking. Op een tekening van de ramp stond: ‘Ik ben Cindy uit St. Paul, Minneapolis, en ik wil laten weten dat ik niet wil leven in zo’n wereld.’ Er was een pijl getekend naar waar de brandende ‘twin towers’ hadden gestaan.
Marc Guillet schreef over die eerste uren op de rampplek: ‘Brandweertrucks uit de kazerne van Liberty Street, slechts enkele straten verwijderd van de plek des onheils, zijn als eerste ter plaatse. Zonder stil te staan bij het gevaar klimmen brandweermannen de trappen op van het gebouw en beginnen de duizenden werknemers te evacueren. Op de bovenste verdiepingen waar een inferno woedt, doen ze wanhopige pogingen mensen te redden. Velen springen in paniek hun dood tegemoet. Dan stort de betonnen reus in. Veel mensen uit de onderste helft van de wolkenkrabber zijn ontsnapt. De meeste brandweerlieden verliezen hun leven in het neerstortend puin. Bijna 350 van deze helden worden sinds ‘zwarte dinsdag’ vermist. Ze laten een gapend gat achter in het moedige brandweerkorps. De shock, de paniek en de chaos zijn compleet. Maar meteen is er ook hulp. Vluchtende mensen, onder het stof, ondersteunen zwakkere slachtoffers. Opmonterende woorden. Water om de verstikkende rook en as weg te spoelen en bloed weg te wassen. Een schouder om op uit te rusten of uit te huilen. Politie-agenten en ambulancepersoneel, hun ogen opengesperd van verbijstering, bieden eerste hulp. Er komt eeen exodus op gang van tienduizenden mensen die zich lopend uit de voeten maken. Weg van de gruwelijke oorlogszone in ‘down town Manhattan’, waar de ene na de andere wolkenkrabber met donderend geraas instort. New Yorkers die erom bekend staan dat ze kortaf zijn, ongeduldig, afstandelijk, geobsedeerd door geld en carrière maken, tonen plots hun zachte kant. De ruwe bolsters blijken een blanke pit te hebben. En de meedogenloze metropool met zijn moordende concurrentie verandert tijdelijk in een kleine provincieplaats waar iedereen elkaar schijnt te kennen en belangeloos hulp biedt.’
Ik keek nog even achterom waar de twee WTC-reuzen hebben gestaan. Bijna één miljoen vierkante meter aan kantoorruimte, 43.600 ramen en 198 liften. In 52 seconden raasde je naar boven als het tenminste niet waaide want dan konden de gebouwen zo’n drie meter uitwijken en konden de liften vast lopen. Bij de opening in 1973 omschreef gouverneur Nelson Rockefeller het complex als ‘het grootste huwelijk tussen nut en schoonheid.’ Ontwerper Minoru Yamasaki zag in zijn ontwerp vooral ‘de dominantie van vrede over macht’ gesymboliseerd. Wereldhandel droeg volgens hem bij tot wereldvrede. Met ‘macht’ bedoelde hij de grote bankinstellingen en verzekeringsmaatschappijen die nu zouden worden overschaduwd. Maar ik moest nu ik zelf op de rampplek stond ook even terugdenken aan de film ‘Deep Impact’ waarin een, door een meteoor-inslag veroorzaakte, reuze-vloedgolf Manhattan wegvaagde. Toen zag je de torens al instorten. Dat was slechts een van de vele rampenfilms over New York en Amerika waar we nooit meer op dezelfde manier naar kunnen kijken.
Ik kreeg van iemand een tip dat er op pier 94 ter hoogte van de 59ste straat ook een indrukwekkend monument was. Kilometers van de rampplek verwijderd. Ik pakte de bus die mij naar een verlaten gebied bracht. Ik was de laatste passagier en raakte in gesprek met de chauffeur. ‘Heeft u aan het begin van de rit bij Battery Park het politiebureau gezien?’, vroeg hij mij. Hij gaf zelf antwoord. ‘Het is dag en nacht gebarricadeerd. Alle straten in de directe omgeving zjn afgezet. Ze zijn panisch voor een nieuwe aanslag.’ ‘Bent u bang?’, vroeg ik. ‘Ja’, zei hij kort. Hij was een stevige, jonge vent met het lichaam van een bokser. ‘Bij mij op de sportschool is iedereen overgeschakeld naar gevechtstechnieken. Mannen en vrouwen.’ Ik begreep het. Niet dat het iets hielp maar het gaf toch een goed gevoel. Hij knikte. Na een lange stilte zei hij: ‘Het zal heel erg worden.’ ‘U bedoelt nog meer antrax?’ ‘Nee, erger’. ‘U bedoelt biologische wapens?’ Alweer een afgemeten, ontkennend antwoord. Ik had niet zoveel mogelijkheden meer. ‘U denkt misschien aan nucleaire koffertjes?’, opperde ik maar. ‘Nee, aan het einde van de rit zal ik het u vertellen.’ We zwegen weer. Bij het eindpunt gaf hij mij een briefje. ‘U bepaalt zelf uw leven. Ik ben maar een eenvoudige buschauffeur maar ik weet meer dan heel veel mensen. Maar velen voelen het naderende onheil. Ik spreek er met zoveel mensen over. Binnenkort zal twee-derde van de wereldbevolking sterven. Dit zijn de eerste tekenen. Het begin van het begin van het einde. Als u meer wilt weten ga dan morgen naar het adres dat ik heb opgeschreven. In ons gebouw wordt u ontvangen door iemand die u de tekenen van de ondergang zal laten zien.’
Ik stapte maar gauw uit. Ik had geen zin in zo’n sekte waarin de naderende Apocalyps wordt verkondigd. Hoe bijzonder eigenlijk in zo’n optimistisch land als Amerika dat vele duizenden, ook aanhangers van officiële religies, in tijden van wanhoop zo snel denken aan het einde der tijden. Het was het gevoel van velen in de eerste minuten en uren van de tragedie op 11 september, zo was me wel duidelijk geworden.
De meeste reacties op straat en in de media weerspiegelden echter al weer heel gauw ook de grote kracht die in de dynamische Amerikaanse maatschappij zit ingebakken. Een collectieve strijdlust maakte zich meester van de mensen. We laten ons niet kisten. ‘The skyline van New York will rise again’, sprak burgemeester Guliani al weer heel snel.
Er was geen paniek, maar natuurlijk wel angst in die dagen rond 11 september. Later werd het een meer geladen, onderhuidse angst, zo kreeg ik sterk de indruk. En tergelijkertijd ook een enorme onderlinge solidariteit. Veel Amerikanen kregen het idee dat ze hun land weer herontdekten. Vandaar ook die vloedgolf van patriottisme. Benjamin Disraeli heeft eens gezegd: ‘Patriottisme hangt net zoveel af van gemeenschappelijk succes als van gemeenschappelijk lijden, en het is door die gemeenschappelijke ervaring van alle zegeningen en gevoelens dat een groots nationaal karakter ontstaat.’ Amerikanen zeiden het hem in de herfst van 2001 graag na. Ik zag een New York Times waarin melding werd gemaakt van een vrouw die trots vertelde dat ze zojuist met de hele straat haar huis rood-wit en blauw had geschilderd. ‘Ik ben zo trots om een Amerikaan te zijn’, sprak ze tegenover de journalist. ‘Het is tijd om de natie te omhelzen.’
Bij pier 94 zag ik aanvankelijk niemand in de schemer. Hier moest een crisis-centrum staan waar alleen de nabestaanden naar binnen mochten en waar de ‘dodencertificaten’ konden worden opgehaald. Het was koud zo tussen het water en er was een flinke bries opgestoken. Iets verderop was de vuilstortplaats van New York. Dit was duidelijk een plek waar geen toeristen kwamen. Het enige vrolijke waren de Amerikaanse vlaggetjes en de speelgoedberen die aan de vele geparkeerde vuilniswagens waren vastgebonden. Voor de rest was het er stil en zelfs een beetje luguber.
