1999

200820072006 200520042003 2002200120001998 1997 1996 1995 1994 • 19931992

 

 

Pat Buchanan is paard van Troje voor de Reform Party   27-10-1999
President in de mist   15-10-1999
Clinton steeds meer verstrikt in wespennest op de Balkan   10-05-1999
Elizabeth Dole is de ideale 'running mate' voor Bush jr.   19-03-1999
Monicagate was reusachtige botsing van twee Amerika's   15-02-1999
Hillary volgt 'Pilgrim Fathers'   05-02-1999
Aftreden president Clinton zou politieke ramp betekenen   15-01-1999
Onheylen ende scheuringhen; Nederlandse kolonisten in zeventiende-eeuws Amerika Jaap Jacobs: Een zegenrijk gewest. Nieuw-Nederland in de 17de eeuw Lucas Ligtenberg: De Nieuwe Wereld van Peter Stuyvesant. Nederlandse voetsporen in de VS

24-09-1999

Carnaval alom/De Amerikaanse 'republiek van het vermaak' is niet te stuiten Neal Gabler: Life the Movie How Entertainment Conquered Reality Knopf 19-03-1999

 

Pat Buchanan is paard van Troje voor de Reform Party

Deze week stelde de ultraconservatieve voormalige Republikein Pat Buchanan zich kandidaat voor de Reform Party. Hij hoopt voor deze partij de nominatie van kandidaat-president te bemachtigen. Volgens Amerika-deskundige Willem Post maakt hij maar weinig kans en kan hij de Reform Party alleen maar schade berokkenen.

AFGELOPEN SEPTEMBER begon Pat Buchanan openlijk te lonken naar de Reform Party, een conservatieve grass-roots beweging die vanaf 1992 het aloude tweepartijenstelsel probeert open te breken. Buchanan vond dat zijn Republikeinse partij met de gematigde Bush jr. als frontrunner te veel op de Democratische partij ging lijken. Het is allemaal een pot nat geworden.

De zeer goed gebekte televisiecommentator en speechschrijver van de presidenten Nixon en Reagan, zag tot zijn leedwezen dat onder Bob Dole en George Bush sr. deze ontwikkeling al in gang werd gezet. Buchanan voelt zich niet meer thuis in zijn partij, waarbij de 12,6 miljoen die de Reform Party aan federale fondsen mag opeisen voor de campagne een lokmiddel is.

Het gedachtegoed van deze populistische straatvechter slaat niet meer zo goed aan als in het verleden. Buchanan is altijd een America-firster geweest, die vindt dat overal en altijd de belangen van Amerika voorop moeten staan. In de vorige presidentiele verkiezingscampagne fulmineerde hij tegen de vele vrijhandelsakkoorden, zoals Nafta, die de regering-Clinton heeft gesloten. De Amerikaanse arbeider is daar de dupe van, zo is zijn vaste overtuiging.

Hij vertelt graag over textielfabriekjes waar Amerikaanse werknemers minimaal zes dollar per uur (moeten) verdienen. Maar binnen een paar uur kan het bedrijfje worden opgedoekt en worden de machines in een grote truc gestopt, die vervolgens naar Mexico afreist. Daar verdienen de arbeiders een halve dollar. Zo'n scenario is de protectionistische Buchanan een gruwel.

Buchanan heeft de pech dat zijn economische onheilstijding aan kracht heeft ingeboet in een tijd dat overal in de Verenigde Staten bordjes staan waarop arbeidskrachten worden gevraagd. Dat is ook de reden dat hij zijn boodschap heeft verbreed. Hij orakelt nu vooral over het aan banden leggen van de immigrantenstromen en een nieuwe isolationistische buitenlandse politiek.

Hij haalt vaak het voorbeeld van de Zoeloes en Engelsen in Virginia aan. 'Stel dat morgen een miljoen van hen zich vestigen in die staat. Wie zou zich beter aanpassen?' Een antwoord op deze vraag vindt de ultra-conservatief overbodig. Buchanan vindt dat onder meer joden, zwarten, Spaanstaligen en Armeniërs de basis van de Amerikaanse, dus de traditionele Angelsaksische cultuur, hebben ondermijnd.

In zijn nieuwste, zeer geruchtmakende boek A Republic, Not an Empire werkte hij zijn 'theorie' verder uit met een historische analyse. Hij vindt bijvoorbeeld dat de Democratische president Franklin Roosevelt zijn landgenoten heeft bedrogen. Na 1940 was nazi-Duitsland geen bedreiging meer voor de Verenigde Staten. De Tweede Wereldoorlog was te danken aan een stommiteit van de Engelse premier Chamberlain die een oorlogsgarantie afgaf aan het verre Polen.

Gretig citeert Buchanan de vroegere Engelse premier Lloyd George die deze geste 'gekkenwerk' noemde. Als Groot-Brittannië dit niet had gedaan, zou er volgens Buchanan geen Duinkerken, geen bezetting van West-Europese landen als Nederland en geen vernietiging van de joodse bevolking in Europa zijn geweest.

Overigens heeft Buchanan in eerdere campagnes al rondgebazuind dat de nazi's nooit honderdduizenden in concentratiekampen als Treblinka hebben vermoord. Buchanan noemde Hitler een 'zeer moedig individu, uitgerust met bijzondere gaven'.

Ook drong Buchanan er bij de Amerikaanse overheid op aan nu maar eens te stoppen met de speurtocht naar oorlogsmisdadigers. Deze gefrustreerde 'vechtjas' wekt de indruk altijd boos te zijn. Over zijn jeugd geeft hij weinig informatie maar daar liggen ongetwijfeld oorzaken voor het eeuwige vuur wat in hem brandt. Vreemde verhalen doen de ronde. Als de kleine Pat ondeugend was, werd hij door zijn katholieke vader met een brandende kaars bewerkt, zodat hij alvast het vagevuur kon voelen.

Pats fanatieke aanhang, de Buchananbrigades, willen dat hun voorman schoonmaak houdt in Washington. Hij vergelijkt het overheidsapparaat aldaar met dat van de 'reusachtige, grijze, monsterachtige bureaucratieën in Oost-Europa'. Ook de 'nomenklatura' in de VS moet worden vernietigd.

Met zulke extreme ideeën is het niet verwonderlijk dat binnen de Reform Party niet iedereen zit te wachten op de nieuwe stokebrand. Hij heeft weliswaar de steun van een aantal kopstukken uit het kamp van grondlegger Ross Perot, die hopen dat hij de partij nieuw leven zal inblazen. Maar de nieuwe ster van deze partij, de ook al zeer populistische gouverneur van de staat Minnesota, Jesse Ventura, moet weinig van hem hebben.

Ventura is de hoogst gekozen functionaris binnen de protestpartij. 'De overstap van Buchanan naar onze beweging is het ergste in de politiek. Buchanan ruikt geld en nu probeert hij het te krijgen. Maar hij brengt allerlei ideeën met zich mee waar de Reform Party nooit voor heeft gestaan.' Een evenwichtige begroting, banen behouden voor de Amerikanen en het aan banden leggen van de immigratie zijn onderwerpen waar de Reform Party zich sterk voor maakt. Maar Ventura is wat betreft maatschappelijke vraagstukken als drugs, abortus en rechten voor homo's, vrijwel de tegenpool van Buchanan.

Religie

De invloed van de op die terreinen liberale Ventura binnen de Reform Party is wel wat minder geworden door een geruchtmakend interview dat hij eind september gaf aan Playboy, waarin hij gelovig Amerika diep beledigde door te verklaren dat 'religie een steun is voor zwakzinnige mensen.'

Ventura steunt een eventuele kandidatuur voor zijn partij van miljardair Donald Trump. Zo bezien staan we aan de vooravond van een verder oplaaiende factiestrijd binnen de Reform Party die van de eens zo machtige beweging een marginale factor lijkt te maken in de Amerikaanse presidentiele verkiezingsstrijd. Met Buchanan is dus het paard van Troje binnengehaald.

Toch kan Buchanan in een eventuele nek aan nekrace tussen de Republikeinse Bush jr. en de Democratische Gore of Bradly een interessante rol spelen, met name als hij aandacht kan opeisen in de presidentiele debatten, als hij tenminste daar worden toegelaten. Volgens de laatste opiniepeilingen zou Buchanan vier, vijf procent van Bush jr's aanhang af kunnen snoepen. Dat zou net het verschil kunnen uitmaken tussen uiteindelijk een nieuwe Republikeinse overwinnaar of een Democratische in 2000.

Terug

 

President in de mist

In 1989, bij het vertrek van Ronald Reagan uit het Witte Huis, gaf Hans van Mierlo blijk van een vooruitziende blik. In de PS-bijlage van deze krant vroeg hij zich af: 'Was hij een goede president? Dat is een vraag die eigenlijk door de geschiedenis beantwoord zal moeten worden. Ikzelf vond hem zeer persoonlijk, zeer menselijk. Maar moreel en intellectueel was hij niet erg indrukwekkend. Hij sprong er niet uit, maar het oordeel van de geschiedenis zou wel eens sterk gekoppeld kunnen zijn aan de geschiedenis van de jaren tachtig. In 1981 zagen we in feite nog een volledige Koude-Oorlogstoestand, denk maar eens aan de rakettenkwestie. Nu is dat totaal anders. Wat de persoon van de president betreft: hij had grote samenbindende kwaliteiten, maar ik denk dat de geschiedenis niet zozeer over zijn persoon zal oordelen als wel over het tijdperk waarin hij president was. Dan denk ik: het oordeel zal wel eens kunnen zijn dat Reagan een groot president was, omdat hij een hoofdrolspeler was in een indrukwekkend tijdperk waarin de wereld wezenlijk veranderde. En dat in een paar jaar tijd.'

Welnu, het eerste oordeel is geveld, en meteen is een storm van protest opgestoken, met name in kringen van Amerikaanse conservatieven over de heiligschennis die Edmund Morris, Reagans officiële biograaf, in zijn boek zou hebben gepleegd. Die kwalificatie is onjuist, want met zijn studie kun je alle kanten uit. In de weer opgelaaide discussie over Reagan blijkt dat de Great Communicator ons in elk geval ontglipt als gewone sterveling; hij wordt gezien als of een levende legende of een aanfluiting voor het Amerikaanse presidentschap - een namaakpresident die volledig door anderen werd geregisseerd. Het boek van Morris bevat elementen van deze beide percepties, maar het levert niet werkelijk een goed gedocumenteerd en genuanceerd beeld van de persoon en politicus Reagan.

