2001-2002-2003

2008 2007200620052004

 

Kennedy als lichtend voorbeeld           22-11-2003
Sterren horen niet op `t pluche              14-10-2003
Bush lijkt steeds meer op Carter          06-09-2003
Amerika vreest macht van Europa         26-06-2003
Bush moet nu de vrede winnen           11-04-2003
Bush is stoer maar burgers zijn onzeker    19-03-2003
Bush moet nog maar even wachten     21-02-2003
Bush moet nog vragen beantwoorden     04-02-2003
Anti-Amerikanisme kán eigenlijk niet   18-12-2002
Bush steelt de show                            05-11-2002
Angst wakkert patriottisme aan 10-09-2002
Bush geen echte wereldleider 03-09-2002
Paranoia bedreigt Amerika                 27-08-2002
De povere discussie over 11 september 20-08-2002
Dijkstal valt nog te redden                  29-03-2002
Oorlog met Saddam komt eraan            28-02-2002
De president moet nog veel leren        21-04-2001
Clinton eerste 'zwarte' president van Amerika 13-01-2001

 

Kennedy als lichtend voorbeeld

Vandaag is het 40 jaar geleden dat de wereld even stil stond. De moord op John F. Kennedy sloeg in als een bom. Ook in Nederland nam de Kennedy-verering enorme proporties aan. Was die verering terecht?

Liesbeth List zei ooit treffend: ,,Ik was jong, alle mensen om mij heen waren jong. Kennedy was ook jong. Iedereen aanbad Kennedy, een knappe vent met een sympathiek hoofd, die een hoop goeie dingen deed en ook voor de underdog opkwam. Hij gaf ons hoop op een betere toekomst.'

Ook voor miljoenen Nederlanders was Kennedy hun president. Langzaam, veel te langzaam volgens progressieve jongeren, verlieten de oude veldheren de politiek. De oude leiders Drees en Romme hadden plaats moeten maken voor De Quay en Marijnen. Er was in Nederland voorlopig nog geen kans voor jonge, inspirerende politici.

Voor de Nederlandse jeugd fungeerde Kennedy welhaast als een Mozes, die zijn volk uit de woestijn leidde. De schotjesgeest was onder de jeugd aan het verdwijnen. Het was de Amerikaanse president die plotseling een stralend uitzicht bood over de wijde wereld, met vrede en welvaart.

Kennedy was de ideale bruggenbouwer tussen het oude en nieuwe Nederland. Bij de ouderen was hij geliefd vanwege zijn ferme buitenlandse politiek jegens het communisme. Hij bood uitzicht op vernieuwing, maar was ook verankerd in het oude. De katholieke president kwam openlijk voor zijn geloof uit, belangrijk voor een nog door en door christelijke natie.

Door zijn uiterlijk en uitstraling was hij de ideale schoonzoon. Met hun toestemming begon onder Kennedy de exodus van de jeugd naar een maatschappij, die verderop in de jaren 60 meer zou radicaliseren. De provo's en Parijs 1968 moesten nog plaats vinden. Voor veel jongeren was Che Guevarra toen nog te radicaal. De pragmaticus Kennedy stond precies op de breuklijn tussen twee werelden.

De moord op de president sloeg overal ter wereld in als een bom, maar juist in Nederland nam die schok grote vormen aan. Over ons land werd een rouwsluier getrokken. De Nieuwe Limburger schreef: ,,Een onthutste en ontroerende stilte sloop de huiskamers binnen.' VARA-commentator Meijer Sluyser sprak die avond een indrukwekende rede uit: ,,Zijn heengaan is voor de wereld erger dan een grote natuurramp.'

Zelfs de kleine kinderen moesten meerouwen. Op tal van plaatsen werd de intocht van Sinterklaas de volgende dag uitgesteld. In Scheveningen mochten kinderen niet juichen langs een route waar veel vlaggen halfstok hingen. ,,Wij mochten niet doen vergeten welke een gevolgen deze moord voor de wereld zou kunnen hebben.'

Natuurlijk is het beeld van die eeuwig jonge president geromantiseerd. De eerste televisiemoord wakkerde zelfs mythevorming aan. Die mythe is zo krachtig dat zelfs onthullingen over amoureuze escapades, zoals met Marilyn Monroe, dat wonderschone beeld niet hebben aangetast.

In Nederland maken we een scherpe scheiding tussen privéleven en politieke daden. Nederlanders zijn dol op charismatische presidenten, ook al leiden ze een losbandig leven. Bill Clinton, die niet toevallig in JFK zijn grote voorbeeld zag, is ook in Nederland reuze populair. Als het om charisma gaat, zijn wij in Nederland karig bedeeld. Amerikaanse presidenten als Kennedy en Clinton kunnen dit mooi compenseren.

Maar 40 jaar na de moord kunnen we concluderen dat Nederlanders zich niet collectief hebben laten verleiden door louter een charmeur met weinig inhoud, maar veeleer door een grote president met een bijzondere uitstraling.

Kennedy was een politicus met gezag. In de Cuba-crisis, zo weten we nu uit vrijgekomen documenten, trok hij zich niets aan van de hoge adviseurs die een wereldoorlog wilden ontketenen. Juist Kennedy behield de kalmte. Achter de schermen koos hij voor een diplomatieke oplossing.

Over Vietnam zei Kennedy tegenover tal van politici en journalisten dat de troepen na zijn herverkiezing zouden worden teruggetrokken, omdat Vietnam één grote chaos zou worden. De burgerrechtenwet die er onder Johnson kwam, was door Kennedy geschreven. De verwijten dat Kennedy hier wel heel lang mee had gewacht, zijn onterecht. Kennedy regeerde in een tijd dat met name in het voor zijn Democratische partij belangrijke Zuiden openlijk racisme werd bedreven. Met dominee Martin Luther King op de foto, kon al politiek schadelijk zijn.

Kennedy was een voorzichtige president, maar zijn koers ging richting een betere maatschappij. King zei ooit: ,,Kennedy is de eerste president in de moderne geschiedenis die ons begreep, die voor ons op kwam.'

Kennedy verbond zijn daden aan een betoverend charisma en heeft laten zien hoe je jongeren over de hele wereld kunt inspireren. In zijn Vredeskorps gingen jeugdige academici als vrijwilligers naar de uithoeken van Afrika en Azië.

De verandering zat in de lucht. Het was nog een tijd dat burgers politici vertrouwden. Het is geen toeval dat na de moord op Kennedy het cynisme ten aanzien van de politiek in de westerse wereld sterk is toegenomen.

Illustratief is wat de `New Yorker' schreef: ,,Als we aan hem denken, zien we hem voor ons, blootshoofds, staande in weer en wind. Hij hield niet van overjassen en hoeden. Hij droeg ze liever niet. Hij was jong en taai genoeg om de kou en de stormen van deze tijd te trotseren...

Men kan van hem zeggen wat maar van weinig mensen kan worden opgemerkt: hij schrok niet terug voor slecht weer en hij streek de zeilen niet. In plaats daarvan trotseerde hij de storm; hij trachtte hem te beïnvloeden, opdat er een zachtere en meer vriendelijke wind over de wereld en de mensheid zou waaien.'

Terug

 

Sterren horen niet op `t pluche

Geen Amerikaanse toestanden in de Nederlandse politiek

Minister de Graaf wil vanaf 2006 burgemeesters- verkiezingen invoeren. Er gaan zelfs stemmen op om ook de Commissaris van de Koningin te kiezen. Wat in Californië is gebeurd bij de verkiezing van een nieuwe gouverneur is voor Nederland geen lichtend voorbeeld.

De wereldberoemde Arnold Schwarzenegger is nu ook een `local hero'. De laatste dagen van zijn campagne reisde `Arnold' met een grote blauwe vip-bus dwars door Californië. Als een wervelwind trok hij door de 'Golden State'. In zijn gevolg reden de bussen `Terminator 1, 2 en 3' volgestouwd met persmensen. Miljoenen Californiërs konden via een constant boven de bus hangende televisiehelikopter zien hoe Arnold steeds dichter bij de hoofdstad Sacramento kwam.

Beeldvorming, daar gaat het om. De ideale kandidaat moet dynamiek uitstralen. Waar Arnold kwam, wilden de mensen hem aanraken. Zijn toespraken waren vooral krachtdadig. Schwarzenegger hield steevast een bezem de lucht in om de grote schoonmaak binnen het Californische bureaucratische apparaat alvast aan te kondigen. En als krachtpatser Schwarzenegger een bezem in z'n hand houdt, nou dan weet je het wel. Arme ambtenaren!

Over de echte politiek werd nauwelijks gepraat. We weten van Arnold dat hij voor een vrije abortus-keuze is en tegen de verkoop van sommige automatische wapens. Met mooie, soms zelfs in filmtaal verpakte `one-liners' positioneerde hij zich in het centrum van het politieke spectrum en kon zo het cynische electoraat gemakkelijk inpalmen.

