1995

200820072006 200520042003 200220012000 199919981997 19961994 • 19931992

 

 

Franklin Delano Roosevelt was de eerste wereldleider   08-04-1995
RUSH LIMBAUGH De rattenvanger van Amerika Rush to us, door D. Howard King en Geoffrey Morris 18-05-1995
Welbespraakt, maar geen uitstraling Aanzet tot eerste oordeel over Clinton   06-01-1995

 

Franklin Delano Roosevelt was de eerste wereldleider

AMSTERDAM - Naast de ontwikkeling van de atoombom en de kwestie van het tweede front was de wankele gezondheid van de Amerikaanse president F.D. Roosevelt het best bewaarde geheim van de Tweede Wereldoorlog. Al vroeg in de oorlog zou hij zijn getroffen door een lichte beroerte, waarna hij snel aftakelde. In de verkiezingscampagne van 1944 was de gezondheidstoestand van de president een belangrijk thema.

Om de geruchten te weerleggen, besloot Roosevelt, die al jaren aan kinderverlamming leed en in een rolstoel zat, een urenlange rondrit door New York door te laten gaan, terwijl de regen en wind onophoudelijk zijn open limousine geselden. Af en toe reed de stoet een parkeergarage in, waar de president op een brancard snel werd drooggewreven en verschoond.

Na een slokje brandy kon de route dan weer worden vervolgd. De volgende dag op de persconferentie waren vrijwel alle journalisten verkouden, terwijl de president met grote regelmaat zijn beroemde glimlach tevoorschijn toverde.

Uiteindelijk zou de president het einde van de oorlog niet halen. Er is de beroemde foto van de conferentie van Jalta in februari 1945, waarop hij dodelijk vermoeid tussen Stalin en Churchill zit. Op 12 april rond een uur of een zei hij, alsof hij het aanvoelde, tegen een schilderes voor wie hij poseerde: 'We hebben nog zo'n 15 minuten'. Om kwart over een klaagde hij plotseling: 'Ik heb een enorme pijn in mijn achterhoofd'. Niet veel later stierf de president aan een hersenbloeding.

Het openbare leven in de VS lag onmiddellijk lam. Mensen huilden op straat, de bioscopen bleven drie dagen gesloten. Goebbels belde onmiddellijk Hitler om hem te feliciteren, want nu Roosevelt was overleden, zou de oorlog misschien toch nog een andere wending nemen.

Roosevelt was in Nederland vooral ook populair omdat hij de band met het land van zijn voorouders koesterde. Ondanks aanvankelijke angst voor de 'manmoedige' Wilhelmina groeide er een warme relatie met de vorstin. Tijdens de oorlog ontmoetten ze elkaar herhaaldelijk. Roosevelt bood zijn buitenverblijf aan als logeeradres voor het geval waarin de situatie in Engeland te gevaarlijk zou worden. Hij bracht in 1943 de kerstdagen met de koningin door en reed met haar door de Hudsonvallei om de koloniale architectuur van de Nederlanders te bewonderen.

Ze werden het erover eens dat na de oorlog gedupeerde Nederlandse boeren grond mochten uitzoeken in Duitsland en in de Hongerwinter gaf hij opdracht zoveel mogelijk voedsel door te sluizen naar Amsterdam. 'U kunt er zeer van overtuigd zijn dat ik nooit mijn land van herkomst zal vergeten.'

Met Stalin had Roosevelt een realistische relatie. Je kon zaken met hem doen en Roosevelt was er van doordrongen dat de Russen verreweg het meest hadden moeten bloeden voor de (naderende) eindoverwinning. In Churchill zag de progressieve Roosevelt een ouderwetse koloniaal, die na de oorlog 'miljoenen zou terug laten glijden naar een staat van verkapte slavernij'. Nooit zou Amerika toestaan dat het oude Britse Empire zich met behulp van geleend Amerikaans oorlogsmateriaal weer zou oprichten.

Via Wilhelmina probeerde hij druk uit te oefenen op Churchill en andere Europeanen. Tegen zijn zoon Elliott vertelde Roosevelt triomfantelijk: 'Ik kreeg haar aan het praten over de Nederlandse kolonien. Ze beloofde mij dat haar regering direct na de nederlaag van Japan zou aankondigen, dat zij de volkeren van Nederlands Oost- Indië  de 'dominion status' zou geven met het recht zichzelf te regeren en dat zij druk op de Britten zou uitoefenen om in koloniale kwesties te denken en handelen volgens onze richtlijnen. Het hangt allemaal met elkaar samen: Nederlands Oost- Indië, Frans Indochina, India en de Britse exterritoriale rechten in China. We zullen er nog in slagen om van deze eeuw werkelijk de twintigste te maken, let maar op!'