Veertien jaar maar liefst hebben we moeten wachten voor dit boek verscheen. Als geen andere 'buitenstaander' heeft Morris toegang gehad tot de president. Hij heeft Reagan maandelijks geïnterviewd en mocht met hem op reis. Een Witte-Huismedewerker verklaarde dat zijn aanwezigheid hem wel eens op de zenuwen werkte. Morris was 'als een vlieg op een witte muur'.

Desondanks vond Morris het nodig fictieve personages in te voegen, compleet met nepnoten en voert hij zichzelf - een aantal decennia eerder dan historisch juist - op als jeugdvriend van Reagan. Deze onorthodoxe aanpak heeft ervoor gezorgd dat het boek al voor verschijnen onderwerp was van een luidruchtige controverse, maar blijkt verder bitter weinig op te leveren. De auteur is er niet in geslaagd het mysterie-Reagan te ontrafelen. Zijn boek is spannend geschreven, met veel gevoel voor drama, maar wie het leest ontdekt nergens een scherpe visie op de president die voor het grote publiek al jaren in de mist is verdwenen.

Morris noemt Reagan een groot president, maar beschrijft hem aan de andere kant als een 'leeghoofd'. Een man ook met een mysterieuze, innerlijke stilte. In zijn jeugd was de atletische Reagan een actief zwemmer en Morris roept het beeld op van een man die ook in zijn drukke politieke leven als een zwemmer onder water bivakkeerde. Daar heerst ook een bijzondere stilte. Hij kon de president niet op creatieve gedachten betrappen. 'Na drie of vier gesprekken besefte ik dat hij een cultuurbarbaar was. En als je hem een persoonlijke vraag stelde, was het alsof je een steen in een waterput had gegooid maar nooit een plons hoorde.' De president deed niet aan zelfreflectie. De Reagan, zoals hij aan de buitenkant was, was ook de Reagan aan de binnenkant. Reagan is Reagan en daarmee uit, zo lijkt de boodschap van Morris' boek.

Die weinig intellectuele diepgang is ook de reden dat Reagan in zijn jeugd werd geweigerd als lid van de communistische partij - men schatte in dat hij niet in staat zou zijn tot het voeren van ideologische discussies. Morris doet die aanmelding af als een jeugdzonde; in artiestenkringen in Hollywood had je wel meer linkse figuren. Schokkender is zijn constatering dat de president na de moordaanslag in 1981 fysiek en psychisch aftakelde. Morris schrijft over die dramatische gebeurtenis: 'Reagans gezicht was asgrauw en zijn adem stokte. Toch liep hij zelf naar de eerste hulp. Pal achter de deur, uit het gezicht van de mensenmassa zakte hij met rollende ogen op de grond.' De president reageerde vanaf dat moment trager en kwam moeilijker uit zijn woorden; hij had de concentratie van een 'fruitvliegje'.

Morris wekt de suggestie dat Amerika en de wereld zeven jaar lang zijn geregeerd door iemand die vanwege zijn gebrekkige gezondheid eigenlijk had moeten aftreden. Maar in interviews na de verschijning van zijn boek gaf Morris aan dat de ziekte van Altzheimer zich pas na Reagans presidentschap openbaarde en dat er tijdens zijn regeerperiode eigenlijk niet zoveel aan de hand was. Morris schetst het beeld van de huidige Reagan die alleen nog maar bezig is met het wegharken van bladeren uit zijn zwembad terwijl hij niet in de gaten heeft dat een medewerker van achter een boom steeds weer nieuwe blaadjes in het water gooit. Dat is een ongepaste observatie waar niemand op zit te wachten.

Waar commentator David Broder van de Washington Post ooit oordeelde dat 'de taak om de dorre woestijn tussen Reagans oren te bevloeien zijn medewerkers uiterst zwaar viel', geeft Morris impliciet toe dat Reagan over een grote sociale intelligentie en overtuigingskracht beschikte. Tijdens onderhandelingen met Gorbatsjov in Geneve in 1985 was Reagan door zijn team tot in de kleinste details geïnformeerd. Hij moest allerlei wapentypen uit zijn hoofd leren en droeg een koffer vol documenten bij zich. Over Gorbatsjov zeiden zijn adviseurs dat hij aan driftbuien leed, dat hij een table-banger was die zomaar uit een vergadering kon opstaan en weglopen. De rode vlek op zijn hoofd zou een uiting zijn van agressieve hersencellen. Juist op het moment dat de regeringsleiders elkaar (met tolken) onder vier ogen spraken en de spanning opliep, kwam Reagan met een verrassende boodschap. Hij wist dat de Sovjets de technologie van Starwars niet konden ontwikkelen en onvoldoende fondsen voor research hadden maar er wel doodsbang voor waren. Hij vertelde Gorbatsjov dat zij beiden de wereld zouden kunnen vernietigen en als teken van goede wil stelde hij voor om de technologische kennis van het defensieschild in de ruimte te delen. De meegebrachte papieren gooide hij in de prullenmand. Gorbatsjov was verbijsterd en de stemming sloeg meteen om. 'Ik zie zonneschijn en een heldere lucht', verklaarde hij korte tijd later. Reagan noemde hij 'Lichnost', een man met een sterke persoonlijkheid. 'Een man van groot kaliber!' Woorden die hij na zijn politieke carrière zou herhalen.

Morris is in zijn beschrijving van Reagan verstrikt geraakt in allerlei tegenstrijdigheden en paradoxen waar hij maar niet bovenuit komt. Het is jammer dat Morris zo weinig verklaart in dit boek. Als excuus daarvoor voert hij de oppervlakkige dagboeken aan die hij van de president kreeg. Hij hoopte dat daar de gedachten van de president in ontvouwd zouden worden, maar er stonden slechts opmerkingen in over etenstijden en de keren dat de president tijdens een toespraak applaus had gekregen.

Morris had in al die jaren veel meer met tijdgenoten van de president moeten spreken en ook het politieke beleid van de president moeten analyseren. Morris heeft een unieke kans laten lopen waardoor het fenomeen-Reagan aan ons misschien wel voorgoed ontsnapt is. Toekomstige biografen zullen niet zo'n riante uitgangspositie hebben. Wat hebben we aan een opmerking dat de wereld the old lifeguard Dutch dankbaar moet zijn voor alles wat hij voor die wereld heeft gedaan?

Morris' boek eindigt met een scène waarin de president vertrekt uit het Witte Huis. Hij stapt in de helikopter en net op dat moment breekt de zon door het wolkendek. Het gezelschap baadde in een warme zee van licht. 'Laat het maar aan de Acteur over om afscheid te nemen met het 'spotlight' op hem gericht!' Dat is typisch Reagan, en typisch Morris. Deze auteur is te weinig de nuchtere historicus gebleken die hij had moeten zijn. Hij had misschien beter een roman over Reagan kunnen schrijven.

Terug

 

Onheylen ende scheuringhen ; Nederlandse kolonisten in zeventiende-eeuws Amerika

Aan weinig in Amerika is nog te zien dat het de Nederlanders waren, die het land als eersten koloniseerden. Over dit vergeten deel van de Nederlandse koloniale geschiedenis is onlangs een lijvige studie verschenen. De zeventiende-eeuwse zorgen van Nieuw Nederland.

Wie anno 1999 dwaalt tussen de wolkenkrabbers van Zuid-Manhattan kan zich moeilijk voorstellen dat ooit Nederlanders aan de wieg van de Nieuwe Wereld stonden. Wie beseft temidden van het razende Amerikaanse verkeer dat Peter Stuyvesant, de eerste gouverneur van Nieuw Amsterdam, hier zijn houten poot in de drassige bodem stak? Alleen plat getrapte sigarettenpakjes herinneren nog aan hem.

Er zijn ook nog enkele straatnamen uit de Hollandse tijd, zoals Nassaustreet en Wall street en het stadswapen heeft de Oranje-kleur. En in de schaduw van de hoogste stenen reuzen hebben archeologen op het plaveisel een glazen doorkijkje gemaakt, zodat je beneden de fundamenten van het oude Nieuw Amsterdam kunt zien. Dat stadje maakte weer deel uit van het grotere 'Nieuw Nederland'. Je komt het nog enigszins tegen als je de grote stad verlaat en bijvoorbeeld op een zondag langs de oevers van de Hudson trekt. Die werd vroeger de Hollandse rivier genoemd en uit sommige 'Dutch reformed'-kerkjes langs de oevers klinken nog immer de trage Hollandse psalmen op.

In Nederland is nooit zoveel aandacht geweest voor dit gebied, dat in 1674 definitief onder Engels bestuur kwam. Het lijkt alsof we ons schamen voor dit stukje koloniaal verleden. Ook wat er daarna gebeurde met de handelaren, de dominees en de landarbeiders, die door het vaderland aan hun lot werden overgelaten, is in onze geschiedschrijving maar weinig serieus onderzocht. In Albany, de hoofdstad van de staat New York, is men in het kader van het 'New Netherland'-project al jaren bezig de invloed van de Nederlandse koloniale beschaving te onderzoeken door de in het Engels vertaalde documenten te bestuderen.

De Leidse historicus Jaap Jacobs heeft ze in het oorspronkelijke oud-Nederlands bestudeerd, wat een betrouwbaarder beeld oplevert. Daarnaast heeft hij in de Verenigde Staten, maar ook in Nederland, tal van andere archieven bezocht. Het resultaat is een interessante historische studie over de geschiedenis van Nieuw Nederland. Het lijvige boek laat zien hoe Nieuw Nederland zich in een relatief korte periode van de zeventiende eeuw ontwikkelde van een handelspost tot een vestigingskolonie, een kleine samenleving met specifiek Nederlandse trekken. Jacobs schetst een gedetailleerd beeld van de dagelijkse realiteit: het gezinsleven, de geloofsbeleving, de handel, het bestuur en de verhouding met de oorspronkelijke bewoners.

Nieuw Nederland had kolonisten die uit waren op economisch gewin veel te bieden, van de zeer lucratieve handel in bevervellen tot vruchtbare landbouwgronden. In oude documenten werd geschreven over bomen die soms zoveel vruchten gaven 'datse somtijts scheuren ofte de tacken daer uyt breecken'. Toch bleef Nieuw Nederland een kleine kolonie met veel buitenlanders, simpelweg omdat het stabiele politieke en economische klimaat in de Republiek niet bevorderlijk was voor migratie. Economische bloei in Holland en Zeeland en religieuze tolerantie hielden het aantal potentiële kolonisten laag. In 1664 waren er naar schatting zeven- ... achtduizend.