De pier werd bewaakt door een paar agenten. Ze lieten me binnen en ik zag een enorme wand met foto’s van de vermisten van het WTC. Aan het eind ervan was een tent van het Rode Kruis om nabestaanden te troosten en andere acute hulp te bieden. Het was natuurlijk niet te bevatten wat je daar aantreft. Ik zag een foto met de oproep van een familie of iemand de oudste zoon had gezien. Je kon dag en nacht bellen met een tip naar wel tien verschillende nummers. ‘Carlos’ werkte op de het dakterras van het WTC: de ‘windows of the world’. Kansloos natuurlijk, maar hoop, zelfs een sprankje, doet leven. Er waren duizenden van die vaak hele persoonlijke oproepen op de wand bevestigd.
Plotseling verscheen een mevrouw die op allerlei plaatsen foto’s ophing. Zij bleek de moeder van de vermiste Judith Diaz te zijn, die werkte als administratief medewerkster op de negentigste etage van de tweede toren van het WTC. Het gebouw heeft dus nog een klein uur overeind gestaan na de aanslag. Judy was pas getrouwd en twee maanden in verwachting. Ze heeft een heel lief koppie op de foto. Een knappe meid in trouwkleding. Haar man heeft haar nog gebeld en gezegd dat ze niet door de rook en het vuur naar het dak moest gaan. Judy had het over helikopters die haar konden bevrijden. Beter kon ze naar beneden gaan via de brandtrap. Haar wanhopige moeder vertelde mij dat diverse collega’s van haar afdeling het gered hebben. Ze hebben Judy nog achter zich zien lopen. Maar net buitengekomen zagen ze ook dat het gebouw in elkaar stortte. ‘Toch heb ik nog hoop. Vorige week is in Ohio in een ziekenhuis ook weer een gewonde ontdekt uit het WTC. Ze zijn overal naar toegebracht. In dit land wordt niet alles even goed geregistreerd. Misschien heeft ze wel geheugenverlies en weet ze niet dat wij bij haar horen. Sinds 11 september is mijn leven verwoest. Ik ben er iedere minuut van de dag mee bezig. Ik heb tientallen ziekenhuizen gebeld.’ Ze vroeg wat ik deed in het dagelijks leven en toen ik haar het een en ander vertelde, vroeg ze of ik ‘alsjeblieft’ in Nederland de naam van Judy wil noemen. Je kunt nooit weten immers. Ik vertelde haar maar niet dat zoiets natuurlijk geen enkele zin had. Wel zei ik dat Nederland maar een heel klein land is in het verre Europa.
De volgende dag zou ik, toen ik de wand bij ‘Trinity Church’ voor een tweede keer bezocht, weer dezelfde foto van Judy ontdekken. Haar moeder trok blijkbaar niet alleen steeds van ziekenhuis naar ziekenhuis maar ook van gedenkplaats naar gedenkplaats. Mijn oog viel op de zin onder de foto van Judy: ‘Reageer alstublieft. Haar man, haar ouders, haar vele vrienden en familieleden wachten in grote bezorgdheid om haar lach weer te kunnen horen.’ Later zou ik in de New York Times lezen dat haar man haar beschreef als ‘wat gesloten’ en ‘met een hart van goud.’ Haar hartsvriendin, Emerita de la Pena, werkte op dezelfde etage. Een collega vertelde in de krant dat hij op de dag van de aanslag de beide dames nog gezien had. Ze hielden een deur voor hem open. Judy’s man Ron is op de ochtend van de elfde onmiddellijk naar Manhattan gereden, maar hij kwam niet verder dan de ‘Brooklyn Bridge’. Toen hij al die met roet bedekte mensen zag lopen vanaf Manhattan hoopte hij vurig dat Judy en Emerita tussen de duizenden zouden zijn die de brug overstaken.
Als je zulke gesprekjes voert en je hebt ook de beelden erbij dringt de dramatiek van de elfde september meer door. Steeds hoor je in New York dezelfde verhalen: over angst, moed, vaderlandsliefde en toch ook geluk, want omdat de ‘twin towers’ nog enige tijd overeind hebben gestaan konden wel zo’n twintigduizend mensen ontsnappen. Het had dus nog erger kunnen zijn. Als ik alle foto’s van vermisten zie, ontdek ik de kleuren van de regenboog. Meer dan zestig nationaliteiten zijn getroffen.
Natuurlijk, rampen zijn er aan de lopende band. Het vele leed bijvoorbeeld veroorzaakt door allerlei plaatselijke, etnische conflicten in Afrika vindt regelmatig op veel grotere schaal plaats. Maar de aanval op het WTC was in ieder geval ook uniek omdat die het gevoel gaf dat het ook een aanval op de mondiale beschaving was. Op u en op mij en dat maakt de dreiging voor ons allen veel groter. Een New Yorkse agent vertelde mij: ‘Hier in Manhattan zitten we als ratten in de val. Als dit kon gebeuren, is er een hele grote kans op een tweede keer. Waarom niet? De duizenden terroristen die ons zo haten beschikken over de meest afgrijselijke chemische en biologische wapens, misschien zelfs wel nucleaire. We waren naïef en het enige winstpunt is dat we dat nooit meer zullen zijn.’ Als Amerika in het hart kan worden geraakt, wie is er dan nog veilig?
Op de elfde september was de wereld voor even echt een ‘global village’geworden. Ook in Nederland waren er ongetwijfeld velen die zich die dag New Yorkers voelden. De Amerikaanse ambassade in Den Haag werd meteen bedolven onder de bloemen en andere steunbetuigingen. Er werd zelfs geld ingezameld. De mensen wilden iets doen. Toen kort na de aanslagen in Amerika ook in ons land een terroristische dreiging kwam bij een aantal auto-tunnels konden we opeens enigszins begrijpen wat de Amerikanen hadden doorgemaakt. In ons land zagen we plotseling on-Nederlandse beelden van sluipschutters, barricades en tanks bij de ingang van die tunnels. Even konden ook wij invoelen wat de dreiging van terroristen teweeg kan brengen.
Om een zo zuiver mogelijk beeld te krijgen van wat de Amerikanen was overkomen, moet ik ze vooral ook zelf aan het woord laten. Ontelbare persoonlijke reacties kwamen via de oude en nieuwe media binnen. Op het internet, alleen al via ‘America On Line’, werden op 11 september in de Verenigde Staten 1,2 miljard elektronische boodschappen geteld. Het telefoonverkeer in de getroffen gebieden lag al gauw plat.
PERSOONLIJKE GETUIGENISSEN-BERICHTEN OP EN ROND 11 SEPTEMBER:
de ochtend
Op de ochtend van de elfde september was het warm en helder weer in New York City, met slechts een heel klein beetje herfst in de lucht Naar je werk gaan op dit soort dagen doet je beseffen hoe goed het leven is. Je mijmert een beetje hoe je tijdens de lunchpauze door het park zal slenteren op weg naar huis of hoe je in de koelte van de avond er op uit gaat naar een honkbalstadion om te kijken naar je favoriete team in een wedstrijd die er echt toe doet.
Maar toen ik uit de stadsbus stapte om 08.50 uur verdwenen al deze plezierige gedachten. In Amerika’s drukste stad, terwijl de werkdag op het punt van beginnen stond, stonden de mensen bij elkaar terwijl ze omhoog keken naar een dikke, donkere voorbijglijdende rookwolk. ‘Een vliegtuig heeft het World Trade Centrum geraakt’, zei iemand. Er was geen paniek, alleen maar verwarring. Hoe kan een vliegtuig op een schitterende dag als vandaag, crashen in een wolkenkrabber die zo hoog is dat je die vanaf mijlenver kan zien? Iets klopte er niet.