Het leek alsof Roosevelt zich nog meer ergerde aan Churchills verstokte kolonialisme dan aan Stalins communisme. Volgens critici getuigt dat van Roosevelts naïviteit in de buitenlandse politiek, maar het getuigde evenzeer van zijn realisme, omdat Roosevelt het communistisch bewind toch niet kon beïnvloeden en meende dat de Russen recht hadden op de bevrediging van hun veiligheidsbehoefte.

In ieder geval zou Roosevelt na de oorlog een ideale bemiddelaar geweest zijn tussen de wereldleiders. In zijn plannen voor de Verenigde Naties legde hij sterk de nadruk op eendrachtige samenwerking van de grote naties en accepteerde hij ook ieders vetorecht. Terwijl een grote president als Lincoln nog louter een leider van een land verschanst tussen de wereldzeeën was, fungeerde Roosevelt veel meer de leider van de wereld.

Stapje voor stapje betrok hij zijn in meerderheid isolationistische landgenoten bij de Tweede Wereldoorlog. Als neutraal staatshoofd ging hij uitgebreid op de foto met de picknickende Engelse vorstenfamilie op het gazon van het Witte Huis, bij welke gelegenheid hij zijn warme sympathie voor het Engels volk uitsprak. Hij stelde voor om vijftig verouderde onderzeebootjagers aan de Engelsen te leveren. Tijdens de verkiezingscampagne van 1940 riep hij nog wel tegen de Amerikaanse vaders en moeders dat 'hun jongens niet naar een oorlog zouden worden gestuurd', maar dat had meer weg van de dokter die voor de goede zaak niet alles tegen zijn patiënt kon zeggen.

Na 1941 en met name na Pearl Harbor leende hij Engeland en ook Rusland honderdduizenden stuks militair materieel, zonder welke, daar zijn de historici het over eens, de oorlog nooit gewonnen had kunnen worden.

Die Amerikaanse oorlogsmachine had nooit in die mate op gang kunnen komen als niet in de vooroorlogse jaren het land via Roosevelts sociaaleconomische hervormingsprogramma op een andere leest was geschoeid. Het is waar dat de werkloosheid pas verdween toen de Tweee Wereldoorlog uitbrak, maar het is ook waar dat Roosevelt en de zijnen het land van de ondergang, of zoals biograaf Andre Maurois het uitdrukte 'zelfs van de revolutie' redden.

Toen Roosevelt in 1933 aantrad waren er veertien miljoen werklozen, honderdduizenden failliete boeren en een vrijwel geheel ingestort bankwezen. Roosevelt had de moed om ingrijpende maatregelen voor te stellen in een land, dat per definitie huiverig is voor overheidsingrijpen. Onafzienbare akkers moesten tegen overheidssubsidies braak blijven liggen om overschotten terug te dringen. Legers werklozen werden ingezet bij grote openbare projecten, zoals de kanalisering van de Tennessee vallei, dat zo reusachtig van proporties was dat een plaatselijke krant sprak van 'een nieuw wereldwonder'.

Op financieel gebied ging de regering over tot een ongekende 'deficit spending'. Dit beleid gaf het Amerikaanse volk een hernieuwd zelfvertrouwen, een nieuw elan, dat onmisbaar zou blijken in de Tweede Wereldoorlog.

Dat beleid kwam voort uit het vooruitgangsoptimisme van Roosevelt. Voor verreweg de meeste Amerikanen was Roosevelt de New Deal en de belichaming van de beste Amerikaanse eigenschappen. Z'n belangrijkste talent was zijn sterk ontwikkelde politiek gevoel en hij genoot van iedere seconde dat hij in het Witte Huis verbleef. 'The Boss' kon mensen naar believen bespelen. Z'n ogenschijnlijk spontane 'praatjes bij de haard' waren in werkelijkheid geraffineerde sessies waar een urenlange voorbereiding aan vooraf ging. Meerdere tekstschrijvers waren erbij betrokken. Uitgebreid werd de keel geschraapt teneinde de 'golden voice' zo warm mogelijk in de huiskamer te krijgen.