Een van de interessantste vragen die Jacobs zich stelt is hoe Nederlands de cultuur van de kolonie bleef in vergelijking met het moederland. Een van de toonaangevende Amerikaanse geleerden van het 'Nieuw Nederland'-project, Charles Gehring, is van mening dat de Amerikaanse schoolboeken herschreven moeten worden omdat niet de Engelsen maar de Nederlanders de religieuze tolerantie en vrijheid van geweten vanuit de Republiek naar de Nieuwe Wereld brachten.

Maar die tolerantie moet, zo leert Jacobs ons, niet te ruim worden geïnterpreteerd, want in 1624 kregen de kolonisten vanuit het moederland een duidelijke instructie over de religie. De kolonisten mochten 'geen Godsdienst pleegen als die van de gereformeerde religie...' Op bijeenkomsten van andere religies stond een boete van honderd Vlaamse pond voor de prediker en vijfentwintig pond voor eenieder die op de illegale godsdienstoefening werd aangetroffen. De maatregelen werden genomen om 'onheylen, heresyen ende scheuringen' te voorkomen, die uit het toestaan van publieke godsdienstoefeningen van andere dan de gereformeerde religie zouden voortvloeien. Wel werden vrijheid van geweten en 'huyselyckee gebeden ende godtsdiensten elck in sijn familie' toegestaan.

Dat Nieuw Nederland een samenleving in opbouw was, werd als een belangrijk argument gezien om de belangen van de gereformeerde religie te beschermen. De groei van de kolonie was het meest gebaat met rust, constateert Jacobs. De gereformeerde kolonisten gingen ijverig te werk, vooral bij de pogingen om quakers te weren uit Nieuw Nederland, niet de minst radicalen onder de diverse religieuze groeperingen.

Hun antiautoritaire instelling openbaarde zich bijvoorbeeld in augustus 1657. Een quaker die samenkomsten had georganiseerd, werd veroordeeld tot 'twee jaaren aen den kruywaghen met de negers te wercken'. Bij het voorlezen van het vonnis in het Nederlands, dat hij niet verstond, werd hem de hoed van het hoofd getrokken. Daarop werd hij zodanig met een touw op de rug geslagen dat hij neerviel. Nadat hij overeind geholpen was werd hij wederom geslagen en viel hij andermaal. Hij werd zonder water en brood opgesloten en in de gevangenis opnieuw gegeseld. Uiteindelijk kreeg hij toestemming om zijn wonden te laten verzorgen (de zuster van Stuyvesant had medelijden gekregen), waarna hij werd verbannen.

De bewindvoerders van de kolonie vonden dat het nu te ver was gegaan. Voortaan moest men inbinden, 'laetende een ijder sijn geweeten vrij'. Jacobs stelt vast: 'Expliciete toestemming voor publieke gods dienst oefening was dit natuurlijk niet, maar van arrestaties wegens conventikels (samenkomsten, WP) was na de brief van de bewindhebbers geen sprake meer.' Een te hard optreden zou de bevolking bovendien onverantwoord hebben doen verminderen, want het toenemend aantal anders gelovigen zou zich dan in de Engelse kolonies hebben gevestigd. Uiteindelijk waren ook Stuyvesant en de zijnen niet gebaat bij zoveel onrust. Het oogluikend toestaan van de illegale praktijken leverde later in de koloniale periode van Nieuw Nederland minder ordeverstoringen op dan botte repressie.

Aanvankelijk werd een dergelijke fanatieke ijver ook aan de dag gelegd ten aanzien van de bekering van de negers, die overigens nooit meer dan 5 ... 10 procent van het geheel van de bevolking uitmaakten. Dat kwam vooral omdat de Hollandse kolonie in tegenstelling tot veel Engelse kolonies geen typische plantagekolonie was. Het vreemde verschijnsel deed zich voor dat in het vaderland de slavernij was afgeschaft terwijl de kolonie die nog volop praktiseerde, al werd er tegen de slavernij gepredikt en poogde men de slaven het christendom bij te brengen. Via schooltjes en rondreizende predikanten werd geprobeerd de slaven het geloof bij te brengen, aan de hand van het beperkte aantal kerkelijk gesloten huwelijken en de weinige keren dat een christelijke doop heeft plaatsgevonden, kan Jacobs aantonen dat van de bekeringsdrift weinig terechtkwam. Slechts een slavin bracht het tot belijdend lidmaat van de gereformeerde kerk.

De afstand tot de indianen was nog groter, want zij maakten geen deel uit van de koloniale maatschappij. Er waren wel handelscontacten, maar de indianen woonden in de wildernis en Nieuw-Nederlanders mochten daar niet binnentrekken. De blanken hadden wel een voorbeeldfunctie. In een statuut van 1624 staat dat de kolonisten moesten trachten 'door hun Cristelyck leven ende wandel de Indianen ende andere blinde menschen tot de kennisz Godes ende synes woort sien te trecken'. Er waren grote communicatieproblemen. Een dominee stelde in 1628 dus maar een drastische oplossing voor, namelijk om enkele indiaanse kinderen van jongs af van hun ouders af te zonderen en christelijk op te voeden. Deze kinderen zouden dan later gebruikt kunnen worden 'om de kennisse der Religie onder de gansche Natie uyt te breyden.' Jacobs stelt nuchter vast dat 'vanzelfsprekend ook dit plan op praktische bezwaren stuitte; de Indianen waren niet snel geneigd van hun kinderen afstand te doen'.

In de blanke maatschappij kon de religie en in ruimere zin de Nederlandse cultuur wel lang standhouden. De gereformeerde kerk werd in 1772, een eeuw nadat het Nederlandse bestuur definitief verdwenen was, onafhankelijk van de classis Amsterdam en integreerde zo in de Amerikaanse samenleving. Pas in de jaren zestig van de achttiende eeuw woedde er in New York City een strijd over de taal waarin gepreekt moest worden. En pas in 1833 werd elders in New York State de laatste preek in het Nederlands gehouden.

Langer dan de kerk bleven restanten van de taal in Amerika bestaan. Zelfs in het begin van deze eeuw waren er nog Nederlandssprekenden te vinden. Kinderrijmpjes, spreekwoorden en dergelijke zijn nog steeds te vinden. Baas werd 'boss', daalder 'dollar', jacht 'yacht' om nog maar een paar van de vele voorbeelden te noemen.

Waar Jacobs' studie diepgravend en belangwekkend is, kan het boek van de journalist Lucas Ligtenberg meer een nuttig overzichtswerk genoemd worden. Jacobs heeft zich beperkt tot Nieuw Nederland, Ligtenberg kwam in de meest vreemde uithoeken van Amerika op zoek naar resten van de Nederlandse invloed. De correspondent van NRC Handelsblad heeft bijvoorbeeld alle Amsterdams in de Verenigde Staten bezocht. Hij constateerde dat de meeste een kwijnend bestaan lijden. Er is nog steeds een Amsterdam in de staten New York, Montana en Missouri. In de meeste andere staten is Amsterdam gedegradeerd tot een wijk, zoals in Texas, een strandje (Wisconsin), een kampeerterrein (Iowa) of een veldje met wat huizen (Georgia). In Californie is Amsterdam een kruising, waar alleen de Amsterdam Store herinnert aan een oude belofte. In Muskegon (Michigan) was Little Amsterdam een deel van een wijk.

Zo word je niet vrolijk van de geschiedenis van Amsterdam in Amerika. Neem Amsterdam in Iowa, dat een belangrijke havenstad aan de Des Moines-rivier had moeten worden. In een museum hangt een plattegrond van dat Amsterdam. We zien een Rokin, een Heeren Straat, Utrecht Straat, Huiden Straat en Beeren Straat. Maar helaas, het werd al snel duidelijk dat het stadje tegen de uit zijn oevers tredende rivier geen kans had. Een achterkleinzoon van een Hollandse immigrant die nog steeds in de buurt woont, vertelde: 'Ik herinner me nog wel dat toen ik klein was je de laatste huizen van Amsterdam in de rivierbedding kon zien.'

De Nieuwe Wereld van Peter Stuyvesant is een encyclopedisch werk met een stortvloed aan veelal interessante maar soms ook wel heel kleine feitjes. Het zijn vooral de vele 'micro' familieverhaaltjes van de Hollandse immigranten die het boek zo menselijk maken. Het is onmisbaar voor iedereen die een algemeen beeld wil krijgen van de Hollandse immigranten in Amerika. Wat meer echt spannende anekdotes had ik wel verwacht in dit boek. Maar misschien was de geschiedenis van de Nederlandse immigrant ook wel niet zo spectaculair. Er was veel kommer en kwel, zo leren eigenlijk beide boeken. Een eventueel geromantiseerd beeld van ons koloniale avontuur in Amerika is na het lezen van deze twee studies voorgoed verdwenen.

Terug

 

Clinton steeds meer verstrikt in wespennest op de Balkan

Het bombardement op de Chinese ambassade in Belgrado, afgelopen weekeinde, vormde het absolute dieptepunt in een reeks van 'verkeerde' Navo-beschietingen. China, Rusland en India reageerden furieus. Volgens Amerika-deskundige Willem Post zal nu ook de kritiek op Clinton in de VS zelf snel toenemen.

DE VOORTEKENEN waren al onheilspellend. Traditiegetrouw schaart de Amerikaanse bevolking zich bij een militair conflict meteen rondom de president. Maar al in de eerste dagen van de luchtoorlog klonken er kritische geluiden en zakte de president zelfs wat in de opiniepeilingen. De Amerikaanse regering had nog wel het geluk dat in de eerste weken van de operatie het Congres op reces ging.

Bij terugkomst gaven de volksvertegenwoordigers Clinton aanvankelijk het voordeel van de twijfel omdat een president nu eenmaal als opperbevelhebber niet meteen voor de voeten moet worden gelopen. Maar nu vertoont het trotse Amerikaanse schild de eerste scheuren. Vorige week kwam de onvrede definitief aan de oppervlakte toen het Huis van Afgevaardigden nog niet eens een meerderheid kon vinden voor een resolutie die de luchtoorlog ondersteunt. De Republikeinse meerderheid heeft een scala aan redenen om deze president en zijn regering niet te vertrouwen.