(manager van America Online)
Ik was bezig de vliegroute van het vliegtuig van mijn vrouw te bekijken op de website van ‘American Airlines’. Ik volgde de hoogte en de snelheid, toen plotseling het beeld op zwart ging. De computer zei: ‘Neem alstublieft contact op met American Airlines’ en toen wist ik meteen dat er zich een ramp had voltrokken.
(inwoner van Boston in Newsday)
Dinsdagmorgen om 8.46 uur was ik in Toren-2 van het WTC op de 64ste verdieping waar ik werkte voor Morgan Stanley. Op internet las ik de BBC-sites toen ik een explosie hoorde. Ik rende naar een raam en keek naar buiten en zag grote hoeveelheden brokstukken (papier, metaal, van allerlei dingen!) door de straten vliegen. Ik belde mijn baas om te zeggen dat hij niet naar het kantoor moest komen en ging naar de hal. Iemand riep me: “Is daar iemand?” “Ja”, zei ik en hij schreeuwde naar me: “Kom als de sodemieter naar de trappen want we gaan evacueren.”
Op dat moment waren de mensen nog kalm en liepen we netjes naar beneden. Toen we op de 51ste of 50ste verdieping waren beland, hoorden we een enorme explosie die het gebouw als een gek deed schudden. Ik greep me vast aan de trap. Een vrouw viel tegen me aan en met haar in mijn rug viel ik van de trap. Ik probeerde op te staan, maar het gebouw schudde nog steeds en de lichten flikkerden uit en aan. Het was angstaanjagend!
Het gebouw begon te zinken, dat is de enige manier om het te beschrijven. De vloer zakte onder onze voeten weg en het enige waaraan ik kon denken, was dat ik honderden meters zou vallen, mijn dood tegemoet.
Mensen begonnen te schreeuwen en te huilen en te bidden tot God voor hulp. Het gebouw kwam weer tot stilstand en de evacuatie kon worden voortgezet. Ware het niet dat mensen in paniek raakten, op hol sloegen, over elkaar heen liepen. Ik en de Filippijnse vrouw die op me was gevallen, en nog een paar mensen, wachtten totdat de eerste aanzwellende massastroom was afgenomen.
Ergens op de route, tussen de 44ste en 34ste verdieping, raakte ik de kleine Filippijnse, die aan mijn arm had gehangen alsof haar leven ervan af hing, uit het oog. Het ene moment was ze er nog, het andere moment was ze weg. Ik maakte me zorgen.
Na een eeuwigheid – in werkelijkheid duurde het veertig minuten – zagen we een eerste glimp van de buitenwereld. De FBI en de NYPD-rechercheurs kwamen naar ons toe, of iemand medische hulp nodig had, en schreeuwden dat we moesten doorlopen naar de liften. (Ik denk niet dat die mannen van de FBI en NYPD het hebben overleefd).
We keken naar buiten, naar het plein tussen de twee torens en zagen veel, heel veel lichamen. Sommige vielen uit de lucht en sommige smeulden nog na.
In de straten heerste absolute paniek. FBI-agenten inspecteerden een brok dat er uitzag als een stuk van een vliegtuigvleugel. Mensen schreeuwden en renden rond. Overal waar je keek, waren ambulances. Toen pas keek ik voor het eerst naar de torens. Ik kon niet geloven wat ik zag. Allebei de gebouwen stonden in brand en vlammen schoten dertig meter omhoog. Dikke pluimen van zwarte rook sloegen uit de gebouwen. Uit Toren-2 kon je nog een deel van het vliegtuig zien steken.
Op dat moment wist ik: het is nog niet voorbij. Ik stopte niet meer met rennen, ik rende vijftien blokken naar mijn appartement. Daar keek ik in shock naar de eerste herhalingen van de torens die instortten. Het was het droevigste moment van mijn leven. Ik begon te huilen en belde mijn dierbaren.
(Eric S. Levine in De Volkskrant)
Opeens schoof het gebouw met een schok naar voren. Ik werd over mijn bureau gesmakt. Het gebouw zwaaide weer naar achteren. Toen weer naar voren. Bij het raam zag ik de resten van een vliegtuig, al begreep ik toen nog niet dat het een vliegtuig was. Het zag er vreselijk uit. Ik zag het voor mijn ogen naar beneden vallen. Het brandde, er vielen stoelen. Er vielen dingen waar ik niet over wil praten.
(Simon Oliver in NRC Handelsblad)
(Geoff deLesseps werkte op de tachtigste etage. Hij belde zijn vrouw.) Ik zou de volgende dag op zakenreis gaan. En zij zei dat ze zo’n raar gevoel over vliegen had. Ik hing op. Toen hoorde ik een vreemd geluid, als van aangezogen lucht. Er viel gruis van het plafond en er kwamen stukken naar beneden. Het gebouw schudde en zwaaide toen heen en weer. We gingen de gang op, maar de liften werkten niet meer. In het trappenhuis hing dikke rook. Drie verdiepingen lager kwamen we in een zaal met een televisie. (ook deLesseps had eerst niet door dat er een vliegtuig op het gebouw was gestort) Op de televisie zagen we onszelf. We zagen wat er was gebeurd met het gebouw, het grote gat. Het was bizar.
(NRC Handelsblad)
hulpverleners
Ik ben een commandant van de New Yorkse brandweer. Ik kwam aan bij de rampplek om ongeveer 09.10 uur, net nadat het tweede vliegtuig WTC-toren 2 had geraakt.
We zetten een commandopost op in ‘West Street’ vlak tegenover de zuidelijke toren. Eenheden uit Brooklyn arriveerden en werden klaargemaakt om de zuidelijke toren in te gaan. Een collega-commandant die bij me was, besloot die brandweermannen het gebouw in te leiden. Ik bleef bij de commandopost om de hulp van weer nieuwe brandweerlieden te coördineren. Ik bleef maar denken: Hoe moet je het aanpakken om dertig etages die in brand staan te blussen zeventig etages boven de grond? Opeens was er een enorm lawaai en ik keek omhoog om vervolgens te zien dat het hele gebouw in stukken uit elkaar viel. Het leek alsof alles in slow-motion ging. Tonnen glas, staal en steen vielen vanuit de lucht onze richting uit. Ik begon te rennen in het volle besef dat er geen enkele manier was om sneller te zijn dan een gebouw van 110 etages dat naar beneden komt. Alles wat ik me kan herinneren is dat ik tegen de grond werd geslagen en dat stukken puin overal om me heen terecht kwamen tot de wereld helemaal zwart zag in een verstikkende stofwolk. Ik herinner me een brandweerman die uitriep: ‘Ik wil hier niet sterven.’ En dat ik toen antwoordde: ‘Dat wil ik ook niet, broer.’ Wel, dat is ook niet gebeurd. Alles wat ik kan zeggen is dat ik hier nog ben vanwege de genade van God – was het maar zo dat hetzelfde gold voor mijn collega en zijn brandweermensen die secondes voor mij het gebouw ingingen… Een grotere liefde kan iemand niet in zich hebben als hij bereid is zijn leven te geven voor zijn naaste. Ik ben er trots op dat ik zulke helden gekend heb.
(brandweerman - internet)
Ze waren op weg naar een gaslek dat gemeld was en ze zouden nog even een riool onderzoeken. Plotseling vloog een vliegtuig over, erg laag. Ze keken allemaal omhoog en zagen vol afgrijzen en ontzag een ‘jet’ in het WTC vliegen. Mijn neef – mijn held- en zijn eenheid wachtten niet om te worden uitgezonden. Ze waren volledig uitgerust en er was geen tijd om te verliezen. Ze waren de eersten die bij de rampplek aankwamen en ze gingen onmiddellijk naar binnen.
