2008-2007-2006-2005

2004 200320022001

 

Obama is tweede Bill Clinton 01-11-2008
Op zoek naar nog meer lijken in de kast 03-09-2008
Obama; Multiculturele president 07-07-2008
Hollywoodgeld 29-01-2007
Verenigde Naties 03-08-2005
Europese grondwet geeft veilig gevoel (HC) 25-05-2005
De magie van de Amerikaanse droom 02-04-2005
Lessen van Dearborn (HC) 05-02-2005
Kerry port de jeugd op            02-03-2004
Kerry op weg naar Witte Huis              27-01-2004
Howard Dean kan winnen van Bush       03-01-2004

HC=Voormalig Haagsche Courant

 

 

Hollywoodgeld

 Talent, charisma. Dat valt niet te verklaren. In Hollywood hebben ze er een neusje voor.  Het is spannend, bijna geheimzinnig. Ze noemen het de ‘it factor’. In een televisiedemocratie moeten succesvolle politici daarover beschikken. Kennedy had ‘het’. Reagan en Clinton ook.

Hillary is kind aan huis in Hollywood. Zij heeft een sterrenstatus. Maar is die niet wat verbleekt?  Hillary is een product uit de vorige eeuw.

Steeds meer Hollywood-beroemdheden ontdekken de nog onbekende senator Barack Obama. Als kind van een ‘melkwitte’ moeder uit Kansas en een ‘pikzwarte’ vader uit Kenya is zijn leven als een filmscenario. Geboren op Hawaii. Waar hij komt, wordt hij onder de voet gelopen. Kennedy-achtige taferelen!

De eerste grote fundraiser wordt niet voor Hillary maar voor ‘beach babe’ Obama georganiseerd. Steven Spielberg en vrienden hebben in het Beverly Hilton hotel 700 vrienden uitgenodigd. Een Amerikaan mag maximaal 2300 dollar aan een campagne geven. In dit geval op één avondje maal 700 dus!

Voor Obama is het allemaal prachtig. George Clooney, Ophra Winfrey, ze vreten hem op. Veel sterren hebben een progressief gedachtengoed, zijn tegen de Irak-oorlog. Zoals Obama. Hillary was voor.

De nieuwe president hoeft Hollywood niet echt terug te betalen. De filmindustrie heeft wel lobbyisten in Washington maar ze zijn veel minder bemoeizuchtig dan die van de tabaks- en wapenlobby.

Voorlopig dus een zoetgevooisde succesfilm voor Obama. Maar wel een hele lange film die zo in een horrorfilm kan ontaarden. Want Hillary kan wél joker Bill inzetten. Spielberg en de zijnen organiseren later ook voor Hillary fundraisers. En de linkse George Clooney wil niet actief voor Obama campagne voeren want dat zou gematigde kiezers afstoten.

Kortom, niemand weet wie in 2008 wint. En juist op die spannende film zitten velen, ook in Hollywood, te wachten. Amerikanen zijn er dol op. Het wordt de moeder van alle verkiezingscampagnes.

 

Terug

 

Verenigde Naties

  1. Aanpakken van corruptie-praktijken

Via ‘voedsel voor olieprogramma’ mocht Irak beperkte hoeveelheid olie verkopen om humanitaire nood in eigen land te lenigen. Volgens Amerikaans onderzoeksrapport hebben Saddam Hoessein, diverse hoge VN-functionarissen en Annan’s zoon Kojo (485.000 dollar!) zich persoonlijk verrijkt dankzij allerlei financiële transacties o.a. via Zwitserland. Annan heeft toegestemd in een reorganisatie van zijn bureau onder supervisie van door regering-Bush naar voren geschoven Christopher Burnham, die de functie van adjunct ‘Secretaris-Generaal voor Management’ krijgt.

 

  1. Disfunctioneren van VN mensenrechtencommissie

Hierin wordt tot grote ergernis van Washington de dienst uitgemaakt door allerlei dictatoriale landjes als Libië, Soedan en Cuba die om het hardst roepen dat VS zich schuldig maken aan mensenrechtenschendingen. Regering-Bush wil deze commissie volledig elimineren. Meerderheid van VN-leden lijkt Washington te ondersteunen. Kan nog wel een jaar duren voordat nieuwe VN-organisatie rol overneemt. Washington heeft alvast een nieuwe naam: ‘Human Rights Council’.

 

  1. Oprichten van ‘United Nations Democracy’ fonds

Past bij de idealistische buitenlandse politiek van president Bush om democratie te verspreiden in de wereld. Kan op grote steun rekenen binnen de VN. Op vrijwillige basis kunnen landen geld schenken teneinde jonge en dus kwetsbare democratieën financieel, technisch en juridisch te ondersteunen. Regering-Bush heeft al tien miljoen dollar toegezegd. Kan ook mooi worden ingezet bij wederopbouw Irak, waar VN al succesvolle verkiezingen heeft begeleid.

 

  1. Nieuw verdrag tegen terrorisme

Is al sinds 1996 tussen VN-leden geruzie over. De regering-Bush eist een harde, internationale aanpak van terrorisme. Diverse Arabische landen willen geweld op basis van zelfverdediging in verdrag verwoorden als legitiem middel in verband met Israëlische bezetting van Palestijnse gebieden. Door recente bomaanslagen in Londen en Egypte lijkt een consensus te ontstaan rond eenvoudige definitie van Annan: ‘terrorisme is het vermoorden van burgers, ongeacht hun motief’.

 

  1. Oprichten VN ‘peace building’ commissie

Op 18 plaatsen in de wereld zijn bijna 90.000 VN-militairen actief. Verenigde Staten die ruwweg een kwart van het VN-budget voor hun rekening nemen en daarmee verreweg grootste geldschieter zijn, willen een meer effectieve stroomlijning van de vredesoperaties. Amerikanen krijgen steeds meer steun voor dit idee, met name van Rusland.

 

  1. Uitbreiding Veiligheidsraad

Project voor de wat langere termijn want Washington eist dat eerst de VN worden gereorganiseerd en geschoond van corruptie. ‘De groep van vier landen’, Brazilië, India, Duitsland en Japan, willen zo snel mogelijk lid van de Veiligheidsraad worden zodat er een betere afspiegeling van de politieke en economische machtsverhoudingen in de wereld komt. Washington maakt zich vooral sterk voor trouwe bondgenoot Japan maar weet dat Aziatische ‘rivaal’ China vetorecht kan gebruiken.

     

Conclusie: Niet echt nodig voor Washington om een politieke bulldozer/ ruziemaker   naar VN-gebouw in New York te sturen. Bolton’s benoeming is vooral bestemd voor binnenlands gebruik. Als de conservatieve Bolton de ‘nieuwe’ VN presenteert zullen de ultraconservatieve Republikeinen nauwelijks stemming durven te maken. Het was immers juist Bolton die in het recente verleden heeft uitgeroepen dat het  ‘gehate’ VN-hoofdkantoor wel met tien etages minder kon, inclusief het kantoor van de  secretaris-generaal. Gezien de chaos in Irak en andere brandhaarden in de wereld heeft Bush belang bij een goede samenwerking tussen de Verenigde Staten en de Verenigde  Naties.

 

Terug

 

Kerry port de jeugd op

Democratisch presidentskandidaat John Kerry roept jongeren op tot maatschappelijke dienstplicht. Dit idee verdient navolging in Nederland.

Begin jaren 60 riep president John F. Kennedy de Amerikaanse jeugd op massaal de armoede in de wereld te bestrijden. ”Pas afgestudeerden moeten niet in dure Cadillacs rijden, maar het analfabetisme in de hutjes van de allerarmsten in Azië en Afrika bestrijden”, aldus JFK. En ze gingen, met duizenden tegelijk. Een groot president kan jongeren inspireren en tot goede daden aanzetten.