Clinton en zijn ministers van Defensie en Buitenlandse Zaken hebben geen enkele militaire achtergrond. Nog steeds heeft de president een moeizame verhouding met het leger vanwege zijn ontduiking van de Vietnam-dienstplicht.

Dit weekeinde kreeg de meest invloedrijke senator op het terrein van de buitenlandse politiek, Dick Lugar, de vraag voorgelegd of hij de president wel vertrouwt als opperbevelhebber. De senator weigerde de vraag met 'ja' of 'nee' te bantwoorden en toonde zich pessimistisch over een eventueel Amerikaans succes op de Balkan.

De Republikeinen, en ook steeds meer Democraten, praatten de afgelopen dagen ook steeds vaker over de Colin Powell doctrine uit het Reagan-Bush tijdperk die een aantal keiharde voorwaarden stelde aan een militaire actie van de Verenigde Staten: het Amerikaanse belang moet op het spel staan, er moet een overmacht aan Amerikaanse soldaten zijn en het doel en de strategie om het conflict te beëindigen moeten vooraf worden vastgesteld.

Lewinsky

Bij het huidige conflict op de Balkan wordt aan deze voorwaarden niet of nauwelijks voldaan. De door het Lewinsky-schandaal zo afgeleide president moest zelf op de valreep met de wereldkaart erbij de Amerikaanse bevolking nog uitleggen waar Kosovo lag en waarom ingegrepen werd. De bevolking was volstrekt onvoldoende voorbereid.

De regering-Clinton heeft al vanaf het begin afstand genomen van Powells denkbeelden vanuit de gedachte dat deze risicoloze doctrine goed paste bij het Koude Oorlogtijdperk na het Vietnamdrama en niet zozeer bij een nieuwe wereldorde die wordt gekenmerkt door korte, hevige en vooral humanitaire rampen zoals in Somalië, Rwanda, Haïti en Bosnië. Vooral van de desastreus verlopen kwestie-Somalie had de Amerikaanse regering moeten leren dat sommige uitgangspunten nog steeds waardevol zijn.

De Clinton-doctrine komt er, mede gezien Clintons onzekerheid in de buitenlandse politiek, op neer dat voortaan alleen nog maar 'veilig' militair wordt ingegrepen vanuit de lucht. Ondanks waarschuwingen van de chefs van staven en een rapport van de inlichtingendienst dat een luchtoorlog met betrekking tot de Kosovo-crisis volstrekt ontoereikend was, zette Clinton toch door. Daarbij ging hij ervan uit dat de geschrokken Milosevic net zoals in Bosnië spoedig naar de onderhandelingstafel gebombardeerd kon worden. De president vergat daarbij gemakshalve dat Kroatische en Bosnische troepen de situatie op de grond destijds zelf hadden veranderd in hun voordeel waardoor de Joegoslavische leider wel moest inbinden.

De huidige situatie vertoont voor Clinton alle tekenen van een patstelling waarbij Milosevic bepaalt of hij voldoende beschadigd is om compromissen te sluiten en niet de Amerikaanse president. De Amerikanen hebben de regie dus niet meer in handen. De Amerikaanse regering wordt steeds meer afhankelijk van de bemiddelingspogingen van de Russen.

Nu al is duidelijk dat Clinton geen groot succes meer kan boeken op de Balkan. Een burgeroorlog die zijn wortels heeft in de veertiende eeuw kan niet in een paar dagen vanuit de lucht beslist worden. Een militair plan dat kan worden ondermijnd door een paar weken slecht weer was op voorhand al te riskant. De genocide heeft zich inmiddels al goeddeels voltrokken op de Balkan.

Clinton zal nog verder gezichtsverlies lijden want de Amerikanen moeten wel (indirect) onderhandelen met Milosevic. De Russen vinden diens instemming immers onmisbaar. Dominee Jesse Jackson heeft dit beter begrepen dan de Amerikaans regering die zijn diplomatieke missie van vorige week niet van harte wilde ondersteunen.

Achteraf zou wel eens kunnen blijken dat de in een wespennest verstrikte Clinton Jackson zeer dankbaar moet zijn vanwege diens bemiddelende rol. Jackson heeft een groot moreel gezag en daarnaast is hij de meest politieke dominee van Amerika. Jackson heeft het imago van vredesapostel maar is ook een sluwe diplomaat.

Als politicus en opperbevelhebber van het leger kan Clinton zich momenteel geen verzoenend gebaar permitteren ten opzichte van de vijand. Maar Jackson kan dit natuurlijk wel doen op basis van mooie Bijbelse principes. De zwarte dominee nam in zijn delegatie vertegenwoordigers van de belangrijkste Amerikaanse godsdiensten, inclusief de moslims, op. Zelfs de algemene secretaris van de Amerikaanse Raad van Kerken was aanwezig in Belgrado. Jackson zorgde kortom voor een brede maatschappelijke ondersteuning.

Jackson beperkte zich tot fase een die tot doel had de communicatie op gang te brengen. Door hand in hand met de Joegoslavische president te bidden heeft hij als geestelijke en Amerikaanse staatsburger in ieder geval het ijs gebroken.

De Russen spelen een grote rol bij de huidige fase twee waarin de buitengewoon gecompliceerde onderhandelingen tot een akkoord moeten leiden. Ondanks de emoties rond het bombardement op de Chinese ambassade in Belgrado hebben de Russen ook belang bij rust op de Balkan en voortdurende financiële steun uit het Westen. Een diplomatiek succes kan het geschonden Russische imago op het wereldtoneel flink opkrikken en iedere dag dat het conflict langer duurt kunnen woedende communisten en nationalisten het land verder destabiliseren.

Soelaas

Net als Clinton heeft Milosevic de Russen nodig. Een aanhoudende en zelfs heviger wordende bommencampagne biedt de Joegoslavische leider op termijn geen enkel soelaas. De onzekerheid zit hem vooral in de Chinees-Amerikaanse verhoudingen die vanwege de Amerikaanse kritiek op de mensenrechten, het stelen van Amerikaanse nucleaire kennis en de kwestie Tibet toch al was verslechterd. Vooral die laatste kwestie zou wel eens een rol kunnen spelen bij een eventueel Chinees veto in de Veiligheidsraad de komende dagen. De Chinezen vinden al vanaf het begin van de operatie 'Allied Force' dat de Navo-inmenging een flagrante schending is van de binnenlandse aangelegenheden van een soeverein land.

Clinton wacht een zware week in het Congres. Voor zijn ambtsaanvaarding in 1992 heeft de toen onervaren gouverneur vele biografieën van Amerikaanse presidenten bestudeerd. Hij had beter moeten luisteren naar Theodore Roosevelts lijfspreuk over de buitenlandse politiek: 'Praat zacht, maar zorg een dikke stok bij je te hebben, dan zul je het ver brengen'. Bij de Kosovo-crisis was eerder het omgekeerde het geval.

Een echte oplossing voor het Kosovo-conflict lijkt momenteel nog ver weg. Zelfs het vage principeakkoord met de Russen van vorige week kan gemakkelijk op onoverkomelijke bezwaren stuiten. Voor hen is Kosovo onlosmakelijk verbonden met Servië. Voor de Kosovaarse vrijheidstrijders is dat juist onbespreekbaar. De Verenigde Staten eisen dat een belangrijk deel van de te vormen 'veiligheidsmacht' in Kosovo uit Navo- en dus Amerikaanse militairen bestaat. Voor Milosevic is dat weer uitgesloten.

In ieder geval doorgaan met bombarderen, roept men in Brussel en Washington. 'Desnoods tot in de zomer', voegde Clinton er vorige week alvast maar aan toe. Het klinkt al niet meer zo vastberaden. Eerder enigszins wanhopig.

Terug

 

Elizabeth Dole is de ideale 'running mate' voor Bush jr.

De Republikeinse presidentskandidaat Elizabeth Dole beschikt over een brandende eerzucht, volgens historicus en Amerika-kenner Willem Post. Maar de Republikeinen maken een grotere kans bij de komende presidentsverkiezingen als zij zich als de ideale vice-presidentskandidaat van Bush jr. zou opwerpen.

OPINIEPEILINGEN WIJZEN uit dat Elizabeth Dole op dit moment de Democratische 'front-runner' Al Gore zou verslaan in de race om het presidentschap van 2000. Maar dat zegt niet zoveel. De vice-president is nog niet helemaal uit de schaduw van Clinton getreden. De weg naar het Witte Huis is nog lang en zit vol met valkuilen en onverwachte wendingen. Bovendien zal Dole het binnen haar eigen Republikeinse partij moeten opnemen tegen de zeer populaire gouverneur van Texas, George W. Bush jr. Wat zijn haar kansen en welke invloed kan zij hebben op de Republikeinse partij?

Een Amerikaanse presidentskandidaat moet zowel over sterke persoonlijke als grote politieke kwaliteiten beschikken. De president is immer staatshoofd en politiek leider tegelijk. Voor wat betreft haar persoonlijkheid lijkt Elizabeth Dole voldoende in huis te hebben om de eerste 'koningin' van Amerika te worden.

Ondanks haar 62 jaar is zij nog steeds een knappe verschijning. Ze beschikt over die typische Zuidelijke charme en wordt wel een zogenaamde 'Southern Belle' genoemd. Achter die (wel wat gekunstelde) charme gaat een sterke persoonlijkheid schuil. Haar vader was een 'bloemenmagnaat' en vanwege haar ijzeren karakter wordt zij wel de 'stalen magnolia' genoemd. De Harvard-advocate zou een nieuwe 'iron lady' van Amerika kunnen worden.

Ze heeft een telegenieke verschijning. Haar grote doorbraak kwam tijdens de Republikeinse conventie van San Diego in 1996 toen zij haar 'bescheiden' man aanprees omdat hij zoiets 'nooit zelf zou doen'. Ze sprak 'spontaan' met mensen in het publiek en ook toen haar microfoontje uitviel en zij een andere handmicrofoon moest gebruiken trok ze swingend en zonder te haperen door de zaal. De volgende dag werd in de pers openlijk gespeculeerd over haar kandidatuur voor 2000. 'De geboorte van een Republikeinse Ophra', grapte een columnist.