In de laatste dagen voor de verkiezingsdag vielen er opeens lijken uit de kast. De ene na de andere vrouw meende door hem onzedelijk te zijn betast. Ernstiger leken antisemitische beschuldigingen. Maar niets raakte de ster, omdat voor `helden op het witte doek' nu eenmaal andere maatstaven gelden dan voor een doorsnee politicus. De meest duidelijke voorbeelden van de verloedering van de politiek waren teksten op affiches op de laatste dag van de campagne met teksten als `Sieg Heil' en (vertaald) `Rand me aan Arnold, rand me aan.'

Een ander bezwaar tegen sterren in de politiek is dat je niet krijgt wie je kiest. Schwarzenegger heeft als bestuurder geen ervaring in het aansturen van een groot ambtelijk apparaat. Hij zal dus leunen op zijn plaatsvervangend gouverneur en externe deskundigen. Zo creëer je als vanzelf een schaduwmacht.

Dezelfde ontwikkeling zie je op landelijk en op lokaal niveau in de Verenigde Staten. President Bush wordt achter de schermen geregisseerd door vicepresident Dick Cheney en een leger aan privé-adviseurs en spin-doctors die de politieke boodschap zo goed mogelijk mogelijk voor het voetlicht moeten brengen.

In de steden zien we dat de gekozen burgemeesters vaak lokale beroemdheden zijn die flink in de slappe was zitten. Het echte professione bestuurswerk wordt overgelaten aan de `city manager' die een topsalaris verdient. In feite is dus sprake van een schijndemocratie.

Ook in Nederland kunnen we het nog meemaken dat André van Duin burgemeester van Rotterdam wordt en André Hazes Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland. Want ook in ons land geldt dat de studiodeuren voor sterren wagenwijd openstaan. Ook Nederland is een echte televisiedemocratie geworden. Het lijkt wel heel lang geleden dat we alleen nog Nederland 1 en 2 een paar uurtjes op onze beeldbuis hadden.

Sterren beschikken over grote sommen geld. Schwarzenegger besteedde miljoenen dollars van zijn privé-kapitaal aan de campagne. Ten aanzien van campagne-financiering is er in Nederland zelfs minder regelgeving dan in de Verenigde Staten en daarmee lijkt het ideale klimaat geschapen voor `Amerikaanse toestanden in de Nederlandse politiek'.

In de VS zien we dat er met een behoorlijke regelmaat schandalen zijn rond burgemeesters. Op dit moment liggen de burgervaders van San Francisco en Philadelphia onder vuur. Dat krijg je als vanzelf wanneer de persoon van een politicus zo belangrijk wordt.

Met deze wetenschap begrijp ik absoluut niets van de grote haast waarmee wij in Nederland op verkiezingstoer moeten. De gekozen gemeenteraad is het hart van de lokale democratie. Bij meerdere lokale verkiezingen krijg je dubbele mandaten. Er ontstaat een ingebakken conflict tussen de gemeenteraad en de nieuwe `sterke burgemeester'.

Gelukkig hebben wij nog `swiebertjesburgemeesters': de vaderlijke types die politiek niet zo geprofileerd zijn en vooral samenbindend werken. Onze burgemeesters zijn veelal ervaren deskundigen op het gebied van openbaar bestuur. Ze worden benoemd door de minister van Binnenlandse Zaken die op zijn beurt weer verantwoording schuldig is aan het parlement.

Het element van achterkamertjespolitiek is al lang niet meer zo sterk aanwezig want in onze mediamaatschappij is feitelijk steeds meer sprake van een open sollicitatie. Geen minister van Binnenlandse Zaken zal een burgemeestersbenoeming durven door te drukken als er grote lokale weerstand tegen de beoogde kandidaat is.

Ik heb sterk de indruk dat de meeste burgers hier tevreden zijn over hun huidige burgemeester. We moeten ons niet het hoofd op hol laten jagen door dwaze nieuwigheden die alleen maar meer populisme (en geldverspilling) in de hand werken.

Terug

 

Bush lijkt steeds meer op Carter

De kosten van de oorlog tegen en de wederopbouw van Irak zijn zwaar onderschat

Volgens een enquête van Netwerk is maar liefst 75% van de Nederlanders anti-Bush. Maar ook in eigen land daalt z'n populariteit.

Willem Post wordt steeds pessimistischer over de kansen van Bush op een tweede ambtstermijn.

'It's the economy stupid' las ik in 1992 in het campagnehoofdkantoor van Bill Clinton.

'Dat was in vredestijd. In oorlogstijd gelden andere maatstaven voor een succesvolle verkiezingscampagne. Zo 'sneuvelde' de aanvankelijk populaire president Johnson in de Vietnamoorlog. Uiteindelijk stelde hij zich niet eens meer verkiesbaar. George Bush doet dat wel, maar ook de huidige president wordt steeds meer een oorlogspresident. Op 1 mei verklaarde Bush de Irakoorlog officieel ten einde. Maar ook hij geeft toe dat de Verenigde Staten feitelijk in een guerillaoorlog verwikkeld zijn. Voor veel Amerikanen doemt dan als vanzelf het Vietnamdrama op.

De natie lijkt langzaam in een moeras weg te zakken. Relatief gezien zijn er vergeleken met de Vietnamoorlog, waarin zo'n 50.000 doden vielen, nu maar weinig slachtoffers te betreuren. De bereidheid te sterven voor het vaderland is tegenwoordig vanwege de strijd tegen het terroristische gevaar groter dan in de jaren 90. Toen vertrokken de Amerikanen uit Somalië omdat er 20 doden vielen. Maar de hogere 'sneuvelbereidsfactor' ligt twee jaar na 11 september zeker niet extreem hoog. Nu al, bij een paar honderd doden, zakt Bush in de opiniepeilingen.

Bush heeft zijn buitenlandse politiek vanaf 11 september hoogstpersoonlijk vastgelegd in een doctrine op basis waarvan een totale oorlog wordt gevoerd tegen het terrorisme, in principe overal op aarde. Washington bepaalt de strategie, de inzet van de militaire middelen en de exit-strategie oftewel hoe de oorlog eindigt.

Op al deze punten wordt president Bush terecht bekritiseerd. De legitimatie van de oorlog is tot op dit moment volstrekt onvoldoende. Niemand weet waar de vernietigingswapens zijn. Veelzeggend is dat de man die zo hartstochtelijk geloofde in 'de glorie van de Amerikaanse bombardementen', minister van defensie Donald Rumsfeld, de laatste weken op de achtergrond blijft.

Presidentskandidaat Bush zit dus in grote politieke problemen, die steeds meer hun weerslag hebben op de Amerikaanse economie. Allerlei indicatoren geven aan dat er weliswaar sprake is van een voorzichtig economisch herstel, maar juist in een verkiezingscampagne kijken de kiezers vooral naar de hoge werkloosheidscijfers. In de Bush-jaren zijn 9 miljoen banen verdwenen en 45 miljoen Amerikanen leven inmiddels onder de armoedegrens. De onderschatting van de kosten voor de oorlog en de wederopbouw heeft toekomstige generaties opgezadeld met een enorm begrotingstekort. Een pijnlijk verhaal om uit te leggen in verkiezingstijd.

Bush heeft weinig speelruimte om deze opeenstapeling van problemen aan te pakken. Een echt grotere rol van de Verenigde Naties in Irak zal onder zijn conservatieve achterban op veel weerstand stuiten. In die kringen wordt de 'wereldregering' met z'n grote bureaucratische apparaat geminacht. Zo'n nieuwe buitenlandkoers zal als vanzelf de met zoveel zelfvertrouwen ingezette Bush-doctrine ondermijnen.

Ook de middelen om de economie verder te stimuleren zijn er nauwelijks. De rente staat reeds op een historisch dieptepunt. Gezien het begrotingstekort kan Bush de belastingen niet nog verder verlagen. De drie recente belastingverlagingen van Bush leverden miljonairs zo'n 10.000 dollar netto per jaar op, maar de electoraal zo belangrijke lagere middenklassers slechts 100 dollar.

Bush lijkt zo langzamerhand steeds meer op Jimmy Carter, die in 1980 niet werd herkozen omdat hij steeds verder wegzakte in politiek en economisch drijfzand. Zijn uitdager was een in de landelijke politiek onervaren gouverneur uit Californië: Ronald Reagan.

De uitdager van Bush lijkt ook steeds meer een gouverneur te worden: Howard Dean uit de staat Vermont. Anders dan andere Democratische kandidaten is Dean overal tegen waar Bush voor is. Dean karakteriseert die partijgenoten als 'Bush light'. De internist zegt hét alternatief voor Bush te zijn. Hij is tegen de Irak-oorlog, tegen de belastingverlagingen en voorstander van een gezondheidsverzekering voor alle Amerikanen. Dean kan door de Republikeinen niet worden uitgemaakt voor een linkse 'big spender', want hij presenteerde in zijn thuisstaat een sluitende begroting.

Toegegeven, Bush is de kandidaat van naam en van het grote geld. Onlangs verzamelde hij tijdens een fondsenwerving het recordbedrag van bijna 30 miljoen dollar.