John Forbes Kerry kan een tweede JFK worden. Hij wil voortbouwen op dit aloude Peace Corps van Kennedy. Maar waar Kennedy zich richtte op de buitenwereld, richt Kerry zich op Amerika zelf waar miljoenen inmiddels onder de armoedegrens leven.

Jongeren zijn te individualistisch ingesteld, te materialistisch ook. Kinderen moet weer burgerschap worden bijgebracht. ”Hen leren over de rechten, de plichten en de verantwoordelijkheden die zij voor elkaar en de maatschappij hebben, is net zo belangrijk als leren over algebra en literatuur”, aldus Kerry in zijn boek A Call to Service.

Als president wil Kerry iedere middelbare scholier verplicht stellen om 50 tot 100 uur gedurende vier schooljaren op te offeren aan de maatschappij. Leerlingen mogen kiezen. Ze kunnen kleuters in achterstandswijken leren lezen en schrijven, voorlezen in ziekenhuizen of bejaarden computerles geven. Scholen zijn autonoom in de keuze van activiteiten. Ze kunnen die uren ook concentreren in de lange zomervakanties. Op scholen kun je ook in verkiezingstijd een weekje meehelpen bij de campagne van een kandidaat. Dat levert ook studiepunten op.

Zo liep ik onlangs tijdens de campagne voor de voorverkiezingen in New Hampshire een dagje mee met de kids for Dean, die een wijk van het stadje Manchester moesten 'veroveren'. De jongelui hadden eerst instructies gekregen over de standpunten van hun kandidaat en hoe ze die het beste konden uitdragen. Vervolgens trokken ze van deur tot deur om de burgers te overtuigen van hun politieke standpunten.

Caroline (16) vertelde me: ”Mijn interesse voor de politiek is zeker toegenomen nu ik zo betrokken ben bij een campagne. We hebben Howard Dean zelfs even mogen spreken terwijl hij het zo druk heeft!” Caroline zit, nu Dean zich heeft teruggetrokken, thuis vast niet te treuren, want ze deed het ook om ervaring op te doen bij een presidentiële campagne. Dat staat later beslist goed op je cv.

Voor politici is het ook goed om veel vrijwilligers te mobiliseren. Daaruit blijkt de overtuigingskracht van de kandidaat en zo kan de blijde boodschap door velen worden uitgedragen. De plaatjes van al die enthousiaste vrijwilligers doen het ook goed op televisie. Nu in Nederland steeds meer politieke bestuurders gekozen zullen worden, bepleit ik een vlotte navolging van Kerry's voorstellen.

Kerry's plannen reiken verder. Minder kapitaalkrachtige jongerenin de VS kunnen nauwelijks een universitaire studie betalen. Als een aankomend student bereid is twee jaar sociale dienstplicht te vervullen, zal de staat de universitaire studie bekostigen.

Nu in Nederland de overheid steeds meer terugtreedt en studeren weer iets voor de rijkeren dreigt te worden, lijkt me ook dit voorstel van Kerry op een land als Nederland van toepassing. In de Koude Oorlog hadden we nog dienstplicht. Voor de oorlog tegen het terrorisme heb je professioneel opgeleide specialisten nodig. Maar in onze bejaardentehuizen en ziekenhuizen komen we duizenden handen tekort. Daar kunnen 'amateurs' prachtig in voorzien. Ik beschouw mezelf als een product van de 'maatschappelijke' jaren 60. Heerlijk als de huidige jeugd ook iets voor de maatschappij over heeft. Ja, weliswaar onder dwang, maar deze inzet is nuttig en je mag nog kiezen ook.

 

Terug

 

Kerry op weg naar Witte Huis

De uitslag van de voorverkiezing in New Hampshire heeft voorspellende waarde. Dean, die eerst hoge ogen gooide, moet het nu toch afleggen tegen Vietnam-veteraan Kerry. Zal deze Democraat het tegen president Bush opnemen?

Twintig graden onder nul en een strakke wind. De weerman zegt dat de mensen beter binnen kunnen blijven. In de straten van het stadje Manchester zwermen tal van verkleumde vrijwilligers uit. De zogenoemde 'voetsoldaten', vooral die van de Dean-campagne, kloppen op duizenden deuren. De inwoners van deze beboste staat zijn politiek gezien vrij onafhankelijk en moeten door de kandidaten 'veroverd' worden. De politici komen hier bij de mensen thuis. Kandidaat Joe Lieberman heeft zelfs een appartementje gehuurd.

De inwoners zijn trots dat New Hampshire sinds 1920 de eerste voorverkiezing organiseert. De staat wordt gezien als een goede graadmeter. De kandidaat die wint, krijgt het stempel 'presidentieel' en wint doorgaans de nominatie van zijn partij. Alleen in 1992, toen Clinton in New Hampshire verloor, en in 2000, toen John McCain Bush versloeg, bleek de uitslag niet betrouwbaar.

Maar de magie lijkt terug. Twee weken geleden stond Howard Dean nog op een voorsprong van 20 procent in de opiniepeilingen. Met zijn grote anti-Bush offensief en gewone taalgebruik, raakten vooral progressieve Democraten enthousiast. Dean beging echter een grote strategische blunder die hier keihard wordt afgestraft. De topprioriteit van de gemiddelde Democraat is George Bush uit het Witte Huis te verjagen. Dean begon te laat uit te leggen dat hij ook aantrekkelijk is voor de gematigde Democraten en zwevende kiezers. Pas de laatste dagen vertelt hij dat hij als gouverneur van Vermont een conservatieve begrotingspolitiek voerde en helemaal niet zo links is.

Senator John Kerry is in het gat gesprongen. Kerry profiteert dankbaar van het anti-Bush sentiment wat Dean zo heeft aangewakkerd. Hij is een politiek zwaargewicht en wordt ook door vele niet-Democraten gerespecteerd.

Aanvankelijk deed Kerry er lang over om de ommeslag te maken van senator naar kandidaat. Van nature oogt de 'New Englander' wat aristocratisch en stijfjes. Maar dat is veranderd. De intellectuele senator is nu veel meer de populistische campagnevoerder die mensen weet te raken. 'Ik werd verliefd op Howard Dean maar ik ga trouwen met John Kerry', zegt een nieuwe Kerry-aanhangster. In haar nieuwe idool herkent ze de wijsheid en de fysieke trekjes van Clinton, Kennedy en Lincoln. Deze typering is missschien iets te veel van het goede, maar Kerry kan het Bush heel lastig maken.

Waar Bush de Dagobert Duck is van de Republikeinse partij, staat Kerry bekend als de rijkste politicus van het Amerikaanse Congres. Hij is getrouwd met de erfgename van Heinz, de ketchupmagnaat. Zijn vermogen wordt geschat op minimaal 600 miljoen dollar.

Ook het huidige onzekere klimaat van oorlog en veiligheidsrisico's is gunstig voor Kerry. Met zijn grote ervaring in de buitenlandcommissies van de Senaat kan hij moeiteloos de veiligheidsagenda overnemen. Kerry steunde de Irak-resolutie maar bekritiseertde aanpak van de president. 'Er vallen elke dag Amerikaanse doden. Bovendien draait de Amerikaanse belastingbetaler op voor de kosten.' Als het aan Kerry ligt, wordt de band met de internationale gemeenschap hersteld. Kerry bazuint ook overal rond dat Bush niet met patriottische praatjes moet aankomen. 'Ik weet wat vaderlandsliefde inhoudt.' Vervolgens vertellen Vietnam-veteranen hoe Kerry, als commandant van een patrouille-boot, een Amerikaanse drenkeling redde onder aanhoudend Vietcong-vuur. Tegen zulke heldhaftige verhalen kan Bush met zijn vervangende dienstplicht in Texas niet op.

Kerry richt zich met zijn economische agenda vooral op de middenklasse. Hij zal de asociale belastingverlaging voor mensen, die meer dan 200.000 dollar per jaar verdienen, terugdraaien. Dat geld komt dan ten goede aan programma's om de gezondheidszorg en het onderwijs te verbeteren. Bovendien is de begroting zo weer op orde te brengen.