Elizabeth beschikt over een brandende eerzucht en wilde als kind al de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten worden. Ze heeft een schat aan ervaring in bestuurlijke functies. Ze was minister van Transport en minister van Arbeid onder respectievelijk Reagan en Bush. En de laatste jaren president van het Amerikaanse Rode Kruis. Ze heeft een redelijk onkreukbaar imago en is zeer Christelijk. Ze leest iedere dag dertig minuten in de Bijbel. Op vaste tijden ontmoet ze vrouwen in de kerk en ze beschouwt zichzelf als de kampioen van het leger Amerikaanse vrijwilligers gezien de vele positieve opmerkingen aan hun adres.

Haar man Bob zou met zijn indrukwekkende oorlogsverleden en politieke ervaring een groot pluspunt kunnen zijn in de campagne: de ideale 'First Man'. Hij geldt nog steeds als een van de meest gerespecteerde politici in Washington. Na het gekonkel en geknoei van de mannelijke presidenten lijkt op het eerste gezicht de tijd rijp voor een vrouwelijke president. Meer dan de helft van het electoraat bestaat uit vrouwen. In potentie kan zij dus een grote vrouwelijke achterban mobiliseren. Elizabeth Dole als de kampioen van de bezorgde moeders, een nieuwe zwijgende meerderheid.

Toch schuilt daar een groot gevaar voor Elizabeth Dole. Zij presenteert zich als 'een conservatief met compassie' die oog heeft voor allerlei sociale problemen in de maatschappij. Juist de Republikeinse partij is de laatste jaren echter uitgegroeid tot wat in Amerika ook wel een strenge 'vader-partij' wordt genoemd.

De bekende Republikeinse standpunten over grote belastingverlagingen, bezuinigingen en antiabortus doen het goed bij het mannelijk electoraat. De Democratische 'mammie-partij' profileerde zich daartegenover met meer uitgaven voor onderwijs en verlichte standpunten ten aanzien van bijvoorbeeld homofielen en abortus.

Ik denk niet dat Elizabeth Dole de rol kan overnemen die Bill Clinton nu voor het Amerikaanse volk betekent. Het fenomeen uit Arkansas pikte met succes een deel van de Republikeinse agenda in en kon dus tegelijk vader en moeder van de natie zijn. De Republikeinse partij is nog niet rijp voor een 'vervrouwelijking' die zich al wel in de Democratische partij heeft voltrokken.

Voorlopig blijft de Republikeinse partij een conservatieve partij en Elizabeth Dole past zich daarbij noodgedwongen aan door om de haverklap bekend te maken dat zij ook voor belastingverlaging en extra uitgaven voor defensie is. Maar niemand weet om hoeveel het precies gaat en wat nu haar andere standpunten zijn. Na een publieke carrière van bijna veertig jaar is zij voor de meeste Amerikanen nog steeds geen open boek. Het beeld van haar is eerder verwarrend.

Daar zit haar zwakte. In het verleden toonde ze zich een politieke kameleon. In 1964 voerde ze campagne voor de democraat Lyndon Johnson en werkte mee aan de uitvoering van diens beroemde 'Great Society-programma'. Ze steunde LBJ in alles en hij noemde haar zijn 'sugarcoated steel magnolia'.

Toen Nixon in 1968 het Witte Huis binnentrok bekeerde ze zich tot een conservatief en veranderde haar kiezersregistratie opeens van 'Democraat' in 'Onafhankelijk'. Als een van de weinigen mocht ze onder Nixon aanblijven. Ze was een vrouw naar zijn hart. Ze uitte aan de lopende band pro-business retoriek. Nixon prees haar als een 'team player'. En daarna werd ze weer een 'Reagan-luitenant' genoemd die zich zeer kon herkennen in het 'conservatisme met een glimlach' van de 'Great Communicator'.

Onlangs is ze ook van kerk veranderd omdat ze met haar man een dominee zocht die meer paste bij hun conservatieve levensovertuiging. Kwade tongen beweerden dat het kwam omdat de Clintons daar ook ter kerke gingen.

Steun

Een ander groot nadeel is dat de Dole's bij uitstek Washington-insiders zijn en dat terwijl in de komende campagne juist de roep zal klinken om iemand van buiten de door het grote publiek zo gehate federale hoofdstad. Bush jr. is ook wel afkomstig van het Washingtonse establishment maar kan zich nu gemakkelijk als gouverneur uit het verre Texas presenteren.

Bush is meer dan Elizabeth een gewiekst politicus en heeft de steun van de partijbonzen. In potentie lijkt hij over veel meer geld te beschikken. Het is de vraag of Elizabeth Dole zich wel echt staande kan houden in de debatten. Die ervaring heeft zij niet en hij wel. Is het niet allemaal wat te gekunsteld bij haar? Is ze wel spontaan, creatief en alert genoeg?

Zo bezien duikt een heel ander scenario op voor de laatste fase van de campagne: Elizabeth Dole als de ideale vice-presidentskandidaat van Bush jr. Het zou een absoluut 'dreamticket' opleveren. Bush jr. als de wat strengere conservatief en running mate 'Liddy' die, bevrijd van haar ideologische dilemma's in de voorverkiezingen, uiteindelijk de vrouwelijke kiezers moet aantrekken. Het zou passen bij het rollenpatroon wat vele Republikeinen aanhangen. In 1992 grapte Bill Clinton dat als je op hem zou stemmen je er twee krijgt. In dit scenario zou Bush jr. kunnen zeggen dat een stem op hem er zelfs drie oplevert. Bob Dole zou revanche kunnen nemen op de nederlaag in 1996 tegen Clinton. De oudere Tweede Wereldoorloggeneratie zou massaal op dit ticket stemmen. Het zou wel eens een onverslaanbaar trio kunnen zijn.

Terug

 

Carnaval alom/De Amerikaanse 'republiek van het vermaak' is niet te stuiten

Binnensteden in Amerika zijn nauwelijks nog steden, het zijn steeds vaker decors; vermaakscentra met luxueuze winkels, extravagante etalages, thema-restaurants en andere toeristische attracties. Neem de 'entertainment zone' in een stad als Chicago.

Een bekende attractie is de Navy Pier; die heeft werkelijk niets meer met de marine te maken, maar biedt 24 uur non-stop vermaak. Van daaruit loop je naar de beroemde fontein uit Married with Children - uitzicht op de hoogste wolkenkrabber van Amerika - en de woon toren waar Ophrah Winfrey haar peperdure appartement heeft. De oorspronkelijke functies van deze 'attracties' doen er niet meer toe; het is de illusie die de mensen aantrekt.

De gemiddelde zakenman, toerist of andere reiziger zal nooit de sloppenwijken van de beruchte 'South Side' zien. Er ontstaat een fictief beeld van wat voor stad Chicago is. En niet alleen Chicago; alle Amerikaanse steden lijken deel uit te maken van een grote 'shopping mall' of attractiepark. Zo bekeken is Disneyland een metafoor voor Amerika.

Volgens de cultuurcriticus Neal Gabler zegt dat allang niet meer genoeg. Het is eerder omgekeerd: Amerika is zo langzamerhand een metafoor voor Disneyland geworden. Zijn boek, over de manier waarop de amusementscultuur alle hoeken van de Amerikaanse samenleving heeft doordrongen, is zeer uitdagend. Tot veel analyse komt Gabler niet - hij schrijft bijvoorbeeld weinig tot niets over de wetmatigheden van het amusement of de reden van de aantrekkingskracht ervan - maar dat bezwaar valt min of meer weg tegen de duizelingwekkende hoeveelheid voorbeelden die hij noemt. Samen schetsen die het angstaanjagende beeld van een land waar het platte, goedkope vermaak de toon zet op vrijwel ieder maatschappelijk terrein.

Gabler maakt in zijn boek een scherp onderscheid tussen Europa en Amerika, maar of dat zo terecht is, is nog maar de vraag. In een volgende studie zou Gabler zich eens moeten buigen over de invloed van de Amerikaanse massacultuur op de buitenwereld. Zelfs in Frankrijk en China is Disney tenslotte doorgedrongen, en in Nederland ontsnappen journalistiek en politiek natuurlijk ook allang niet meer aan de wetten van het vermaak. Zie bijvoorbeeld de 'journalistieke' aandacht in de Bijlmerenquête voor de tranen van oud-minister Maij-Weggen.

Maar in Amerika is het voorlopig allemaal nog een graadje extremer, en de verklaring voor dat verschil zoekt Gabler in de geschiedenis. In de oude wereld onderscheidde de aristocratie zich sinds de renaissance van het gewone volk met een hoogstaande, intellectuele cultuur die niets moest hebben van boerse kluchten, luidruchtige festivals en het schaamteloze carnaval. In de achttiende en negentiende eeuw paste de nieuwe Europese middenklasse zich moeiteloos aan die dominante cultuur aan.

In de Verenigde Staten heeft de intellectuele elite van het land tot ongeveer 1820 zo'n cultuur in stand proberen te houden - aristocratische presidenten als George Washington, John Adams en de zeer geleerde Thomas Jefferson waren hier representanten van. Volgens Gabler was de verkiezing van president Andrew Jackson een waterscheiding. Hij was een 'cultuurloze' man van het volk. In de campagne werd al geroepen: 'John Quincy Adams who can write, Andrew Jackson who can fight'. In de tien jaar na zijn verkiezing kon de Amerikaanse aristocratie zich uiteindelijk steeds minder staande houden tegen de immigrantenstromen van laag opgeleiden die het land overspoelden. Tegelijkertijd was de opkomst te zien van de schandaalpers, de goedkope novelles en de sensationele almanakken voor het grote publiek. Onder Jackson won de democratie, maar tegelijkertijd won het platvloerse vermaak het van de intellectuele cultuur.

De religie heeft bij de mate van verspreiding van het populaire amusement een grote rol gespeeld. In Amerika is - in tegenstelling tot veel Europese landen - nooit een overheersende kerk geweest met een dwingende machtsstructuur; in plaats daarvan doken allerlei sekteachtige bewegingen op die de emoties van mensen bespeelden. In 1850 was maar 1 op de 7 Amerikanen lid van een kerk. De grootste kerk was het Evangelische Protestantisme. Centraal in de geloofsbeleving stonden reusachtige 'revival-meetings', waarin mensen tot extase werden gebracht. Er zijn verhalen bekend van mensen die wild dansten en met hoofden tegen bomen sloegen waarbij zij blaffende geluiden maakten. Een kerkdienst moest een show zijn. Rondreizende dominees, die over de gave van het woord beschikten, werden in de negentiende eeuw al sterren genoemd.

