1998

200820072006 200520042003 200220012000 19991997 1996 1995 1994 19931992 

 

 

Bill Clinton is slachtoffer van wraak republikeinse partij   27-01-1998
Huntsville Texas is inmiddels de mondiale executie-hoofdstad   03-02-1998
Het einde van een zwarte droom   04-04-1998
President doet wat meeste mensen willen Howard Kurz: Spin Cycle, Inside the Clinton propaganda machine 17-08-1998
Universiteiten Californië na stemming 'blanker' Howard Kurz: Spin Cycle, Inside the Clinton propaganda machine 19-08-1998
Bill Clinton slachtoffer van permanente haatcampagne   27-08-1998
Achter de schermen van Amerika Uitzichtloze jeugd-verhalen uit een welvarend land William Finnegan: Cold New World. Growing Up in a Harder Country Random House 28-08-1998
Partij-ideoloog Newt Gingrich stapelde blunder op blunder   11-11-1998
Kwestie Irak dwingt Clinton in een 'Tom en Jerry-scenario'   24-11-1998
Het experiment aan de overkant A. Lammers: De Jachtvelden Van Het Geluk Reizen door historisch Amerika 11-12-1998

 

 

Partij-ideoloog Newt Gingrich stapelde blunder op blunder

Twintig jaar lang heeft Newt Gingrich met zijn schare conservatieve volgelingen gewerkt aan een grootse politieke carrière in het Congres met eventueel uitzicht op het Witte Huis in 2000. Maar volgens Amerika-historicus Willem Post is hij er het laatste jaar in geslaagd uit te groeien tot het meest gehate Congreslid.

NEWT GINGRICH was de meest spraakmakende en voor eventjes ook de machtigste 'speaker' uit de moderne Amerikaanse geschiedenis. De Republikeinse voorzitter van het Huis van Afgevaardigden was nog in 1994 de briljante partijideoloog en strateeg.

Het weekblad Time riep deze 'generaal van de jonge Republikeinse Turken' zelfs uit tot 'man van het jaar'.

Met enige regelmaat zagen we foto's in de pers van een triomfantelijk kijkende Gingrich die als een sekteleider zijn onervaren volgelingen bedwelmde met zijn visionaire toespraken. Gezeten op de grond van zijn ruime, luxueuze kamer op 'Capitol Hill' luisterden deze fanatici naar de bevlogen colleges van hun partijideoloog.

Zijn boodschap is simpel: de jaren zestig hebben het christelijke en patriottische fundament van de Amerikaanse maatschappij ondermijnd met hun 'counterculture' die de nadruk legde op tolerantie, multi-cultureel denken en secularisatie. Amerika is volgens hem niet zozeer een geografisch afgebakend land maar een idee gebaseerd op een gemeenschappelijk erfgoed. In principe kan iedereen daar aan deelnemen. 'Duizenden mensen staan aan de poorten van ons land te trappelen om deel te nemen aan onze beschaving,' zo stelt hij tevreden vast in zijn boek To renew America.

In dat boek schetst hij op populistische wijze een doemscenario voor de Amerikaanse beschaving waarbij hij verwijst naar de snelle val van het Romeinse Rijk, de Han-dynastie en het Britse Rijk. Hetzelfde zou met Amerika kunnen gebeuren want de onheilspellende tekenen zijn er. Neem het Amerikaanse onderwijs waar de geschiedenis steeds meer wordt gedoceerd vanuit het perspectief van de etniciteit van de diverse bevolkingsgroepen. Nu al worden christelijke en patriottische feestdagen als 'Thanksgiving' niet meer collectief gevierd.

Voor al het maatschappelijk kwaad zijn de Democraten verantwoordelijk. Zij zijn de zondebok want zij hebben zich laten beïnvloeden door het verderfelijke gedachtegoed van de liberalen. Notabene een stroming die op sterven na dood is maar die volgens Gingrich volksvijand nummer een is. Neem nu hoe Gingrich denkt over de kwestie van het wapenbezit dat als recht is verankerd in het Tweede Amendement op de Grondwet. De achttiende-eeuwse Amerikaanse kolonisten maar ook de vrijheidsstrijders in Afghanistan hadden nooit zonder wapenbezit een succesvolle guerrilla kunnen voeren. Maar de liberalen, aangevoerd door de Amerikaanse president, willen deze rechten aan vrije burgers ontnemen.

Maar in 1994 was het nog niet te laat. Volgens Gingrich had de huidige generatie 'om het land te redden op dit moment van zijn opperste wanhoop een rendez-vous met de geschiedenis', waarbij hij schaamteloos de grote president Franklin Roosevelt citeerde. Nu kwam het er op aan en zijn fameuze 'Contract met Amerika' vol conservatieve strijdpunten als belastingverlaging en een sluitende begroting zou een nieuwe grondwet moeten worden te midden van een conservatieve revolutie. Gingrich presenteerde zichzelf als de redder van het vaderland.

In de Reagan en Bush-jaren was gelukkig al wat voorwerk verricht, hoewel de laatste toch niet helemaal te vertrouwen was want Gingrich leidde binnen de partij een revolte tegen de president omdat hij het in 1990 had gewaagd een begrotingsdeal te sluiten met de Democraten.

Maar Gingrich beging een enorme strategische blunder. In 1994 zagen we niet de conservatieve vloedgolf van de Gingrich-revolutie. Veeleer dreef hij binnen op de laatste kabbelende golfjes van een fenomeen dat tien jaar eerder bij de grootse herverkiezing van Ronald Reagan had plaatsgevonden. De presidentsverkiezingen van 1992 hadden al aangetoond dat het Amerikaanse electoraat genoeg had van het saaie 'laissez-faire' beleid van George Bush en dat men weer terug verlangde naar een ideeënrijke kandidaat. Inderdaad is het Amerikaanse electoraat de laatste jaren naar rechts opgeschoven onder de Nieuwe Democraat Clinton maar aan de andere kant was de verkiezing van Clinton natuurlijk geen rechtse aardverschuiving.

De Republikeinse stem in 1994 was niet zozeer een stem voor een conservatieve omwenteling als wel een proteststem tegen de Clinton-administratie die in de eerste twee jaren politieke blunder op blunder stapelde. Na een conservatief tijdperk had deze Kennedy-achtige politicus het aanvankelijk gewaagd om met voor Amerikaanse begrippen zeer vooruitstrevende voorstellen te komen zoals de gelijkberechtiging van homo's in het leger, een min of meer genationaliseerde gezondheidszorg en verhoging van de belastingen waarbij hij zelfs even speelde met de gedachte van een verhoging van de benzine-accijns.

De zelfingenomen Gingrich is bezweken aan de arrogantie van de macht en aan een verkeerde inschatting van het politieke klimaat. Voor een partijstrateeg een dodelijke fout. Clinton pikte na 1994 een groot gedeelte van de Republikeinse agenda in maar zette bij de begrotingsruzie in 1995 de hakken in het zand toen Gingrich bij de bezuinigingsrondes de basis van de toch al karige Amerikaanse verzorgingsstaat nog verder wilde aantasten. Zo kon Clinton zich van links tot rechts presenteren als de politiek leider van iedereen die niet heel erg conservatief is. Amerikanen kunnen het zo mooi zeggen. 'Gingrich was outfoxed by Clinton'.

Ginrich had te ver gereikt met zijn conservatieve revolutie. En dat gold zelfs voor zijn eigen partij. Hij besefte onvoldoende dat zijn rechtse achterban, intern al verdeeld in fiscaal- en christelijke sociaal conservatieven, maar een nipte meerderheid had binnen de partij. De Republikeinse partij kent ook z'n gematigde vleugels.

De ironie van de geschiedenis wil dat Gingrich met zijn blunders de meest 'geliefde' vijand van de Democraten werd en uiteindelijk het eerste prominente slachtoffer werd van het Lewinsky-schandaal. Om de beschuldiging van ordinaire partijpolitiek te voorkomen hield Gingrich zich in de afgelopen maanden opvallend op de achtergrond. Maar wie hem kent, wist dat hij zijn mond niet zou houden. En dat gebeurde een paar weken geleden dan ook.

Persoonlijk gaf hij het bevel om voor tien miljoen dollar een media-initiatief te ontketenen gericht op de scandaleuze president. Dat is weer typerend voor de antipoliticus Gingrich die zich zoals altijd de verstokte partijideoloog toonde. Ondanks het feit dat 70 procent van de Amerikanen 'Lewinsky-moe' was, zette hij door. 'Wij begrijpen werkelijk niet wat de Republikeinen bezielde', riep een Democratische verkiezingsonderzoeker uit. De Democraten schreeuwden moord en brand bij zoveel onfatsoen, de uit de schaduw van Clinton getreden Al Gore voorop.

Stembus

Maar wat Gingrich bezielde laat zich eenvoudig verklaren. Hij kon niet begrijpen dat de meerderheid van zijn geliefde mede-Amerikanen geen oog had voor het morele verval van het presidentschap en dus van Amerika. Ook zou de mediacampagne het conservatieve kader van zijn partij mobiliseren om naar de stembus te gaan.

Gingrich maakte alweer een enorme inschattingsfout want het waren juist de boze Democraten die zorgden voor een opkomstpercentage dat een paar procenten hoger uitviel dan verwacht.

Voor Gingrich zat er niets anders op dan zijn aftreden bekend te maken. Als reizend historicus zal hij ongetwijfeld hel en verdoemenis blijven preken. Binnen de Republikeinse partij hebben de gematigden aan invloed gewonnen. De Democraten moeten bij het vertrek van Gingrich echter niet te vroeg juichen. Hun 'geliefde' vijand die kort geleden nog presidentiële aspiraties had, moet nu ruim baan maken voor de opvallend naar het politieke centrum opgeschoven gouverneur van Texas, George W. Bush. Hij komt uit een goed nest, is een pragmaticus en wil een leider voor alle Amerikanen worden. Zelfs de Spaanstaligen stemmen op hem. Hij wil een bruggenbouwer voor alle Amerikanen worden. Van wie hebben we dat meer gehoord?

 

Terug

 

Kwestie Irak dwingt Clinton in een 'Tom en Jerry-scenario'

 

De Amerikaanse regering moet voorlopig leren leven met een gekortwiekte dictator Saddam Hoessein, die door een grote militaire macht in de Golfregio in bedwang moet worden gehouden, aldus historicus Willem Post. De kosten van dit dure Koude Oorlogsscenario zullen, ook voor Europa, hoog zijn.