Natuurlijk had Roosevelt ook de slechte eigenschappen van iedere machtspoliticus, maar daarnaast was hij altijd ook een idealist. Of zoals zijn medewerker Isaiah Berlin het ooit uitdrukte: 'He had all the character and energy and skill of the dictators - and he was on our side'.

Voor latere presidenten is Roosevelt een ijkpunt geworden. Lyndon Johnson presenteerde zich met zijn Great Society als een nieuwe Roosevelt. In zijn werkkamer wilde hij altijd naar een portret van Roosevelt kunnen staren en natuurlijk zat hij achter diens bureau. Reagan noemde Roosevelt onder meer vanwege diens charismatische persoonlijkheid zijn grote voorbeeld en reisde altijd rond met een prentje van de president. Ook Clinton wil Roosevelt doen herleven en vertelt aan wie het maar horen wil dat zijn grootvader als wens had 'na zijn dood naar Roosevelt te gaan'.

Maar veel Republikeinen lijken Roosevelt voor een tweede keer te willen begraven. Momenteel probeert de conservatieve meerderheid in het Congres allerlei sociale wetten af te schaffen, waarvan de oorsprong in de periode van de New Deal ligt. Zou Roosevelt zich in zijn graf omdraaien of zou hij cynisch lachen als blijkt dat zij zich aan zijn erfenis vertillen?

  Terug

 

RUSH LIMBAUGH De rattenvanger van Amerika

NEWT GINGRICH mag dan in Washington de politieke leider zijn van de Amerikaanse conservatieven, in het land, en dan met name op het platteland, wordt Rush Limbaugh beschouwd als de geestelijk vader van de conservatieve omwenteling.

Op het eerste gezicht is Rush een goedlachse, joviale dikkerd. Hij is afkomstig uit een eenvoudig plattelandsgezin en beschikt over een soort van boerenslimheid. Hij houdt ervan 'mensen voor het hoofd te schoppen', met name iedereen die links is en daar zijn er volgens hem nog heel veel van in Amerika, vooral in het gehate Washington. Rush is er trots op nog als een ouderwetse Amerikaan te leven. Zo trekt hij zich bij voorbeeld niets aan van de 'liberal' gezondheidslobby. Hij rookt veel sigaren, eet graag vet, rood vlees en nuttigt juist extra veel popcorn als er wordt gewaarschuwd dat de zoete of zoute snack ongezond is.

Sinds 1988 presenteert Rush dagelijks een talkshow op de radio waar via 640 lokale kabelstations (laatste telling) 20 miljoen mensen naar luisteren. Zijn maandelijkse nieuwsbrief, 'The Limbaugh Letter', heeft 450.000 abonnees: een absoluut record. Te midden van al het succes heeft Rush nog tijd gevonden om twee boeken te schrijven, waarvan in totaal meer dan zeven miljoen exemplaren zijn verkocht. Zijn 'The Way Things Ought to Be' is het best verkochte non-fictieboek uit de Amerikaanse geschiedenis.

Eigen televisieshow

Sinds kort heeft Rush in New York (het nieuwe Sodom en Gomorra) en dus in het hol van de leeuw een eigen televisieshow, die nu al qua kijkcijfers in zijn genre is opgeklommen tot de derde plaats. Steeds meer kijkers van de 'linkse' Geraldo, Oprah en Donahue schakelen over naar Rush, die inmiddels is gekroond met de mantel van Ronald Reagan, de onbetwiste lieveling en icoon van conservatief Amerika. In een sentimentele bui verklaarde de oud-president onlangs plechtig: 'Rush, nu ik ben teruggetreden uit de actieve politiek heb ik er totaal geen moeite mee om vast te stellen dat jij de absolute kampioen van conservatief Amerika bent geworden'.

Wie het fenomeen Rush Limbaugh wil begrijpen doet er goed aan 'Rush to us' te lezen, een verzameling van reacties van honderden fans listig aaneengeregen door twee van de grootste aanbidders. Anders dan Reagan richt Limbaugh zich meer op de conservatieven die weinig moeten hebben van het fundamentalisme van religieus recht. Reagan liet zich nog wel eens in met televisiedominees, maar die tref je bijna nooit aan in de shows van Rush. Net als bij voorbeeld Richard Nixon in de jaren zeventig richt Limbaugh zich op de 'silent majority', de zwijgende conservatieve meerderheid in het kleinsteedse Amerika. Maar waar Nixon als politicus steeds meer vereenzaamde binnen de Washingtonse 'beltway' en nauwelijks meer persconferenties gaf, is Rush dagelijks met een zeer populistische boodschap aanwezig in de huiskamer, in de auto of zoals we zullen zien zelfs in het restaurant.