DOOR UITVINDINGEN als film, radio en televisie is de cultuur van het eenvoudige vermaak en de daarbij behorende commerciële exploitatie overal opgerukt. Een terrein dat bijvoorbeeld van oudsher tot de intellectuele cultuur behoorde, maar steeds meer terrein heeft prijsgegeven aan het amusement, is de literatuur. Ook in romans draait het steeds minder om stijl of hoogstaand gedachtegoed. Een boek moet een spannend en/of sensationeel verhaal hebben, opvallende karakters waarin mensen zich kunnen herkennen. Marketingbureaus testen welk slot het beste bij het publiek aanslaat, en uitgevers doen er alles aan grote namen binnen te halen. De naam van succesauteur Tom Clancy wordt nu zelfs gebruikt als een kwaliteitsgarantie voor een serie boeken waaraan hij geen letter heeft bijgedragen. Zijn naam prijst alleen maar aan.

Niet alleen het boek, ook de auteur zelf kan gebruikt worden als bron van vermaak. Die trend werd min of meer ingezet door Hemingway, met zijn buitengewoon avontuurlijk leven. Hemingway was een van de eerste auteurs rond wie een echte cultus ontstond, maar hij kon tenminste nog schrijven, concludeert Gabler cynisch. Volgens Gabler werd in deze ontwikkeling in 1996 een nieuw dieptepunt bereikt toen de laatste hoofdredacteur van de Book of the Month Club werd ontslagen en vervangen door een marketingmanager die zonder blikken of blozen vertelde dat het hem niets uitmaakte of hij nu boeken of keukenapparatuur moest verkopen.

Ook tot de journalistiek zijn de wetten van het vermaak allang doorgedrongen. Elk zichzelf respecterend roddelblad heeft een correspondent in Washington. Een interview met een politicus moet voor de kijker een duidelijke gelijkenis vertonen met een aflevering van een soap - anders wordt er weggezapt. De presentatrice Barbara Walters van ABC, bijvoorbeeld, beheerst deze technieken volgens Gabler als geen ander. Moeiteloos kruipt ze in de huid van haar gesprekspartners en via allerlei suggestieve vragen boort ze vroeg of laat de emoties aan - en die emoties houden de kijker bij de les. Onlangs kreeg ze ook Monica Lewinsky aan het huilen. Voor veel geld en hoge kijkcijfers staan de beroemdheden in de rij om door haar 'geïnterviewd' te worden. Ze krijgen ruimschoots de tijd om hun verhaal te vertellen en worden niet doorgezaagd over allerlei heikele maatschappelijke thema's. Steeds meer politici steken in de 'Republic of Entertainment' over naar deze vorm van 'journalistiek'. In Nederland zou het zijn alsof Henny Huisman het wekelijkse gesprek met de minister-president zou voeren.

John F. Kennedy en Ronald Reagan hebben een grote bijdrage geleverd aan de popularisering van de politiek. Reagan was letterlijk een acteur in het Witte Huis. Voor iedere belangrijke bijeenkomst met de pers of wereldleiders werd met hem op een heus podium droog geoefend, waarbij zijn medewerkers teksten schreven die hij uit het hoofd moest leren. Om het effect van zijn toespraken nog meer te versterken, sprak de 'Great Communicator' met grote regelmaat oneliners uit die het grote publiek herkende uit beroemde films.

Onder Clinton is deze ontwikkeling natuurlijk alleen maar verder doorgezet. Hij regeert over 'Hollywood East' oftewel Washington DC. Voor zijn beeldvorming heeft hij professionele filmmakers aangetrokken die hun sporen in het echte Hollywood hebben verdiend. Uiteindelijk werd hij hoofdrolspeler in de 'soap van de eeuw' waarbij allerlei a-politieke attributen als een sigaar en een blauwe jurk opdoken. Hij was ook de eerste president die met een oorlog de wetten van Hollywood volgde; het scenario voor sommige van Clintons handelingen leek al uitgestippeld door de makers van de film Wag the Dog. In het geval van Clinton is er sprake van het eerste definitieve tabloidpresidentschap.

DE Amerikaanse maatschappij is een fictieve wereld geworden. Zonder het te weten, stelt Gabler, zijn de Amerikaanse burgers acteurs geworden in de film van hun leven. Het beangstigende van zijn boek zijn de vele kleine voorbeelden waarmee hij deze stelling staaft. Neem het Disney-concern, dat nieuwe striphelden ontwierp: de 'Mighty Ducks'. Vervolgens kochten zij een ijshockeyteam op, noemden het de 'Mighty Ducks' en nu is dit een winstgevende sportbusiness geworden waarmee mensen zich kunnen identificeren. Een honkbalwedstrijd staat tegenwoordig bol van het entertainment, wat feitelijk niets met de sport zelf te maken heeft. In de jaren twintig werden de 'cheer leaders' in de honkbalstadions geïntroduceerd. Aanvankelijk werden ze met sinaasappels en eieren bekogeld, maar nu zijn ze niet meer weg te denken.

Zo dreigt Amerika een grote entertainmentzone te worden waarin mensen worden gemanipuleerd. Eten, drinken, slapen; in deze overgecommercialiseerde reclamewereld wordt zowat alles een illusie. De soap Amerika dreigt volgens Gabler ongemerkt te veranderen in een horrorfilm waar cultuurbarbaren de dienst uitmaken, iets wat ook al werd aangestipt in de film The Truman Show, opmerkelijk genoeg afkomstig uit Hollywood zelf, waarin de ster wanhopig probeerde uit zijn soapbestaan te ontsnappen. Gabler denkt niet dat dit proces, de versoaping van het bestaan, makkelijk te keren is, want wie durft de 'televisie van zijn leven' uit te zetten? Zijn fascinerende boek is dus vooral een waarschuwing, maar wel een heel serieuze.

Terug

 

Monicagate was reusachtige botsing van twee Amerika's

Vrijdag 12 februari was niet zozeer voor president Clinton maar uitgerekend voor de Republikeinen een zwarte vrijdag. 'Monicagate' heeft de partij, die lijkt te zijn 'gekaapt' door ultra-conservatieven, in een diepe crisis gedompeld, aldus historicus en Amerika-kenner Willem Post.

DE AFGELOPEN dertien 'Monica-maanden' heb ik mezelf herhaaldelijk in de Europese arm geknepen. Het kon toch allemaal niet waar zijn? En nu ik de film van Monicagate terugdraai, vraag ik me nog steeds af of het allemaal wel echt is gebeurd. Vaak moet ik denken aan die ene zaterdagavond in januari '98, toen even voor middernacht Nederlandse tijd CNN-verslaggever Wolf Blitzer met 'breaking news' vanuit de tuin van het Witte Huis kwam. Hij onthulde dat 'CNN has now learned' van een twaalftal bronnen in de buurt van de president dat deze overwoog af te treden. Paniek alom. Maar wat was er nu eigenlijk helemaal aan de hand? De president had gelogen over een 'seksuele relatie' met een volwassen stagiaire. Een blauwe jurk met spermavlekken zou het ultieme bewijs leveren. Uiteindelijk zou al gauw blijken dat de president niet van meineed kon worden beschuldigd omdat hij zich verschool achter een juridische omschrijving van het woordje seks. Obstructie van de rechtsgang kon ook niet worden aangetoond omdat het zijn woord was tegen dat van anderen. Concrete bewijzen ontbraken. Zijn vrouw bleek hem al snel te vergeven.

Einde verhaal, zou je denken. Dat vond in ieder geval de grote meerderheid van de Amerikaanse bevolking. En voor wie het nog niet begreep liet de verdediging van de president een stoet van constitutionele geleerden van naam en faam opdraven die unaniem van mening waren dat zelfs onder ede liegen vanwege seks geen zware misdaad was zoals in de grondwet omschreven voor het afzetten van een president. Een 'high-school'-scholier met een beetje intellectuele bagage kon nog wel begrijpen dat de conservatieve Republikeinen geen schijn van kans hadden met hun langgerekte aanval op de president. Zo niet deze Republikeinen, onder wie vele Clinton-haters. Zij wilden en vooral konden het niet begrijpen.

Veelzeggend is dat afgelopen vrijdag een gematigde Republikeins senator boos uitriep in de richting van het Huis van Afgevaardigden: 'Doe ons dit nooit meer aan! Stuur voortaan niet meer zo'n zwakke zaak naar de Senaat voor impeachment. De president is een zondaar, geen crimineel!' En inmiddels lijken steeds meer Republikeinen op 'the day after' in te zien welk een blunder zij hebben begaan met het Monica-schandaal. John Rowland, gouverneur van Connecticut, zei dat de partij 'intolerant' is ten opzichte van bepaalde groeperingen en dat zij zich de afgelopen maanden heeft 'vervreemd' van de Amerikaanse bevolking. Vrijdag 12 februari was niet zozeer voor Clinton maar uitgerekend voor de Republikeinen een zwarte vrijdag.

De partij verkeert in een grote crisis. De Republikeinen hadden al eerder een uiterst sensationele nederlaag geleden bij de Congresverkiezingen in november, hun leiders Gingrich en Livingstone zijn indirect gestruikeld over Monicagate en hun partij wordt verscheurd door grote verdeeldheid. De Republikiense partij is gekaapt door de conservatieven en in 2000 bij de verkiezingen voor het Congres en het presidentschap zal de partij ongetwijfeld worden getypeerd als de 'partij van het impeachment'. Hoewel Clinton nu zijn triomf vanuit tactische overwegingen niet mag etaleren, zal hij ongetwijfeld vooraan staan als tegen die tijd een paar politieke rekeningen worden vereffend.

Maar het Lewinsky-schandaal is niet alleen maar toe te schrijven aan een heksenjacht van de Republikeinen. Grote maatschappelijke veranderingen hebben een belangrijke rol gespeeld. Eigenlijk ging Monicagate niet zozeer over de stagiaire en de president maar was het veel meer een reusachtige botsing tussen twee Amerika's.

Aan de ene kant het overwegend blanke Amerika met z'n strenge christelijke normen en waarden. Als je maar ver genoeg van de steden met hun oprukkende 'suburbs' reist, kom je hier en daar dat provinciaalse, kleinsteedse Amerika nog wel tegen, maar het terrirorium wordt steeds kleiner. Aan de andere kant staat een steeds groter wordend Amerika. Een land dat sinds de jaren zestig in snel tempo is veranderd. Waar de normen en waarden losser zijn geworden. Waar veel tolerante 'baby-boomers' wonen die ook meer leven en denken vanuit een multi-etnische realiteit.