DE GROTE KAT en de kleine muis hebben nu al zo lang ruzie. Met een vuistslag kan de eerste de laatste met gemak vernietigen, maar dat gebeurt maar niet. Het kleine diertje is bepaald gewiekst. Onlangs was het dan bijna zo ver. Met een overdaad aan vervaarlijk materieel marcheerde de boze kater door de straten. Hij was ziedend want z'n kleine vijand beschikte over een toverdrankje waarmee hij iedereen gemakkelijk kon verslaan. Maar 'onze' kater maakte zoveel kabaal dat de muis snel wakker schrok. Vlak voor het binnentreden in zijn huis liet hij de kater een geruststellende brief vol beloftes bezorgen. Met de staart tussen de benen droop de kater af want hij wist dat als hij nu nog zou toeslaan de andere muizen (en daar waren er beslist veel van) boos op hem zouden worden. En dat wilde hij niet. Trouwens, waar had hij eigenlijk moeten zoeken? De muis vond steeds een ander slaapplaatsje en dat gold ook voor z'n geheime brouwseltje!

Bill Clinton is wat betreft de kwestie Irak verstrikt geraakt in een 'Tom en Jerry-scenario' waar hij zich voorlopig niet uit los kan maken. De president van Amerika is nu al jaren gedwongen een buitenlandse politiek te voeren waarbij in essentie niets verandert, ondanks alle retoriek over een nieuwe buitenlandse politiek die we de laatste dagen horen vanuit Washington. De Amerikaanse regering zou achter de horizon kijken van de wapeninspecties en in de tussentijd 'de pogingen intensiveren' om de Irakese oppositie aan de macht te krijgen. Maar welke oppositie? Het is totaal niet in het belang van Amerika om de pro-Iraanse sjiieten of de Koerden aan de macht te krijgen. Dat zou de desintegratie van Irak betekenen en niemand minder dan Madeleine Albright heeft vorige week nog gezegd dat van het uit elkaar vallen van Irak geen sprake kan zijn.

Voor president Bush was het zeven jaar geleden al duidelijk dat Irak deel uitmaakte van een broze regionale status quo: een kaart die je niet zo maar kan wegtrekken zonder dat het hele huis in elkaar stort.

Voorlopig blijkt nog uit niets dat president Clinton er anders tegen aankijkt. Weliswaar juicht de Amerikaanse regering nu plotseling een enige tijd geleden aangenomen Republikeinse wet toe die Washington jaarlijks voor een kleine honderd miljoen dollar in staat stelt de Irakese oppositie te steunen, maar die hulp lijkt vooral ingegeven om een steeds kritischer Congres te paaien. Datzelfde geldt voor de de publieke opinie. De overgrote meerderheid van de Amerikanen heeft het liefst dat Saddam Hoessein, die in de Amerikaanse pers ook wel 'de Satan' of 'de Fuhrer van het Arabisch Herrenvolk' wordt genoemd, naar het Stenen Tijdperk wordt teruggebombardeerd.

Voorlopig hebben de ballingen van de meest serieuze oppositiebeweging, het 'Irakese Congres', nog geen dollar ontvangen en is alleen nog maar een Amerikaanse propaganda-zender bekostigd.

De Amerikaanse buitenlandse politiek, hoe onmachtig ook, is wel degelijk op de lange termijn gericht. De Amerikanen weten al geruime tijd dat de inspecteurs van de Unscom hun einddoel nooit bereiken. Je kunt nu eenmaal niet verstopte vernietigingswapens wegbombarderen en dat geldt ook voor de aanwezige know-how. Vooral biologische wapens zijn eenvoudig te maken in medische fabrieken en zelfs bierbrouwerijen. Zo'n tachtig procent van het vernietigingsspul schijnt nu verwijderd te zijn en daar zal het wel bij blijven. Want ieder keer als de inspecteurs te dichtbij komen, lokt Saddam een crisis uit: de inspecteurs verdwijnen en in de tussentijd werkt Irak ongestoord door aan zijn bewapeningsprogramma. Bij terugkomst moeten de VN-onderzoekers steeds een achterstand van minimaal een paar maanden wegwerken. Maar een prijs van vele doden wil Saddam ook wel betalen. Uit de puinhopen zal Saddam triomfantelijk herrijzen, wetend dat er eigenlijk voor hem geen alternatief is en dat tal van landen, waaronder Frankrijk en Rusland, met hem lucratieve zaken willen doen. De Amerikanen, die 'imperialistische overweldigers', zullen steeds meer geïsoleerd raken.

Het conflict van de afgelopen weken is niet een incident maar past in een patroon waarbij zo langzamerhand een nieuwe Koude Oorlog duidelijk wordt. De Golf-regio is een gebied als Oost-Europa geworden. Maar de olie-ader van de wereld is in strategisch opzicht veel belangrijker dan het voormalige, verpauperde Oostblok. De taal van de Koude Oorlog klinkt steeds luider: 'brinkmanship', 'containmentpolitiek', bewapeningswedloop, afschrikking, etc.

Divisie

Voor de Golfoorlog hadden de Amerikanen nog nauwelijks troepen in de Golfregio. Al enige tijd hebben de Amerikanen een permanente militaire macht ter grootte van ongeveer een divisie gecreëerd die naar believen te land, ter zee en in de lucht in snel tempo kan worden omgevormd tot een reusachtige, daadwerkelijke interventiemacht.

Uitgangspunt van de Amerikaanse politiek zal 'containment' zijn. Saddams machtspositie moet worden ingedamd. Uiteindelijk zullen de sancties zijn positie verzwakken. En een eventuele aanval heeft twee doelen: afschrikken van de vijand en het daadwerkelijk verzwakken van het leger. Vernietiging van doelen als vliegvelden, raketinstallaties en commandobunkers zullen worden gepresenteerd als acties om de lancering van vernietigingswapens onmogelijk te maken, maar deze strategie dient vooral een groter politiek doel. Door een verzwakte militaire macht zal vooral ook de politieke invloed van Saddam in de kwetsbare regio beperkt blijven.

De Amerikaanse regering heeft voorlopig geen andere keus dan te leren leven met een gekortwiekte dictator. De kosten van dit Koude Oorlogsscenario zijn enorm en moeten worden gedeeld met het rijke Europa, waar tot ergernis van steeds meer Republikeinse en Democratische Congresleden ook nog eens Amerikaanse soldaten op kosten van de belastingbetaler rondlopen. De prijs voor de status van supermacht in dit politieke en militaire klimaat moet ook door Europa worden betaald. Binnenkort zal de rekening wel komen.

Terug

 

Het experiment aan de overkant

Wat van Amerika te denken in de schemer van de twintigste eeuw? Dat is een prangende vraag nu een populaire president in het Huis van Afgevaardigden lijkt te struikelen over een affaire met een volwassen vrouw waarover hij gejokt heeft. Wordt het land teruggeworpen naar een soort van Middeleeuwse duisternis waar afvallige ketters worden gestenigd? Alfons Lammers, de Leidse hoogleraar in de geschiedenis en cultuur van Noord-Amerika, relativeert het tumult in dit Lewinsky-jaar in zijn boek over de negentiende eeuw. Hij doet dit aan de hand van verslagen van Britse reizigers. Want wie het boeketje reisverslagen leest dat Lammers met een vlotte pen aan elkaar rijgt, ontdekt dat er niets nieuws onder de zon is. De blauwe jurk, de stropdas en de sigaar mogen dan onsmakelijke symbolen zijn van het Amerika aan het eind van de twintigste eeuw, ook in de vorige eeuw werden presidenten met schandalen bestookt. Zoals het een historicus betaamt, heeft Lammers oog voor de continuïteit in de geschiedenis: het verleden dat doorwerkt in het heden.

Lammers ergert zich aan het weer oprukkende antiamerikanisme in Europa. In de eerste zin van zijn boek haalt hij Jan Marijnissen aan die het als linkse politicus steeds heeft over 'Amerikaanse toestanden' in Nederland. Lammers kan hem wel een beetje begrijpen, maar wil toch partij kiezen voor Amerika. 'Vraag me niet waarom... je partner val je nu eenmaal niet graag af, hoewel ze er niet mooier op wordt en steeds vreemdere dingen doet.'

Dat is typisch Lammers; hij blijft zich verbazen over het 'Grote Experiment aan de overkant'.

In al die jaren is er niet zoveel veranderd. Europeanen proberen Amerikanen te begrijpen, maar helemaal lukt dat nooit en meestal helemaal niet. Het land is zo anders. Soms geeft een tijdgenoot een rake typering zoals Onno Ruding die als bankier in New York onder de indruk is gekomen van de 'nijvere bijen' die aan een stuk door ploeteren. In Nederland wordt niet meer gewerkt. 'Nee dan de Amerikanen! Die ploeteren aan een stuk door' - en daarom bewondert Ruding ze, 'de nijvere bijen, de kampioenen van de 24-uurs economie, waar ook wij aan moeten geloven van Paars'.

Amerika zal altijd een land blijven waarover we ons verwonderen. Misschien kunnen de Britten er nog wel het beste over schrijven, want uit hun cultuur komen de meeste blanke Amerikanen toch voort. Neem Charles Dickens die somber schrijft over zijn boottocht over de Mississippi. Zijn medepassagiers vergeleek hij met 'melancholy ghosts of departed bookkeepers, who had fallen dead at the desk'. Iedereen leek een duister geheim met zich mee te dragen. Tijdens de maaltijden wisselde men geen stom woord met elkaar. 'Ik keek er als een berg tegenop als de bel voor het eten luidde', schrijft Dickens, en de rivier was zo mogelijk nog deprimerender, de 'great father of rivers, who (praise be to Heaven) has no young children like him'.

Wel had hij een intens medelijden met de eenzame pioniers die hier en daar aan land werden gezet. Hij beschrijft hoe vijf mannen en vrouwen en een kind 'in the middle of nowhere' met hun schaarse bezittingen in een bootje naar de oever werden geroeid. Ze gaan aan land, zetten een hutkoffer neer plus een krakkemikkige stoel waar de oudste van de vrouwen op gaat zitten. De anderen staan er roerloos omheen. Ze kijken naar de roeiboot die weer teruggaat, nog steeds onbeweeglijk. 'Ik kan ze door mijn verrekijker nog zien,' schrijft Dickens, 'nu ze in de verte en door de invallende duisternis voor het blote oog alleen nog stipjes zijn; ze staan er nog steeds, de oude vrouw in de stoel en alle anderen om haar heen. Ze verroeren geen vin, en zo verlies ik ze langzaam uit het oog'.

Maar Dickens kwam ook een ander slag Amerikanen tegen. De nieuwsgierige Yankee die van hem wilde weten waar hij zijn horloge had gekocht, hoeveel dat waard was, of het uurwerk goed liep en waar Dickens het meestal droeg. Dickens was een 'celebrity' en daarom vogelvrij. Elk detail van zijn bezoek werd gedrukt en becommentarieerd. 'Ik kwam hier als een radicaal naartoe, als een gelovige in democratie en vooruitgang. Maar nu ik Amerika heb gezien, heb ik mijn standpunt bijgesteld - lang leve de Britse monarchie!' Wat de Amerikanen volgens hem bovenal kenmerkte was een diep wantrouwen. Hadden de kiezers bijvoorbeeld iemand op het schild geheven, dan werd de gelukkige er meteen weer afgegooid. 'Iedereen die een hoge positie heeft verworven kan de datum van zijn val alvast noteren'.