Maar de man uit Vermont is beslist de man van het nieuwe geluid. In Amerika kunnen 'sterren', ook in de politiek, plotseling opduiken. Denk aan relatief onbekenden als John Kennedy, Jimmy Carter en Bill Clinton. De weg naar het Witte Huis is natuurlijk nog lang en vol (val) kuilen, maar nu de problemen voor Bush zich opstapelen, zal het Amerikaanse electoraat steeds meer openstaan voor een verfrissende kandidaat met populistische trekjes, die een jaar geleden al van de daken riep een echt andere koers te willen inslaan.

Terug

 

Amerika vreest macht van Europa

Washington kan oud en nieuw Europa nu nog uit elkaar spelen

Europa werkt met zijn blauwdruk voor een nieuwe grondwet hard aan een beter bestuur van de Unie. In Amerika wordt dit proces met argusogen bekeken. Krijgt de supermacht concurrentie?

Henry Kissinger, Amerika's ex-minister van Buitenlandse Zaken, riep ooit gekscherend dat hij zo graag eens het telefoonnummer zou willen hebben van die ene politicus die de Europese buitenlandse politiek vertegenwoordigt. Welnu, die Europese minister van Buitenlandse Zaken komt er. Daarnaast komt er ook nog eens een president van de Verenigde Staten van Europa die weliswaar nog geen grote bevoegdheden heeft, maar Amerikanen herinneren zich maar al te goed dat in hun `heilige' grondwet van 1787 ook allerlei `checks and balances' waren ingebouwd om de macht van de Amerikaanse president flink in te perken.

Toen de Amerikaanse federale republiek in de 18e eeuw werd gecreëerd was het niet meer dan een boerenstaat met een legertje van een paar duizend soldaten. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken had maar een handjevol ambtenaren.

In honderd jaar tijd groeiden de Verenigde Staten van Amerika uit tot een grootmacht en het duurde nog eens een halve eeuw voordat de supermachtstatus werd bereikt. De macht van de Amerikaanse president groeide evenredig mee en nu is George W. Bush de machtigste man op aarde.

Het nieuwe Europa heeft als potentiële supermacht een veel gunstiger uitgangspositie. Het totale bruto nationaal produkt evenaart dat van de Verenigde Staten. En Europa heeft meer en beter opgeleide inwoners.

De economische integratie heeft met de euro razendsnel plaats gevonden. Zelfs de voorheen zo nationalistische Duitsers en Fransen hebben hun geliefde munten opgeofferd voor de droom van de Europese eenheid waar juist zij van zullen profiteren. En daar zit nu juist het angstscenario voor de Amerikanen. In de Koude Oorlog steunde Washington het Europese integratieproces omdat het een stabiel en welvarend Europa opleverde dat als dam kon fungeren tegen het oprukkende communisme. Maar juist grote continentale landen als Frankrijk en Duitsland kunnen misbruik maken van het eenheidsproces. Frankrijk is een land dat in de moderne geschiedenis de ene na de andere vernederende militaire en vaak ook politieke nederlaag heeft moeten slikken. Van het oude napoleontische en latere koloniale rijk is vrijwel niets meer over.

Het Amerikaanse intellectuele weekblad `The New Republic' schreef onlangs dat de Europese eenwording `een geïnstitutionaliseerd anti-Amerikanisme' is waarvan vooral de op eerherstel beluste Fransen de motor zijn.

Amerikanen zijn bang voor een ontwikkeling waarbij de Europese macht steeds meer centraliseert en vooral bij de grote landen komt te liggen. Een Europese president en een Europese minister van Buitenlandse Zaken zullen een eigen dynamiek ontwikkelen en een eigen bureaucratisch apparaat.

Kijk eens wat er ondanks het politieke gekissebis reeds is bereikt. Nu al komt de meeste wetgeving uit Brussel. De as Parijs-Berlijn zal steeds meer macht naar zich toetrekken.

De Fransen en Duitsers gedragen zich er naar. Door hun oppositie werd de hypermacht Amerika toch maar even gedwarsboomd in de Verenigde Naties in zijn streven naar een nieuwe resolutie voor de Irak-oorlog hetgeen groot gezichtsverlies voor Washington opleverde. Nog kan Washington oud en nieuw Europa uit elkaar spelen en bijvoorbeeld bilaterale onderhandelingen met Polen aanknopen. Maar de Fransen hebben Warschau al vermanend toegesproken dat dergelijk gedrag binnenkort binnen de Unie niet meer kan worden getolereerd. Parijs blijft zich weinig van Washington aantrekken. De Franse minister van Buitenlandse Zaken bezoekt gewoon de Palestijnse leider Arafat die door Washington als een paria wordt geïsoleerd.

Washington vreest dat het moment steeds dichterbij komt dat uitsluitend met de EU-minister van Buitenlandse Zaken in Brussel moet worden overlegd die aan de leiband van de grote landen loopt.

De regering-Bush probeert het tij nog te keren. Naast trouwe bondgenoot Groot-Brittannië is de hoop daarbij gevestigd op Nederland dat als aanvoerder van de kleinere Europese landen actief oppositie moet voeren tegen die centrale machtsopeenhoping. Washington hoopt dat premier Balkenende als een Amerikaanse Thomas Jefferson opkomt voor de rechten van de staten. In de afgelopen maanden heeft Den Haag dat ook geprobeerd. Nederland wil op tal van belangrijke terreinen het vetorecht behouden. Bovendien koestert ons land de trans-Atlantische veiligheidsband met de Verenigde Staten.

Ik vrees alleen dat Nederland onder druk van de groten zal bezwijken. Een eenwordingsproces rond `nationale' symbolen als de Europese vlag, de Europese munt en de populaire Championsleague zal steeds meer een Europees gevoel in de burgers nestelen. Amerikanen spreken al wat langer van `Fort Europa', een concurrerende politieke en uiteindelijk ook militaire grootmacht in wording want economische macht vertaalt zich altijd in militaire macht.

Voor ons nog zo verdeelde Europeanen klinken dat soort mythische beelden overdreven. Voor Amerikanen klinkt het een stuk realistischer. Hun geschiedenis is er immers het bewijs van dat het kan. In dat opzicht zouden hun 13 autonome staten van weleer weleens het spiegelbeeld kunnen zijn van de 15 Europese staten van nu die wel verschillend zijn maar die alleen al dankzij moderne communicatie- en transportmiddelen sterk met elkaar verbonden zijn.

Terug

 

Bush moet nu de vrede winnen

Marshallplan voor het Midden-Oosten is broodnodig

De populariteit van president Bush is de afgelopen dagen in de VS en zeker ook daarbuiten, sterk toegenomen. De oorlog heeft hij gewonnen; de vrede is een ander verhaal.

Triomfantelijk sprak minister van Defensie, Donald Rumsfeld, sprak onlangs nog over de glorie van de Amerikaanse bombardementen in Afghanistan. Nu kan hij alweer vol trots spreken over de `vallende beelden van Bagdad' na de snelste woestijn-veldtocht uit de wereldgeschiedenis.

De slag om Bagdad is in militair-tactisch opzicht niet te vergelijken met de slag om Stalingrad, want er waren niet echt intensieve straatgevechten. Maar militair-strategisch wel, want ook Bagdad kan een keerpunt zijn in een wereldoorlog die door een grote internationale coalitie kan worden gewonnen.

`11 september' was een aanleiding voor een wereldoorlog zoals Pearl Harbour dat eerder was voor een andere. De oorlog in Afghanistan moet worden gezien als een eerste veldslag in een reeks. De Bush-doctrine verkondigt eigenlijk een totale wereldoorlog tegen het terrorisme die met alle mogelijke middelen wordt gevoerd.

Militair lijkt het Irak van Saddam nu verslagen te zijn, maar in plaats van meteen weer door te trekken naar een volgend slagveld (Syrië of Iran) doen de Amerikanen er verstandig aan allereerst het verstand en het hart van de mensen te veroveren. Dan kan Irak daadwerkelijk als een democratische modelstaat fungeren voor de rest van het Midden-Oosten. Het Amerikaanse overgangsbestuur moet onder leiding komen te staan van een Amerikaans politicus van onbesproken gedrag. Ik zou denken aan Nobelprijswinnaar Jimmy Carter die in de hele wereld gezag heeft, en vooral ook in crisisgebieden.

In deze korte Amerikaanse fase moet vanaf dag één worden gestreefd naar een zo breed mogelijk internationaal draagvlak. Op de kortst mogelijke termijn moeten internationale hulporganisaties als het Rode Kruis en de Verenigde Naties worden betrokken bij de humanitaire hulpverlening in Irak.

Van een militaire overwinning gaat een grote symboliek uit. Nooit zullen we meer het beeld vergeten van de Amerikaanse vlag die over de kop van het tuimelende beeld van Saddam Hussein werd getrokken.

Maar juist de machtigste militaire natie aller tijden moet beseffen dat een `overexposure' daarvan bij de onmachtigen tot allerlei negatieve (terroristische) tegenreacties kan leiden.

Het door de Amerikanen aan te wijzen nieuwe Iraakse bewind moet voor een groot gedeelte bestaan uit Irakezen en veel minder uit in Amerika en Engeland wonende Irakezen. Een Amerikaanse marionettenregering zal nooit geaccepteerd worden door de bevolking(en) in het Midden Oosten.