Kerry heeft de 'Big Mo', het momentum. Met zijn gematigde agenda kan hij ook scoren in het zuiden en het midden westen waar de verkiezingskaravaan vanaf morgen naar toe trekt. Bush neemt Kerry nu al heel serieus. De laatste dagen zijn opeens tal van bekende Republikeinen in New Hampshire op bezoek geweest. Hun probleem is dat zij de senator uit de progressieve staat Massachusetts niet zo gemakkelijk kunnen plaatsen in het linkse rijtje 'George McGovern, Walter Mondale en Michael Dukakis'. Kerry was ooit de ondergouverneur van Dukakis. Vader Bush nam hem in 1988 niet serieus als presidentskandidaat. Hij vond Dukakis te slap in de strijd tegen de misdaad. Daarom herinnert Kerry er fijntjes aan dat hij ook openbaar aanklager is geweest en de zwaarste criminelen achter slot en grendel heeft gekregen. Kerry wil niet te links -en dus te soft -overkomen. En liever dan voor de arbeidersklasse, profileert hij zich als voorvechter van de grote Amerikaanse middenklasse.

Kerry is strijdvaardig en hunkert naar het grote duel met Bush. Veel meer dan Iowa zal de verkiezingsuitslag van New Hampshire aangeven dat de kandidatuur van Kerry het enige alternatief van de Democraten is voor Bush.

 

Terug

 

Howard Dean kan winnen van Bush

Als er vandaag verkiezingen zouden zijn, dan zou president Bush zijn tegenstanders verpletteren. Maar die verkiezingen zijn pas op 2 november. Genoeg tijd voor de Democratische ' frontrunner' Howard Dean om zich te ontpoppen als een geduchte tegenstander.

Niet alleen op oudejaarsavond knalden de champagnekurken in het Witte Huis. Het moet daar een voortdurende euforie zijn. President Bush wint immers op alle fronten. Terwijl allerlei zurige commentatoren voorspelden dat de oorlogen in Irak en Afghanistan langdurige Vietnam-achtigescenario's te zien zouden geven, is het tegendeel gebleken.

Het Taliban-bewind in Afghanistan is verpletterd, veel Al Qaeda-leiders zijn uit hun grotten gerookt en als klap op de vuurpijl is Saddam Hoessein uit zijn hol gekropen.

Bush heeft een ware buitenland-revolutie ontketend. Het Amerikaanse imperium heeft in korte tijd strategische steunpunten verkregen in landen als Oezbekistan, Pakistan, Irak en Afghanistan. Ook Libië bindt in. Zelfs Noord-Korea wankelt in zijn anti-Amerikaanse koers.

Voor veel patriottische Amerikanen is president Bush een held, de anti-intellectueel die met zijn cowboytaal spreekt als een nieuwe Reagan op het grote witte doek. Hoe moet Howard Dean het in vredesnaam in deze oorlogstijd tegen de almachtige Bush opnemen? Dean was gouverneur van zowat de onbelangrijkste staat van de VS. In Vermont leefden tot voor kort meer koeien dan mensen. Hij komt uit het noordoosten, terwijl presidenten in de moderne tijd uit het meer conservatieve zuiden of westen komen of er langdurig gewoond hebben.

Nog erger lijkt dat Dean zich van meet af aan faliekant tegen de oorlog in Irak heeft gekeerd. Hij wil niet zoals zijn collega-Democraten een afgezwakte versie van Bush zijn, maar een echt alternatief bieden. Daarmee plaatst hij zich in het historische rijtje van progressieve presidentskandidaten als George McGovern, Walter Mondale en Michael Dukakis, die allen zijn vermorzeld door hun Republikeinse tegenstrevers.

Maar er is ook een heel ander verhaal over Dean te vertellen en daar is nog ruimschoots de tijd voor. Pas deze maand zullen de kandidaten in de schijnwerpers komen te staan, want de eerste voorverkiezingen beginnen dan in Iowa en New Hampshire. Wie daar wint, wordt pas werkelijk onder een vergrootglas gelegd.

Als de oorlog in Irak is afgelopen, of wat meer naar de achtergrond verdwijnt, zullen binnenlandse issues als gezondheidszorg en werkloosheid weer belangrijk worden. Dean is arts en heeft in Vermont ervoor gezorgd dat vrijwel iedereen verzekerd is. 'Dokter Dean' heeft dat onder meer gedaan door verzekeringsmaatschappijen onder druk te zetten. Dean popelt om hetzelfde te doen voor de vele onverzekerden in het hele land.

Dean was in werkelijkheid ook een meer conservatieve gouverneur. Hij heeft de staatsbegroting van Vermont keurig op orde gebracht en niet zoals Bush voor een record-begrotingstekort gezorgd. Onder Bush komt de natie uit een recessie door kunstgrepen als een zeer lage rente en enorme overheidsinvesteringen vanwege de oorlog. Op de langere termijn is dat economische beleid niet vol te houden. Ondanks de economische groei neemt de werkloosheid niet af.

Als tot diep in het verkiezingsjaar Amerikaanse slachtoffers in Irak vallen, kan Dean de legitimiteit van de oorlog blijven betwisten. Hij heeft al gezegd absoluut geen pacifist te zijn. Maar hij is van mening dat Irak niet een direct gevaar was voor de veiligheid van de Verenigde Staten en dat de regering-Bush verzuimd heeft met bewijzen van massavernietigingswapens te komen.

Dean voert een slimme strategie. Hij is de eerste kandidaat die de kracht van het internet echt heeft ontdekt. In iedere uithoek van Amerika zijn per e-mail Deangroepen gemobiliseerd, die op bekende plekken of gewoon in huiskamers bijeen komen. Veel nieuwe kiezers, met name jongeren, krijgen weer interesse in de politiek. Dean is voor niemand bang en durft de confrontatie aan te gaan. Nu al heeft Dean een recordbedrag opgehaald via vele kleine 'internet-donoren' en lijkt hij met Bush te kunnen concurreren.

Sinds Al Gore de kandidatuur van Dean recentelijk openlijk heeft ondersteund, lijkt de strijd van 2004 te appeleren aan die historische strijd van 2000. Toen hielden het Amerika van de grote stad en het kleinsteedse Amerika elkaar in evenwicht.

Of Dean nu de meeste stemmen haalt en daarmee wel het Witte Huis verovert, hangt eveneens af van zijn mede-Democraten. Traditiegetrouw kiest men voor eensgezindheid als de partijwinnaar bekend is.

Maar hoe zit het met de Clintons? Bill Clinton heeft eerder laten weten generaal Wesley Clark een uitstekende kandidaat te vinden. Clark komt wel uit het Zuiden, uit Clintons Arkansas, en kan als de ideale vice-presidentskandidaat van Dean de veiligheidsagenda voor zijn rekening nemen.

In 2000 wilde Gore vooral zichzelf zijn en afstand houden tot Clinton. Hij wilde zelfs niet dat Clinton campagne voerde in zuidelijke staten als Arkansas en Tennessee. Gore verloor in beide staten en daarmee het presidentschap.

Dean zal niet dezelfde fout maken. Als Dean er in slaagt Clark, Gore en de Clintons achter zich te scharen, is hij kansrijk tegen Bush. Clinton zal een hoge prijs vragen, namelijk een meer op het midden gerichte politieke agenda. De pragmatische Dean lijkt geknipt voor die rol. Voor progressieve en meer conservatieve Democraten lijkt Dean zo het enige kansrijke alternatief voor Bush.

 

Terug

 

DE MAGIE VAN DE AMERIKAANSE DROOM

Autofabrikant Henry Ford zei ooit dat geschiedenis ‘oersaai’is, maar juist hij ontwierp het grootste historische museum van de Verenigde Staten. Onder de rook van Detroit ligt ‘Greenwich Village’, een heus nagebootst dorp van vroeger. Hier kunnen toeristen op de boerderij voor een paar uur als knecht het land bewerken.  Of met paard en wagen over hobbelige wegen rijden.