Een typische bekering gaat als volgt. Een mevrouw uit een voorstad van Denver reed op een eenzame provincieweg. 'Vrijwel altijd zette ik de radio op 'country and western' muziek, het liefst Johny Cash of Willie Nelson, maar ik had nu eenmaal mijn schoonzuster beloofd een keer naar Rush Limbaugh te luisteren. Even proberen dan maar. Ik houd helemaal niet van politiek, want het gaat bijna altijd over onderwerpen die gewone mensen als ik niet aanspreken. Maar vanaf de allereerste zin die Rush uitsprak bleef ik aan de radio gekluisterd. Hij heeft de gave ingewikkelde dingen eenvoudig uit te leggen. Hij heeft humor, veel humor zelfs. De meeste politici zijn dodelijk saai en dat geldt zeker ook voor de conservatieven in Washington. Rush durft voor de radio te zeggen dat we weer terug moeten naar de waarden van vroeger. Hij durft te zeggen dat hij van zijn vader en moeder houdt. Dat herken ik van mezelf ook. We moeten de kinderen weer discipline bijbrengen. We moeten het niet normaal vinden dat kinderen hun bibliotheekboeken te laat terug brengen. We moeten bij die kleine dingen weer beginnen. Het is een schande dat er in Amerika mensen wonen die het al gewoon vinden wanneer hun kinderen een winkeldiefstal plegen. Rush vertelt gewoon de waarheid zoals je die nooit tegenkomt in de 'liberal' media en ook niet op de landelijke televisienetwerken waarvan er niet een conservatief is. Iedere dag luisteren we naar Rush en als we op vakantie zijn in een gebied met een andere tijdzone zetten we bijtijds de wekker om niets van hem te missen.'

Zo'n mevrouw is een zogenaamde 'dittohead' geworden, zoals de fans van Rush zichzelf graag noemen. Je kunt namelijk bellen naar zijn programma en om nog eens te onderstrepen dat je het met de vorige beller eens bent, hoef je alleen maar 'ditto' te zeggen. Het voorkomt herhalingen en onderstreept de eensgezindheid van de schare volgelingen.

De formule van Limbaughs shows is om zware politieke en maatschappelijke onderwerpen te vertalen in lichtvoetig, maar met enige regelmaat ook keihard infotainment. Meestal begint Rush met een bijtende satire, zoals de keer dat Rush met een schaal vol uitwerpselen binnenkwam met in het midden een grote kaars. 'Dit is de shit die de daklozen veroorzaken aan de voet van het Empire State Building. Nu we de strijd tegen het communisme gewonnen hebben moeten we alleen nog maar de socialisten opruimen, die in Washington de macht hebben overgenomen. Noem mij een maatschappelijk probleem dat de regering heeft opgelost. Criminaliteit?' 'No,' klinkt het uit de zaal. 'Gezondheidszorg?' 'No,' klinkt het nog harder uit de zaal. 'Bull shit,' schreeuwt een keurige heer uit het publiek, die op een stoel is geklommen. 'U heeft mijn kunstwerk begrepen,' reageert Rush alert. Een assistent van Rush laat nu een telefoonboekachtige map zien. '1342 pagina's'. De zaal wordt bijna hysterisch want dit is een magisch getal in de programma's van Rush. Het is namelijk het aantal pagina's waaruit Hillary Clinton's gezondheidsplan bestaat. Nog een keer pakt Rush het kunstwerk met de uitwerpselen. 'Mister Clinton en echtgenoot, grapje, echtgenote. Als linkse kunstenaarsorganisaties voor dit soort 'kunst' subsidies krijgen dan moet ik in ieder geval ervoor in aanmerking komen. Want ik heb een echte boodschap, alleen vrees ik dat jullie die nog niet begrepen hebben.' 'Yeah,' gilt nu de zaal, waarna een staande ovatie volgt.