Clinton is na de 'ouderwetse' vooroorlogse Reagan en Bush de eerste president die past bij dit Amerika met z'n vele (gekleurde) gezichten. Niet voor niets wordt hij zo op handen gedragen door de zwarte bevolking. Clinton, de pragmaticus bij uitstek, past perfect bij dit nieuwe Amerika. Hier zijn de normen en waarden niet eenduidig en vaak ook minder streng. Het aantal echtscheidingen is veel hoger geworden in dit moderne Amerika. Deze Amerikanen halen over het algemeen de schouders op over de losse moraal van de president.

Het is logisch dat Clinton als nieuwe president van dit andere Amerika het presidentschap ook een ander aanzien heeft gegeven. In record-tijd is het presidentschap veranderd van een 'imperial presidency' onder Nixon naar een 'tabloid-presidency' onder Clinton. Harvard-filosoof Michael Sande in de Chicago Tribune: 'Nu de Koude Oorlog voorbij is, zien we de president veel minder als de persoon met zijn vinger op de knop dan als een van de hoofdrolspelers in een beroemdhedencultuur vol glamour, seks en zondes.'

Onder een president als Roosevelt zou een soortgelijk schandaal nooit onderzocht zijn. Het hoorde eenvoudig niet thuis in de politiek. Nog onder Kennedy weigerde de pers te schrijven over de vele seksverhalen die op een presenteerblaadje werden aangeboden. Clinton heeft zelf ook de tijd rijp gemaakt voor de 'Monica-onthullingen'. Intieme details uit het persoonlijke leven hoorden we van Bush en Reagan vrijwel nooit. Maar Clinton maakte ons 'one of the family'. Hij vertelde vrijmoedig over alle problemen uit zijn jeugd. Over zijn marihuana-gebruik. Over 'de pijn' die hij zijn vrouw had aangedaan.

Big Macs

Op de muziekzender MTV vertelde hij zelfs wat voor soort onderbroek hij aan had. We weten dat hij gek is op Big Macs, dat hij een appel in een hap kan opeten en dat hij een haarspoeling gebruikt.

Onschuldige details maar ze voeren ons wel het Witte Huis binnen dat inmiddels dus een glazen huis is geworden. Het presidentschap ligt op straat. De snelheid van het nieuws is enorm toegenomen. Ook kwaliteitsmedia moeten hun afweging om tot openbaarmaking van nieuws over te gaan in steeds kortere tijd maken temidden van en moordende concurrentie met onder andere allerlei internet-nieuwssites. Gezien ook de voortschrijdende popularisering van het presidentiele ambt in onze media-maatschappij valt het te verwachten dat we nog veel meer van dit soort affaires krijgen.

De gevolgen van deze melodrama's in Washington zijn niet zo groot. De president vertegenwoordigt al lang niet meer het unieke morele gezag voor het Amerikaanse volk, net zo min als de paus dat exclusief kan opeisen voor miljoenen katholieken in de wereld. Het lijkt erop dat de Amerikaanse bevolking de veranderingen in de maatschappij beter begrijpt dan veel politici, journalisten en zogenaamde deskundigen.

De drempel voor afzetting in de grondwet is niet verlaagd en dat is de grote winst van de afgelopen dagen.

Terug

 

Hillary volgt 'Pilgrim Fathers'

Morgenavond komt Hillary Clinton naar Den Haag voor een VN-bevolkingsconferentie. Tenminste, als de 'omstandigheden' in Washington het toe laten. Volgens Amerika-deskundige Willem Post moet Nederland voor de 'first lady' na al het tumult in eigen land als een vluchthaven zijn.

ONGETWIJFELD voelt de Amerikaanse 'First Lady' zich meer in ons land thuis dan in het vijandige Washington. We weten dat zij iets heeft met ons land. Zij heeft onze gezondheidszorg geprezen en als voorbeeld gebruikt voor haar eigen gezondheidsprogramma.

Als progressieve politica past ze veel meer in ons politieke klimaat dan in dat van de conservatieve Amerikanen. Zij is een expert in Derde Wereld-problemen en zij bewondert onze progressieve opvattingen over bevolkingsvraagstukken en ontwikkelingssamenwerking. Ze zal zich op haar gemak voelen in het mondiale sfeertje van de VN-conferentie waar het gaat over zaken waar het in het leven echt om draait.

Velen van ons zijn diep onder de indruk hoe zij altijd voor de rechten van met name vrouwen en kinderen in de wereld is opgekomen. Net als haar grote voorbeeld Eleanor Roosevelt zou Hillary eigenlijk een soort van reizend ambassadeur van de Verenigde Naties moeten worden als haar man is uitgeregeerd in 2001. Als invloedrijke spreker op zovele platforms in de wereld verkondigt Hillary vol overtuiging de nieuwe 'Cairo-visie': Leg niet teveel nadruk op de kille demografische cijfers die een bevolkingsramp voorspellen maar probeer zo snel mogelijk een mentaliteitsverandering tot stand te brengen! Bijvoorbeeld op het gebied van de anticonceptie wat alles te maken heeft met de rechten van de vrouw in met name de Derde Wereld, een effectieve voorlichting en een goede gezondheidszorg. 'Echte democratie is niet gebaseerd op macht maar uiteindelijk op respect voor elkaar!,' aldus Hillary. De verkondiging van sociale rechten, dat is eigenlijk haar kruistocht!

Central Park

We hebben ook gehoord dat haar naam veelvuldig genoemd wordt als toekomstig senator van de staat en dus ook van de stad New York. Begrijpelijk. De Hollanders hebben aan de wieg gestaan van de religieuze tolerantie en de multi-etniciteit die met name deze stad ook nu nog zo kenmerken. Zij voelt zich natuurlijk thuis in zo'n verlichte omgeving. Zij zou eens uit het Centraal Station in Amsterdam moeten lopen. Dan is het net alsof je het sfeertje van Central Park opsnuift. Beetje de jaren zestig nog. Maar er is veel meer dat Hillary aan ons land bindt. Zij heeft een speciale relatie met de Roosevelts en dan met name met Eleanor Roosevelt waar zij zelfs regelmatig 'gesprekken' mee voert. De Roosevelts zijn van Hollands-Zeeuwse komaf en de toenmalige 'first lady' heeft ons land vaak bezocht. Ze was kind aan huis op Soestdijk waar ze een goede vriendin van onze progressieve prinses Juliana was. Jammer, dat Hillary onze oude vorstin nooit heeft leren kennen. Misschien is zij net als ik ook ontzettend benieuwd naar de gesprekken die deze spiritueel ingestelde dames met elkaar gevoerd hebben. Ik denk dat het heel erg goed zou klikken tussen Hillary en onze prinses die nu helaas met nare ouderdomsverschijnselen kampt. Wat zou het een mooi en toepasselijk gebaar zijn wanneer Hillary even een kopje thee met haar zou drinken.

Helaas, 'Soestdijk' zit er waarschijnlijk niet in. Een goed alternatief zou een bezoekje aan de Beschuitsteeg in Leiden kunnen zijn, waar een uniek stukje Amerika valt te bewonderen: het museum van de Pilgrim Fathers dat is gevestigd in een historisch vijftiende eeuws pandje midden in het mooiste deel van de oude binnenstad aan de voet van de Hooglandse Kerk. Zo'n zeshonderd Amerikaanse kranten, waaronder alle grote, hebben onlangs vol onbegrip gemeld dat dit museum van 'de eerste Amerikanen' gesloten dreigde te worden omdat de directeur, onderzoeker dr. Jeremy Bangs, van de Nederlandse overheid weer terug moest naar de Verenigde Staten. Bij een langer verblijf zou hij een illegaal worden. Gelukkig is dat probleem opgelost.

Maar een bezoek van de Amerikaanse 'koningin' zou een mooi eerbetoon zijn aan het museum en de Pilgrim Fathers want zij hebben in Amerika een religieuze vrijheid gebracht die voor die tijd uniek was. En met hun democratische kerkorganisatie en 'town meetings' hebben zij veel invloed gehad op de Amerikaanse democratie. Zij hebben het federalisme van onze verenigde Hollandse staten meegebracht naar Amerika dat dan ook later de Verenigde Staten 'van Amerika' werd genoemd om misverstanden te voorkomen.

Een van die Pilgrim Fathers was een zekere de Lanoy waar Franklin 'Delano' Roosevelt van afstamde. Toen George Bush tijdens zijn regeerperiode in Leiden kwam heeft hij namens de Republikeinen de erfenis van de Pilgrim Fathers opgeeist. Nu is het de beurt aan de Democratische Clintons.

Welingelichte VN-bronnen in New York geven het museum een kans om door Hillary bezocht te worden. In het museumpje is men, zo zag ik afgelopen weekeinde, al begonnen met het afstoffen van de vele spulletjes uit de zestiende, zeventiende eeuw, waaronder de nieuwste aanwinst: een armenpot uit de vrouwenkerk van de Pilgrim Fathers. We zoeken overal wat achter, dus...

We heten Hillary ook van harte welkom in de vrije wereld! We begrijpen dat zij veel reist en dus veel van huis is (Eleanor deed dat ook), want het moet in de slangenkuil Washington een ondraaglijk leven zijn. Het is als een eiland dat langzaam afdrijft van de Amerikaanse kust. Politieke tegenstanders en roddeljournalisten verzamelen zich dagelijks als hyena's rondom de hekken van het Witte Huis om verder in de modder te wroeten. Het moet voor een intelligente vrouw als Hillary zeer pijnlijk zijn om al dat ordinaire gedoe mee te moeten maken.

Zij staat boven de partijen en weet waar het werkelijk om draait: een partij-poltieke hetze die erop gericht is politieke tegenstanders maximaal en met vrijwel alle middelen te beschadigen. Als geen ander beseft zij wat op het spel staat. Zij heeft haar man lang geleden als groot politiek talent ontdekt. Zij heeft deze ruwe diamant bijgeslepen. De president is nu eenmaal een gevoelige, nogal chaotische man die veel leiding nodig heeft. Eigenlijk is zij zijn regisseur. Alles heeft zij voor hem opgeofferd. Zij heeft altijd ideeen boven haar eigenbelang geplaatst.