Ik was net wakker geworden en dronk koffie terwijl ik de televisie aanzette. Ik was in shock en maakte me onmiddellijk grote zorgen om mijn neef, die bij mij in het gebouw woont. Hij was 25 jaar oud, een vrijwilliger-brandweerman en hij zat nog maar twee maanden op de brandweeracademie. Hij volgde in de voetstappen van zijn overleden vader, een onderscheiden brandweerman. Ik keek tv toen de telefoon ging. Mijn zus belde vanuit Manhattan om even te checken dat haar zoon niet werkte. Ik kon niet liegen tegen haar. Toen stortte WTC 2 ineen. Ik kon niet geloven dat, na het overeindblijven ondanks de impact van een vliegtuig, het gebouw toch nog instortte. Direct daarna belde mijn zus opnieuw. Gelukkig had Jim haar gebeld: ‘Mam, met mij gaat het goed. Ik zit op de dertigste etage van WTC 1.’ Een kwartier later stortte ook dit gebouw in elkaar. Een uur en vijfenveertig minuten hebben we gewacht en op televisie gezien hoe de nachtmerrie zich voltrok. Toen belde mijn zus – ze had Jim op het NBC-nieuws gezien en hij LEEFDE! Dondernacht kwam hij even thuis en praatten we met elkaar. Ze hebben nooit het bevel gekregen om er uit te gaan, maar ze voelden dat het tijd was om te vertrekken; de andere toren, de tweede die was getroffen, was al ingestort en dat leek toch alweer een hele tijd geleden. Hij rende de trappen af en bereikte de uitgang van het gebouw terwijl het gebouw om hen heen naar beneden kwam. De brandweerman achter hem kreeg brandwonden op de achterkant van zijn nek. De brandweermensen achter hem hebben het niet gered. Dit is het verhaal van mijn neef, de New Yorkse City brandweerman-held.
(internet)
Dit is een verhaaltje over Ed Cooke, een elektricien die aan het werk was op de 52ste etage van de tweede toren. Het vliegtuigde ramde in de tachtigste etage boven hem. Hij en zijn vriend begonnen de trappen af te rennen zo snel als ze konden. Ed stopte om een oudere man te helpen die moeite had om van de trap af te komen. Ed bleef bij hem terwijl hij
de brandweermensen zag passeren die naar boven renden. Hij wist wat zuurstof van hen te krijgen voor zijn makker en lette erop dat ze na iedere tien etages even rust namen totdat hij zijn adem weer terug kreeg. Zowel Ed als de man bereikten de uitgang, minuten voordat het gebouw in elkaar stortte. Dit zijn onbekende helden, hun daden gaan onopgemerkt voorbij en alleen gezien door God.
(internet)
(Simon Oliver doet meer dan een uur over zijn tocht naar beneden vanaf de 57ste verdieping. Op de twintigste verdieping kwam hij de eerste brandweerlieden tegen) We bedankten ze. Het werd toen al steeds heter in het trappenhuis. Ze sjouwden zwaar materieel mee en zagen er uitgeput uit.
(NRC Handelsblad)
Ik zal nooit meer op dezelfde wijze naar een brandweerman kunnen kijken. Wat is het in iemand, in honderden van hen, om onder een soort van dwang een brandend gebouw in te rennen terwijl ieder ander er uit rent met als enige doel mensen te redden die ze niet eens kennen? Hun dapperheid is onderdeel geworden van onze collectieve nationale erfenis. Hun dapperheid geeft ons allen waardigheid
(dominee Bill Hybels in de New York Times)
Ik zat in een rolstoel op de 46ste etage. Twee van mijn collega’s droegen me naar beneden door alle hitte in het trappegat. Ik bleef maar zeggen dat ze alleen door moesten gaan, maar ze wilden me niet achter laten.
(overlevende van toren 2, internet)
Ik liep op krukken en ik kon niet van de trap afkomen. Een collega die ik nauwelijks kende heeft me de hele weg naar beneden gedragen totdat ik buiten bij de hulpverleners kwam.’
(vrouw die werkte op de 64ste etage van toren 2 in de New York Times)
We waren 14 uur onafgebroken aan het werk, vechtend tegen de rook in het donker. Maar het meest frustrerende was dat we als het te gevaarlijk werd ons gereedschap moesten neerleggen en rennen voor ons leven terwijl we wilden blijven om mensenlevens te redden.
(New York Times)
‘Met zijn aanwezigheid verlichtte hij iedere plaats waar hij was zoals hij ooit deed met het Witte Huis tijdens een gebedsdienst. Vader, u gaf ons zoveel tijdens uw leven: al die momenten van liefde en schatergelach.’
(uit toespraak senator Hillary Clinton over Vader Mychal Judge, de geestelijke die op 11 september overleed door rondvliegende brokstukken toen hij zijn helm afzette om de laatste sacramenten te geven aan een stervende brandweerman.)
Er was een jong meisje van het Rode Kruis die er was toen ik kwam en toen ik na al die uren weer vertrok. Ze deelde voedsel, koffie, etc. uit en ze ruimde op toen de uitgeputte hulpverleners weer terug gingen naar de puinhopen. Dit jonge meisje en haar collega-vrijwilligers zijn echte helden. Zij verbeelden de kracht van Amerika: de bereidheid om anderen te helpen wat het ook van henzelf eist. Ik wil al deze toegewijde, zorgzame mensen bedanken in hun pogingen om iedereen te helpen in deze enorme reddingsoperatie. God zegene jullie allemaal.
(internet - politieagent)
nabestaanden – ooggetuigen – speurhonden - vliegangst
Daphne Bowers meldde zich bij het Bellevue hospitaal met een klein fotootje van haar dochter Veronique. Snikkend en ondersteund door twee vrienden vertelde ze aan iedereen die het maar wilde horen dat haar dochter een witte jas en een zwarte trui droeg toen ze dinsdag naar het werk ging in het World Trade Center. ‘Ze belde me op toen het gebouw in de brand stond. Ze zei: “Mam, de rook komt door de muren. Ik kan geen adem meer krijgen.” Het laatste wat ze zei was: “Ik houd van je, goodbye”.’
(Cox News Service)
NBC-presentator Jane Pauley: ‘Welke woorden uit dat telefoongesprek met Jeremy Glick (van United-vlucht 93) geeft je de meeste troost?’
Lyzbeth Glick: ‘We zeiden wel duizend keer ‘Ik hou van je’, steeds maar weer, en dat gaf ons zo’n rust… Hij zei: “Ik hou van Emmy”, die onze dochter is en dat ik goed voor haar moest zorgen. En vervolgens zei hij: “Welke beslissingen je ook in je leven neemt, ik wil dat je gelukkig bent, en ik zal alle beslissingen respecteren die je neemt.” Ik denk dat dat me de meeste troost geeft.’