Het boek van Lammers staat vol van dergelijke prachtige observaties. Van mensen die Amerikanen intens haatten maar ook diep bewonderden. Iedereen heeft altijd wel een oordeel en dat gold met name voor de slavernij wat natuurlijk een grote invloed had op het huidige rassenvraagstuk. Lammers voert nog even Tocqueville op, misschien wel de patroon van alle Amerika-reizigers en een buitengewoon scherp waarnemer, als hij schrijft dat de vrije neger in het Noorden er haast nog belabberder aan toe is dan de slaaf in het Zuiden. In theorie had hij een aantal rechten, maar zodra hij er een beroep op deed stuitte hij op een muur van vooroordelen. Hij kon niet wonen waar hij wilde, geen passend werk vinden en de kerken toonden zich nauwelijks in hem geïnteresseerd. Als er een einde aan zijn leven kwam 'dan worden zijn botten achteloos weggeworpen - zelfs in de gelijkheid van de dood weet men nog onderscheid te maken.'

We reizen mee met Francis Anne Kemble, een actrice die in Londen grote triomfen vierde maar die vanwege een schuldenlast naar Amerika vluchtte, waar ze in Philadelphia trouwde met een plantage-eigenaar die ver weg in Georgia over zo'n zevenhonderd slaven beschikte. Daar kwam ze pas achter toen ze getrouwd was en toen werd ze een nog fellere tegenstander van de slavernij dan dat ze al was. Vooral het lot van de vrouwen trok ze zich aan. Op de plantage werd ze onophoudelijk door slaven aangeklampt die haar smeekten om extra kleding, wat meer eten en minder slaag van de opzichters. Ze bezocht het primitieve hospitaaltje waar in het halfduister nauwelijks te zien was dat de slavinnen hun zoveelste kind ter wereld brachten - liever een eeuwig kraambed dan zwoegen op het veld. Ze bestookte haar man met klachten. Lammers noemt haar een 'vroege Florence Nightingale'.

Kemble schrijft op indrukwekkende, kritische wijze over de slavernij in een tijd dat zoiets voor een deftige blanke dame zeer ongebruikelijk was. Aan een vriendin schrijft ze: 'Ach Elizabeth, je zou zelf eens moeten zien hoe inhumaan dit stelsel is, hoezeer in strijd met alle beginselen van ons christelijk geloof, een geloof dat hier in het Zuiden met de lippen wordt beleden. Elke dag begin ik mij treuriger te voelen.' Ze liet de tranen de vrije loop na de dood van een van de slaven. Het waren nota bene de slaven die haar getroost hebben, schrijft ze beschaamd: 'Missis, you no cry, missis what you cry for?' Maar ze kon zich dan ook weer ergeren aan de slaven wanneer die elkaar toeriepen: 'Hi you boy!, Hi, you girl en Hi, you niggar.' Ze vond het vernederend, maar volgens Lammers begreep ze er kennelijk de wrange humor niet van.

Lammers, de cynicus, de relativist, schrijft in briefvorm gericht aan een denkbeeldige student waardoor 'zijn' reisverslag bijna tot literatuur wordt.

Terug

 

Achter de schermen van Amerika Uitzichtloze jeugdverhalen uit een welvarend land

Je moet er moeite voor doen om dat andere Amerika te ontdekken. Meestal vang je niet meer op dan een glimp van die obscure, troosteloze wereld die ligt achter de façade van de middenklasse waartoe de overgrote meerderheid van de Amerikanen zich rekent. Ik heb wel geprobeerd er meer over aan de weet te komen, maar het was me eigenlijk nooit goed gelukt om echt te penetreren in de sloppenwijken en getto's van Amerika.

Je wordt door Amerikanen voor stapelgek verklaard als je op eigen houtje bijvoorbeeld de buurten ten noorden van Central Park in New York wilt verkennen of met je huurauto door de sloppenwijken van Los Angeles wilt rijden waar 100.000 jongeren lid zijn van een bende.

Een paar maanden geleden is het me in ieder geval gelukt om echt in de sloppenwijken van een Amerikaanse stad (Memphis) te komen. Ik ben me kapot geschrokken: totaal verwaarloosde, door onkruid overwoekerde huurkazernes die de aanblik geven alsof hier net een burgeroorlog is uitgevochten. Op een bankje zaten tandeloze oudjes alleen maar voor zich uit te staren. Op dat moment was het er doodstil. Angstaanjagend. Hier en daar zag ik mensen voortschuifelen. Ze kunnen niet eens rechtdoor lopen; ze zwalken een beetje want ze zijn bijna allemaal verslaafd aan de meestal zeer gevaarlijke synthetische drugs. Normaal praten kunnen ze veelal niet, zo viel me op. Ik voelde me ontzettend hulpeloos en nutteloos met mijn school-Engels. Niemand verstond mij. Bovendien was het een gekunstelde situatie. Ik mocht meerijden met een blanke hulpverleenster van de grootste voedsel-uitdeelorganisatie in de stad. Ze wilde mij alleen rondleiden als ik ook een jasje aantrok met op de rug lichtgevende letters van haar organisatie, omdat deze zelfs bij de zwaarste gangsters nog enig respect afdwingt. En mijn bezoekje mocht alleen in de ochtend plaatsvinden omdat de meeste gangleden uitslapen tot een uur of een 's middags. Hoewel ik feitelijk niet meer heb gedaan dan het afleveren van een paar bordjes eten bij de voordeur van huizen, vond ik het een unieke ervaring.

Een echt bezoek aan de onderkant van de Amerikaanse samenleving is natuurlijk wel wat anders. Gelukkig hebben we daar nu het nieuwe boek van William Finnegan voor, de begenadigde journalist van de New Yorker. In de traditie van de New Journalism of later de Literary Journalism van grootheden als Tom Wolfe en Norman Mailer, beschrijft hij op uiterst indringende wijze de lotgevallen van vier jongeren in het postindustriële Amerika: Terry, een drugsdealer uit New Haven, Connecticut; Lanee, een zeer jonge moeder uit het totaal verpauperde platteland van Oost-Texas; Juan, een Latino-jongere die worstelt met een identiteitscrisis in een steriel stadje in de staat Washington en Mindy, een blanke teenager die ten onder gaat in de strijd tussen rivaliserende neo-nazigangs in een voorstad van Los Angeles.

Finnegan heeft gedurende zes jaar maandenlang beurtelings bij zijn hoofdpersonen gewoond en dat geeft een uniek inzicht in het leven van mensen die voor de meeste Amerikanen alleen maar bestaan in sombere statistieken. Finnegan (ver)oordeelt niet. Meestal verdwijnt hij naar de achtergrond en is zijn boek als het ware transparant.

Het mooiste verhaal vond ik dat van Terry, een zwarte jongen die keihard wilde werken om wat van zijn leven te maken. Toen hij 11 was, verkocht hij op de hoek van de straat al kranten en een jaar later had hij drie verschillende baantjes waaronder het schoonmaken van tafels in een restaurant voor 40 dollar per week. Maar op dat moment, in de late jaren tachtig, werd de Oostkust van Amerika overspoeld door een vloedgolf van cocaïne en zag Terry het grote geld de wijk binnenkomen, meestal afkomstig van blanke yuppies uit de voorsteden. Op zijn vijftiende sloot Terry zich bij de handel aan. Hij begon als een loopjongen die cocaïnecapsules voor 10 dollar bij zich heeft. Ook hier toonde Terry weer zijn indrukwekkende arbeidsethos. Hij werkte 12 uur achter elkaar gedurende zes dagen. 'Helemaal te gek,' vertelt Terry dolenthousiast aan Finnegan, 'Ik verdien nu 1000 dollar per week en kan kopen wat ik wil.'

Maar, zo merkt Finnegan droogjes op: 'Per uur omgeslagen verdien je eigenlijk 14 dollar en loop je grote risico's: gevangenisstraf, klappen van agenten en beschietingen door rivaliserende bendes.' Het is tegen dovemansoren gericht, want livin large is voor deze jongeren die ook zijn opgegroeid met de 'Amerikaanse ziekte', namelijk de altijd aanwezige aandrang om te consumeren, het ultieme doel. Alles draait om geld, wat natuurlijk ook nog eens wordt versterkt door de drugsverslaving. Als Terry in een supermarkt loopt, hoopt hij dat er iets tegen z'n hoofd valt: dan kan hij een eis om schadevergoeding indienen. Wie een baantje heeft, wordt beschouwd als outcast, want dan verdien je bijna niks. Finnegan vraagt Terry wat zijn levensdoel is. 'Het zo snel mogelijk verkrijgen van een gele Mercedes-Benz 190,' antwoordt Terry. Als Finnegan vraagt wie zijn rolmodel is, verwacht hij eigenlijk een antwoord in de trant van Eddie Murphy die een gangster speelt of een beroemde rapper die op een gangster lijkt, maar Terry zet op nummer een een oudere drugsdealer uit zijn stad die in de gevangenis zit, maar wel beschikt over twee huizen en een Ferrari in zijn garage.

Terry vertelt ook dat iedereen profiteert van de drugshandel: autohandelaren, juweliers, advocaten, banken en last but not least ook corrupte politiemensen. Als Finnegan met Terry door de wijk rijdt, wijst de journalist vol bewondering op een sportzaak die een uithangbord heeft met de tekst: 'If You Deal Drugs, We Don't Want Your Business'. Terry vindt zoiets schandalig, want het is verraad aan de buurt. Zoiets kun je absoluut niet maken in de binnenstad!

Het beklemmende van het boek is dat iemand als Terry niet kan ontkomen aan zo'n leven. Z'n ouders zijn totaal niet in hem geïnteresseerd. De discipline om naar school te gaan ontbreekt volledig. Finnegan gaat mee naar school en valt van de ene in de andere verbazing. Kinderen die 's nachts op straat werken, liggen overdag te slapen. In de pauzes wordt alleen maar over wapens gepraat en wordt regelmatig iemand met de dood bedreigd. Ieder kind kent iemand die is doodgeschoten, zo valt Finnegan op. Het verschil in cultuur blijkt weer eens als de onderwijzer een bezoekje aan een museum met Van Gogh-schilderijen voorbereidt, het enige (zwaar gesubsidieerde) culturele uitstapje van het jaar. Finnegan dacht dat de voorbereidende les vooral zou gaan over de achtergronden van zijn schilderkunst, maar de meester vertelt vrijwel uitsluitend over sociaal gedrag: hoe je moet lopen in een museum, hoe je de portier moet groeten, hoe je moet proberen niet uitdagend te kijken, wat je moet doen tegen verveling en of je een regenjas moet meenemen. Hij bereidt de kinderen er zelfs op voor dat hun ouders bij thuiskomst niet geïnteresseerd zullen zijn.