De grote opdracht voor Bush, die tot nu toe vooral een vredespresident is gebleken, is om de nieuwe Iraakse regering van een echte internationale ondersteuning te voorzien.

Bush kan het de laatste tijd zo toegenomen anti-Amerikaanse sentiment in één klap wegnemen door Veiligheidsraadsleden zoals Frankrijk publiekelijk te `vergeven' en ze vervolgens meteen uit te nodigen deel te nemen aan een internationale politiemacht in Irak en financieel bij te dragen aan een groots opgezet Marshallplan voor de hele regio.

Ook Amerikanen hebben belang bij een stabiel, dus verenigd Europa. Europa is ook een economische supermacht waar de Amerikanen bij de werkelijke, dus kostbare opbouw van oorlogsgebieden niet buiten kunnen. Denk maar aan het na-oorlogse Kosovo en Afghanistan. Misschien moet Bush zelfs de stap maar nemen om de Duitse kanselier Schröder na maanden (!) op te bellen teneinde hem uit zijn isolement te halen.

Anders kan op de langere termijn wel eens een nieuw, verdeeld Europa ontstaan waarin slechts Zuid-Europese landen als Italië, Spanje en Portugal én de nog weinig stabiele `nieuwe' Oost-Europese landen samenwerken. Dit nieuwe pro-Amerikaanse Europa zal militair door Groot-Brittannië geleid worden. Het schrikbeeld doemt dan op van een ander Europa langs de scheidslijn Parijs-Berlijn-Moskou dat zich steeds onafhankelijker zal opstellen ten opzichte van de oude bondgenoten.

Bush zou ook bereid moeten zijn de Israëlische minister-president Ariel Sharon onder druk te zetten om een meer gematigder politiek te voeren.

De grote vraag op dit moment is of president Bush de gevangene van de neo-conservatieven blijft of boven zijn ambt uitstijgt en een werkelijke wereldleider wordt. De eerste voortekenen wijzen daar nog niet op.

De nieuwe Amerikaanse `onderkoning' van Irak, Jay Garner, is een boezemvriend van havik Rumsfeld. Hij is niet een doorgewinterd politicus maar slechts een ex-militair en wapenhandelaar. De veramerikaniseerde Irakees, Ahmat Chalabi, die de afgelopen dagen reeds door de Amerikanen naar voren is geschoven, is sinds 1968 niet in Irak geweest en heeft allerlei financiële schandalen op z'n naam staan. En de Verenigde Naties worden vooralsnog op het strafbankje geplaatst. Bush spreekt over een vitale rol maar politiek gezien wordt slechts gedacht aan een adviesfunctie voor de VN. Meer zit er niet in.

De euforie in het Witte Huis is op dit moment ongetwijfeld groot. Een oorlog kun je winnen met bommen en granaten. De vrede winnen is een veel moeilijker opgave.

Terug

 

Bush is stoer maar burgers zijn onzeker 

Waarom toch die grote haast om oorlog te voeren tegen Saddam?

In Washington demonstreren zowel fervente Bush-aanhangers als opvallend veel demonstranten die juist faliekant tegen diens oorlogsplannen zijn. Zolang er geen echte bewijzen zijn tegen Saddam, is oorlog niet aanvaardbaar.

Bij het Witte Huis verzamelde zich zaterdagmiddag een groepje pro-Bush-demonstranten. Ze droegen borden bij zich als Support our Troops en Bomb the French. Vooral het sterke anti-Franse sentiment viel me op in dat 'laatste weekend in vredestijd'. Een Congreslid sprak over de Amerikaanse helden uit de Tweede Wereldoorlog op de Franse en Belgische oorlogskerkhoven, die nu maar beter kunnen worden herbegraven in de niet-vijandige Amerikaanse bodem. Zij verklaarde daartoe een wetsvoorstel in te dienen, waarna gejuich losbarstte.

Ik dacht even aan de beelden die ik eerder op de Amerikaanse televisie had gezien. In het restaurant van het Congres worden geen `franse frietjes' meer verkocht maar 'freedom fries', op doosjes Franse yoghurt is `franse' afgeplakt en de hotelketen Sofitel heeft in de grote Amerikaanse steden uit voorzorg de Franse vlag boven de ingang weggehaald.

In gedachten verzonken schrok ik op toen ik als in een fata morgana in de verte opeens een bonte stoet onder luid ritmisch tromgeroffel zag aanmarcheren. Dat waren de 50.000 anti-oorlogsdemonstranten. Zij droegen borden bij zich als Peace is Patriottic en We love French Fries. Toen ze 'mijn' groepje ontwaarden, ontstond op zeer korte afstand een luidruchtig heen en weer geschreeuw. Dit was democratie op de vierkante millimeter. En daar ligt toch de echte kracht van Amerika. Er was geen enkel handgemeen. De stoet trok verder. Ze riepen ook Vive la France en Vive la République.

Die 50.000 is een enorm aantal en duidt op een groeiend verzet tegen de naderende oorlog. In de Verenigde Staten is het leger (`onze jongens en meisjes') een zeer gerespecteerd instituut. De drempel om te demonstreren is dus hoog. 50.000 staat gelijk aan één miljoen mensen in de straten van Parijs of Londen.

In de opiniepeilingen is een krappe meerderheid van de bevolking nu voor een oorlog. Maar dat komt ook door de grote angst voor aanslagen, die doet verlangen naar een krachtig antwoord. In Washington zag ik bewakingshelikopters voortdurend boven het Witte Huis hangen. In alle metrostations worden chemische sensors geplaatst. Veel mensen slaan extra voedsel en water in voor het geval een grote terroristische aanslag de stad lam legt.

Dit zijn niet meer de Amerikanen zoals ik ze altijd gekend heb: dapper, een beetje stoer en altijd optimistisch. Ze zeggen mij dat ze niet bang zijn, maar ze zijn wel heel erg bezorgd. Er is veel onzekerheid.

Met vrienden keek ik naar tv-beelden van de top op de Azoren. Ze vonden het unaniem een aanfluiting. Het machtigste land uit de wereldgeschiedenis, althans militair gezien, krijgt het niet eens voor elkaar om veel bondgenoten te overtuigen en moet het op `de top van de armoe' hebben van landen als Groot-Brittannië, Spanje en Portugal. Meer niet. In tegenstelling tot Bush sr. ten tijde van de eerste Golfoorlog stuurde deze Bush zijn minister van Buitenlandse Zaken niet over de aardbol om te overleggen.

Is het de arrogantie van de macht dat de Amerikaanse regering de nieuwe veiligheidsstrategie niet wil toelichten? Neo-conservatieven als minister van Defensie Donald Rumsfeld en zijn rabiate onderminister Paul Wolfowitz hebben nu definitief de interne factiestrijd gewonnen: na de koude oorlog is er maar één supermacht en die zal met preventieve oorlogen de ene na de andere terroristenstaat opruimen. Na Irak volgen Iran, Noord-Korea en wellicht ook Syrië en Libië wanneer zich in die laatste landen nog niet een te verwachten `democratisch domino-effect' heeft voorgedaan. De Amerikaanse bevolking is momenteel in de houdgreep van een klein groepje zeer bevlogen fanatici, dat geen grenzen ziet aan de Amerikaanse macht.

Maar de les van 11 september was toch dat met huis-, tuin- en keukenmiddeltjes eenvoudig een gat in het Amerikaanse pantser geslagen kon worden. Die nieuwe veiligheidsstrategie zal destabiliserend werken in een gebied waar zoveel haat tegen het Westen is. De opbouw van een echte democratie is een proces van tientallen, zo niet honderden jaren. In veel landen worden mensenrechten geschonden en is grote armoe. Met een regen aan bommen democratie invoeren is nogal paradoxaal. Zeker als je daarna nog lange tijd in de regio moet steunen op autoritaire regimes in Egypte, Jordanië en Saoedi-Arabië.

Het was beter geweest als een meer internationale troepenmacht onder de vlag van de Verenigde Naties Irak tot nog meer concessies had gedwongen. Vroeg of wat later was dan het moment gekomen, dat de machtsbasis onder het bewind van Saddam Hussein was weggeslagen.

De demonstranten tegen Bush die ik zaterdag sprak, noemden zich opvallend vaak uitgesproken patriotten. Ze houden van hun land. De meest gestelde vraag was: Welk recht hebben wij om buiten de internationale VN-gemeenschap om, met een oorlog in te grijpen in andere landen.

Mijn antwoord: oorlog is een allerlaatste redmiddel als daadwerkelijk de veiligheid van de VS (en de wereld) op het spel staat. Tot op de dag van vandaag hebben de Amerikaanse regering en haar inlichtingendiensten niet echt aangetoond dat Saddam over nucleaire en andere massavernietigingswapens beschikt. Voordat ik een oorlog, die ook nog het begin van een lange reeks is, persoonlijk ondersteun wil ik de echte bewijzen zien waar Bush steeds over praat. Waarom toch die grote haast? Dit is de tweede oorlog na 11 september.