(NBC News)
Peter Hannaford was een van de eerste passagiers die na de ramp weer aan boord stapte van een United-vlucht naar Denver. Dit hoorde hij van de piloot door de intercom: ‘Ik wil jullie dappere mensen bedanken dat jullie vandaag met ons vliegen. De overheid heeft noodmaatregelen genomen voor de veiligheid op vliegvelden, maar als de deuren van dit vliegtuig gesloten zijn gelden onze regels. Van nu af aan zijn we op elkaar aangewezen… Als iemand opstaat en zwaait met iets als een plastic mes en roept: “Dit is een kaping” of woorden van gelijke strekking, dan moet u het volgende doen: ieder van u moet opstaan en onmiddellijk voorwerpen gooien naar de persoon – kussens, boeken, tijdschriften, brillen, schoenen, alles dat hem uit z’n evenwicht kan brengen. Het allerbelangrijkste: probeer een deken over hem heen te krijgen, probeer hem op de grond te krijgen en houd hem daar. We zullen landen op het dichtstbijzijnde vliegveld en de autoriteiten zullen het daar overnemen. Onthoud, hij is alleen en misschien met nog een paar helpers, maar jullie zijn met tweehonderd. Jullie kunnen ze overmeesteren. Welnu, omdat we voor de komende paar uren in feite één familie zijn, wil ik u vragen u te richten tot de persoon naast u. Introduceert u zichzelf, vertel iets over u zelf en vraag hem of haar hetzelfde te doen.’
(Washington Times)
(Howard Lutnick is de baas van Cantor Fitzgerald. 700 van zijn werknemers waren vermist waaronder zijn eigen broer) Mijn broer Gary heeft mijn zuster nog gebeld… Waarschijnlijk wel zo’n honderd mensen kregen een telefoontje nadat het vliegtuig was ingeslagen. Weet je, ze belden hun familie, ze belden hun moeder, ze belden hun vrouw en zeiden: “We zijn getroffen door een vliegtuig en we gaan evacueren.” Ik bedoel, dat was de de rode draad die door al die telefoontjes liep. Mijn broer belde mijn zus iets later op en hij zei dat de rook al naar binnen kwam. Er was geen uitweg meer. Hij zou niet meer weg kunnen komen. Ik moet iets doen voor die 700 families. 700 families. 700 families. Ik kan het niet zeggen zonder te huilen.
(NBC News, Howard Lutnick was op 11 september niet vroeg naar zijn werk gegaan omdat zijn zoon van vijf voor het eerst naar school ging)
Als handelaren hebben we geleerd om bij ons bureau te blijven als er een brandalarm is. Je bent er altijd voor de klanten. Je rent niet weg. Welnu, in dit geval waren de verstandigen de mensen die wegrenden. De mensen die achterbleven zijn gestorven.’
(David Williams in Fortune)
“Hij droeg een rode stropdas”, zei een Wall Streetbankier plompverloren tegen zijn vrouw de avond na de aanslag. “Wie?” vroeg ze. “De man die ik van grote hoogte uit het raam zag springen.”
(Fortune)
Ik zag een man die met een witte handdoek zwaaide. Toen sprong hij naar beneden. En toen zag ik twee mensen naar beneden springen die elkaars hand vasthielden. Collega’s misschien, of man en vrouw. Ze gingen zo langzaam.
(Tom Walsh in NRC Handelsblad)
Ik zag mensen die hun overhemd hadden uitgetrokken en dat gebruikten als een vlag, waarmee ze door de gebroken ramen zwaaiden. Het vuur woedde onder hen. Er kon niks meer voor ze worden gedaan. Het was vreselijk.
(Tom Houston in NRC Handelsblad)
Je kon zien hoe mensen hun leven probeerden te redden. Er was zoveel rook en het was zo heet. Mensen willen niet levend verbranden. Ik zag zo’n vijftien mensen springen. Eerst één, een paar minuten later weer één. Ik had tranen in mijn ogen. Ik ben diep geschokt...
(Eddie Gonzalez in NRC Handelsblad)
Ruiten braken, er was veel rondvliegend glas en mensen probeerden te schuilen. Veel mensen zagen eruit als spoken, ze zaten onder het vuil, huilden of liepen verdwaasd rond.
(Onbekende getuige in NRC Handelsblad)
Zelfs de speurhonden die de puinhopen van het World Trade Center doorzochten waren zo van slag door hun falen dag na dag om een levende te vinden dat de reddingwerkers zichzelf ‘begroeven’ onder de lakens zodat de honden hen konden vinden en ‘redden’. Andere reddingwerkers keken toe, juichten en aaiden de honden op de rug.
(Nancy Gibbs in Time)
Een vrouw, die het gelukt was te ontsnappen uit het WTC, voelde zich moreel verplicht om nooit meer te vergeten wat voor verdriet anderen te dragen hadden. Op haar pols liet ze een tattoo aanbrengen met de tekst:
9.11.01
2.54
29.
Bedoeld wordt de datum, de tweede toren, de 54ste etage en haar leeftijd. De dag voor de aanval was ze 29 geworden.
(Time)
mensen – ook Nederlanders- die in de buurt van het WTC wonen of als toerist het complex bezochten
Ik wil jullie allemaal alleen maar even laten weten dat alles goed is. Het is een vreselijke situatie en God weet wat er allemaal aan de hand is maar wij zijn OK. We moeten tot nader order allemaal thuis blijven. De stad is opvallend kalm. De New Yorkers lopen naar het noordelijk deel van de stad vanaf Zuid-Manhattan. Het openbaar vervoer werkt niet meer. We hebben het geluk dat we allemaal zo dicht bij elkaar zijn en in de buurt van de scholen van de kinderen. (allemaal op een paar blokken afstand van elkaar)
(internet, 11 september 21.32 uur)
Dank voor jullie medeleven in Holland. Het is echt heel verschrikkelijk hier!!! En ook onwezenlijk. Ik zag het gisteren gebeuren en was het eerste uur buiten. Heb daarna voornamelijk binnen aan de televisie gekluisterd gezeten, steeds me proberen los te maken, af en toe uit het raam gekeken waar ik vroeger een heel mooi uitzicht op het WTC had. Nu zie ik vlammen en een enorme rookontwikkeling. De wind is vandaag gaan keren en de rook komt nu regelrecht vanuit het noorden naar ons toe. Het is relatief weinig maar het is as, het ruikt vreemd en het helpt je steeds herinneren aan het verschrikkelijke wat is gebeurd . Veel liefs en het voelt goed zoveel medeleven te krijgen. Vooral omdat we nu geen telefoon hebben.
(internet)
Dank voor jullie medeleven. Wij zijn allemaal veilig. We moesten evacueren gisteravond laat en logeren nu bij een vriend op de Elfde straat en Fifth Avenue. We mogen vandaag alleen terug gaan om even schone kleren te halen. Het hele gebied is een risicozone vanwege het gevaar van gaslekken, branden, etc. Misschien mogen we donderdag de zestiende september weer naar huis. Nu weet ik dat nog niet.
Gisteren om 8.45 uur waren we allemaal op het speelterrein van de ‘H & O’s school op Chambers Street en Greenwich Street, vier straten verwijderd van de WTC-gebouwen. Ik hoorde een luid dreunend geluid op ons af komen, keek omhoog en zag een groot, erg laag vliegend vliegtuig direct boven mijn hoofd. Het verdween achter de school en onmiddellijk was er een enorme dreun gevolgd door weer een andere. Ik deed een stap terug en zag de vorm van het vliegtuig waar het het gebouw was binnengekomen. Vuren, explosies, puin. Mensen aan het raam zwaaiend met handdoeken om aandacht proberen te krijgen. Ouders op het speelterrein gilden, huilden, vroegen zich af wat er net gebeurd was. De school inrennen, moeten we de kinderen eruit halen, moeten ze binnenblijven?Toch maar weer naar het schoolplein, starend naar de brandende toren, naar de vliegtuigafdruk in de toren.
Terwijl we keken, wachtten, crashte het tweede vliegtuig in de zuidelijke toren vanachter de noordelijke toren. Een enorme explosie en daarna kwam een reusachtige vuurbal uit de toren. Op dat moment wist ik nauwelijks dat het een tweede vliegtuig was. Op het schoolplein was iedereen buiten zinnen. Overal zag je rondvliegend puin vanwege de explosie. Iedereen op het schoolplein rende de school binnen om de kinderen eruit te halen. Een waar pandemonium, soms leek het enigszins onder controle, maar op andere momenten weer helemaal niet. Verdoofde volwassenen dwaalden rond, maar renden ook door de gangen om hun kinderen te vinden.