Daarna volgen nog een paar grapjes, gericht aan onder meer het adres van de 'femi-nazis'. 'Weet je wat ik de leukste radiocommercial vind? Die van Hooters restaurantketen. Die gaat namelijk over de exploitatie van vrouwen en dieren tegelijk. Twee politiek correcte grappen voor de prijs van een. Attentie, attentie, ga naar Hooters voor de lekkerste kippenvleugeltjes. Waar denk je dat die vandaan komen? Van schattige kleine kippetjes natuurlijk. En door wie denk je dat ze geserveerd worden? Door vrouwen, hele aantrekkelijke vrouwen zelfs!'

Dan neemt Rush even rust en treden een paar ingehuurde artiesten op, die bij voorbeeld het afgeleefde lichaam en hoofd van de gehate Ted Kennedy proberen uit te beelden. Of 'Jurassic Park' wordt geparodieerd in 'Geriatric Park' met in de hoofdrollen de beangstigende monsters 'Barneyfrankus Liberalis' en 'Arkansaurus Taxandspendus'.

Telephone-boom

Een vast bestanddeel van de show is het opbellen, waarbij allerlei maatschappelijke issues door Rush worden behandeld. Dat kan nog wel eens uitmonden in een oproep van Rush om de 'telephone-boom' in werking te stellen, zoals toen het Congres dreigde te besluiten om het onderwijs aan huis te verbieden. Miljoenen conservatieve gezinnen willen hun kinderen niet bloot stellen aan de boze buitenwereld en geven hun kinderen zelf les. Rush riep op om massaal naar Capitol Hill te bellen. Binnen een uur was de telefooncentrale overbelast en er werd totaal meer dan een miljoen keer gebeld. Limbaughs medewerkers schakelden het eigen computernetwerk in, waarin zich de adressen van honderden leiders van conservatieve organisaties bevinden. Binnen een mum van tijd kan zo tot in de kleinste dorpen iedereen worden gemobiliseerd. Ook het faxverkeer in Washington was in korte tijd overbelast. Het werd een groot succes voor Rush, want het wetsontwerp werd haastig ingetrokken.

De toenemende invloed van Rush kun je ook aflezen uit de hoeveelheid samenkomsten die fans organiseren in de naam van Rush. Niet in een kerk of in een gemeentehuis, maar heel toepasselijk in familierestaurants. Vrijwel iedere gemeente in Amerika heeft momenteel een of meerdere restaurants met een 'Rush Room': een speciaal gedeelte afgezet met rood-wit-blauwe ballonnen en waar het middelpunt wordt gevormd door een Rush Radio, waaromheen de fans zich ruim voor de uitzendtijd scharen. Er zitten zelfs al restaurants van bekende ketens als 'Ramada' en 'Arby's' bij. 'Ramada Inn' in Bangor, Maine, serveert nu al zelfs politiek correcte 'Free-Trade-Burgers', bestaande uit Amerikaans vlees, Canadese spek en Mexicaanse pepers. Volgens manager Chris Popper is de omzet verdubbeld. 'We krijgen zelfs mensen die speciaal door het land reizen om de 'Rush Rooms' te bezoeken. En in Shreveport, Louisiana, vertelt 'Arby'-eigenaar James Doyal: 'Onze omzet is in korte tijd met 25 procent gestegen. Vroeger kwamen de mensen alleen bij het autoloket, nu willen ze allemaal binnen zitten. Het zijn ook keurige mensen, veelal netjes in het pak gestoken met stropdas, en doorgaans geven ze ook veel meer fooi'.

De aanhang van Limbaugh wordt gevormd door de nieuwe teleurgestelden, de gefrustreerden, de mensen die woedend zijn. Kleine zakenlieden die niet meer kunnen opboksen tegen het grootschalige bedrijfsleven en terugverlangen naar het kleinsteedse Amerika. Blanke boeren, die gebukt gaan onder een enorme schuldenlast en die in het moderne Amerika aan status en inkomen verloren hebben. 'Blue collar' arbeiders, van wie de grootouders sinds Roosevelts New Deal massaal op de Democratische partij stemden en de ouders nog geïnspireerd konden raken door Johnsons 'Great Society'. In de huidige maatschappij moeten zij steeds harder werken, soms met twee of drie banen, terwijl zij de kosten van een hypotheek, het onderwijs voor de kinderen en de gezondheidszorg nauwelijks meer op kunnen brengen.