Het onvermijdelijke gebeurt. Als Terry de straat oversteekt en met een vriendinnetje babbelt verhandelen haar vrienden wat drugs. De politie veegt met een bliksemactie de straat schoon. Iedereen van de groep, Terry incluis, wordt gearresteerd. Hij krijgt een advocaat toegewezen die totaal niet in hem is geïnteresseerd en die hem aanraadt schuld te bekennen. De zeven jaar gevangenisstraf zal dan worden gehalveerd. Meer zit er voor hem niet in en dat weet Terry ook wel uit de vele verhalen van anderen.

Maar dan wordt het Finnegan te veel. Hij schakelt een bevriende advocaat in die de zaak overneemt. Vrijwel onmiddellijk vervalt de aanklacht wegens gebrek aan bewijs en is Terry weer op vrije voeten. Hij neemt een baantje als bordenwasser aan, maar belandt na korte tijd toch weer in de gevangenis. In die relatief veilige omgeving haalt Terry zijn diploma voor de middelbare school.

Nergens stelt Finnegan expliciet de vraag, maar je hoort het hem denken: wat zegt het over een maatschappij als de gevangenis nog de beste mogelijkheden biedt voor een fatsoenlijke jeugd?

Inmiddels is Terry vervroegd vrijgelaten vanwege de overbevolking in de gevangenis en heeft hij een baantje gevonden in Detroit. Het is de laatste keer dat Finnegan iets van hem hoort en hij vraagt zich vertwijfeld af hoe lang Terry nu weer buiten de gevangenismuren zal blijven. Dat doet Terry zelf ook. Hij geeft toe dat drugs slecht zijn en dat hij best een commercial tegen drugsgebruik zou willen maken, maar hij zegt ook zo te verlangen naar de tijd dat hij nog vijftien was en veel geld verdiende met de drugshandel. 'De politie kan tegen jongeren van die leeftijd haast niets doen. Ik droom er zo vaak van dat ik alles wat ik toen kocht weer in mijn handen zou kunnen pakken of in mijn mond zou willen steken.'

De andere drie verhalen zijn eigenlijk variaties op hetzelfde thema: de totale ontreddering van dit deel van de Amerikaanse jeugd. Finnegan laat het niet bij verhalen. Uiteindelijk analyseert en concludeert hij ook. 'Het is niet zo dat de dromen van deze jongeren hun mogelijkheden overtreffen. Het gaat erom dat ze helemaal geen dromen meer hebben. Er is geen enkele mogelijkheid voor opwaartse mobiliteit. Ze zijn totaal afgescheiden van de rest van de Amerikaanse samenleving.' Als voorbeeld neemt Finnegan Californië, een staat die vaak trendbepalend is. Ooit was hier het beste onderwijssysteem van Amerika, maar door bezuinigingen staat Californië nu op de 47ste plaats. 2150 openbare bibliotheken zijn de laatste jaren gesloten. Sinds 1970 is de armoede onder kinderen verdubbeld, terwijl die onder ouderen zo goed als verdwenen is. 'Het is duidelijk geen toeval dat het budget van the Children's Defense Fund, de belangrijkste lobby voor de belangen van kinderen, in 1996 15 miljoen dollar bedroeg, terwijl de machtige American Association of Retired Persons in hetzelfde jaar 449 miljoen dollar spendeerde.'

Het is een droevige wereld die we leren kennen via Finnegan. Voor deze jongeren lijkt de enige 'input' te komen van Jerry Springer, keiharde stripverhalen en de meest dwaze racistische theorieën. Het zijn bange kinderen die hun leven vaak laten leiden door allerlei vormen van bizar bijgeloof die bijna middeleeuws aandoen.

De Amerikaanse regering mag, aldus Finnegan, nog zo trots verklaren dat het geweldig gaat met de economie, voor veel Amerikanen is het een schijnwelvaart. De werkloosheid is inderdaad heel laag, maar een baan hebben is tegenwoordig absoluut geen garantie meer voor een plaatsje in de middenklasse. Maar liefst een derde van de bevolking verdient te weinig om aan de armoede te ontsnappen. Het resultaat is volgens Finnegan dat een nieuwe Amerikaanse klassenstructuur is ontstaan, die veel hardvochtiger is dan wat we tot nu toe gewend waren. Finnegan beschouwt zich dan ook als een geluksvogel dat hij in de jaren zestig, zeventig is opgegroeid.

William Finnegan: Cold New World. Growing Up in a Harder Country Random House

Terug

 

Bill Clinton slachtoffer van permanente haatcampagne

De politieke motieven van de tegenstanders van de Amerikaanse president Bill Clinton zijn absoluut onzuiver, meent Willem Post, historicus en Amerika-deskundige. Het ambt van president wordt als gevolg van de vuilspuitende tegenstanders van Clinton uitgehold.

DE REPUBLIKEINSE haan kraait victorie. Afgelopen weekeinde kwamen diverse Republikeinse heren voor de Amerikaanse televisie om met enige gretigheid hun licht te laten schijnen op het zedenverval van de Amerikaanse president. Daar was oud-vicepresident Dan Quayle die Clinton opriep op maar gauw af te treden. 'Iedere directeur van een school of politieagent die liegt onder ede moet opstappen. Wat moet ik mijn kinderen vertellen als ze naar de televisie kijken en horen wat onze president nu weer heeft uitgespookt en dat allemaal nota bene in het Witte Huis: een gewijde plek voor ons Amerikanen.'

Ik moest opeens even denken aan het Reagan-museum dat ik vorige maand in Los Angeles bezocht en waar de Oval Office is nagebouwd. Op een bandje vertelt Reagan dat hij uit respect voor deze heilige plek zelfs zijn jasje nooit uittrok.

Maar wie zijn deze fatsoenrakkers Dan Quayle en Ronald Reagan dan wel ? Direct of indirect waren zij betrokken bij allerlei schandalen, waarvan Iran-contra er maar eentje was. En bij een gedwongen keuze heb ik liever een oversekste president dan een politicus die het woordje aardappel nog niet eens kan schrijven.

Na Quayle kwam ex-minister William Bennett opdraven. Hij richtte zich rechtstreeks tot de president: 'Bill, hoe kun je zoiets doen ? Een man van rond de vijftig die dit soort dingen doet met een meisje van 21, het is een regelrechte schande. Het had bijna zijn eigen dochter kunnen zijn. Weet je dan niet Bill, dat er op het werk een gouden regel geldt: baas, blijf van je kinderen af! Het allerergste is dat hier een patroon van leugens wordt blootgelegd: meneer de president, in godsnaam treed af!'

Het is natuurlijk niet helemaal onzinnig wat Bennett beweert, maar ik kom tot een tegenovergestelde conclusie: Meneer de president, in godsnaam treed niet af! Want er zijn verzachtende omstandigheden die in ieder geval voor mij (en voorlopig voor de meerderheid van de Amerikaanse bevolking) gelden. Wij hebben door dat er een heel vies spelletje zit achter die morele kruistocht van de conservatieve Republikeinen.

De kern van de zaak is dat de Republikeinen een diepe haat koesteren tegen Bill Clinton: die drugs gebruikende, de Vietnam-dienstplichtontduikende en seksverslaafde 'Slick Willie', die ook nog eens getrouwd is met een linkse vrouw.

De laatste twintig jaar dachten de Republikeinen dat Democratische kandidaten voor het presidentschap makkelijk te verslaan waren; zoals Jimmy Carter, Walter Mondale en Michael Dukakis. Maar Bill Clinton is andere koek. Zelfs de voorzitter van de Republikeinse partij in Arkansas vertelde me onlangs dat Clinton een briljant politicus is, die door een aantal conservatieve denkbeelden over te nemen ook nog een deel van de Republikeinse agenda uitvoert. Maar volgens de nog jeugdige man heeft Clinton een zwakte en toen wierp hij aan het eind van ons gesprek plotseling de handen theatraal in de lucht en riep uit: 'Bill, Bill, je doet het eigenlijk best wel goed. Na het presidentschap had je in je geliefde Californië het leven kunnen leiden dat je grote voorbeeld John F. Kennedy ook zo graag had gewild: heerlijk vertoeven tussen de sterren van Hollywood. Maar je hebt een probleem: je kunt niet van de vrouwen afblijven. Dat zal je ondergang worden.'

Na afloop vertelde hij me dat, als ik nu met hem meeliep naar het schoolplein van zijn kinderen, de moeders aan het hek allemaal sappige verhalen over Bill Clinton zouden kunnen vertellen. Ik heb het niet gedaan. Ik kots ervan. Bill Clinton is het slachtoffer van de permanente haatcampagne die tegen hem gevoerd wordt.

Ik herinner me de zomer van 1992 toen ik op het Republikeinse hoofdkwartier de meest schandelijke roddels over Clinton hoorde. Een oude dame siste in mijn oor: 'En ik weet nog veel meer over hem. Zo heeft z'n moeder als anesthesieverpleegster een patiënt op de operatietafel dood laten gaan'.

Wat een verademing toen ik daarna een paar dagen mocht meedraaien in de ideeënrijke campagne van Clinton. Tot diep in de nacht werd gediscussieerd over de herstructurering van de gezondheidszorg, de verbetering van het onderwijs en gelijke rechten voor homoseksuelen. De saaie 'laissez-faire'-kandidaat Bush kon daar vrijwel niets tegenover plaatsen.

En nu hebben ze hem te pakken. Ze zullen hem uitkleden tot op het bot. Zeven maanden geleden had Clinton nooit moeten liegen onder ede. Hij had natuurlijk gedacht dat het met Monica Lewinsky een welles-nietes verhaal zou worden. Maar toen kwam Bush-fan Linda Tripp, die met Joe McCarthy-achtige trucs Clinton er inluisde. En daarna kwamen allerlei andere verdachtmakingen: de plotseling geretourneerde cadeautjes van Monica, haar jurk, haar mooie baan en de bandopnames met telefoonseks. Clinton probeert nog weg te komen door een 'ongepaste relatie' toe te geven en impliciet te stellen dat orale seks wat hem betreft een passieve daad is die niet valt onder de definitie van een seksuele relatie. Maar er is natuurlijk geen Amerikaan die hem gelooft op dit punt en Starr en zijn handlangers zullen tot en met de laatste dag het lachwekkende van dit scenario aantonen. De president zal steeds verder belachelijk gemaakt worden en komt zo in een onhoudbare situatie terecht.