Wij liepen het gebouw uit, wij met z’n vieren. Starend naar de WTC-gebouwen zoals ze daar in brand stonden. Steeds meer mensen hingen uit het raam, sprongen hun dood tegemoet toen de vlammen, de hitte en de rook in snel tempo dichterbij kwamen. Toen we ons naar ons huis haastten een paar blokken verderop, zagen we de straten van onze buurt vol met starende, ongelovige, geshockeerde en angstige mensen. Sommigen hadden geen idee wat er was gebeurd, ze dachten dat bommen waren afgegaan, ze wisten niet dat vliegtuigen al dit verschrikkelijke hadden veroorzaakt. Thuis zettten we de tv en de radio aan en kregen het nieuws voorgeschoteld en toen de ochtend en de dag vorderden kregen we een duidelijker beeld van wat er in New York, Washington en Boston allemaal gebeurd was. Een vreselijke, vreselijke dag. Een droevige dag en niemand van ons vieren, nog de duizenden anderen die tegen hun wil het drama voor hun ogen zagen gebeuren, zullen het ooit vergeten of in staat zijn het uit hun geheugen te verbannen.
De buurt rondom ons was verworden tot een rampgebied. Er waren dreigingen van gaslekken en explosies. Nog een ander vuur? Overgeslagen naar het Community College... Het gerucht ging van een bomalarm op een dichtbij gelegen high school. De Nationale Garde, vrijwillige hulpverleners, politie-agenten, brandweermensen. Het werd een oorlogsgebied, zo leek het wel..
Vandaag is het helder en mooi zoals het weer ook gisteren was. Het brandt nog steeds onder Harrison Street, hoewel minder dan gisteren toen dikke, donkere, steeds groter wordende wolken van rook, stof en puin het zuidelijk deel van Manhattan bedekten. Nu is het meer een herinnering aan alles wat gisteren is gebeurd. Waar ooit twee enorme gebouwen stonden tegen de skyline is nu slechts een gapend gat.
Ik moet gaan nu, wij zijn veilig en gezond.
(internet)
Als ik dit schrijf beschrijft de radio de sfeer in New York als ‘grimmig’. Dat is het precies. Het is onmogelijk om te beschrijven hoe het was om te vluchten over de Manhattan Bridge terug naar Brooklyn gisterochtend (Ik was op een vergadering een paar blokken van het WTC toen de vliegtuigen crashten) en om te zien hoe de eerste Toren in elkaar stortte…. Enorme hoeveelheden as zijn op Brooklyn neergekomen, snippers van documenten zijn door de wind meegenomen en liggen in voortuintjes. Het meest belangrijke is dat ik me afvraag of ons gevoel van veiligheid, iedere dag gewoon naar buiten gaan, de ondergrondse nemen, water drinken, ooit terug zal komen. Diegenen onder jullie die in Israël wonen of die in oorlogsgebieden geweest zijn hebben dit eerder meegemaakt. Wij niet…
(internet)
Mijn zoontje Oliver zag het tweede vliegtuig vanuit zijn schoollokaal het WTC-gebouw invliegen. Er is geen troost.
(internet)
Die rampdag eergisteren was dus mijn verjaardag. Nog steeds heel chaotisch hier zo vlak bij het WTC. Vanaf 14e straat naar beneden alles afgesloten voor verkeer. Loop rond met stofmasker. Op alle kruispunten staat de Nationale Garde. De lucht stinkt en er is een permanente stofwolk. Mijn vriendin in Brooklyn heeft er nog veel meer last van gehad, want veel dreef naar Brooklyn. Zij heeft papieren gevonden van het WTC. Een vreemde gewaarwording!
(internet)
Mijn vliegticket had ik één week van tevoren gekocht. Het zou mijn eerste reis naar New York worden. Maandagochtend kwam ik aan. Ik had een hotel in Brooklyn en bleef ‘s-middags in die wijk. In de vroege avond begon het te regenen en was er onweer. Geen weer om naar Manhattan te gaan. Dinsdagochtend vroeg ging ik op weg naar het WTC. Ik wilde daar bijtijds zijn zodat ik eerst kon kijken waar de tickets verkocht worden en dan ‘als eerste’ naar boven kon. Het observatieplatform zou om half tien open gaan. Ik had dus nog mooi de tijd om op het plaza te kunnen rondkijken en de gebouwen te fotograferen. Welnu, ik kwam rond half negen aan in Manhattan en liep naar het WTC. Ik volgde de bordjes voor het observatieplatform door het ondergrondse winkelcentrum. Toen ik op een roltrap in de zuidelijke toren stond, was er opeens de aanval op de andere toren. Ik kan mij niet herinneren een explosie te hebben gehoord, maar zag door de langwerpige ramen wel veel brokstukken en papier naar beneden komen en hoorde mensen ‘Oh my God’ schreeuwen. Een paar mensen daar beneden gingen snel weg door de draaideuren, maar op de roltrappen en naastgelegen trappen was niemand. Heel even sta je te kijken met het idee van ‘wat gebeurt hier in vredesnaam?’, maar daarna was ik echt doodsbang dat ‘mijn’ toren aan het instorten was. Dus rende ik snel vanaf de roltrap naar beneden en ging naar buiten. Er was een regen van gruis en papieren. Ik keek naar boven maar zag niets bijzonders aan de toren. Ik wist niet wat er aan de hand was en vluchtte naar de overkant van de straat een portiek binnen. Daar bleef ik heel even - een aantal seconden, want er stortten geen torens in en er waren geen explosies. Dus ben ik weer de straat opgelopen en zag toen dat er een gat in de noordelijke toren zat. Van omstanders hoorde ik dat het een vliegtuig was. Iedereen dacht nog aan een ongeluk. Ik zag de eerste mensen naar beneden springen. De tweede inslag heb ik niet gezien. Ik was wel heel dichtbij maar net in een zijstraat en met mijn rug naar de torens toe. Nu hoorde ik wel een explosie en gekraak. Ik dacht dat de al beschadigde toren instortte. Dus ik dook naar beneden achter een witte bestelbus en wilde eigenlijk daaronder kruipen maar er lag al iemand. Ik werd naar de grond geduwd. Mensen renden weg en er was paniek. Toen ik op de grond lag, was ik doodsbang dat grote brokstukken naar beneden zouden komen. Toen ik opkeek stond de andere toren opeens ook in brand. Omstanders vertelden over een tweede vliegtuig en iedereen wist nu wel dat er opzet in het spel was. Ik bleef nog bij de torens rondlopen maar dacht op een gegeven moment dat het beter was om bij de gebouwen weg te gaan, wie weet zouden er nog meer vliegtuigen neerstorten op Manhattan. Achteraf bezien liep ik eigenlijk de verkeerde kant uit, want ik ging richting het zuiden. Tussen de brandweerwagens en ambulances ontmoette ik twee Newyorkers die van plan waren met de veerboot naar de overkant van de rivier te gaan. Ik besloot met hen mee te gaan. Nog één keer moesten we vlak langs de torens. Net toen we aan de overkant weer van de boot afstapten hoorden we mensen schreeuwen en zagen we dat er een toren was ingestort. Ik zag een reusachtige stofwolk. En dat terwijl wij twintig minuten daarvoor nog vlakbij die toren hadden gelopen. In het woontoren- appartement van een van mijn nieuwe kennissen hadden we een ‘prachtig’ uitzicht op Zuid-Manhattan. Daar zagen we de noordelijke toren instorten. Ongelooflijk! Ik besef nu pas goed hoeveel geluk ik heb gehad met de tijdstippen van de twee vliegtuig-inslagen en het instorten van de torens, en de plekken waar ik op die momenten was. Voor hetzelfde geld had ik bovenop het observatieplatform gestaan of in de lift gezeten. Of als het eerste vliegtuig vijf minuten later was geweest had ik buiten op het plaza gestaan om foto’s te maken en had ik grote kans gehad geraakt te worden door brokstukken of vallend glas. Als de torens eerder waren ingestort, was ik nog in de buurt van de torens geweest. En als ik niet had besloten om met de New Yorkers mee te gaan, had ik in de stofwolk terecht gekomen. Ik ga zeker nog eens terug naar New York, want in de rest van mijn vakantieweek hing er in de stad natuurlijk toch een macabere sfeer. Ik wil John en Carlos heel erg bedanken voor hun gastvrijheid en hun hulp om snel uit Zuid-Manhattan te komen.