Hoe heeft ze, zo vraag ik me nu af, het vol gehouden om haar positie als top-advocate jarenlang te verruilen voor een 'eenvoudig' onderwijsbaantje in Arkansas? Watermeloenen en kippenfarms, veel meer is het niet. Wij zouden zeggen het Drenthe van Amerika, maar dan wel uit vroegere tijden.

'Stand by your man', maar we weten nu welk hoger doel hier achter school: ze heeft politiek in haar man geinvesteerd en denkt aan de lange termijn. Haar politieke carriere staat nu op het punt te beginnen.

Pers

We hebben gehoord dat Hillary liever niet met de Nederlandse (en andere) pers praat omdat ze wellicht denkt dat er net als in haar land allerlei ongepaste, persoonlijke vragen worden geroepen. Maar dat is onzin. Niemand van de serieuze pers in Nederland zal zoiets doen om de eenvoudige reden dat we in ons land gewend zijn iemands prive-leven te scheiden van politieke zaken.

Wij zouden Hillary bijvoorbeeld liever vragen waarom Washington zo bitter weinig van de financiele verplichtingen, die vijf jaar geleden op de VN-bevolkingsconferentie in Cairo zijn aangegaan, is nagekomen. Zij worstelt natuurlijk ook met deze vraag.

Konden Hillary en echtgenoot maar eens een dagje 'First Lady' en president van ons land zijn. Het proces tegen Bill zou onmiddellijk worden gestopt. Zeker tachtig, negentig procent van de Nederlanders denkt er zo over, schat ik maar even. Leugenachtig gedrag vanwege seks, zelfs eventueel voor een grand jury, is geen reden voor afzetting. De staatsmacht is immers niet misbruikt en het landsbelang is niet ondermijnd. Een afzetting zou de drempel voor zo'n procedure veel te veel verlagen en het zorgvuldige evenwicht der machten in de Amerikaanse grondwet fundamenteel aantasten. Wat blijft er dan nog over van zo'n mooie grondwet? Het 'provinciaalse' Congres zou in een gevaarlijke wereld teveel macht krijgen daar waar de internationale gemeenschap een krachtig presidentieel leiderschap nodig heeft.

Als Hillary de komende dagen het Nederlands Congres Centrum binnenloopt zal zij ongetwijfeld vele Nederlanders achter de hekken zien staan die een glimp van haar proberen op te vangen. Ze zullen van heinde en verre komen. Al kan ze niet met hen praten, hun ogen zullen tegen haar spreken. Ze nemen hun petje voor haar af. Hillary is immers ook een beetje hun 'First Lady'!

Terug

 

Aftreden president Clinton zou politieke ramp betekenen

De Republikeinen gaan uit van een overtrokken en ouderwets beeld van het Amerikaanse presidentschap. De rol van moreel leider vervaagt steeds meer. Impeachment is volgens historicus Willem Post in ieder geval een veel te zware sanctie die alleen zou mogen worden toegepast als de president zijn staatsmacht had misbruikt.

HET HELE gedoe omtrent de impeachment van William Jefferson Clinton heeft meer weg van een goedkope klucht dan van een serieus proces. Net als in de soapseries die ons land nu al geruime tijd teisteren zijn de hoofdrolspelers hierin figuren die je op het eerste gezicht zo in het dagelijks leven kunt tegenkomen maar die, als je wat langer kijkt, bizar en sterk overtrokken gedrag vertonen: bijvoorbeeld een op seks verzotte politicus, een behaagzieke verleidster, een maffe met miljoenen smijtende pornobaas en, als klap op de vuurpijl, een vrouwelijke 'Ludo Sanders' (acteur in de soapserie 'Goede Tijden Slechte Tijden', WP) die waar ze maar kan afluisterapparaatjes plaatst om haar tegenstanders zoveel mogelijk te beschadigen.

Soms lijkt het er zelfs op dat de Amerikaanse bevolking wordt verdeeld in mensen met en zonder een verhouding. Een nieuw 'Noorden' tegen een nieuw 'Zuiden' dus!

In essentie zien we hier een reusachtige botsing tussen twee Amerika's. Het rigide, conservatieve Amerika dat vasthoudt aan strakke, christelijke normen en waarden, en het tolerante, progressieve Amerika dat in een multiculturele samenleving uitgaat van een losser normen- en waardenpatroon.

Voor met name veel Republikeinen is hun president een moreel boegbeeld. Hij moet een opvoedkundig voorbeeld voor de jeugd zijn. Welhaast een spiritueel rolmodel want bij hen lopen religie en politiek als vanzelf in elkaar over. 'God bless America'!

Als het om de president gaat, geven zij de voorkeur aan een ruime interpretatie van de grondwet. Een president die heeft gelogen voor onder meer een grand jury is als vanzelf een 'federale misdadiger'. Clinton heeft later in feite zijn 'seksuele relatie' indirect met andere bewoordingen toegegeven maar iedere weldenkende Amerikaan zou uit dit juridische gesteggel dezelfde conclusie moeten trekken: wegwezen! Of, zoals ik een Nederlandse journalist eens hoorde uitroepen op televisie: 'oprotten!'

Die Republikeinse woede over het wangedrag van de Amerikaanse president gaat erg ver. Onlangs hoorde ik een Republikeins Congreslid de volgende anekdote vertellen over een moeder die thuis komt van haar werk en aan haar muzikale zoontje vraagt of hij heeft geoefend op zijn trombone waarop deze vervolgens volmondig 'ja' zegt. De volgende dag komt ze er achter dat hij de hele dag op het honkbalveld is geweest. Zijn uitleg: 'U heeft niet gevraagd wanneer ik heb geoefend? Een paar weken geleden heb ik dat echt wel een uurtje gedaan.' Dit noemde de boze Republikein 'een droevig voorbeeld van het overnemen van typisch Bill Clinton-gedrag door de Amerikaanse jeugd!' Gedraai en gekonkel dus.

De Republikeinen gaan met dit soort vergelijkingen en conclusies uit van een overtrokken en ouderwets beeld van het Amerikaanse presidentschap. De rol van moreel leider vervaagt steeds meer, zeker ook in onze multimedia maatschappij. Hun woede laat zich verklaren uit een soort van heimwee naar vroegere tijden.

Ik kan me vrijwel geen president uit de Amerikaanse geschiedenis herinneren die op een geloofwaardige wijze de rol van glinsterende moraalridder zou kunnen spelen in het Witte Huis. Onderzoeksjournalisten van diverse pluimage zouden na zijn inauguratie onmiddellijk als hyena's samentrekken rondom de hekken van de ambtswoning.

Ook in hun interpretatie van de grondwet zitten de Republikeinen, die doorgaans juist kiezen voor een stricte interpretatie, verkeerd. Zij maken misbruik van de verwarring die is ontstaan over de aloude grondwet.

Er is weinig geregeld ten aanzien van het presidentschap in het 'heilige' stuk uit 1787. En dat geldt zeker ten aanzien van een impeachmentprocedure.

De 'Founding Fathers' hebben er lang over gediscussieerd. Benjamin Franklin haalde het voorbeeld aan van de Hollandse stadhouder als een slecht vorst, die maar niet kon worden aangeklaagd.

George Mason, die voorstander was van een zwak presidentschap, wilde dat in de grondwet het begrip 'maladministration' werd opgenomen. Dan zou de president bij 'slecht bestuur' weggestemd kunnen worden en de uitvoerende macht ondergeschikt raken aan de wetgevende macht. Impeachment zou in zo'n geval veelvuldig zijn gebruikt in de Amerikaanse geschiedenis. Men koos echter voor een veel zwaardere formulering waarbij men zich baseerde op eeuwenoude Engelse wetgeving.

De nieuwe grondwet sprak in engere zin van met name genoemde misdrijven als verraad en omkoperij, en verder over andere 'high crimes and misdemeanors', zware misdaden en wangedrag.

De grote staatsrechtgeleerde James Q. Wilson schrijft dat weliswaar niemand precies weet wat met deze laatste formulering precies bedoeld wordt, maar dat in de praktijk een impeachment-procedure zo'n complexe en ernstige onderneming is dat we redelijkerwijs mogen veronderstellen dat het alleen maar bedoeld is voor de ernstigste vormen van presidentieel wangedrag. 'De meeste wetenschappers erkennen dat de aanklacht iets illegaals of ongrondwettigs moet inhouden, niet alleen maar iets impopulairs.'

Interpretatie

Toch laat deze impeachment-formulering veel ruimte voor interpretatie en wordt een impeachment-procedure alleen daardoor al een politiek proces. Zo duidt het woordje 'andere' op even zware misdaden en dus eventueel de ondermijning van de staat. Maar waarom koos men dan niet voor het woordje 'staat'? In plaats daarvan spraken de grondwetmakers van het veel bredere 'Verenigde Staten'.

Maar deze ruimte biedt de Republikeinen uiteindelijk weinig soelaas. Andere voorbeelden van impeachment uit de geschiedenis en uiteindelijk de woorden die wel in de grondwet staan, geven aan dat het om misdaden of wangedrag moet gaan die de positie van de Verenigde Staten ondermijnen. Het gaat er mijns inziens dan ook om dat in geval van afzetting de president zijn ambt, zijn staatsmacht, misbruikt moet hebben om zijn doel te bereiken. Zoals Nixon bijvoorbeeld die de belastingdienst op zijn tegenstanders afstuurde.

Bij Clinton is hier geen sprake van. Het zou natuurlijk al heel anders liggen wanneer de dames Jones en Lewinsky zouden zijn geschaad door toedoen van de president in hun carrièreperspectieven. In beide gevallen is dit niet gebeurd. Integendeel zelfs.

Liegen over seks, zelfs meineed plegen over seks, voldoet niet aan de hoge standaard die in de grondwet is ingebouwd.

Het zou een ramp zijn als Clinton hierom moet aftreden. Het zou in de toekomst ruimte scheppen voor roddeljournalisten en vijandige politici om iedere president te beschadigen en vervolgens onderuit te halen. Amerika zou afdalen naar een soort van fundamentalistische Middeleeuwse maatschappij waar geloofsafvalligen politiek worden gestenigd.

Een fatsoenlijke, democratische maatschappij moet gekenmerkt worden door mildheid en gematigdheid en een strikte scheiding van privé-leven en staatszaken. En ... een strikte opvatting over van wat nu wel of niet een strafbaar feit is en een zware misdaad, die in een uniek geval zelfs de basis zou kunnen zijn om een democratisch gekozen president naar huis te sturen. Daar is hier dus geen sprake van.

  

Terug