Feit is dat hier inderdaad een patroon van leugens zal worden blootgelegd. Maar feit is ook dat ik nog steeds vind dat seks (tussen volwassenen) en de publieke zaak van elkaar gescheiden moeten worden. In het belang van het land moeten de Amerikanen de leugens van Bill Clinton, die toch ook iets menselijks hebben, door de vingers zien, want de gevolgen van een aftreden zullen enorm zijn. Na Clintons aftreden zal iedere potentiële kandidaat zich nog honderd keer bedenken voordat hij die functie zal aanvaarden. De sfeer tussen de Republikeinen en de Democraten zal voor 'eeuwig' verziekt zijn, want de laatsten zullen in zo'n vergiftigd politiek klimaat onherroepelijk wraak nemen.

Binnenlandse politiek

Het ambt van president is eigenlijk nu al uitgehold. Door het einde van de Koude Oorlog is het accent verschoven van de buitenlandse politiek, waar de president als 'commander in chief' en hoofd van de buitenlandse politiek niet meer de spil kan zijn in de Oost-West-relatie, naar de binnenlandse politiek.

Amerika is meer in zichzelf gekeerd, waarbij de staten steeds meer macht naar zich toe trekken, omdat het slecht functionerende federale machtscentrum meer en meer irrelevant wordt voor de oplossing van de vele problemen van het land.

En als Clinton aftreedt zal een aantal media in hun jacht naar 'human stories' alleen maar worden aangemoedigd om nog verder te gaan. Dan wordt het presidentschap pas echt een 'tabloidpresidentschap'.

Het is voor een prominent politicus nu al bijna ondoenlijk om zich staande te houden tegenover de media die over snelle elektronische middelen (internet) beschikken. Het Witte Huis wordt een doorzichtig glazen huis. De concurrentie tussen de media is moordend en de omloopsnelheid van het nieuws is enorm toegenomen. Er is haast geen tijd meer om bronnen te checken.

Neem internetgoeroe Matt Drudge (de man die de hele 'Lewinsky-story' in het nieuws heeft gebracht) die afgelopen zondag op basis van anonieme bronnen het verhaal de wereld in slingerde dat Monica zich bevredigde met een van de sigaren van Bill Clinton. De president keek verlekkerd toe, terwijl Yasser Arafat in aantocht was.

Clinton moet zich erg eenzaam voelen in het Witte Huis. Hopelijk probeert hij het nog even vol te houden. Hij is stom geweest. Hij heeft zijn vrouw belazerd, maar daar hebben wij niks mee te maken. Hij heeft gelogen, maar dat doen wij ook wel eens.

Ik gun het zijn tegenstanders niet dat ze hem onderuit halen. Hun politieke motieven zijn absoluut onzuiver. Clinton zal het de komende maanden heel erg moeilijk krijgen, maar het is in het belang van de politieke toekomst van de Verenigde Staten dat hij het redt. Anders stevent het land af op een politieke ramp die z'n weerga niet kent.

Terug

 

Universiteiten Californie na stemming 'blanker'

Californie loopt in de VS met veel trends voorop, en niet altijd in 'progressieve' zin. Aan universiteiten worden nu de gevolgen zichtbaar van het afschaffen van de positieve discriminatie.

BERKELEY EN DE University of Californië in Los Angeles (Ucla) zijn de twee meest prestigieuze universiteiten van Californië. In het komende studiejaar krijgen zij als gevolg van een referendum uit 1996 (voorstel 209), waarbij positieve discriminatie van minderheden in onder meer het onderwijs werd afgeschaft, voor het eerst veel minder zwarte en hispanic studenten.

Berkeley spant de kroon met 63 procent minder zwarte eerstejaars. Als deze ontwikkeling doorzet, zullen vooral de deftige rechtenfaculteiten geheel blank worden. Voorstanders van het nieuwe systeem zeggen dat deze ontwikkeling beter is dan een situatie waarin studenten uit minderheden worden toegelaten op universiteiten terwijl ze het niveau niet aankunnen.

Op Berkeley was het afvalpercentage voor zwarte studenten 42, tegen zestien procent voor blanken. Afgezien van een wellicht hogere moeilijkheidsgraad kennen de topuniversiteiten ook een sneller programma.

'Ik heb de twijfel in hun ogen gezien,' zegt Ward Connerly, universiteitsbestuurder en geestelijk vader van het referendum van twee jaar geleden. 'Ik heb zoveel studenten meegemaakt die voor zichzelf krampachtig proberen te rechtvaardigen waarom zij met mindere punten zijn toegelaten en hun blanke medescholieren niet. Nu kunnen zij met opgeheven hoofd over de campus van een minder prestigieuze universiteit wandelen.'

Sommige studenten zijn het daarmee eens. 'Ik ben trots dat ik het zelf heb gedaan,' zegt Esmeralda Olivares, een hispanic die naar het 'mindere' Santa Cruz gaat, waarvan de faam de grenzen van de staat niet overschrijdt. 'Ik ben onder de indruk van de tweetaligheid van de docenten. Hier word je geholpen en ben je van harte welkom. Dat blijkt wel uit alle welkomstparty's.'

Maar Theodore R. Mitchell, vice-voorzitter van de Ucla, maakt zich zorgen over de gevolgen van het referendum voor het functioneren van de maatschappij. 'Het echte gevaar is dat we in Californie weer rassenscheiding krijgen. Dat we net als in de jaren vijftig en zestig weer zullen juichen als weer eens een zwarte student wordt toegelaten. Als deze trend doorzet, dan is het binnen vijf, zes jaar gedaan met de diversiteit binnen onze universiteiten en tegelijkertijd met onze grootheid. We ontleenden onze kracht altijd aan onze culturele diversiteit.'

The New York Times spreekt al van een 'onderwijskundige genocide' in Californie en The Los Angeles Times schrijft dat de Ucla zich voortaan maar beter 'The University of Caucasians' kan noemen, met de slogan 'Let Truth Be White'.

Rabbijn Abraham Cooper is woordvoerder van het 'Museum of Tolerance' (een onderdeel van het Simon Wiesenthal Centrum) dat na de rassenrellen van een paar jaar geleden in Los Angeles is opgericht.

'Los Angeles is voor ons de ideale plek om rassenrelaties te bestuderen. Nergens ter wereld vind je zo'n menselijk laboratorium als hier, zo'n smeltkroes van volkeren. En het is hier ook een unieke politieke omgeving. Zeer democratisch, want door middel van referenda kunnen de burgers gemakkelijk het parlement passeren. Van dit middel wordt geregeld gebruikgemaakt. Voor ons is dat aantrekkelijk, want dan kunnen we een barometer houden bij wat mensen denken.'

Het museum wil zich niet met politiek bemoeien, maar toont zich wel bezorgd als zo'n discussie over positieve discriminatie racistische trekken gaat vertonen. 'De afschaffing ervan is een zeer ingewikkelde kwestie. Zestig procent van de mensen in Californie is het ermee eens en ik weiger die allemaal racisten te noemen. Onderzoek wijst uit dat onder de voorstemmers ook een behoorlijk aantal mensen uit minderheidsgroepen zit. Maar we zijn zeer waakzaam voor misbruik door racisten die met onzuivere motieven de discussie willen beinvloeden. Dat brengen we meteen in de publiciteit.'

Rabbijn Cooper vindt dat critici de kwestie simplificeren. Ze kijken bijvoorbeeld niet naar de cijfers van de Aziatische Amerikanen, die juist in steeds grotere aantallen aan de universiteiten worden toegelaten. 'Waar het om gaat is dat in de komende jaren een trend zich steeds meer zal ontwikkelen: in sociaal-economisch opzicht wordt het ras van iemand steeds minder belangrijk. Hispanics zijn hier geen minderheid meer, maar een meerderheid. Er is een sterk groeiende zwarte middenklasse. De sociale klasse van iemand zal alles gaan overvleugelen en dan praten we ook over de arme blanke die geen economisch perspectief meer heeft en dus geen geld voor een goede studie.'

'Natuurlijk blijft racisme altijd een gevaar dat op de loer ligt, maar in dit verband vind ik het belangrijk te kijken naar de basis- en middelbare scholen voor alle arme mensen hier. Het niveau daarvan moet omhoog. Dan pas heb je kans op een echte kleurenvrije omgeving binnen de universiteiten.'

Overigens proberen sommige universiteiten in Californie al de huidige wetgeving op 'kleurenvrije' wijze te omzeilen. Zo kijken de Davis-universiteit en de San Francisco Medical School niet alleen naar testresultaten en eindcijfers, maar wordt tijdens de toelatingsprocedure ook gesproken over de problemen die iemand in zijn jeugd heeft moeten overwinnen. Studenten moeten daarover verhalen schrijven.

Op beide universiteiten is het aantal zwarte en hispanic studenten voor volgend schooljaar gelijk gebleven.

Terug

 

President doet wat meeste mensen willen

Een van de meest opvallende Republikeinse 'bumperstickers' uit de campagne van 1992 had als tekst: 'Annoy the media, reelect Bush'. Keer op keer wees Bush erop dat hij geen eerlijke kans had gehad van de media omdat een meerderheid van de politieke journalisten een linkse voorkeur had. Ze hadden zich laten inpakken door de wervelende campagne van 'Slick Willie' en onvoldoende oog gehad voor diens 'karakterzwakte'. Dat kwam natuurlijk allemaal omdat veel journalisten zelf liberale 'baby-boomers' uit de jaren zestig zijn, die een op het oog aantrekkelijke, Kennedy-achtige kandidaat met een activistische agenda verre de voorkeur gaven boven een saaie, versleten laissez-faire kandidaat als Bush. Vooral de progressieve New York Times en de Washington Post werden hevig door de Republikeinen bekritiseerd.

Niemand had toen kunnen verwachten dat nu, anno 1998, min of meer sprake is van een 'oorlogssituatie' tussen de pers en de president, waarbij vooral ook die twee kranten een prominente rol spelen. Deze kwalificatie is van Howard Kurtz, de bekende mediacriticus van de Washington Post die ons op fascinerende wijze een kijkje biedt in de keuken van de politiek en journalistiek in Washington. Hij beschrijft het jaar 1997, maar gezien de recente 'Monica-mania' heeft hij nog maar even een hoofdstuk aan zijn boek toegevoegd.

Kurtz toont overtuigend aan dat de pers uit is op de val van de president. Onder de tweehonderd journalisten die de kern vormen van het Washingtonse perskorps heerst een collectief schuldgevoel. Ze zijn er in de afgelopen jaren niet in geslaagd het Amerikaanse publiek duidelijk te maken wat er nu precies zit achter de schandalen rond de meest onderzochte Amerikaanse president uit de geschiedenis. Ze hebben zich laten inpakken door het mediateam van de Clintons. En dat zal ze niet nog een keer gebeuren! Vandaar hun fanatisme in de verslaggeving over de laatste, aan Lewinsky gerelateerde schandalen. (Met als absoluut dieptepunt CNN-sterverslaggever Wolf Blitzer die op een vrijdagavond iets na twaalven met het 'breaking news' kwam dat CNN nu van een twaalftal bronnen in de buurt van de president had vernomen dat deze aftreden overwoog. Ook vanuit Nederland vertrok onmiddellijk een contingent journalisten met het eerst volgende vliegtuig richting Washington). Nog tijdens de laatste campagne kwam Clinton goed weg met het schandaal van de illegale fondsenwerving voor zijn herverkiezing. Pas in 1997 werd dat echt nieuws. Kurtz noemt deze manoeuvre een 'fantastische cover-up' van 'Team-Clinton'.