Uit deze vervreemde bevolkingsgroepen werden elders en op andere plaatsen in de geschiedenis de aanhangers voor radicale alternatieven als het fascisme en het communisme gerekruteerd. Het is opmerkelijk dat deze Amerikanen weer terugvallen op de bedwelmende, aloude Amerikaanse Droom, waarin het ongebreidelde kapitalisme centraal staat. Een Amerika met weinig overheid waar je nauwelijks belasting hoeft te betalen. De populist Limbaugh is als de rattenvanger van Hamelen die met mythische symbolen als de vlag, het volkslied en de pioniersmentaliteit zijn aanhangers wil teruglokken naar het negentiende-eeuwse Amerika met z'n sociale controle en zuiver christelijke normen en waarden. Met een snelle ontmanteling van de gehate bureaucratische verzorgingsstaat (zo Amerika dat al is!) zou zo'n maatschappij eenvoudig te realiseren zijn.

Natuurlijk is zo'n terugkeer een utopie. Het kleine huisje op de prairie bestaat al lang niet meer. Een ingewikkelde technologische maatschappij heeft behoefte aan een goed functionerende overheid, die met name snel en slagvaardig kan opereren. Hier ligt de grote uitdaging voor president Clinton. Hij heeft al flink gesneden in het bureaucratische apparaat. Clinton moet het Amerikaanse volk kunnen uitleggen dat het door hem geïnitieerde overheidsbeleid wel degelijk het een en ander tot stand heeft gebracht. Dat het er echt wat toe doet wie er president van het land is.

Weddenschap

In 'Rush to us' wordt prominent gemeld dat Limbaugh aan het begin van Clinton's presidentschap een weddenschap is aangegaan. 'Over vier jaar zullen het begrotingstekort, de werkloosheid en de inflatie enorm zijn toegenomen'. Die weddenschap dreigt Limbaugh op alle fronten te verliezen.

Er is dus nog hoop. Een van Clinton's beste eigenschappen is dat hij een boodschap goed kan uitleggen in een verkiezingscampagne. Wie dit boek leest, begrijpt nog beter wat er allemaal op het spel staat. Als de conservatieve Republikeinen in november volgend jaar ook nog het Witte Huis inpalmen zullen zij definitief de nationale agenda bepalen. In hun jargon komen begrippen als solidariteit voor de zwakken en echt gelijke kansen voor iedereen niet voor. Over het buitenland wordt met geen woord gerept. De Derde Wereld bestaat voor hen niet eens.

Het is ronduit beangstigend dat er nog nooit zoveel radicale conservatieven in het Congres hebben rondgelopen als op dit moment. Dat het aantal abonnees op een aantal conservatieve kranten de laatste jaren meer dan vertienvoudigd is. En dat een boek als 'Rush to us', dat nog niet zo lang geleden na enkele weken al in de ramsj zou belanden, nu meteen een bestseller is.

Rush Limbaugh is de kampioen van conservatief Amerika. Restaurants hebben al speciale Rush Rooms waar Rush Fans, bijgenaamd 'dittoheads', naar de Rush Radio kunnen luisteren. Sinds kort heeft hij ook een tv-show en zijn boek 'The Way Things Ought to Be' is een bestseller.

 

 Terug

 

Welbespraakt, maar geen uitstraling Aanzet tot eerste oordeel over Clinton

 

De Leidse historicus Alfons Lammers is een productieve Amerikanist die de afgelopen zeven jaar vijf boeken schreef over uiteenlopende onderwerpen als het moderne presidentschap, het sterk religieuze karakter van de Amerikaanse samenleving en de Nederlandse ontdekkingsreizigers in de Verenigde Staten.

Hoogtepunt was zijn originele studie over Franklin Roosevelt (1992) waarin hij zijn kijker scherp richtte op de diverse verkiezingscampagnes tijdens welke Roosevelts politieke en persoonlijke kwaliteiten zoals z'n raffinement en z'n charme het beste uit de verf kwamen.

Lammers is een goed gedocumenteerde verteller die met een vleugje ironie een groot aantal gevarieerde bronnen aan elkaar rijgt zonder zelf al te veel op de voorgrond te treden. Hij laat altijd veel ruimte voor de eigen interpretatie van de lezer. In essentie is de geschiedwetenschap immers een zoektocht naar bronnen. Op zich zelf is die bezigheid al subjectief genoeg.