Uiteindelijk ben ik een stukje meegelopen met de demonstranten. Waar blijft het grote Marshall-plan tegen de armoede waar andere rijke landen aan mee betalen? Dat creëert een echte voedingsbodem voor democratie. Dat is na de Tweede Wereldoorlog in het verpauperde Europa keihard aangetoond.

Terug

 

Bush moet nog maar even wachten

De Amerikanen moeten geduld opbrengen voordat ze ten strijde trekken tegen Saddam. Bush kan beter investeren in een internationale coalitie tegen het terrorisme.

Nee, ik was niet in Amsterdam afgelopen zaterdag. Ik wil ook de Irakese vluchtelingen in mijn land, die vaak met eigen ledematen gevoeld hebben hoe het er aan toe ging in Saddams martelkamers, recht in de ogen kunnen blijven kijken. Ik ben van huis uit geen pacifist. Nog altijd ben ik dankbaar dat het ook Amerikanen waren die `ons' in 1945 hebben bevrijd.

Voor een snelle oorlog tegen Irak valt formeel veel te zeggen. De diplomatieke taal van de in november unaniem door de Veiligheidsraad aangenomen resolutie 1441 is naar de letter beschouwd niet voor ruime interpretatie vatbaar. Ook volgens VN-rapporteur Hans Blix zijn nog steeds duizenden liters antrax en ander massavernietigingsspul zoek en is het aan Irak om hier opheldering over te geven. Dat is tot op de dag van vandaag onvoldoende gebeurd. Ook beschikt Irak aantoonbaar over verboden raketten. Strikt genomen had Washington vorige week al mogen aanvallen.

Toch heb ik nog mijn twijfels over een oorlog op de kortst mogelijke termijn waar Washington maar zo op aan blijft dringen. VN-resoluties moeten bijdragen aan de vrede en veiligheid in de wereld. Resoluties zijn geen doel maar middel! Nogmaals, op basis van Iraakse overtredingen van resolutie 1441, mag de Verenigde Staten aanvallen, maar het is geen dwingende noodzaak. Het besluit tot oorlog voeren is uiteindelijk een politieke afweging, waarin voor- en nadelen tegen elkaar worden afgewogen.

Op dit moment vind ik de 'casus belli' nog niet sterk genoeg. President Bush en de zijnen spreken voortdurend over het gevaar van Saddam Hussein dat met de dag groter wordt. Maar als er een werkelijk versterkt inspectieregime komt, wordt de dreiging juist minder. Omringd door 200.000 soldaten en in een situatie waarin het Iraakse grondgebied onder een vergrootglas wordt gelegd, is de dictator van Bagdad feitelijk gekortwiekt. Blix geeft nota bene aan dat hij vooruitgang boekt. Nog niet genoeg, maar toch. Uiteindelijk heeft de Amerikaanse regering zelf om wapeninspecties gevraagd.

Ik ben voorstander van een beperkte tijdslimiet die Saddam moet worden opgelegd. Dan gaat de klok werkelijk tikken voor het bewind in Bagdad en wordt de druk van de Verenigde Naties maximaal gemaakt.

Oorlog is een uiterst middel en alle diplomatieke mogelijheden moeten worden benut. Een vooral Amerikaanse oorlog buiten de Verenigde Naties om brengt te veel risico's met zich mee. Ik vrees dat het een stuk gemakkelijker is om de oorlog te winnen dan de vrede.

Amerikanen onderschatten de maakbaarheid van de nieuwe Iraakse samenleving. Juist conservatieve Republikeinen hebben in het verleden bij veel crises, bijvoorbeeld op de Balkan, kritiek gehad op `nation building'. Na `11 september' ontstond het beeld van de machtige Amerikaanse oorlogsmachine die van brandhaard naar brandhaard zou trekken. `Er in en er uit'. Minister van defensie Donald Rumsfeld sprak van `de glorie van de Amerikaanse bombardementen.' De sociale opbouw van een samenleving kon maar beter grotendeels worden overgelaten aan de `softe' Europese bondgenoten.

De recentelijk ontvouwde, nieuwe National Security Strategy van de Amerikaanse regering laat een aangepast veiligheidsplan zien. Opvallend is opeens het optimisme dat uit het document en aanverwante stukken spreekt. Bush wordt gepresenteerd als een vooruitstrevende Wilsoniaanse politicus die de democratie in Irak, in het Midden-Oosten, zal brengen. Hierbij moet niet zozeer worden gedacht aan vrije verkiezingen, maar meer aan nieuwe grondwettelijke rechten als vrijheid van meningsuiting, een meerpartijenstelsel en een onafhankelijke rechtspraak. Die houding appelleert aan het aloude, typisch Amerikaanse vooruitgangsoptimisme.

Als Europeaan ben ik een stuk pessimistischer. Nu al is duidelijk dat de macht voor één, twee jaren in handen moet komen van een Amerikaanse generaal. Bovendien hebben tal van regeringsofficials in Washington al toegegeven dat de machtskaders onder Saddam Hussein niet zullen worden aangetast.

Ik geloof stellig dat de Amerikanen met een dergelijk scenario een heel groot risico nemen. Zoveel Amerikaanse betrokkenheid in een hoe dan ook door oorlog ontwrichte samenleving zal het geradicaliseerde Midden-Oosten nog verder destabiliseren. Een nieuwe eindeloze golf van terroristische aanslagen kan gemakkelijk het gevolg daarvan zijn.

De Grand Strategy die Bush voor ogen heeft en waarvan de oorlog tegen Irak nog maar een begin is, lijkt me een typisch voorbeeld van `een brug te ver'. Ook het militair machtigste land uit de wereldgeschiedenis zal tegen z'n eigen grenzen oplopen. Alleen een oorlog tegen Irak zal met het astronomische bedrag van zo'n 200 miljard dollar al zwaar op de Amerikaanse begroting drukken.

Het is in het belang van de Verenigde Staten zelf om de komende dagen nog een uiterste poging te doen om naar consensus te streven binnen de Veiligheidsraad. De oorlog tegen het internationaal terrorisme zou wel eens langer kunnen duren dan de Koude Oorlog en alleen geloofwaardig worden gevoerd als zoveel mogelijk landen verspreid over de hele wereld die ondersteunen. De les van `11 september' is wat mij betreft dat het machtigste land ter wereld ook kwetsbaar is en dat de wereld definitief een global village is geworden. Alleen een echte internationale coalitie kan het door diverse staten gesponsorde terrorisme overwinnen.

Terug

 

Bush moet nog vragen beantwoorden  

Tot nu toe hield de Amerikaanse president Bush op cruciale momenten vast aan een gematigde koers. In de kwestie Afghanistan koos hij voor de verstandige politiek van minister Powell (Buitenlandse Zaken) op basis van een brede internationale consensus.

Ook in de kwestie Irak heeft Bush enkele maanden geleden uiteindelijk weer gekozen voor Powell, door in te stemmen met de VN-inspectieresolutie 1441 die unaniem werd gesteund door de Veiligheidsraad.

`Duiven' als Powell willen uitgebreide inspecties en diverse rapportages en pas als het niet anders kan een oorlogsbesluit liefst met steun van de VN. Diverse `haviken' als minister Rumsfeld (Defensie) hebben herhaaldelijk gezegd dat bij de eerste de beste weigering van Bagdad om niet uit eigen initiatief mee te werken met de wapeninspecteurs een desnoods Amerikaans militair ingrijpen direct moet volgen.

Hoewel VN-wapenrapporteur Hans Blix vorige week heeft gezegd dat Irak niet echt goed meewerkt, kwam president Bush in zijn jaarlijkse `troonrede' niet met een directe oorlogsverklaring. De inspecteurs krijgen zelfs nog even de tijd om hun werk te doen. Blijkbaar trekt president Bush zich wel iets aan van de internationale druk en alweer van de adviezen van Powell. Veel regeringen willen bewijzen zien, een `smoking gun', én een link tussen Saddam en Bin Ladens al-Qaeda.

Opvallend is dat zelfs Amerikaanse senatoren uit de vertrouwelijke inlichtingencommissies van het Congres publiekelijk zeggen dat ze niet echt onder de indruk zijn van het tot nu toe door de regering-Bush aangeleverde bewijsmateriaal. Toch zal het conflict uiteindelijk escaleren omdat duizenden liters antrax en vele chemische wapens verdwenen zijn en ook omdat Iraakse wapengeleerden niet echt in volledige vrijheid mogen worden ondervraagd. Niet de slechts 100 VN-inspecteurs moet uiteindelijk worden verweten dat ze niets verdachts kunnen vinden in het grote land, maar het regime in Bagdad moet zelf echt opening van zaken geven, zo oordeelde Bush in zijn `State of the Union'.

Buitenlandse politiek is nooit simpel. Het is een ingewikkelde combinatie van machtspolitiek en idealen. Op dit moment vind ik dat er nog onvoldoende aanleiding is voor een oorlog. President Bush klonk in zijn `troonrede' als een aanklager die zijn zaak tegen Irak rond heeft. Maar er zijn meer gevaarlijke naties in de wereld, landen waar terroristen zich verschuilen.