Ford was van mening dat jaartallen leren uit boekjes nutteloos was. Een historicus was geen echte historicus als hij nog nooit een zeis of een egge in de hand had genomen. Hoe gewone mensen leefden en werkten, dat was pas interessant!

Ford wilde dat mensen de geschiedenis konden aanraken. Hij haatte boekenwijsheid. Praktische uitvindingen, die brachten de mensheid vooruitgang zoals zijn eigen lopende bandfabricage.

Hij was een groot bewonderaar van uitvinder Thomas Edison wiens gehele laboratorium hij over liet komen naar ‘Greenwich Village’. Dat gebeurde ook met de fietsenwinkel van de gebroeders Wright die uit allerlei ingewikkelde modellen een ‘vliegende fiets’ construeerden.

In het binnenmuseum loop je als het ware langs de geschiedenis. Van fiets tot vliegtuig. Van T-Ford tot de eerste racewagen van coureur Stirling Moss. De schatrijke Ford verzamelde alles wat maar met vervoer en de ‘American way of life’ te maken had.

Bij de opening van het in- en outdoormuseum in 1929 was Edison eregast maar ook president Herbert Hoover. Sindsdien hebben bijna honderd miljoen mensen het museum bezocht. Die mensen komen niet alleen op de alledaagse, sociale geschiedenis af maar vooral ook op de bijzondere attributen in het museum.

De puissant rijke Ford wilde alles van zijn Amerikaanse helden verzamelen. In een vitrine-kastje ligt een buisje waar op het oog niets inzit. Maar schijn bedriegt want Ford zou de arts van de stervende Edison zoveel geld hebben betaald dat deze uiteindelijk bereid was diens laatste adem op te vangen.

De schommelstoel (met bloedvlekken!) waar president Lincoln op zat toen hij werd vermoord, staat te pronken bij de ingang van het museum. En in de serie ‘bijzondere historische auto’s’ wil iedereen op de foto met de Kennedy-limousine. Op nog geen halve meter afstand zie je de plaats waar de president zat op die zonnige dag in Dallas in november 1963. Dichterbij kun je niet komen. Tot in de tijd van president Carter is de wagen gebruikt maar dan wel met vaste dakkap vanwege de veiligheidsrisico’s.

Het pronkstuk van het museum is op dit moment de Rosa Parks-bus. December van dit jaar is het vijftig jaar geleden dat de zwarte mevrouw Parks weigerde op te staan voor een blanke jongeman. Zij bleef zitten terwijl de andere zwarte passagiers snel naar achteren liepen want ‘één blanke in de rij betekende dat de hele rij blank moest zijn.’ Zo’n protestactie had nog niemand aangedurfd want de buschauffeurs hadden zelfs pistolen bij zich om zwarte klanten tot snelle gehoorzaamheid te dwingen.

Rosa Parks werd gearresteerd en uit protest organiseerde de toen jonge dominee Martin Luther King een jaar lang een busboycot in de stad Montgomery in Alabama. Zwarte mensen liepen massaal naar het werk en de bussen reden vrijwel leeg door de stad. Dat kostte de busmaatschappij een hoop geld en uiteindelijk werd de rassenscheiding in het openbaar vervoer opgeheven. Het was de eerste echte overwinning in de strijd tegen de rassenscheiding.

Jarenlang stond de in 1948 gebouwde Rosa Parksbus ergens achteraf in een weiland weg te roesten. Maar het Ford-museum heeft de bus opgekocht. Het serienummer van de bus komt exact overeen met een krantenfoto uit 1955 waar het zelfde nummer boven het hoofd van de chauffeur duidelijk zichtbaar is.

Ik ga zitten op de plek waar Rosa Parks ooit gezeten heeft. Op de tweede rij van voren rechts naast het gangpad. Nu kan ik de geschiedenis zelfs aanraken. De Rosa Parks-bus is een ware publiekstrekker. In vergelijking met andere jaren zijn de afgelopen twaalf maanden al meer dan een half miljoen extra bezoekers geteld.

 Mensen staan in de rij om in de bus te mogen zitten. Naast me zitten twee kleine blanke jongetjes. De een vraagt: ‘Waarom bleef die mevrouw Parks eigenlijk zitten?’. ‘Dat is nogal logisch’, zegt de ander. ‘Ze was natuurlijk gewoon moe van het werk.’

Het aftellen is inmiddels begonnen. Nog even en de 104 jaar oude mevrouw Parks zal zelf de bus bezoeken. De mensen zullen nu juist voor haar opstaan. Dat past perfect bij de magie van de Amerikaanse Droom die in dit museum wordt ontvouwd. Gewone mensen die bijzondere mensen worden!

 

Terug

 

LESSEN VAN DEARBORN

 

Sommige, populistische politici roepen in Nederland om een harde aanpak van niet goed geïntegreerde allochtonen. In Dearborn, Michigan, gaat men heel anders om met minderheden. Dearborn wordt ‘de moslimhoofdstad’ van Amerika genoemd en kent een veel langere multiculturele traditie. Amerika-deskundige Willem Post ging op onderzoek uit.

Als in de vroege ochtend van  ‘11 september 2001’ de gekaapte vliegtuigen zich in de symbolen van Amerika boren, roept burgemeester Michael Guido van Dearborn onmiddellijk politiefunctionarissen en vertegenwoordigers van de Arabisch-Amerikaanse gemeenschap bijeen. Mogelijk zouden geschokte Amerikanen zich nu tegen de moslims van Dearborn keren. In de stad van 100.000 mensen woont het hoogste percentage Arabische Amerikanen van buiten het Midden Oosten. Iets meer dan de helft zijn blanke Amerikanen.

De burgemeester stuurt alle politiewagens de ‘Arabische’ wijk in om te zorgen dat niemand van buiten ook maar iets onderneemt tegen de lokale gemeenschap. Met spoed wordt de burgemeester naar het lokale televisiestation gereden. Om 13.00 uur is hij in de lucht en spreekt hij, veel eerder dan president Bush, zijn mede-Amerikanen toe. ‘Arabische Amerikanen zijn net zoals ik echte Amerikanen. Ook zij hebben deze stad opgebouwd, welvarend gemaakt. Naast mij staat de politiecommandant die van Arabische afkomst is. Ik ben trots op hem. En iedereen moet weten dat een aanslag op één Arabische Amerikaan een aanslag is op iedere Dearborner. Als niet-moslim verwacht ik dat u uw hand uitsteekt naar onze moslimburen. Praat met elkaar!’

   Als de burgemeester naar buiten loopt, rijden de wagens van CNN en andere televisiestations al door de stad. Maar er gebeurt niets, helemaal niets. De mensenrechtenorganisatie ‘Human Rights Watch’ signaleerde zo’n 500 haatmisdaden tegen moslims elders in het land. Volgens de organisatie hadden de uitstekende relaties tussen de diverse bevolkingsgroepen in Dearborn gezorgd voor een ‘afdoende buffer’ tegen zelfs een crisis van het formaat van ‘nine-eleven’.

   Ik ontmoet dus een trotse burgemeester in zijn werkkamer in het stadhuis. Onlangs is hij voor de vijfde keer herkozen met maar liefst 80% van de stemmen. Hij vertelt mij dat de moord op Theo van Gogh hier dagenlang in het nieuws was. ‘Als burgemeester houd ik zulke gebeurtenissen in een tolerant, multicultureel land als Nederland goed in de gaten. Maar ik hoef hier niet bang te zijn voor radicale imams. De paar die er zijn worden door de FBI in de gaten gehouden. En daarnaast zijn verreweg de meeste moslims gematigd.’