(internet - Jeroen Morriën)
medeleven – patriottisme - angst- woede
Vlak na de ramp haalde een luchtmachtmajoor een muffin bij een koffieshop. De eigenaresse zei: “Ik zal de rekening opmaken, maar u hoeft niet te betalen.” Eerder die dag was een vrouw de winkel binnen gekomen. Ze had haar een stapeltje bankbiljetten in de hand gedrukt. Ze zei dat zij daarmee moest betalen voor iedere militair die die dag iets bestelde. “De vrouw die het geld had gegeven had net haar zoon verloren bij de ramp in het Pentagon”, zei de majoor. “Deze arme vrouw zou in diepe rouw moeten zijn. In plaats daarvan koopt ze koffie en donuts voor de mensen in uniform. Ik kan niet verklaren hoe iemand in zo’n situatie zo’n groot hart voor anderen kan hebben.”
(Time)
Ook ik heb een hernieuwd gevoel van patriottisme. Ik was het al een tijdje kwijt. Ik zakte steeds dieper weg in mijn cynisme. Maar nu is mijn hart vol van trots dat ik mij een inwoner van Amerika mag noemen, een onderdaan van een verbazingwekkend, zorgzaam volk. Ik heb niet alleen tranen van droefheid gehuild maar ook van vreugde toen ik zag hoeveel Amerikanen uit alle uithoeken van het land bloed gaven, voedsel, geld en zelfs hun eigen leven om anderen te helpen in een tijd van zo’n tragedie. Wij zijn allemaal zo verschillend, toch maakt dat ons zo bijzonder. Ik heb nog nooit van zoveel mensen gehouden en ik wil iedereen laten weten dat u een plekje in mijn hart heeft. Laten we altijd zo blijven – verenigd en liefhebbend.
(internet)
In gedeelde smart en sympathie met de U.S.A. Jullie hebben ons geholpen in twee wereldoorlogen en meer, en nu zullen wij jullie bijstaan.
(New York Times, kaart bij de Amerikaanse ambassade in Londen)
Op de avond van de ramp kwam mijn man van zijn werk thuis en vertelde me dat er iemand met een reusachtige Amerikaanse vlag stond te zwaaien op het viaduct. De automobilisten toeterden. Ik stak onmiddellijk en vol trots de ‘Stars and Stripes’ uit ons huis. Drie dagen later stond de man er nog. Tegen de lokale televisie vertelde hij dat hij achter in de vijftig was en niet meer kon vechten voor zijn land. Dit was wat hij nog kon doen… Het viel mij aan allerlei dingen op dat Amerikanen weer verbonden zijn met elkaar. Ik ging naar de groenteboer waar vreemden van elkaar oogcontact hadden. Klanten hielden de deur voor elkaar open, glimlachten en zeiden elkaar gedag. Dit is weer het Amerika van mijn jeugd. Het land waarin we allemaal de ‘Pledge of Allegiance’ opzeiden terwijl geen stem zweeg. Ik wil de mensen van ons land bedanken en met name zijn stille, bescheiden helden die het zo groot maken. Dank u voor het herstel van ons geloof in de mensheid en voor uw hulp om onze smart te verlichten. Dank aan hen die met kleine dingen zo’n verschil maken voor zovelen.
(internet - Denver)
Nooit tevoren heb ik meer van mijn man en kinderen gehouden dan toen ik die wanhopige schepsels uit de ramen zag springen. Ik denk dat dat het ergste is wat ik ooit in mijn leven gezien heb. Ik probeer me voor één oneindig lange seconde te verplaatsen in hun schoenen. Ik heb drie dagen achter elkaar gehuild. Het heeft mijn leven totaal veranderd, al weet ik nog niet precies hoe. Ik ben bang. Ik weet niet of ik de volgende ochtend wel wakker word. Ik weet dat ik nooit meer met dezelfde arrogantie naar de toekomst van mij en mijn kinderen zal kijken. Alsof het allemaal zo vanzelfsprekend is. Dat is wat die verdomde terroristen ons hebben laten zien, je kunt het eenvoudig nooit weten.
(internet)
Mijn buren schilderden hun schutting rood, wit en blauw.
(New York Times)
Ik ben in 1968 geboren in Amerika maar op 11 september 2001 werd ik een Amerikaan.
(internet)
Ik ben een invalide veteraan en ik zal u vertellen: er was zoveel woede samengekropt in ons speciale gezondheidscentrum dat als het kon worden omgezet in elektriciteit de hele wereld zou kunnen worden verlicht voor de rest van deze eeuw.
(internet)
wat een verschil één dag kan maken
Op maandag dachten we nog veilig te zijn
Op dinsdag wisten we beter
Op maandag praatten we over onze sportmensen als helden
Op dinsdag begrepen we weer wie onze echte helden zijn
Op maandag waren we geïrriteerd omdat onze belastingteruggave er nog niet was
Op dinsdag gaven we geld weg aan mensen die we nog nooit ontmoet hadden
Op maandag voerden mensen nog actie tegen bidden op school
Op dinsdag zou je erg je best moeten doen om een school te vinden waar iemand niet aan het bidden was
Op maandag bekvechtten mensen met hun kinderen over het opruimen van hun kamer
Op dinsdag konden diezelfde mensen niet snel genoeg thuis komen om hun kinderen te omhelzen
Op maandag waren mensen boos omdat ze zes minuten moesten wachten bij een afhaalloket van een fast-foodrestaurant
Op dinsdag maakte het mensen niets uit zes uur te wachten om bloed te geven voor de stervenden
Op maandag zwaaiden we met onze vlaggen om onze culturele diversiteit aan te duiden
Op dinsdag zwaaiden we alleen met de Amerikaanse vlag
Op maandag waren er mensen die probeerden zich af te zonderen op basis van ras, sexe en geloofsovertuiging
Op dinsdag hielden ze allemaal elkaars hand vast
Op maandag waren wij mannen of vrouwen, zwart of wit, oud of jong, rijk of arm, hetero of homoseksueel, Christen of niet-Christen
Op dinsdag waren wij Amerikanen
Op maandag redetwistten politici over budget-overschotten
Op dinsdag, overmand dooor verdriet, zongen zij ‘God Bless America’
Op maandag ging de president naar Florida om kinderen voor te lezen
Op dinsdag keerde hij terug naar Washington om onze kinderen te beschermen
Op maandag hadden we families
Op dinsdag hadden we wezen
Op maandag gingen mensen zoals altijd naar hun werk
Op dinsdag stierven ze...