Vormt Irak werkelijk een directe bedreiging voor de Verenigde Staten, voor ons? In de Koude Oorlog werd decennia lang en `succesvol' een politiek van `containment' gevoerd tegen een regime dat door het grote voorbeeld van de huidige Bush, Ronald Reagan, een `duivels rijk' werd genoemd. Waarom zou dit nieuwe `duivelse Saddamrijk' niet met een versterkt regime van uitgebreide wapeninspecties op de grond en een stelsel van opsporingssatellieten en surveillerende vliegtuigen in de lucht kunnen worden ingedamd? Op deze wijze en met ongetwijfeld grote internationale steun zou de naleving van VN-resoluties daadwerkelijk kunnen worden afgedwongen.

De internationale situatie is zeer ernstig. Wie een supermacht, zoals op 11 september, op z'n binnenplaats raakt, raakt ook haar prestige. Je kunt het vergelijken met buitenlandse agitatoren die plotsklaps in het oude Rome het Colosseum met z'n volgepakte tribunes platbranden. Tot in alle uithoeken van het rijk zal de wraakzuchtige keizer onmiddellijk speuren naar daders die direct of indirect met deze schanddaad te maken hebben. Zo werkt dat in kringen van macht.

De indrukwekkende Amerikaanse oorlogsmachine is inmiddels vrijwel uitgerold en het geduld van Bush is op. Er is geen weg terug meer. Meer nog dan Irakese olie waarvan de Russen en de Fransen al zoveel hebben gekocht, staan de eer en de geloofwaardigheid van de Verenigde Staten op het spel. Nog heel even zullen de Amerikanen geduld betrachten.

Deze week komt Powell in de Veiligheidsraad met nieuw belastend materiaal tegen Irak. Nu al is duidelijk dat het geen `Adlai Stevensonmoment' zal worden waarmee de concrete foto's van Russische raketinstallaties worden bedoeld die de Amerikaanse VN-gezant aan een wereldpubliek toonde ten tijde van de Cuba-crisis. De regering-Bush zal niet met bewijsmateriaal in juridische zin op de proppen komen maar met minder concrete aanwijzingen die Washington heeft verkregen van spionerende Irakezen en onderschept telefoonverkeer. Powell zal deze bronnen slechts omzichtig kunnen gebruiken. Ze zullen juist als het oorlog wordt alleen nóg maar belangrijker worden voor de Amerikaanse militaire autoriteiten.

We moeten de Amerikaanse president dus maar vertrouwen op z'n mooie blauwe ogen, zo luidt eigenlijk de boodschap. Dat is wel veel gevraagd van ons kritische wereldburgers. Het is frustrerend dat we leven in een wereld waarin een schimmenspel wordt opgevoerd tussen spionage- en veiligheidsdiensten. Als onwetende burgers en journalisten vervreemden we van de internationale politiek. Als we niets doen, pacifistisch toekijken, zijn we mede verantwoordelijk voor een wereld waarin terroristen ieder moment hun slag kunnen slaan, getuige ook de recentelijke golf van arrestaties in landen om ons heen. Bijvoorbeeld ook de Britse regering is overtuigd van een naderende, grootschalige terroristische aanslag.

Maar hebben de terroristen hun doel al niet bereikt wanneer de vrije wereld onder extreme druk een president een vrijbrief moet geven? Het is waar: de Verenigde Staten hebben als supermacht een speciale verantwoordelijkheid voor de internationale veiligheid. Dat vergt op het moment suprème een leidende rol. Maar op z'n minst zal er uitgebreide consultatie in VN-verband en in het bijzonder ook met de NAVO-bondgenoten moeten plaats hebben. De regering-Bush heeft nog wel wat uit te leggen.

Terug

 

Anti-Amerikanisme kán eigenlijk niet 

Het is te makkelijk om steeds de VS te bekritiseren

De enorme steun voor president Bush en zijn oorlog tegen het terrorisme is ruim een jaar na 11 september sterk teruggelopen. Maar de kritiek vanuit Europa dat Amerika het voortouw neemt is hypocriet als Europa zelf beknibbelt op de defensie-uitgaven.

Direct na `11 september' schreef een Amerikaan die in Duitsland woont in de International Herald Tribune: ,,Als mensen aan mijn accent horen dat ik een Amerikaan ben, wellen onvermijdelijk tranen in hun ogen op, ze omhelzen me of houden m'n hand vast. Voor mij totale vreemdelingen zeggen opeens: `We zijn nu allemaal Amerikanen.' In ons verdriet moeten we beseffen hoeveel geluk we hebben dat we zoveel vrienden in de wereld hebben.'

Die vriendschap is niet zoveel waard gebleken als we de jongste opiniecijfers van het Pew Research Center over het beeld van Amerika in de wereld mogen geloven. De deftige Amerikaanse denktank heeft gepeild in 44 landen in alle regio's van de wereld. Vrijwel overal scoort Uncle Sam slechter dan bij eerdere peilingen.

In het eens zo pro-Amerikaanse Duitsland is nog maar 61 procent van de bevolking positief, zelfs nog twee punten minder dan het altijd al kritische Frankrijk. Meest dramatisch zijn de uitslagen in het Midden-Oosten. In Egypte, een land dat financieel wordt volgepompt door Washington, heeft slechts 6 procent een positief beeld van Amerika, nieuwe bondgenoot Pakistan komt op 10 procent en NAVO-bondgenoot Turkije haalt niet meer dan 30 procent.

De motieven van dit opkomend anti-Amerikanisme, zoals het in de Amerikaanse pers alom wordt getypeerd, liggen voor de hand. Sinds twee jaar hebben we te maken met de meest unilaterale Amerikaanse regering uit de moderne geschiedenis. Vooral bij (NAVO-)bondgenoten wekt het irritatie op dat het militair-strategische beleid feitelijk geheel vanuit Washington wordt bepaald. Toch is die houding hypocriet. De economische reus Europa is militair een dwerg en ontloopt daarmee haar verantwoordelijkheid voor medemensen in nood. In een boze wereld is het voor de zo humanitair ingestelde Europeanen onvoldoende om vooral sociale hulp te geven en deel te nemen aan niet zo riskante vredesoperaties. De Nederlandse regering presteert het momenteel zelfs extreem te bezuinigen op defensie.

Het onderzoek wijst ook uit dat de meeste kritische Europeanen denken dat het oliebelang de grootste drijfveer is van de Amerikaanse Midden-Oostenpolitiek. Dit is regelrechte huichelarij. Juist ook landen als Frankrijk, Duitsland en Rusland hebben zeer grote zakelijke belangen in die regio, zeker ook in Irak.

Het is wel erg gemakkelijk om altijd maar weer de Amerikanen te bekritiseren. De werkelijkheid is veel gecompliceerder. Neem het Midden-Oostenconflict. Washington staat inderdaad toe dat Israël wel VN-resoluties mag overtreden en Irak niet. Maar het komt de regimes in die regio maar al te goed uit om voor alle interne problemen Washington als zondebok aan te wijzen. De armoede in de krottenwijken van bijvoorbeeld Caïro heeft niets te maken met het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Datzelfde geldt voor het grote verschil tussen arm en rijk. De regeringen van Saoedi-Arabië, de Golfstaten en Irak hebben veel verdiend aan de olie en zij zijn in de eerste plaats verantwoordelijk voor hun eigen bevolking.

Anders dan imperialistische rijken als Frankrijk en Groot-Brittannië hadden de Verenigde Staten net na de Tweede Wereldoorlog ook in het islamitische Midden- Oosten een goede naam. Amerika was zelf een ex-kolonie. Bovendien ging het in de Koude Oorlog de strijd aan tegen het goddeloze communisme.

Bij de Suez-crisis in 1956 intervenieerden de Amerikanen ten gunste van de Egyptische president Nasser en tegen Engeland en Frankrijk. Tegen de wens van Israël in heeft Washington `de terrorist' Yasir Arafat altijd in het zadel gehouden. In de oorlog in Afghanistan en in de Golfoorlog stond de VS aan de kant van onderdrukte islamieten. In het strategisch onbelangrijke Somalië waagden Amerikaanse jongens en meisjes in een riskante militaire operatie hun leven om een grove schending van mensenrechten tegen juist islamieten te stoppen.

Natuurlijk is er kritiek mogelijk op de Amerikaanse politiek met betrekking tot het Midden-Oosten. Maar aan de andere kant is het vrijwel onmogelijk gebleken een compromis te bereiken tussen veiligheid voor Israël en teruggave van land voor de Palestijnen in een regio waar religieuze sentimenten en grootschalig geweld de intermenselijke verhoudingen enorm onder druk gezet hebben. Met dagenlange, persoonlijke diplomatie zat president Bill Clinton heel dicht bij een akkoord en als landen als Syrië meer druk hadden uitgeoefend op Arafat zou een historische vrede binnen bereik hebben gelegen. De president van het machtigste land ter wereld zette zijn eigen prestige op het spel!