   Om het integratieproces te bevorderen wijst de burgemeester met name ook op werkgelegenheid. ‘De werkloosheid is hier onder de 4%. Iedere immigrant moet zo snel mogelijk een baan hebben. Eerlijk, eenvoudig werk. Een vaste baan. Zelfs de meer dan tienduizend Irakese vluchtelingen, die veelal van het platteland kwamen en weinig onderwijs genoten hebben, hebben nu een baan. Ze spreken niet vloeiend Engels maar onze lokale hulporganisatie Access met honderden vrijwilligers geeft speciale cursussen ‘werkplaats engels’. Ze leren specifieke woorden en moeten veiligheidsvoorschriften bij het productieproces kunnen begrijpen. Om nog beter engels te leren komen ze een uur eerder naar het werk voor taalles en blijven ze ook nog eens een uur langer om te studeren.’

   ‘Ik wil dat de immigranten zich allereerst zo snel mogelijk Dearborner voelen. Ze moeten goed met hun buren omgaan. Weten wat de regels hier zijn. Voor praktische zaken als vuilnis buiten zetten hebben we folders in het Arabisch. Natuurlijk is de nationale burgerschapstest belangrijk. Ze moeten redelijk engels kunnen spreken, iets van de Amerikaanse geschiedenis afweten. Ze vinden het prachtig als ik als burgemeester bij de inzweringsceremonie ben. Dan is het feest. De hele familie is er bij. Ze zijn apetrots. Ze zijn Amerikaan!

   De burgemeester wordt alom gezien als een slimme politicus. Hij heeft Joe Beydoun, een sleutelfiguur in de Arabische gemeenschap, al enige jaren geleden benoemd tot zijn belangrijkste assistent. Zo weet hij precies wat er speelt.

   Toen eind jaren negentig Zuid-Libanon werd bevrijd, reden de Arabisch-Amerikaanse jongeren toeterend door de straat. Dat had gemakkelijk uit de hand kunnen lopen want de andere Dearborners raakten toch wat geïrriteerd. ‘Ik heb ze toen voor een paar uur een straat gegeven in het centrum waar ze een feest mochten houden met onze politieagenten er gratis bij voor de organisatie. Natuurlijk heb ik als burgemeester ook een bezoek gebracht en dat werd bijzonder op prijs gesteld.’

   Guido kreeg van Joe Beydoun nog meer goede adviezen. Op een dag in de ramadan was de burgemeester gastheer voor een speciaal ‘zonsondergangdiner’. (president Bush doet het nu ook) Er kwamen bijna duizend mensen. De burgemeester wenste het gezelschap persoonlijk een goede ramadan. En dit jaar is een kalender ontwikkeld met ook Arabische feestdagen. ‘Een gebaar van respect wat nauwelijks extra moeite kost’, aldus Guido

   Bij het afscheid zegt de burgemeester dat ik maar eens eventjes over Warren Avenue moet rijden om indrukken op te doen. Ik rijd als het ware zo het Midden Oosten in. Alle winkels hebben Arabische teksten. Ik stop, op advies van Joe, bij de New Yasmeen Bakery, een van de zeer vele Libanese bakkerijen. Het is een populaire winkel annex restaurant.

   Ik sta in de rij tussen de ‘hoofddoekjes’ en blanke zakenmensen. Iedereen weet precies welke keuze hij of zij moet maken uit de vele lekkernijen van brood, vlees en groenten. Als ik aan de beurt ben, stamel ik. ‘Wat is dit ?’ Ik wijs op iets wat op aardappelsalade lijkt. Een forse blanke Amerikaanse vrouw achter mij redt me. ‘Dat is ‘hummous’. Iedereen is dol hier op het voorgerecht. Een soort van pasta met wat olie en citroenzuur.’

   Ik praat nog even met deze Louise na. Ik vertel dat ik uit het multiculturele Nederland kom. Ze onderbreekt me onmiddellijk. ‘En dan weet je niet eens wat ‘hummous’ is uit de wereldberoemde Libanese keuken. Dat soort weetjes uit andere culturen leren wij op ‘diversiteitstraining’ wat veel bedrijven verplicht stellen voor hun personeel. Als verkoopster in een winkel heb ik dat echt nodig. Veel collega’s zijn Arabische Amerikanen en uiteraard ook de klanten. Zo leerzaam en nog leuk ook. Op het werk hebben wij één keer in de paar weken een gespreksgroep en daar leer je de culturele en religieuze verschillen maar ook dat we heel veel met elkaar gemeen hebben. Ons geluk, onze zorgen, ons verdriet.’ Bij het afscheid laat Louise haar visitekaartje zien. In het engels en ook in het Arabisch. Ze vroeg of ik ’s avonds naar het Martin Luther King-diner wilde komen? Dan kon ik nog wat meer leren van integratie in Dearborn.

   De avond blijkt georganiseerd door de Arab-American Anti-Discrimination Center. Er is een wedstrijd uitgeschreven voor middelbare scholieren. Ze mochten een scriptie schrijven over de invloed van Martin Luther King op de huidige jeugd. De winnaars kunnen een studiebeurs winnen. Ik zie niet alleen Arabische Amerikanen maar vooral ook veel zwarte Amerikanen.

   Voor het diner begint wordt het Amerikaanse volkslied gespeeld en uit volle borst meegezongen. Daarna moet iedereen nog even blijven staan voor het officieuze volkslied van zwart Amerka. Het zangkoor van de winnende ‘Riverside school’ marcheert binnen. Ik zie zwarte en blanke kindertjes en ook nogal wat met een hoofddoek. Louise legt me uit dat in Amerika niemand zich daar druk over maakt. ‘Individuele vrijheid is bij ons heilig en daar passen ook je eigen religieuze symbolen bij. Joodse mensen hebben bijvoorbeeld een keppeltje.’

   De zwarte televisiepresentatrice Fanchon Stinger van het lokale nieuws neemt het woord. ‘De fakkel van Dr. King wordt vanavond overgedragen aan de jeugd van Dearborn. Ik ben een zwarte vrouw maar ik weet dat de geweldloze sociale strijd van Dr. King ook bedoeld was voor mensen van alle godsdiensten en voor iedereen in achterstandsituaties. Ik ben er trots op Amerikaanse te zijn. In dit land mag niemand beoordeeld worden op de kleur van zijn huid, z’n seksuele geaardheid of op z’n geloof. Diversiteit van mensen geeft de kracht aan Amerika.’ Een ovationeel applaus volgt en de winnaars glimmen van trots. Amerikanen smijten met prijzen, oorkondes en eervolle benamingen. Ik zie dat het zeker voor jonge kinderen inspirerend werkt. Winnares Amy vertelt mij: ‘Toen ik werkte aan de scriptie voelde ik de invloed van Dr. King en nu ik de prijs gewonnen heb zal ik nog meer mijn best doen om zijn idealen te verwezenlijken.’

   Na één dagje Dearborn waan ik mij al op een andere multiculturele planeet. Verplichte diversiteittrainingen, zwarte rolmodellen die ook door moslims worden vereerd, burgerschapstesten waar immigranten maar wat graag aan mee doen. Het meest valt mij op dat hier zo ontspannen met verschillen tussen mensen wordt omgegaan.

   Een dag later ontmoet ik in een (uiteraard!) Libanees restaurant Nasser Beydoun, een succesvol zakenman. Nasser was tot voor kort directeur van de Arabisch-Amerikaanse Kamer van Koophandel. Onlangs verbleef hij enige dagen in Nederland en sprak hij met moslimjongeren. ‘Het eerste wat mij trof is dat Marokkaanse en Turkse jongeren niet trots zijn op Nederland. Dat heeft denk ik te maken met het feit dat Nederland nog krampachtig vasthoudt aan een monocultuur. Maar jullie moeten niet bang zijn voor diversiteit. Dat is een enorme verrijking.’