De vertrouwensbreuk tussen de president en de 'gang of 200' is inmiddels zo groot dat zelfs kwaliteitskranten als de New York Times zich bezondigen aan roddel en achterklap. Kurtz noemt een paar dieptepunten. Ook in deze krant verscheen de roddel dat 'Clinton misschien wel zoveel vrouwenaffaires heeft omdat Hillary wel eens lesbisch zou kunnen zijn'. Ook de Times had een grote foto over meer dan drie kolommen die paparazzi vanuit de bosjes op het vakantieverblijf in Martha's Vineyard hadden gemaakt van de Clintons in badkleding. En werkelijk iedere krant had als breaking news dat 'Team-Clinton' zelfs tientallen percelen op de militaire erebegraafplaats Arlington had verkocht aan politieke donors die droomden van een eigen heroïsch verleden. Later werden die beschuldigingen ingetrokken. Er is zo'n paranoia in het Witte Huis dat men zelfs afluistermicrofoons heeft laten plaatsen in de perskamer, zo onthult Kurtz. Die paranoia geldt volgens hem ook voor de onderlinge relaties. Clintons topmedewerkers durven hem niet te ondervragen over de schandalen omdat ze bang zijn dat ze te veel aan de weet komen.

De relatie tussen de pers en de president is dus grondig verziekt. Beroemde journalisten als William Safire (New York Times), Michael Kelly (The New Republic) en Joe Klein (Newsweek en de auteur van het verfilmde Primary Colors) maken Bill en/of Hillary aan de lopende band uit voor regelrechte leugenaars. Toch blijft het dan opmerkelijk hoe de Clintons overeind blijven in de publieke opinie. Kurtz wijst erop dat hun succes niet alleen maar te verklaren is uit de goed draaiende Amerikaanse economie met haar beperkte inflatie en recordlage werkloosheid. Ook een geraffineerde mediastrategie speelt een belangrijke rol.

Clinton, die eigenlijk liever niet meer met de Washingtonse pers wil praten, wordt in de luwte gehouden. De Big Guy is teleurgesteld en vindt journalisten eigenlijk ook niet belangrijk. 'Het gaat erom dat je gekozen bent door het volk. Ik heb dat mandaat. Journalisten niet. In tegenstelling tot deze mensen werk ik gewoon dag in dag uit voor de gewone Amerikaanse burger.'

Kurtz laat met talloze voorbeelden zien hoe deze simpele gedachte vrijwel van minuut tot minuut wordt uitgewerkt door het Clinton-team. In Washington probeert de 'superslimme' woordvoerder Mike McCurry de traditionele pers zoveel mogelijk koest te houden. De standaardprocedure is dat beschuldigingen worden ontkend en daarna nog eens worden ontkend. McCurry weet dat alleen al vanwege de moordende concurrentie (bijvoorbeeld 3 netwerken die 24 uur per dag nieuws uitzenden) journalisten behoefte hebben aan het snelle nieuws. Na nog eens ontkend te hebben, ga je dus de motieven van de tegenstanders aanvallen, bijvoorbeeld dankzij speurwerk van ingehuurde advocaten die zich altijd kunnen beroepen op hun beroepsgeheim. Uiteindelijk trek je de conclusie dat het allemaal voor de zoveelste keer een onderdeel is van die grote rechtse samenzwering. Zo maak je er een saai verhaal van, dat als vanzelf weg ebt en tenslotte vraag je aandacht voor alle goede dingen die de president doet voor het land, de economie en dus voor de gewone burger.

De spin doctors, de schare aan Clinton-medewerkers die het beeld van de president zo gunstig mogelijk over het voetlicht moeten brengen, reiken het liefst over Washington heen. Uitgangspunt is dat Clinton moet zorgen voor een 'een-verhaal-per-dag-presidentschap'. Opiniepeilers trekken de winkelcentra in 'omdat daar de gewone mensen komen' en peilen wat het Amerikaanse volk wil. Maakt 67 procent zich druk over het millenniumprobleem, dan kondigt Clinton een speciale conferentie aan. Ouders met studerende kinderen hebben het financieel moeilijk (90 procent), Clinton komt meteen met een beleidsinitiatief. Het Congres moet het toch nog goedkeuren. Vindt een kleine meerderheid van de vrouwen dat er eigenlijk al lang een vrouwenmuseum had moeten komen, dan vraagt Clinton zich publiekelijk af of daarover niet eens moet worden nagedacht. Komt zeker op de voorpagina! Vooral de landelijke USA-Today dat in 2 miljoen exemplaren bij het plaatselijke tankstation of de supermarkt verkrijgbaar is en dat zich richt op human-interest verhalen is voor Clinton een belangrijke krant. Herhaaldelijk worden journalisten van deze krant 'voor de gewone mensen' voor speciale nieuwtjes uitgenodigd op het Witte Huis. Ook via 'exclusieve' interviews met regionale persorganisaties probeert Clinton diep in Amerika te penetreren. En natuurlijk ook via de wekelijkse radiopraatjes waarin hij zelf de toon kan zetten.

Kurtz concludeert in zijn boek dat Clinton het Washingtonse perskorps met gemak verslaat omdat hij inderdaad precies weet wat voor gewone mensen belangrijk is en het als geen ander onder woorden kan brengen. De perselite leeft in een staat binnen de staat. De top-journalisten verdienen miljoenensalarissen en zijn niet geïnteresseerd in op het oog triviale kwesties die voor gewone Amerikanen wel belangrijk zijn. Journalisten die alleen maar schrijven over de schandalen, begrijpen niet dat een schandaal niet langer een schandaal is, als er zo veelvuldig over wordt geschreven. Schandalen zijn een beetje oud nieuws. De mensen hebben Richard Nixon, Gary Hart en alle verhalen over de Kennedy's tenslotte al gehad. En zolang de beelden van schandaaljournalisten die prinses Diana achterna zaten nog op ieders netvlies staan, hebben schandaaljournalisten de schijn tegen. De status van de journalist is in de ogen van het grote publiek gedaald. En ook dat wordt natuurlijk onderzocht door de opiniepeilers van het Witte Huis.

Het Amerikaanse presidentschap is in dit post Koude-Oorlogstijdperk verworden tot een 'tabloidpresidentschap'. De president krijgt de behandeling van een beroemde Hollywood-acteur. Bill Clinton als John Travolta of andersom, zoals in de film Primary Colors. Washington zelf, die politieke mini-staat binnen de 'beltway', is niet meer zo vreselijk belangrijk. Ontdaan van veel ideologische franje is politiek vooral business geworden. Clinton doet gewoon wat de meeste mensen willen. 'So what?', concludeert Kurtz. Ik geloof niet eens dat hij het zo cynisch bedoelt.

Howard Kurz: Spin Cycle, Inside the Clinton propaganda machine

Terug

 

Het einde van een zwarte droom

Schuin voor mijn hotel in een buitenwijk stap ik in de bus die mij naar de binnenstad van Memphis brengt. Het blanke meisje achter de hotelbalie wist niet eens dat daar een bus stopte. Als ik het haar vertel, is ze niet verbaasd. Want aan zoiets denk je niet: de bus is voor zwarten. Vanuit de bus zie ik dichtgetimmerde huizen, tuinen vol autowrakken en plotseling een enorme kale vlakte met hier en daar glazen potjes met bloemen en daaromheen wat stenen. Het is een begraafplaats met een groot Mariabeeld. Vlakbij staat een bord met de tekst: 'Het afgelopen jaar zijn hier 110 zwarten doodgeschoten. Stop de waanzin!'

Ik ben op weg naar naar het Lorraine-motel in een van de verpauperde buurten van de binnenstad van Memphis waar Martin Luther King dertig jaar geleden werd vermoord. Het motel is nu een museum en een bedevaartplaats.

King werd vermoord in een tijd dat de Verenigde Staten een diepe crisis beleefden. De oorlog in Vietnam verdeelde de natie, de rassentegenstellingen zorgden voor grote spanningen en de leiders van het land werden op straat, in hotels en motels doodgeschoten. Net als de begrafenis van de Kennedy's was die van King in zijn geboorte- en woonplaats Atlanta een nationale gebeurtenis. Camera's registreerden vanuit de lucht een lint van honderdduizenden mensen terwijl elders pleinen en straten totaal verlaten waren. Het stoffelijk overschot werd vervoerd op een boerenwagen die werd getrokken door muilezels, als symbool van de door King geplande armenmars op Washington.

De teraardebestelling had plaats op een kerkhof dat nog niet zo lang geleden door negers uitsluitend via de achteruitgang mocht worden betreden. Ieder televisiestation zond de plechtigheid zes uur lang uit, zonder onderbreking voor reclameboodschappen, wat miljoenen kostte. Voor het eerst in de geschiedenis waren de financiele beurzen gesloten ter ere van een burger. Zelfs de roulettes in Nevada stonden stil! Dit eerbetoon had iets verdachts. Het was alsof veel Amerikanen door een overdaad aan emoties berouw wilden tonen over de tegenwerking die King zo vaak in zijn leven had ontmoet.

Vlakbij het Lorraine-motel bevindt zich de zwarte krant de Tri State Defender. Journalist David Jackson zit in het sobere redactielokaal. 'Op het eerste gezicht was King helemaal geen groot man. Hij was onzeker. Een beetje over het paard getild, wat pedant eigenlijk. Als een van de weinige zwarten was hij afkomstig uit de middenklasse. Aanvankelijk was hij zeer op luxe gesteld, met name op mooie kleding en sieraden. In 1955 kwam zijn grote doorbraak met de busboycot in Montgomery, Alabama, toen Rosa Parks weigerde op te staan voor een blanke. In zekere zin was hij de dominee die toevallig in de buurt was, die als vanzelf vanwege zijn functie veel gezag had en die dus de leiding van de actie kreeg.'

Maar wat was dan de verdienste van King? Jackson: 'Hij toonde als geen ander aan dat uiteindelijk een briljant idee altijd overwint: de toepassing van de 'weapon of love'. Hij werd de stem van een beweging die werd gevormd door een uniek leger van vrijwilligers, die zo'n innerlijke kracht had dat, als je er niet bij bent geweest, je het gewoon niet kunt geloven. En daarnaast was er een perfecte organisatie. Wij waren beter georganiseerd dan de maffia. Dat was de sleutel van ons succes.'