Toch zijn het vaak juist historici die vanwege hun kennis van het recente verleden worden uitgenodigd hun mening te geven over de actualiteit. Dat is een riskante bezigheid, zeker als het in het nieuwe boek van Lammers gaat over Bill Clinton, de president die nog geen twee jaar aan de macht is en wiens beleid nog niet is uitgekristalliseerd. Hoe loopt het bij voorbeeld af met de plannen voor de gezondheidszorg? En Clinton's zwenkende buitenlandse politiek mag dan vanwege het gebrek aan een doordachte visie geruime tijd een dikke onvoldoende hebben gescoord, juist de laatste weken stijgt Clinton in de opiniepeilingen vanwege succesvolle initiatieven met betrekking tot Haïti, Noord-Korea, Irak en andere kwesties in het Midden-Oosten. Daar kon Lammers geen melding van maken, want zijn essay eindigt in juli. En is dit overgangstijdperk na de Koude Oorlog niet te onoverzichtelijk om nu al een (voorlopig) oordeel over Clinton klaar te hebben? Het is een periode die te veel plotselinge wendingen laat zien, met name op het terrein van de buitenlandse politiek, om er diepgravend over te schrijven.

Gelukkig is Lammers zich hiervan bewust. Lammers noemt zijn boek dan ook voorzichtig een aanzet tot een eerste oordeel. 'Historici vertellen, idealiter, over het verleden alsof ze niet weten hoe het afloopt. Dat houdt de spanning erin, maar in feite spelen ze vals. Iedereen weet immers allang wat er gebeurde na bij voorbeeld de moord op Abraham Lincoln, of hoe het afliep met het Manhattan Project. Daarom voelen zelfs historici van tijd tot tijd de aantrekkingskracht van het heden. De uitkomst daarvan kennen zij echt niet.'

Lammers kiest voor de meest veilige weg in zijn boek door vooral als een bedaarde historicus en niet als een felle polemist te werk te gaan. Hij vermeldt uitgebreid zijn bronnen, maar dat kan eigenlijk niet meer dan een verzameling van kwaliteitskranten en bladen zijn. Omvangrijke studies over Clinton's verkiezingscampagne en beginperiode zijn er nog nauwelijks. De beroemde journalist Bob Woodward heeft al wel in zijn boek The Agenda geschreven over de organisatorische chaos in het Witte Huis, maar dat boek leunt vanwege de vele 'geheimzinnige' interviews nogal aan tegen de roddeljournalistiek.

Ik denk dat Lammers dit ondeugende boekje, want hij is wat voorbarig, mede heeft geschreven uit frustratie over de ook door hem zo bekritiseerde president Bush. Na een, twee drie, zelfs vier jaar wisten Amerikanisten nauwelijks iets te schrijven over de man die in slaap viel toen hij op de winkel van Reagan moest passen. Volgens Lammers was Bush 'geslachtofferd op het altaar der verveling'.

Onder Clinton kwam er een nieuwe dynamiek in het land. Net als tijdens de campagne trok de president als een wervelstorm door het politieke landschap. Dat leverde veel blunders op maar ook een behoorlijk aantal successen, zoals de nieuwe antimisdaad wetgeving, het Nafta-verdrag en een succesvolle begroting waaraan Amerika toch ook mede een opmerkelijk economisch herstel te danken heeft.

Ook bij Lammers is natuurlijk de centrale vraag: waarom gaat het dan toch niet goed met Clinton? Uit zijn studie doemt het beeld op van een Clinton die niet zichzelf is. Hij lijkt wel een uitgedacht reclameproduct waarvan de inhoud steeds maar weer wordt aangepast aan de nieuwe trends in de opiniepeilingen. Kortom Clinton bestaat wel, maar is ook een flink stuk namaak.

Alweer als historicus probeert Lammers hem te vergelijken met andere presidenten. Misschien is hij zo wat duidelijker te plaatsen. Clinton lijkt ook die presidenten zelf uitgebreid bestudeerd te hebben. Het startschot van Clinton's verkiezingscampagne viel niet toevallig in Trumans geboorteplaats Independence in Missouri. Truman was geweldig in de mode dankzij een lovende vuistdikke biografie van David McCullough. Ook Bush was een grote fan van de eenvoudige, oorspronkelijke Truman.

Clinton zei in zijn toespraak: 'George Bush bracht in 1948 voor het eerst zijn stem uit - tegen Truman. En in de jaren erna heeft hij zijn uiterste best gedaan de erfenis van Truman te verkwanselen.' Clinton beloofde geheel in de stijl van Truman een 'working people's' president te zijn. Wie heimwee had naar Truman moest op Clinton stemmen. Die vergelijking ging mank, want Clinton presenteerde zich ook herhaaldelijk als een meer conservatieve en pragmatische Democraat die snel van standpunt kon wisselen en die eigenlijk ook wel genoot van de 'glamour en glitter' van Washington.