   Nesser vindt dat de Nederlandse politiek niet zoveel moet dicteren maar meer moet faciliteren. ‘De moslimgemeenschap zelf is de eerste verdedigingslinie tegen extremisme. Geef mensen het gevoel dat ze erbij horen. Juist de eerste en tweede generatie-immigranten zouden overheidsbanen moeten bekleden zoals politieman of brandweerman. Een vast inkomen. Dat geeft gezag binnen de eigen gemeenschap. De overheid moet het voorbeeld geven. Bij ons jaarlijkse grote Arabisch-Amerikaanse festival wat honderdduizenden mensen trekt zijn allerlei standjes in de stad. Er is er ook één van de CIA die openlijk mensen rekruteert uit de lokale gemeenschap. Er staat een enorme rij voor die stand.’

   Nesser vindt onderwijs zeer belangrijk. Onwetendheid is een groot probleem en een voedingsbodem voor fundamentalisme. Als er geen brandstof is, kan er geen explosieve sfeer ontstaan zoals nu in Nederlandse steden. Mensen die in achterstandswijken wonen, moeten goede scholen hebben. Geef talentvolle jongeren die daar wonen net zoals hier extra plaatsen op de universiteit.’

   ‘Natuurlijk moeten nieuwe immigranten zich aan de wet houden. Ze mogen zich niet wentelen in een slachtofferrol. Spreek ze aan op hun eigen verantwoordelijkheid. Maar altijd met respect. Geef ze het recht om volledig te assimileren of in hun eigen gemeenschap een bestaan op te bouwen.’ In gedwongen integratie, zoals door sommige Nederlandse politici voorgesteld ziet Nasser niets. Dat staat haaks op de individuele vrijheid. ‘Een opgelegd spreidingsbeleid werkt averechts. Dearborn heeft de afgelopen honderd jaar golven van met name Libanese, Jemenitische en Irakese immigranten gehad. Als de overheid hen elders in het land plaatste kwamen ze naar verloop van tijd toch weer terug naar het oude, vertrouwde Dearborn. Pas als mensen middenklassers worden gaan ze elders wonen. Daar kunnen wel vier, vijf generaties over heen gaan. Nederlanders moeten wat meer geduld hebben. Ik heb begrepen dat veel Marokkaanse en Turkse mensen nog maar zo’n jaar of twintig, dertig in Nederland wonen.’

   Nasser moet het gesprek beëindigen. Hij moet voor zaken naar San Francisco. Klanten, ook de blanke Amerikanen, die langs ons tafeltje lopen groeten de nog jeugdige Nassar met een zeker ontzag. Hij is een ‘rolmodel’ voor velen, zo constateer ik.

   Ik rijd naar mijn laatste afspraak. Via Warren Avenue beland ik op een zijweg waar de grootste moskee van de Verenigde Staten wordt gebouwd en al bijna klaar is. Maar opvallend is dat aan weerszijden een Christelijke kerk en een Joodse synagoge staan.

   ‘Dat is nu precies de kracht van Dearborn’, zegt Eide Alawan, een belangrijk adviseur van een bekende imam in Dearborn. Eddie werkt op het ‘New Islamic Center’, dat zich tot doel stelt de relaties tussen religies en culturen te verbeteren. ‘Vanwege de Palestijnse kwestie boterde het niet zo tussen de islamitische en joodse gemeenschap hier. Maar ’11 september’ heeft de mensen hier dichter bij elkaar gebracht. Nog op dezelfde dag heb ik persoonlijk de rabbijn uitgenodigd hier te komen. We moesten iets doen met andere geloofsgemeenschappen. Die man had nog nooit een moskee gezien.

   Een paar dagen later organiseerden we een religieuze dienst. In mijn auto zijn we er naar toe gereden. Ik ging achter het stuur zitten zodat de rabbijn, de dominee en de imam achterin naast elkaar konden zitten en met elkaar praten. Tijdens de dienst die door meer dan duizend mensen werd bezocht braken we het brood gemeenschappelijk.De drie geestelijken spraken ieder een gebed uit.    

   En dat was nog maar het begin. Joden, Christenen en Islamieten hebben Abraham als gemeenschappelijke aartsvader. Onze jongeren hebben inmiddels samen een toneelstuk gemaakt: ‘De kinderen van Abraham’. De overeenkomsten tussen de wereldgodsdiensten komen ruimschoots aan bod. Het is een groot succes. Tienduizenden hebben het toneelstuk al bezocht!’

   Eide ziet de islam als een godsdienst van vrede. Wij geloven dat onze god de mensen bewust in aparte stammen, volkeren, heeft verdeeld om zo de kracht van diversiteit te benadrukken. Ieder mens heeft dus de plicht zich te verdiepen in de ander.’

   Ook Eide is geschrokken van de moord op Theo van Gogh. ‘Nu er angst in jullie samenleving zit, zijn er ook kansen. In zekere zin hebben jullie nu ook een ’11 september moment’ wat jullie dichter bij elkaar kan brengen. Ik denk dat jullie veel meer de gematigde imams aan het woord moeten laten. En er zijn ook vast wel een paar Nederlanders die zich bekeerd hebben tot de islam. Hun wortels zullen toch altijd in de Nederlandse samenleving liggen en zij kennen ook de gematigde kanten van de islam. Geef hen het woord in praatprogramma’s op de televisie. Dat zijn mensen die bruggen kunnen slaan, begrip kweken. Zij moeten vertellen dat sommige radicalen de islam politiseren. Een verkeerde uitleg er aan geven.’

   Eide staat er op mij nog even iets van Dearborn te laten zien. We rijden naar het gemeentehuis. We parkeren bij het stadhuis en lopen naar de overkant waar een groot museum in aanbouw is. ‘Dit is het eerste Arabisch Amerikaanse museum in Amerika’, vertelt Eide trots. We laten de geschiedenis zien van de immigratie, maar ook van de andere immigranten. En we leggen uit wat de Arabische bijdrage is geweest aan algebra en de medische wetenschap. Er komt ook een galerij van bekende Arabische Amerikanen uit de politiek, de wetenschap en de sportwereld.’

   Ik neem afscheid van Eide, die met zijn vriendelijkheid en gematigdheid indruk op mij maakt. Als ik weg rijd, roept hij me nog na: ‘Denk aan de kinderen van Abraham. Een universeel concept. Wederzijds begrip is de enige manier om samen te leven. Daar moeten we iedere dag aan werken. Ieder vanuit zijn eigen verantwoordelijkheid. Jij ook!’

   Wat een idealist. Wat een moralist. Maar hij overtuigt wel. Als ik mijn koffers pak, denk ik aan het museum. Zo’n immigrantenmuseum zou in Nederland ook kunnen verrijzen. Over Chinese pindaboeren, Italiaanse ijsverkopers, Turkse en Marokkaanse gastarbeiders die op ons verzoek hier zijn gekomen. De eerste rolmodellen voor de jeugd zijn er al. Onze jongeren zijn dol op de Marokkaans-Nederlandse zanger Ali B. We hebben politici uit allerlei culturen. In de sportwereld schitteren allochtone mensen. De eerste steen kan wat mij betreft zo gelegd worden. Met dank aan Eide. Met dank aan Dearborn.

Terug

 

EUROPESE GRONDWET GEEFT VEILIG GEVOEL

Wat een gemiste kans. De preambule van het Europese grondwettelijke verdrag begint met het aanroepen van de Koning der Belgen waarna een stoet van staatshoofden volgt. Hoe verzin je het!

Nee, dan de Amerikaanse grondwet. Een korte tekst met de historische beginwoorden ‘We the people’. Voor het eerst vertelde een volk aan z’n bestuurders wat het moest doen. De scheiding der machten is duidelijk te herkennen.