Natuurlijk is het vooral aan de regering-Bush te wijten dat de Verenigde Staten zo slecht scoren in het opinie-onderzoek. Dat komt niet alleen door het eenzijdige optreden van Bush in het buitenland en de afwachtende houding met betrekking tot het Midden-Oosten maar ook omdat hij een sociaal en religieus Amerikaans conservatisme vertegenwoordigt dat wij in Europa - en al helemaal niet in Nederland - nauwelijks kennen.

Die kritische houding ten aanzien van Bush is heel wat anders dan anti-Amerikanisme. Eigenlijk kan niemand anti-amerikaans zijn want de VS is niet alleen een fysiek territorium maar vooral ook een idee gebaseerd op vrijheid en gelijke kansen. Dat daar in de praktijk niet altijd zoveel van terecht komt, is zeker waar. Maar ook in het Midden-Oosten is niet alles pais en vree en worden mensenrechten vertrapt.

Zelfs het eerbiedwaardige, zo `beschaafde' Europa is onder Hitler en Stalin het toneel geweest van de grootste massaslachtingen uit de wereldgeschiedenis. Onlangs kende Europa nog jaren van etnische en religieuze strijd op de Balkan. Het waren weer eens de Amerikanen die uiteindelijk voor stabiliteit zorgden.

Terug

Bush steelt de show 

Morgen kiezen Amerikanen een nieuwe volksvertegenwoordiging. Dat gebeurt om de twee jaar. Willem Post was de afgelopen dagen in de VS en zag dat de Republikeinen massaal achter Bush staan.

Amerikanen houden van `divided government'. Als de ene partij het Witte Huis heeft veroverd dan wint de oppositiepartij vrijwel altijd bij de daaropvolgende tussentijdse `midterm-elections' voor het Congres. Vaak zijn immers allerlei beloftes uit de presidentiële verkiezingscampagne niet nagekomen en daarvoor moet de politieke rekening worden betaald.

Maar dit jaar is alles anders. Bush is zijn belofte van een extreme belastingverlaging onmiddellijk nagekomen, hoewel die het economische tij niet heeft kunnen keren.

Voor de Democraten is het goede nieuws dat alle peilingen aangeven dat de kiezers zich het meest zorgen maken over de economische problemen. Het slechte nieuws is dat de Democraten er onvoldoende in slagen dit uit te buiten. Zij hebben geen alternatief economisch plan en durven Bush niet aan te vallen op diens belastingmaatregelen omdat zij anders de meer conservatieve kiezers in het centrum niet bereiken.

Democraten zijn nog altijd bang om voor `big spenders', linkse `liberals', te worden uitgemaakt. Een dodelijk etiket voor iedere politicus! Sinds de jaren 80 (Reagan!) waait er een conservatieve wind door Amerika. Bush is zelfs de conservatiefste president sinds de Tweede Wereldoorlog.

Bush heeft het geluk dat het met de economie nog niet echt heel slecht gaat. Natuurlijk, er is een ravage op de aandelenmarkt aangericht en het consumentenvertrouwen neemt verder af, maar daar staat tegenover dat de economie nog steeds groeit en dat er nog geen grote werkloosheid is ontstaan die mensen echt in hun bestaan raakt.

De Republikeinen konden de afgelopen dagen de Bush-kaart volop inzetten. Er was zelfs een `Bush-Blitz': als een wervelwind bezocht de presidentiële karavaan per dag vijf staten. Overal is hij van harte welkom. Zijn populariteit is niet meer zo torenhoog als in de dagen direct na 11 september maar toch nog groter dan die van Clinton tijdens diens regeerperiode. In zijn toespraken spreekt Bush steevast over het gevaar van het internationale terrorisme en de naderende oorlog tegen Irak. Ook vorige week vertelde een hoge regeringsfunctionaris op de Amerikaanse tv dat het voor honderd procent zeker is dat er nieuwe aanslagen op Amerikaanse doelen komen. In zo'n angstige situatie schaart de bevolking zich als vanzelf achter de president.

In Washington sprak ik Karlyn Bowman, verkiezingsexpert van het prestigieuze American Enterprise Institute. Haar ervaring: ,,Als je bij peilingen mensen vraagt of zij voorstander zijn van het sturen van Amerikanen naar een oorlogsgebied is het nog nooit voorgekomen dat een president meteen een meerderheid achter zich krijgt. Zelfs Roosevelt scoorde in 1941 na de oorlogsverklaring tegen Japan geen meerderheid op dit punt. Maar Bush kreeg direct 54 procent van de bevolking achter zich na de `oorlogsresolutie' die het Congres onlangs aannam inzake Irak. Dat is ongelooflijk.'

De Democraten zitten met de handen in het haar. Hun leiders steunen Bush volop bij een militair optreden tegen Irak. De paar kritische Democraten, zoals senator Edward Kennedy, lijken in het huidige patriottische klimaat in Amerika steeds minder relevant te worden.

Het droomscenario voor Bush is dat de Republikeinen de (krappe) meerderheid in het Huis van Afgevaardigden behouden of zelfs uitbreiden en de Democratische meerderheid van één zetel in de Senaat ongedaan maken. Als dat laatste gebeurt, kan Bush zijn `laatste' twee jaren in Washington gebruiken om zijn agenda verder uit te voeren: nog meer belastingverlaging, meer conservatieve rechtersbenoemingen en het opzetten van een Departement voor Binnenlandse Veiligheid om de strijd tegen het terrorisme nog beter te voeren.

Maar zelfs als alleen het Huis in Republikeinse handen blijft, en daar ziet het volgens de laatste peilingen naar uit, zal Bush dit opvatten als een flinke steun in de rug.

De president heeft de politieke wind mee. Het machtige Bush-establishment heeft de touwtjes in Washington en daarbuiten strak in handen. Bush heeft weer alle records voor fondsenwerving gebroken. Als een groot weldoener schenkt hij miljoenen dollars aan Republikeinse kandidaten die vervolgens na hun verkiezing in Washington nog loyaler aan hem zullen zijn.

De grote sterren van de Democratische partij, zoals Bill Clinton, worden ook wel ingezet maar in de conservatieve staten in het zuiden en (midden-)westen zijn ze niet welkom. Clinton is voor zwart Amerika zo langzamerhand een heilige maar in de uitgestrekte `Bible-Belt' wordt hij nog steeds beschouwd als de grote zondaar.

Illustratief voor het huidige politieke klimaat is dat de Democratische Senaatskandidaat Mark Pryor uit Clintons thuisstaat Arkansas in een verkiezingsspot optreedt in gevechtspak met het geweer in de aanslag om zijn steun aan de Amerikaanse wapenlobby te betuigen. En dat terwijl andere Democratische leiders in Washington juist voor strengere wapenwetgeving zijn. Pryor spreekt ook in felle bewoordingen à la Bush de grote Satan in Bagdad toe. Het geeft haarscherp aan dat in deze verkiezingsstrijd vooral de Republikeinen de politieke agenda bepalen.

Terug

 

Angst wakkert patriottisme aan

Amerika is niet alleen een fysiek territorium maar ook een idee. Amerika zit in je hart. Je kunt het zelfs voelen, zo zegt menig Amerikaan. Het is een warm kloppend hart met mededogen voor andere landen. Deel 4 en slot van een korte serie over de gevolgen van 11 september.

Een conservatieve Republikein vertelde me onlangs: ,,We begrijpen wel dat jullie in die progressieve Europese landjes ons bekritiseren vanuit je veilige leunstoel. Maar als land hebben wij een roeping gekregen. Wij moeten uiteindelijk beslissen over `to be or not to be' en onze jongens en meisjes knappen het werk op. Uiteindelijk springen ze ook voor jullie in de bres.' Lachend eindigde hij: ,,Ach, als jullie maar één keer in de vijftig jaar van ons houden, zijn we al tevreden.'

Amerikanen hebben een mythisch beeld van hun land: de oudste democratie in de moderne geschiedenis! De `We the People'-grondwet met zijn unieke scheiding van machten is door meer dan 100 landen nagevolgd. Vrijwel alle, ook blanke, immigranten die het land hebben opgebouwd stammen af van arme sloebers.

Amerika was altijd een `shining city upon a hill', een lichtbaken voor de mensheid. Of zoals Ronald Reagan het in 1984 nog zei: ,,Iedere belofte, iedere mogelijkheid is nog in volle glorie aanwezig. Onze kinderen laten we de zekerheid na dat niemand wordt uitgezonderd van de belofte die Amerika heet. Want zij heeft het hart, de wenkende deur en de stralende toekomst, zij heeft de armen met de kracht om steun en troost te brengen. Want die kracht is de kracht van zijn bevolking. Amerika gaat voort zonder angst, zonder schaamte en zonder gelijke. In deze hoopvolle lente lijkt het licht soms niet te doven.' Maar juist in die jaren zou je beter kunnen spreken van een herfst waarin het aloude patriottisme afbladderde. Met de moord op Kennedy had Amerika z'n onschuld verloren. De in- en externe macht van Amerika was geërodeerd door schandalen als Watergate en Irangate en de oorlog in Vietnam. Reagan was de trommelaar van het Amerikanisme en poetste het zelfvertrouwen van de natie weer op wat met de ineenstorting van het communisme z'n apotheose kreeg.