Jackson brengt mij naar het motel-museum. Onderweg vertelt hij me hoe hij zich ergert aan het beeld dat dertig jaar na Kings dood van de Amerikaanse zwarten bestaat. 'Veel mensen kijken naar de ellende in de zwarte wijken, maar ik kijk liever naar de hoopvolle ontwikkelingen. Aan de basis in de binnensteden zie je voor het eerst een landelijk netwerk van hulporganisaties ontstaan en je ziet dat de zwarte middenklasse nu echt begint te groeien. We zouden de beste public-relationsbureaus moeten inhuren om materiaal te ontwikkelen over de duizenden succesvolle zwarte zakenlieden en politici. Maar dag in, dag uit zie je op televisie het stereotiepe beeld van de zielige, mislukte neger.'

In het museum is een replica van een lunchroom. Mosterd en ketchup staan op tafel en de helft van de stoelen is bezet door 'levensechte' zwarte mensenpoppen met daarachter twee agressief ogende blanke poppen. Op filmdoeken achter hen worden echte beelden vertoond van pesterijen aan het eind van de jaren vijftig. Twee zwarten werden in zo'n zelfde lunchroom bespuwd door het opdringende publiek en kregen de inhoud van asbakken en bierglazen over hun hoofd heen gestort. In de bus van Rosa Parks (ze zit er 'echt'!) is een groep bezoekende schoolkinderen doodstil als de blanke chauffeur schreeuwt dat zwarten moeten opstaan en naar achteren moeten.

Maar dan wordt het tijd voor de plek waar iedere bezoeker als door een magische, geheimzinnige kracht naar toe wordt getrokken. De spanning stijgt. In de verte klinkt een spiritual van Mahelia Jackson, Kings lievelingszangeres. Dan zijn we er ineens: kamer 306. Zij is nog helemaal zoals op die fatale dag in 1968. Het bed is niet opgemaakt, de asbak is vol (King rookte stiekem) en de etensborden staan er nog. De gids houdt zijn mond. Iedereen staart naar de krans op de galerij voor de kamer. Er zijn zelfs nu nog bloedplekken zichtbaar. Buiten staan honderden mensen in gedachten verzonken.

Even is het doodstil, maar dan barstten de kinderen los. 'Waarom is King in vredesnaam vermoord? Hoe waren zijn laatste uren, zijn laatste minuten? Waar stond de schutter, James Earl Ray?'

Later spreek ik met dominee Billy Kyles, de man die naast King stond toen het fatale schot viel. Ik zoek hem op in zijn kerk in de slechtste buurt van Memphis. Kyles was een van de mensen die King had uitgenodigd om naar Memphis te komen voor een mars voor de zwarte vuilnismannen van de stad. In hun lot leek alle ellende van de rassendiscriminatie geconcentreerd. Hun blanke collega's verdienden veel meer. Hun vakbond werd niet erkend. Zelfs tijdens noodweer, als verder niemand zich op straat waagde, moesten zij blijven doorwerken, terwijl hun blanke voormannen tegen volledige betaling binnen mochten blijven.

Kyles vertelt hoe King op vrijdag 3 april 1968 zwaar vermoeid in Memphis aankwam. Aanvankelijk had hij een kamer gereserveerd in de Holliday Inn, maar in verband met de rassenscheiding moest hij zijn intrek nemen in het Lorraine Motel. Later op de avond was er een kerkdienst in the Mason Temple. Het stormde, regende en bliksemde. 'Die vrijdagavond zou de merkwaardigste uit mijn leven worden,' zegt Kyles.

De preek van King begon rustig. Het steeds opklinkende applaus die avond werd overstemd door donderslagen en de kletterende regen op het dak. Door de wind sloegen de zware ventilatieluiken met een klap dicht en z'n naaste vrienden bemerkten dat hij dan geschrokken rondkeek. In zijn gezicht was een ongewone angst te zien.

Kyles: 'Waarschijnlijk deden de geluiden hem denken aan een aanslag waarmee hij vooral ook die laatste dagen herhaaldelijk was bedreigd. Hij was kwetsbaar zoals hij daar onder de schijnwerpers stond voor een donkere zaal vanwaar uit alle richtingen lawaai op hem afkwam. Vaak had Martin verteld dat hij jong zou sterven, waarbij hij wees op de vroege dood van vele groten der aarde, zoals Jezus, Jeanne d'Arc en John Kennedy.'

Zijn preek nam ook een plotselinge wending toen hij begon over de bedreigingen door blanken en het lange leven dat ook hij had willen leiden. 'Het was zo duidelijk,' zegt Kyles, 'hij had al afstand van het leven genomen.'

De volgende dag - de laatste in het leven van King - haalde Kyles hem iets voor vijf uur 's middags op, want King zou bij hem thuis komen eten. Pas na vele jaren leerde Kyles om over Kings laatste uur te praten: 'Jarenlang heb ik me afgevraagd wat er gebeurd zou zijn als King niet op dat fatale moment naar buiten was gegaan en kon ik er niet over spreken. We maakten wat grapjes in zijn kamer. Ik zei tegen Martin dat we moesten gaan en liep samen met hem naar de galerij. Beneden wachtte dominee Jesse Jackson met leden van zijn koor. Martin hing wat over de leuning en riep naar beneden: 'Jesse, je kunt niet met al die mensen naar Billy's huis gaan. Dat kun je niet maken. Bovendien ben je niet netjes gekleed voor het diner, waarop Jesse plagend zei: 'Ik dacht dat honger een voorwaarde voor eten was en niet kleding'. Daarna deed ik een paar passen opzij richting de uitgang en toen viel het schot.'

Kyles: 'Ik stond verstijfd, kon niets zeggen. De aanblik van King zou ik nooit meer vergeten. Er was een enorm gat in z'n gezicht geslagen. De knoop in z'n stropdas was helemaal weg. Vervolgens besprenkelde Abernathy hem met eau de cologne en legde ik een sprei over hem heen. Overal op de spierwitte muren zat bloed en met z'n been lag hij tussen de spijlen van het balkon. Nog steeds word ik panisch als ik diezelfde eau de cologne ruik.'

Wat is er nu, in 1998, van de Droom van King terecht gekomen? Ik vertel Kyles van mijn bezoekje die ochtend aan de ergste sloppenwijk van Memphis. Samen met Kitty Price, coordinator van de grootste vrijwilligers-hulporganisatie, hadden we eten rondgebracht. Ik kreeg een jasje aan met de grote lichtgevende leters van de organisatie op de rug omdat het anders te gevaarlijk was. Tachtig, negentig procent van de mensen hier is aan de alles verwoestende (vaak synthetische) drugs. Vrijwel alle jongeren zijn lid van een bende. De politie patrouilleert niet eens meer.

Kyles vindt het verkeerd te denken dat de problemen 'eventjes' konden worden opgelost. 'Veel blanken vergeten dat we gebukt zijn gegaan onder 250 jaar slavernij en daarna nog eens honderd jaar racisme. Voor veel zwarten geldt nog steeds: last hired, first fired. Als u was opgegroeid in zo'n wijk als hier, wat was er dan van u terecht gekomen?'

Verder is er toch een heleboel tot stand gebracht. 'In de jaren vijftig en zestig dachten we dat het nog wel duizend jaar zou duren voordat er zwarte politieagenten, burgemeesters en advocaten zouden komen. Dat is nu allemaal verwezenlijkt. En niet met behulp van een leger maar met duizenden vrijwilligers die allemaal geraakt werden door dezelfde passie. Als je er niet bij bent geweest, kun je je niet voorstellen hoe machtig de denk- en daadkracht van onze beweging is geweest. Wij hebben Amerika gered. Neem nu de Olympische Spelen in Atlanta. Denk je echt dat die gehouden zouden zijn als er nog aparte toiletten, hotels en restaurants geweest zouden zijn voor kleurlingen. De hele wereld zou ons hebben uitgelachen en op ons hebben neergekeken.'

Kyles pakt een foto van zijn bureau waarop hij tijdens de laatste kerstdagen naast Clinton aan de dinertafel zit in het Witte Huis. 'Vergeet niet dat zelfs president Kennedy het zich niet kon permitteren om met een zwarte zoals King op de foto te gaan of om een zwarte minister te benoemen. Kijk nu eens naar Clinton in 1998. Nog nooit zijn er zoveel zwarte ministers benoemd en dan ook nog met belangrijke portefeuilles als Handel, Energie en Huisvesting. Wie had dat in de jaren zestig voor mogelijk gehouden? Vrijwel niemand, behalve mensen als Martin Luther King, die ondanks de wanhoop, de twijfel en de woede die hen ook wel eens overvielen toch bleven doorgaan. Ze zagen de waarheid en bleven hun boodschap uitdragen. Daarin ligt hun grootheid.'

Vandaag is het dertig jaar geleden dat dominee Martin Luther King jr. werd vermoord op de galerij van het Lorraine Motel in een van de verpauperde buurten van de binnenstad van Memphis. Willem Post, Amerika-kenner, bezocht deze bedevaartplaats, sprak met de enige man die op het fatale moment naast King stond en keek met andere betrokkenen naar wat er van zijn Droom is terechtgekomen.

Terug

 

Huntsville Texas is inmiddels de mondiale executie-hoofdstad

 

GISTEREN HEEFT een beroepscommissie besloten het verzoek tot uitstel van het doodvonnis tegen Karla Faye Tucker (38) te verwerpen. Nog nooit heeft gouverneur G.W. Bush jr. een dergelijke uitspraak naast zich neergelegd. Het is dus vrijwel zeker dat komende nacht voor het eerst sinds de Burgeroorlog in Texas weer een vrouw wordt geëxecuteerd. Alle verzoeken van de paus, het Europees Parlement en mensenrechtenorganisaties ten spijt.

Karla Faye Tucker heeft vijftien jaar geleden gedurende een kwartier met een pikhouweel ingehakt op haar slachtoffers en later tegen intimi verklaard dat ze bij iedere klap gevoelens van hevige seksuele opwinding kreeg. Een grote meerderheid van de bevolking vond destijds dat ze voor deze gruwelijke moord de doodstraf verdiende. Inmiddels is de publieke opinie omgeslagen. Ongeveer de helft van de bevolking vindt nu dat Karla levenslang moet krijgen, want zij is een ander mens geworden.

Op haar tiende was zij al verslaafd aan heroïne. Op haar dertiende liet haar moeder haar de vrijheid om een overal naar toe reizende 'groupie' van een rockband te worden. En op haar vijftiende, toen ze de partner waarmee ze samenwoonde verliet, werd ze prostituee. Onder invloed van speed en amfetamine heeft ze de moord gepleegd. Ze wist niet wat ze deed. Ze was een wandelend lijk en had drie nachten voor de moord niet geslapen. Dat is allemaal verleden tijd.