In Amerika lééft de grondwet. In 1987,  tijdens het tweehonderdjarig bestaan,  werden grondwetteksten afgedrukt op 53 miljoen pakken melk, de rockgroep Chicago gaf een speciaal ‘vrijheidsconcert´ en een bekende hamburgerketen verpakte z´n producten in speciaal grondwetpapier. Door het hele land trok een rood-wit-blauwe truckerkaravaan met een kopie van de ‘heilige’ grondwet die de bron vormde van waaruit volgens president Ronald Reagan ´de grote rivier van de menselijkheid is ontsprongen.´ De oorspronkelijke tekst wordt in Washington bewaakt door militairen en vele duizenden toeristen kijken er jaarlijks naar.

De kracht van de Amerikaanse grondwet is volgens president Truman dat ´het een plan was, geen dwangbuis, buigzaam en kort.´ De grondwet kon middels amendementen meegroeien met de ontwikkeling van de Verenigde Staten.

Het is jammer dat de Europese grondwet geen groeidocument is maar een gedetailleerd politiek compromis tussen in wezen 25 staten. De Amerikaanse grondwetmakers lieten zich inspireren door Verlichtingsfilosofen en Christelijke denkers. Treurig dat onze grondwetmakers zich niet uitbundig laafden aan dezelfde bronnen. Juist Europa is de bakermat van de volkssoevereiniteit en daaruit voortvloeiende mensenrechten.

De Verenigde Staten is een verdeeld continent langs allerlei sociaal-economische, etnische, linguïstische en religieuze lijnen. Toch is het een mirakel dat de oude grondwet al die verschillende bevolkingsgroepen bij elkaar houdt. Een gemeenschappelijke geschiedenis en grondwet zijn in combinatie met elkaar sterke samenbindende factoren.

Juist Europeanen zouden zich vanwege hun gemeenschappelijke geschiedenis, die teruggaat tot de Grieks-Romeinse beschaving, sneller één moeten voelen.

Politici die weigeren die erfenis te koesteren getuigen van weinig historisch besef. De politiek-maatschappelijke verschillen tussen Amerikaanse staten als Massachusetts in het noordoosten en Nieuw Mexico in het zuidwesten zijn groter dan die tussen bijvoorbeeld Griekenland en Nederland.

Sommige Nederlandse politici houden nog krampachtig vast aan een zoveel mogelijk soeverein Nederland. Maar wat is de relevantie daarvan?. Wat hebben de inwoners van conservatief Christelijke streken als de Veluwe en de Zeeuwse eilanden gemeen met de Afrikaanse inwoners van Rotterdam?

Grote groepen in onze maatschappij weigeren zich neer te leggen bij het multiculturele karakter van de Nederlandse maatschappij. Onze zogenaamde gemeenschappelijke geschiedenis en de daaruit voortvloeiende landsgrenzen zijn vooral het gevolg van min of meer toevallig gestopte gevechtshandelingen van allerlei huurlingenlegers. Het koningshuis is een samenbindende factor maar vooral vanwege de ‘incidentele’ persoonlijke populariteit van onze koningin. Het Amerikaanse presidentschap is als instituut relatief veel populairder onder de burgers.

Ik vind het van wijsheid getuigen dat minister-president Balkenende tijdens de Margratenherdenking in wezen parallellen trok tussen meer Europese eenheid en de overwinning in de Tweede Wereldoorlog.

Ik juich het toe dat meer macht in Brussel wordt geconcentreerd waardoor de samenwerking, zelfs samensmelting, op allerlei terreinen van grote Europese landen wordt gestimuleerd. Nog niet zo lang geleden probeerden ze elkaar letterlijk te vernietigen.

Nederland kent de laatste jaren een op drift geraakt, zelfs geradicaliseerd electoraat. Niemand weet waartoe de zwevende kiezer in staat is. Bij zoveel onzekerheid kan Europa de stabiliserende factor zijn.

Er is zelfs een verplichte hulpclausule bij calamiteiten van allerlei aard in de nieuwe grondwet verankerd. Dat geeft een veilig gevoel. Het is een hele geruststelling om Europeaan met een grondwet te zijn.

Terug

 

Obama; Multiculturele president

 

Begin januari 2008. Op zo’n verkiezingsbijeenkomst komen gewoonlijk een paar honderd mensen af. Maar nu spreekt het nieuwe fenomeen Obama. Met duizenden sta ik in de rij voor een ‘high-school’ in New Hampshire. Even later staat iedereen op de banken. ‘Yes, we can… this is our moment’.

Hij raakt een snaar. Het moet anders in Amerika, in de wereld. Met zijn boodschap van verandering voor een gepijnigd electoraat is Obama niet zozeer een politicus maar een dokter die Amerika beter wil maken. Gulzig drinken ze zijn drankje. Hij hypnotiseert welhaast. In een klimaat van algeheel crisisgevoel vallen huiskleuren weg. Bij de soldaten in Irak. Maar ook bij de mensen aan de benzinepomp die steeds meer moeten betalen in autoland Amerika. De huizenmarkt is in crisis.

In de zaal kijk ik om me heen. Opeens dringt het tot me door: vrijwel iedereen is blank. Ik ben verbijsterd. Obama zorgt voor een mirakel. Hij presenteert zich als een echte Amerikaan want zijn moeder uit Kansas is melkwit en zijn vader pikzwart. ‘Ik ben Amerika’, roept hij uit. Een wandelende melting-pot!

Begin jaren zestig was nog sprake was van strikte rassenscheiding. Zelfs op begraafplaatsen. Nog steeds wappert de vlag van het racistische zuiden op veranda’s. En de Ku Klux Klan en allerlei ultrapatriottische en racistische militia zijn ook in het moderne Amerika actief.

Obama wil zich uitdrukkelijk niet als zwarte kandidaat presenteren. De afgelopen maanden zette hij geen voet in de zwarte kerken. Obama is het product van de mozaïeksamenleving die Amerika is.

De zwarte Amerikanen die ik het afgelopen jaar ontmoette konden aanvankelijk niet geloven dat iemand die een zwarte vader heeft het zo ver kan schoppen . Zij steunden altijd de blanke Clintons die in hun regering en Witte Huisstaf tientallen zwarte Amerikanen hadden benoemd. Vooral op Bill waren ze dol. Vanaf zijn kleuterjaren was hij door zijn ouders opgevoed zonde raciale vooroordelen. Hij mocht gewoon met zwarte kinderen spelen. Zijn zwarte kindermeisje van destijds vertelde mij dat kleine Billy in de bus gewoon tussen de zwarte kinderen ging zitten. ‘Hij begrijpt ons’.  Bill werd liefkozend de eerste zwarte president genoemd.

Toen Obama begin januari Iowa won en in het al even blanke New Hampshire goed presteerde liepen de zwarte Amerikanen opeens massaal naar hem over. De ‘yes, we can’-slogan gold plotseling ook voor hen. Obama smeedde een unieke coalitie van zwarten, blanke progressieven en miljoenen jongeren aaneen van allerlei etnische afkomst.

Het is treurig dat in de afgelopen maanden de radicale, zwarte dominee Jeremiah Wright Obama ‘zwart’ heeft proberen te maken. Hem in opzwepende haatpreken heeft proberen te positioneren als een verlosser in de zo treurige geschiedenis van zwarte Amerikanen.

Maar Wright slaat de plank mis. Obama is juist een rolmodel voor iedereen in een achterstandspositie, ongeacht etnische of religieuze achtergrond. Vanuit en eenoudergezin, net als Bill Clinton, klom hij op naar de beste universiteiten. Obama is een Amerikaanse successtory, een product van een Amerikaanse Droom voor iedereen.  

De afgelopen acht jaar is de Verenigde Staten geregeerd door een blanke plattelandspresident die een naar binnen gekeerde ‘America first’ politiek voerde. Maar het grootstedelijke Amerika met Aziaten, Spaanstaligen en zwarten wordt steeds groter. De wereld is inmiddels een ‘global village’ waar afstanden en grenzen vervagen. Daarbij past een president die niet de confrontatie zoekt, maar juist bruggen bouwt. Een president die andere culturen en religies begrijpt. Geen exclusief zwarte president maar een multiculturele. Obama dus. 