Nee, dan leek Clinton meer op Kennedy die ook jong en dynamisch was en eveneens een oudere generatie afwisselde. Wie Clinton's geweldige communicatieve kwaliteiten bestudeert hoort en ziet inderdaad een JFK-achtige president. Maar, oordeelt Lammers terecht, 'JFK's jas was een beetje versleten en afgedragen, en historici ontdekten er steeds meer gaten in'. Kennedy was nog wel een attractief symbool, maar door alle kritiek op zijn persoon en beleid moest je als politicus goed oppassen geen tweedehands Kennedy te worden.

Een bloem leggen op zijn graf kon geen kwaad, zoals hij dat korte tijd later ook deed op het graf van Roosevelt. 'De tijd vroeg om experimenten door een inventieve overheid in de trant van Roosevelt', oordeelde Clinton in een toespraak. Hij had grote bewondering voor Roosevelt en verklaarde dat zijn grootvader altijd had geloofd dat hij na zijn dood 'naar Roosevelt zou gaan'. Maar Clinton kon zich niet echt als een nieuwe Roosevelt presenteren omdat hij niet een 'liberal' in de traditionele New Deal-zin van het woord wilde zijn.

Lammers ziet nog de meeste parallellen tussen Nixon en Clinton. Beiden werden met ongeveer 43% gekozen. De sentimenten die Clinton opriep waren vergelijkbaar met de gevoelens voor en vooral tegen Nixon. Beiden waren politieke draaikolken waar alles en iedereen in verdween. Ze minachtten de media, werden achtervolgd door schandalen en waanden zich onbegrepen. 'Er stond om de haverklap een nieuwe Nixon op - en ook Clinton kroop op gezette tijden in een andere huid.'

Lammers schetst dus een zeer negatief beeld van Clinton. Hij citeert de New Yorker in augustus 1993 schreef dat Clinton en consorten welbespraakt waren en een heleboel wisten maar geen aura hadden: 'Je kijkt naar ze, bent even geboeid, maar als je verder zapt ben je hen alweer vergeten.' Voor Lammers is Clinton gebakken lucht. In een tijd waarin de Amerikanen geteisterd worden door grote maatschappelijke problemen heeft Clinton met z'n mooie verkiezingsretoriek veel te veel beloofd. De tragiek van Clinton is dat hij snakte naar 'greatness' in een wel heel weinig heroïsche tijd. 'Het buitenland interesseerde de meest Amerikanen nog minder dan gewoonlijk. De 'vitale belangen' van de natie bleken steeds moeilijker te omschrijven en als er zonodig in conflicten moest worden ingegrepen was iedere dode er een te veel.' En op binnenlands terrein kon Clinton weinig sociale programma's lanceren vanwege het enorme begrotingstekort uit de Reaganperiode. Lammers is als een profeet die waarschuwt voor naderend onheil. Een vloedgolf vol walging over de Washingtonse politiek overspoelt momenteel Amerika. Clinton met z'n schandalen en politieke trucs verergert dit klimaat. Een veeg teken is dat sinds Clinton's aantreden in diverse staten acht belangrijke verkiezingen zijn gehouden die allemaal werden gewonnen door de Republikeinen. De kans wordt steeds groter dat de Republikeinen op 8 november een meerderheid in het Huis van Afgevaardigden en in de Senaat behalen waardoor het land voor Clinton nog moeilijker te besturen wordt. Dan zal Ross Perot waarschijnlijk een nieuwe protestpartij oprichten waardoor de chaos compleet zal zijn en een ongekende crisis binnen de Amerikaanse politiek zal uitbreken.

Toch vind ik het nog te vroeg om Clinton nu al af te schrijven. Daarvoor zijn er te veel zaken, wel tot stand gekomen in een land dat per definitie huiverig is voor door de overheid geïnitieerde veranderingen.

Maar de tijd begint voor Clinton te dringen. Het zal me ook niet echt verbazen wanneer het angstscenario van Lammers uitkomt. Dan is Lammers boek niet alleen lezenswaardig maar ook een waardevol meesterwerkje gebleken.

Terug