(internet)
Nederland hangt aan Obama’s lippen
ACHTERGROND, Van
onze verslaggevers Jan Hoedeman
gepubliceerd op 26 juli 2008 , bijgewerkt op 15
augustus 2008
AMSTERDAM - ‘We stonden helemaal vooraan. Obama heeft ons alle drie de hand gedrukt. Toen hij langskwam, werd er flink geduwd. Obama zei: ‘Don’t push.’ Hij is zo betrokken, echt goed van hem!’ Ed van Dijk (55), directeur van het communicatiebureau Studio A, geniet flink na van zijn korte bezoek aan Berlijn, waar hij donderdag de toespraak van Barack Obama bijwoonde.
De populariteit van de Democratische Amerikaanse presidents-kandidaat stijgt in Europa tot ongekende hoogten. Het Amerikaanse weekblad Newsweek peilde in de landen die Obama deze week tijdens zijn Europatour bezocht het vertrouwen in zijn buitenlandse beleid. Daaruit blijkt dat 82 procent van de Duitsers Obama verkiezen boven de Republikein John McCain. In Engeland leidt Obama met 74 procent, in Frankrijk verslaat hij zijn tegenstander met 84 procent.
Obamakoorts
Ook in Nederland is de Obamakoorts uitgebroken. Vorige maand hoopte 79 procent van de Nederlanders dat Obama de nieuwe Amerikaanse president wordt, tegenover 11 procent die McCain steunt, blijkt uit een peiling van Maurice de Hond. Bij zijn tour deed de Democraat de Lage Landen niet aan, maar onder de 200 duizend juichende fans in Berlijn bevonden zich ook Nederlandse aanhangers.
Ed van Dijk was een van hen. Gekleed in een Obamashirt en behangen met Obamabuttons – ‘ik ben een heel normaal nuchter iemand’ – vertrok hij samen met Leo Schepman (67), ook directeur van een communicatiebureau, en Willem Post (53), Amerika-deskundige van instituut Clingendael, donderdag in alle vroegte om de ‘beste plaatsen’ te bemachtigen. ‘We zijn 24 uur in touw geweest voor een half uurtje speech, maar ik zou het morgen zo weer doen. Hij is een boodschapper met een enorme kracht en geloofwaardigheid.’
Ook rechtenstudent Maurice Seleky (25) hoorde een ‘imponerende speech’. Hij vond het ‘bizar maar fantastisch’ om erbij te zijn, hoewel hij niet het geluk had Obama een hand te kunnen geven. ‘Maar ik heb hem de zondag voor Super Tuesday in Amerika al een keer aangeraakt.’
Stoelen of banken
In Nederland bestaat nog geen officiële
fanclub, maar velen steken hun bewondering
niet onder stoelen of banken.
GroenLinks-fractievoorzitter Femke Halsma
schrijft in haar weblog: ‘Als het zover komt
dat Obama van McCain wint, dan koop ik een
grote Amerikaanse vlag en die span ik aan de
gevel van ons huis.’
De Nederlandse Kirsten Verdel, die is doorgedrongen tot het hoofdkwartier van het campagnebureau van de Democraten, kan de belangstelling goed peilen. ‘Ik krijg al maandenlang bijna dagelijks mails van allerlei Nederlanders die vragen hoe ze ook kunnen helpen. Zelfs toppolitici zoeken contact met me, in de hoop Obama te spreken te krijgen. Ja, ook bewindslieden. Ik zeg niet wie. Sommigen sturen zelfs complete cv’s mee. Iedereen wil erbij horen, onderdeel uitmaken van het schrijven van dit stukje geschiedenis.’
Biografie
Van twee vertaalde Obama-boeken, Dromen
van mijn vader en De herovering van
de Amerikaanse droom zijn volgens
uitgeverij Atlas in totaal vijfduizend
exemplaren verkocht. Van Obama’s biografie
De weg naar het Witte Huis
(uitgeverij Carrara) door Willem Uylenbroek
zijn er tienduizend door de boekhandel
besteld.
Wat trekt Nederlanders toch zo aan in de Democratische presidentskandidaat? ‘Obama wordt gezien als een welkome afwisseling op het Bush-beleid’, zegt oud-minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot. Hij verwijst naar Obama’s ‘nieuwe geluid’ inzake Afghanistan, Irak en de trans-Atlantische betrekkingen: ‘Dat past in de Nederlandse filosofie.’
‘Zijn populariteit is voor een groot deel te danken aan Bush’, stelt ook Amerika-deskundige Maarten van Rossem. ‘Die is de meest gehate president sinds de Tweede Wereldoorlog. Daar komt bij dat Obama zeer begaafd is, hij een evident charisma heeft, en hij is knap. McCain is daarentegen een bejaarde die zich voortdurend verspreekt.’
Dat maakt de laatste een stuk minder geschikt voor de televisie, zegt Amerika-deskundige Willem Post. ‘Obama is daar met zijn knappe verschijning geknipt voor. Dat komt onze huishoudens binnen. Hij maakt ook veel gebruik van internet, dat spreekt de jongeren aan.’
Rita Verdonk
PvdA’er Arjen Berkvens, zegt dat
Nederlanders het gehad hebben met politici
die beloften doen. ‘Ze willen verandering,
dat geeft Obama in de VS. Daarom slaat ook
iemand als Rita Verdonk hier aan.’
En dan zijn er nog de bevlogen toespraken, waarin de woorden ‘hope’ en ‘change’ veelvuldig vallen. ‘Hij betovert de mensen’, zegt Willem Post. ‘Zijn speeches hebben iets zinderends’, vindt PvdA-Kamerlid Diederik Samsom. ‘Het is mateloos fascinerend dat iemand in staat is het humeur van de natie te verbeteren.’ Zo iemand is er in Nederland niet, erkent hij.
‘Nederlandse politici zijn zeurderig, pietluttig en gelijkhebberig’, zegt Elsevier-commentator Derk Jan Eppink, die in New York woont. ‘Obama niet.’
Vier voorzitters van politieke jongerenverenigingen hangen allemaal aan de lippen van Obama. JOVD’er Mark Thiessen: ‘Hij heeft een fantastische manier van spreken.’ Peter van Gool van de Jonge Democraten: ‘Zijn jonge voorkomen spreekt ons aan, hij is progressiever dan McCain.’ Michiel Emmelkamp van de Jonge Socialisten: ‘Obama verpersoonlijkt de verbeelding aan de macht.’ Jesse Klaver van GroenLinks’ Dwars: ‘Hij raakt me, net als Mandela. Op pagina 137 van zijn autobiografie beschrijft hij het huwelijk van zijn ouders. Weergaloos, ik kreeg tranen in mijn ogen.’
Historisch
Spindoctor Kay van de Linde vindt Obama nu
al historisch. ‘Toen hij geboren werd, moest
de zwarte man nog achter in de bus
plaatsnemen, nu kan een zwarte president
worden. Hij symboliseert de American Dream,
die fictie is, maar op dit soort momenten
realiteit wordt.’
De vraag is hoe lang deze euforie zal duren. Ooit zal de hosannastemming rond Obama omslaan en komt de kritiek. ‘Het wordt een beetje beangstigend; voor veel mensen is hij een soort Messias’, zegt Amerikakenner Post.
Maarten van Rossem denkt dat velen teleurgesteld raken: ‘Die hemelgrote beloften zullen niet waargemaakt worden.’ D66-leider Alexander Pechtold: ‘Personen zijn hypes, daar zijn we zo op uitgekeken. Een aantal jaren geleden stond Wouter Bos virtueel op 60 zetels, moet je nu kijken.’
De peilingen over Obama in Nederland zeggen niets, vindt ook voormalig adviseur van premier Balkenende Hans Hillen. ‘Mensen zien in een politicus nooit wat hij echt is, maar wat ze in hem willen zien. Barack Obama is niet geweldig, hij is projectie.’