In de vijftien jaar die Karla in de gevangenis zit, is zij bekeerd tot het christendom en een ander mens geworden. Ze is getrouwd met een pastoraal medewerker, doet veelvuldig aan bijbelstudie en waarschuwt in educatieve video's tegen drugsgebruik. Volgens haar advocaten is de doodstraf voor deze Karla louter en alleen een wraakoefening en dient het verder geen enkel doel. 'Karla leidt nu een waardevol leven en kan jongeren van het slechte pad houden.'

Opvallend is dat een deel van religieus rechts zich haar lot aantrekt. Volgens de bekende televisie-dominee Pat Robertson moet Bush haar gratie verlenen omdat 'de Bijbel zegt dat als iemand in Christus is, hij een nieuw mens is geworden. God heeft haar vergeven'.

Met deze houding is Karla plotseling het onderwerp van een politieke en religieuze controverse geworden, waarvan zij de dupe dreigt te worden. Bush is een fervent voorstander van de doodstraf, zoals tachtig procent van de Amerikanen, en wil graag meedoen met de presidentiële verkiezingscampagne van 2000. De houding van Bush in deze zaak zal dan ook altijd politiek geïnterpreteerd worden. Hij had nog tot dertig dagen uitstel van het vonnis kunnen besluiten (in theorie kan hij dat alsnog doen) maar dan zou hij met name in zijn macho-thuisstaat en andere conservatieve regio's worden beschouwd als soft on crime en dat is een politieke doodzonde. Hoewel Bush uiteindelijk ook de gematigde Republikeinen aan zich moet zien te binden, is zijn oorspronkelijke machtsbasis toch vooral te vinden binnen de conservatieve gelederen. Dit maakt de huidige discussie over de doodstraf onzuiver.

Uiteindelijk zouden ook bij de gelovige Bush humanitaire overwegingen doorslaggevend moeten zijn. Het is onchristelijk en inhumaan om iemand vijftien jaar in de gevangenis te laten zitten om dan vervolgens een tweede straf, en dan ook nog eens de ultieme, uit te spreken. Terecht hebben de advocaten van Karla Tucker geprotesteerd bij het Hooggerechtshof, omdat ze de beroepsprocedures in Texas te ondoorzichtig en de benoeming van de leden van de beroepscommissie te politiek gebonden vinden.

Maar het belangrijkste argument vind ik, en dat geldt natuurlijk niet alleen voor dit geval, dat een beschaafd land zich niet moet verlagen tot het aan de lopende band uitspreken van doodvonnissen, waarbij de voltrekking ervan is verworden tot een bijna routinematige, technische handeling.

Met 37 doodvonnissen afgelopen jaar heeft Texas het absolute record. Huntsville is de executie-hoofdstad van de wereld geworden. Op de Amerikaanse televisie verklaarde onlangs een inwoner broodnuchter dat hij nauwelijks het verschil kon ontdekken tussen het fabrieksmatige proces in de autofabriek en de 'doodsfabriek' iets verderop. 'Je merkt er eigenlijk niets van.'

Executie door een dodelijke injectie is welhaast een klinische ingreep. De veroordeelde ligt vastgebonden op een soort van operatietafel en krijgt uren van tevoren een kalmerend drankje toegediend. Dan wordt een aantal infusen ingevoerd - een extra voor als er toch iets verkeerd mocht gaan - en dan is het wachten tot de dodelijke stoffen hun werk hebben gedaan. Vijf mensen mogen toekijken.

Vooral omdat het hier om een vrouw gaat, heeft ook de sensatiepers zich op deze zaak gestort en dat maakt het allemaal nog inhumaner. Journalisten kamperen massaal voor de gevangenis. Met de dodencel op de achtergrond worden om de haverklap klasgenootjes van vroeger, eerdere minnaars en veelal zeer geëmotioneerde familieleden voor de camera's gesleept. De kleinste details worden onthuld, zoals wat de veroordeelde als laatste maaltijd zal nuttigen: banaan, perziken en sla met een Italiaanse dressing.

Ook de commercie slaat z'n slag. Hotelbazen hebben de prijzen verdubbeld.

In een beschaafd land gaat het ten diepste om de kostbaarheid van het leven en niet om de vernietiging ervan. De overheid moet voorbeelden stellen van normatief gedrag. Politieke overwegingen mogen hierbij geen enkele rol spelen.

Het is vrijwel zeker dat Karla Faye Tucker vannacht wordt geëxecuteerd. Volgens de historicus Willem Post maakt de Texaanse gouverneur Bush jr. een fout: In een beschaafd land gaat het om de kostbaarheid van het leven en niet om de vernietiging ervan.

Terug

 

Bill Clinton is slachtoffer van wraak Republikeinse partij

IN DE vele conservatieve talkshows op de Amerikaanse radio lopen de emoties hoog op. Eindelijk hebben ze hem te pakken: 'Slick Willie', die onbetrouwbare, vrouwenverslindende en natuurlijk wel inhalerende dienstplichtontduiker uit de jaren zestig met z'n gevaarlijke linkse denkbeelden.

Als een duikelaartje kwam hij na ieder schandaal toch steeds weer boven drijven. Maar nu zal hij definitief ten onder gaan! Een boze beller opperde dat 'Alcatraz' maar weer moet worden opengesteld. Met grote gulzigheid verlekkeren deze hypocrieten zich aan de spannende avonturen van de 'first penis' in de 'oral office' en aangrenzende vertrekken.

Maar waarom zwegen deze boze burgers toen het ging om financiële en politieke schandalen in bijvoorbeeld het Iran-Contra tijdperk ? Honderden medewerkers werden veroordeeld, maar hoofdrolspelers als Ronald Reagan en George Bush bleven buiten schot.

Het is kwalijk dat de 'onafhankelijke' onderzoeker Kenneth Starr zich voor het karretje laat spannen van conservatief Amerika, dat nu met dubieuze middelen de ultieme wraak probeert te nemen op alles wat hen is aangedaan door de Democraten ten tijde van het Watergate-schandaal.

Starrs instituut is een rechtstreeks overblijfsel van die tijd. Om juist een herhaling van een dergelijk immens schandaal te voorkomen heeft hij schier onbeperkte macht. Zo heeft hij de afgelopen jaren tientallen miljoenen dollars gespendeerd om alle schandalen rond Clinton te onderzoeken. Ze zijn vrijwel zonder uitzondering door conservatieve periodieken gelanceerd en uiteindelijk bleef de president steeds ongeschonden. Onafhankelijk van andere machten mag Starr opereren en kan hij bijvoorbeeld FBI-agenten afluisterapparatuur laten plaatsen.

Starr heeft zijn mandaat wel heel ruim geïnterpreteerd en is zo voor de Republikeinen een geschenk uit de hemel. Maar wie zo'n macht heeft, moet voorzichtig omspringen met zijn onafhankelijkheid. Daar kunnen we nu wel de nodige vraagtekens bij plaatsen.

Starr is een conservatieve Republikein die zich heeft ingelaten met Linda Tripp, een ex-medewerkster van het Witte Huis uit de Bush-periode. Clinton was zo vriendelijk haar aan te houden in zijn ambtsperiode. Linda was zeer gecharmeerd van de keurige etiquette en de rigide bedrijfsvoering onder de stijve Bush. Maar onder Clinton werd alles plotseling anders. Ze ergerde zich al gauw aan de slordige linkse jongens en meisjes die opeens het Witte Huis bevolkten. Ze aten hamburgers op de vloerbedekking, legden hun benen op de bureaus en verkondigden overal hun 'liberal' denkbeelden.

Toen zij vorig jaar Newsweek tipte over een andere buitenechtelijke relatie van de president, ontkende Clintons advocaat woedend, waarop Linda besloot haar gram te halen. Als een volleerd FBI-agente probeerde zij via onder de tafel verstopte microfoontjes stagiaire Monica Lewinsky in de val te laten lopen. Haar staat Maryland heeft al laten weten dat dergelijke trucs mogelijk strafbaar zijn.

Linda handelde niet alleen. Haar vriendin Lucianne Goldberg zou het allemaal bedacht hebben. Zij is een schandaalschrijfster uit New York die twee jaar geleden, tevergeefs, een roddelboek over Clinton wilde publiceren. Zij heeft in het Watergate-tijdperk onder Richard Nixon gespioneerd in de linkse McGoverncampagne en bazuint nu overal rond dat het morele gezag van het presidentschap op het spel staat.

Als het waar is dat Clinton een seksuele affaire met Monica heeft gehad dan heeft hij met de onhandige politieke afwikkeling ervan Starr en de zijnen wel indirect geholpen. Wie (dagenlang) zwijgt, stemt toe in de ogen van het grote publiek, getuige ook de recente opiniecijfers.

Zo'n affaire op zich hoeft absoluut geen reden te zijn om af te treden en al helemaal niet voor een impeachmentprocedure. Clinton had beter in een vroeg stadium op televisie kunnen verschijnen en zich voor puriteins Amerika berouwvol op de knieën hebben kunnen werpen.

Misschien had hij zich zelfs wel vanwege zijn driften publiekelijk onder doktersbehandeling moeten stellen. En wellicht had hij en passant ook even moeten verwijzen naar alle liefjes die Harding (een Republikein!), Kennedy en Johnson er op na hielden.

Gezag

Nog schadelijker dan een seksuele affaire op zich is het liegen erover. Clinton zou zijn verhouding met Gennifer Flowers na jarenlange ontkenningen inmiddels hebben bekend. Het beeld van een 'leugenaar in het Witte Huis' doemt dan op en dat zal zijn morele gezag zeker ondermijnen. Als dan ook nog de Democratische Congresleden - die dit jaar herkozen moeten worden, bij hem weglopen - lijkt zijn lot bezegeld te zijn. Dan kan Clinton beter de eer aan zichzelf houden en de macht overdragen aan de, in tegenstelling veelal tot andere vicepresidenten, uitstekend op het ambt voorbereide Albert Gore.

Appels en peren kun je niet met elkaar vergelijken, maar Amerikaanse presidenten wel; of ze nu Democraat zijn of Republikein. Bij een fatale afloop voor Clinton zullen de conservatieve Republikeinen ongetwijfeld victorie kraaien. Maar het zal dan een overwinning met een bittere bijsmaak zijn.

Ik heb liever een oversekste president die het land redelijk goed bestuurt dan een op het oog fatsoenlijke president die de natie in allerlei financiële en politieke malversaties stort.

De crisis rond president Clinton wordt aangejaagd door de Republikeinse partij, aldus de Amerika-historicus Willem Post. Onderzoeker Kenneth Starr laat zich voor het karretje spannen van conservatief Amerika dat wraak neemt op de houding van Democraten ten tijde van het Watergate-schandaal.

 

Terug