 

Terug

 

Op zoek naar nog meer lijken in de kast

Amerikaanse verkiezingen zijn oorlog - Op zoek naar nog meer lijken in de kast na onthullingen Palin.

In de afgelopen maanden heeft John McCain zijn vicepresidentskandidaat slechts één keer ontmoet. Dat gebeurde afgelopen februari in Washington op de gouverneursconferentie. Het was politieke verliefdheid op het eerste gezicht. Zij is een politicus naar zijn hart. Sarah Palin neemt risico's en veegt de vloer aan met de eigen Republikeinse partijtop in haar staat Alaska. Malle overheidsprojecten zoals de honderden miljoenen kostende 'Brug naar Nergens' heeft zij meteen geschrapt.

Als persoon is zij een vrouwelijke Teddy Roosevelt, Amerika's meest avontuurlijke president. Ook powerbabe Sarah heeft een wonderlijk leefpatroon: zelfs toen zij zwanger was, liep zij elke dag zeker 10 kilometer hard. Zij is dol op elandburgers en staat midden in de nacht op om te jagen. In haar jonge jaren was zij schoonheidskoningin. McCain heeft zelf toegegeven een groot bewonderaar te zijn van het vrouwelijk schoon.

Allemaal redenen waarom McCain zonder veel na te denken heeft gekozen voor een onafhankelijke vicepresidentskandidaat als Palin, die het avontuurlijke en bijzondere in McCain zelf accentueert. 'Wild Johnnie' zoals hij vroeger werd genoemd, gaat vaak op zijn gevoel af. Maar in tegenstelling tot Barack Obama, Joe Biden en hemzelf is de onbekende gouverneur van Alaska nog nauwelijks onder het vergrootglas gelegd. In de VS kies je met de president niet alleen een politiek leider, maar ook een staatshoofd. Als er iets met McCain gebeurt, wordt Sarah de nieuwe 'koningin' van Amerika. Veel kiezers zijn dan ook bovenmatig geïnteresseerd in de persoonlijke eigenschappen van een kandidaat.

Op het eerste gezicht zijn de nieuwe onthullingen van een tienerzwangerschap in de familie Palin wonderlijk genoeg gunstig voor McCain. Miljoenen conservatieve Amerikanen vinden het geweldig dat Sarahs 17-jarige dochter Bristol het kindje laat leven. Opeens ondersteunen zij de McCain-campagne van harte. Het gezin is de hoeksteen van de samenleving en daar moet de staat zich niet mee bemoeien.

Het is een traditie in Amerika elkaar van allerlei scandaleuze praktijken te beschuldigen. In een eerdere campagne zei het Bush-kamp dat McCain de vader is van een buitenechtelijk zwart kind terwijl hij in werkelijkheid een dochter in Bangladesh had geadopteerd. Ook Bill Clinton zou een zwart kind hebben, meldde de roddelpers ooit.

Intussen neemt presidentskandidaat McCain een groot risico. De huidige Palin-schandalen, als ze al zo mogen worden genoemd, kunnen gemakkelijk overwaaien. Maar de journalisten zoeken verder en ook de detectives van tegenstander Obama. Detectives? Dat gebeurt over en weer. Beide campagnes hebben ook een War Room om harde klappen uit te delen. Een presidentiële campagne in Amerika is welhaast een oorlog.

 


Terug

 

Obama is tweede Bill Clinton

 

Nederland is Obamaland. De 51ste staat van Amerika! In vrijwel iedere gemeente wordt iets georganiseerd over de Amerikaanse verkiezingen. En natuurlijk stemmen ook wij tijdens die vele bijeenkomsten. Gemiddelde uitslag: 95% Obama, 5% McCain. Nu de echte verkiezingsdag in zicht komt, zwelt het applaus nog verder aan. Wat zal in Nederland feest gevierd worden als ‘de Verlosser’ wint.

Niemand kan beter dan Obama uitleggen dat vrijwel ieder maatschappelijk probleem zoals armoede, het milieu, terrorisme en nucleaire proliferatie grensoverschrijdend is. Dat we in onze 'global village'  elkaar nodig hebben.

Hij spreekt mooie, zalvende campagne-taal. De retoriek van een nieuwe Kennedy. Maar ik voorspel u dat Obama absoluut niet een zweverige, linkse politicus is die de wereld zal veranderen. Zoveel macht heeft de Amerikaanse president ook niet.

Obama's Amerika zal geen lid worden van het Internationaal Strafhof en niet opeens deelnemen aan allerlei andere internationale verdragen. Eigen belang eerst!

Obama is geen progressieve ideoloog maar veeleer een voorzichtige pragmaticus met hier en daar zelfs rechtse trekken. Hij zal het militaire budget verhogen, ondanks de financiële krapte. Hij wil extra Amerikaanse troepen sturen naar Afghanistan en terroristen achtervolgen op het grondgebied van de soevereine staat Pakistan.

In eigen land zal Obama vooral via het onderwijs proberen de armoede te bestrijden. Hij is zeer onder de indruk van het ‘Harlem Children’s Zone’- project. In dit voormalige 'oorlogsgebied',  nog maar kort geleden geteisterd door drugs en criminaliteit, bloeit nu een echte prachtwijk. Bedrijfsleven en sociale partners als artsen, kerken en scholen werken daar eendrachtig samen. De centrale regie ligt bij de zogenaamde 'charter school': de ' Promise Academy' . Geen publieke school maar ook geen privé-school. De school wordt gefinancierd door de overheid en ...  het zakenleven. Obama wil die New Yorkse aanpak over heel Amerika kopiëren. Traditioneel linkse Democraten staan pal achter de publieke scholen maar Obama neemt dus een middenpositie in.

Van Obama kunnen we nog wat andere kleinere hervormingen verwachten zoals een verhoging van de ontwikkelingshulp aan Azië en Afrika. Hij zal constructief samenwerken met internationale tribunalen, zegt hij.

Dat is al heel wat. De afgelopen jaren is de rest van de wereld bepaald niet verwend door Washington. Onze Europese kinderhand is gauw gevuld.

Net als met Kennedy is het belangrijk dat Obama onze wereld goed begrijpt. Hij past bij de tijdgeest. Staat voor dynamiek en het samenbinden van mensen.

De meeste Democratische presidentskandidaten van de laatste decennia, zoals Walter Mondale, Michael Dukakis en John Kerry werden door de Republikeinen betrekkelijk eenvoudig in de linkse hoek geplaatst. Bij Clinton lukte dat niet omdat buigzame Bill bijvoorbeeld op het terrein van de bijstand doodleuk de Republikeinse agenda uitvoerde.

Obama spreekt vaak over zijn Democratische én Republikeinse presidentiële rolmodellen: de inspirerende Kennedy, de standvastige Reagan en de gematigde Bush de Eerste.

In werkelijkheid lijkt Obama vooral op de eveneens zo charismatische Bill Clinton, al kon Obama dat natuurlijk niet zelf toegeven tijdens de afgelopen verkiezingsstrijd tegen de Clintons. Ook Obama zal in het centrum van de politiek bivakkeren. Hij zal de wereld niet veranderen, zoals Clinton dat ook niet deed. Obama zal op de winkel passen. Dat is in deze financieel-economisch moeilijke tijden en in een steeds gevaarlijker wereld al moeilijk genoeg.

Het zou goed kunnen dat Obama niet zozeer ons steunt maar dat wij vooral hem moeten assisteren bij zijn rol als wereldleider in een ingewikkeld overgangstijdperk. In zijn toespraken heeft hij al uitdrukkelijk gevraagd om onze Europese steun in bijvoorbeeld Afghanistan. Hij zal als president dus geen nieuwe Messias zijn die wonderen verricht. President Obama? Voor veel Europeanen zal het een realiteitsschok zijn.  

 

Terug