Toch klaagden vele Amerikanen dat in de jaren 90 de vaderlandsliefde niet meer zoals vroeger was. Was Amerika Amerika nog wel? Bill Clinton had het presidentschap in moreel opzicht te grabbel gegooid. Clinton sprak ook steeds over het computertijdperk en de `global village' die de wereld was geworden. Landsgrenzen vervaagden.

Door `11 september' werd Amerika weer op zichzelf teruggeworpen. De kranten berichtten van mensen die hun huis rood-wit en blauw schilderen. Van een oude oorlogsveteraan ook die urenlang met zijn Amerikaanse vlag op een viaduct stond te zwaaien. Een mevrouw uit Denver schreef over hem op het internet: ,,De automobilisten toeterden. Ik stak onmiddellijk en vol trots de `Stars and Stripes' uit ons huis. Drie dagen later stond die man er nog. Tegen de lokale televisie vertelde hij dat hij achter in de 50 was en niet meer kon vechten voor zijn land. Dit was wat hij nog kon doen. Het viel mij aan allerlei dingen op dat Amerikanen weer verbonden zijn met elkaar. Ik ging naar de groenteboer waar vreemden van elkaar oogcontact hadden. Klanten hielden de deur voor elkaar open, glimlachten en zeiden elkaar gedag. Dit is weer het Amerika van mijn jeugd. Het land waarin we allemaal de `Pledge of Allegiance' opzeiden terwijl geen stem zweeg. Ik wil de mensen van ons land bedanken en vooral zijn stille, bescheiden helden die het zo groot maken.'

Ik heb de afgelopen weken duizenden kilometers door het land gereden en overal zag ik de uitingen van dit hernieuwde patriottisme: midden in weilanden maar ook bij hotels staan reusachtige `United we Stand' en `God bless America'-billboards en tijdens allerlei publieke samenkomsten zingen Amerikanen hartstochtelijk met de hand op het hart hun volkslied.

De meest bijzondere ervaring had ik in Zuid-Dakota tegen de schemering bij Mount Rushmore. Daar zijn de hoofden van vier grote Amerikaanse presidenten uitgehouwen: George Washington, Thomas Jefferson, Abraham Lincoln en Theodore Roosevelt. Aan de voet van die welhaast heilige berg stromen (iedere zomeravond!) duizenden mensen samen. De vaste spreker sprak in de donkerte van het grote goed van de vrijheid waar deze presidenten voor stonden. Hij vertelde het verhaal van de passagiers die de kapers van `United'-vlucht 93 bevochten en riep de aanwezige jongeren op in de voetsporen te treden van deze nieuwe Amerikaanse helden. Langzaam werd het monument door grote schijnwerpers spierwit verlicht. Spontaan en massaal werd het volkslied gezongen.

Ook de mevrouw naast mij pinkte een traantje weg. Ze vertelde: ,,Ik ben helemaal vanuit Californië hiernaartoe gekomen omdat ook deze beelden een doelwit voor terroristen zijn. In Afghanistan zijn immers ook beroemde beelden vernietigd door het Taliban-regime. Nu kan ik Mount Rushmore nog bezoeken.'

Die angst wakkert dat patriottisme nog verder aan. Amerikanen klampen zich er aan vast. Bruggen, waterreservoirs, winkelcentra en alle andere publieke centra liggen als kwetsbare, open zenuwen verspreid door het hele land. Amerikanen zijn niet zozeer in paniek maar wel alert. `The land of the free' hangt vol met video-camera's en detectiepoortjes.

Iedere week is er een `major security alert'. Laatst nog werd op drie achtervolgende avonden door de autoriteiten verteld dat `het absoluut zeker is dat er een grote aanslag zal komen'. Ik bewonder Amerikanen dat ze er niet geheel paranoïde van worden. Want, inderdaad, laten we niet vergeten dat de terroristen de afgelopen maanden onder meer hebben geprobeerd de waterreservoirs onder de Amerikaanse ambassade in Rome te vergiftigen en een Amerikaans passagiersvliegtuig met een in een schoen verstopte bom op te blazen. Onze calvinistische, relativerende nuchterheid is de overlevingsstrategie die een klein land zich in crisistijd kan permitteren. In Nederland stappen we rustig op de fiets en gaan fluitend verder. Het krachtige Amerikaanse patriottisme is de collectieve geestesgesteldheid die past bij een supermacht die onder grote druk staat, want iedere seconde kan het grote gevaar toeslaan.

Terug

 

Bush geen echte wereldleider

Voor 11 september voerde Washington een welhaast autistische buitenlandse politiek. Na de terroristische acties die het land troffen is dat niet veel anders geworden. Deel 3 van een korte serie over de gevolgen van 11 september.

De nieuwe regering-Bush wilde zich niet meer `schuldig maken' aan doldwaze mensenrechtenavonturen in VN-verband, zoals in verre landjes als Somalië en Kosovo. `Het moest afgelopen zijn met de softe Clinton-romantiek'. Alleen als er echte Amerikaanse belangen op het spel staan, moest worden ingegrepen. De voorzichtige Bush was vooral een naar binnen gerichte plattelandspresident.

Het fort-Amerika zou met een `high-tech' antirakettenschild worden afgegrendeld van de buitenwereld. Zo kon het machtigste land dat de wereld ooit had aanschouwd nauwelijks iets gebeuren. Er werd al gesproken van de `arrogantie van een supermacht'. Ten aanzien van vrijwel ieder internationaal thema isoleerden de Verenigde Staten zich.

En toen kwam 11 september. President Bush sprak van een `aanval op de beschaving'. Terecht, want een stad als New York is een echte wereldstad.

Op de ochtend van de 12de kwam de Veiligheidsraad al in spoedzitting bijeen. Vanaf hun gebouw in Manhattan konden de leden de smeulende puinhopen van `Ground Zero' zien. Binnen een uur spraken zij unaniem en staande (!) hun onvoorwaardelijke morele steun aan de VS uit. De regering-Bush zette op diezelfde dag eigenlijk al het het eigenzinnige, unilaterale gedrag van voor 11 september voort.

Washington had gemakkelijk kunnen vragen om een internationale VN-macht die onder Amerikaanse leiding zou komen te staan. Dat gebeurde niet. De Verenigde Staten hadden inderdaad het exclusieve recht op zelfverdediging, maar volgens het Charter van de VN mag dat niet als vanzelfsprekend worden uitgerekt tot een langdurige oorlog tegen soevereine landen zoals Afghanistan. Nadat de eerste dreiging was weggeëbd, had Washington uitdrukkelijk om toestemming voor militair ingrijpen moeten vragen aan de Veiligheidsraad. Dat gebeurde niet.

De NAVO verklaarde weliswaar meteen dat een `aanval op Amerika een aanval op ieder NAVO-lid was', maar dit betekende absoluut niet dat NAVO-landen inspraak kregen bij deze Amerikaanse oorlog. De Amerikanen dienden slechts een boodschappenlijstje in waaruit ze zelf mochten kiezen zoals het recht om over te vliegen en gebruikmaking van militaire bases.

De conclusie moet zijn dat de Verenigde Staten na zwarte dinsdag nog steeds de militair-strategische kaart uitspeelden. In dat opzicht is de macht van Amerika duizelingwekkend. De verhoging van de Amerikaanse defensiebegroting dit jaar is alleen al hoger dan het militaire budget van ieder ander land. De landen die Washington nodig had werden in een mum van tijd achter de oorlogskar gespannen. De sancties die India en Pakistan opgelegd hadden gekregen wegens hun nucleaire programma's werden meteen opgeheven en vooral Pakistan kreeg een uitgebreid pakket aan militaire steun. Een voormalige Sovjet-republiek als Oezbekistan kreeg opeens tien keer zoveel financiële steun vanwege haar strategische ligging.

In plaats van te protesteren tegen deze inbreuk op de tot dan toe Russische invloedssfeer steunde Poetin Washington onmiddellijk. De Russen hebben een groot belang bij toelating tot de door de Amerikanen beheerste Wereld Handels Organisatie. Bovendien hadden de Russen hun strijd met de eigen Tsjetjeense terroristen die opeens al-Qaeda-contacten bleken te hebben. Ook de altijd kritische Chinezen gaven de voorkeur aan een goede band met Washington.

Zo bezien is Amerika de ware politieagent van de wereld. Eind 2001 sprak minister Rumsfeld (Defensie) al juichend van de `glorie van de Amerikaanse bombardementen' die het Taliban-bewind in `no time' hadden weggevaagd.

Als de veiligheid van een land wezenlijk in gevaar komt, kan ik een dergelijke machtspolitiek billijken. Maar wie zich op langere termijn teveel richt op een `oog om oog, tand om tand-politiek' mist de diepere dimensies van de echte problematiek. De wereld zit gecompliceerder in elkaar dan de huidige regering in Washington denkt. De aardbol is definitief een `global village' geworden, met in iedere straat een andere religie. Amerika, het Westen, moet vanuit een positie van kracht leren samenleven met andere religies, maar die kracht moet ook blijken uit onze eigen normen en waarden.

Bush spreekt regelmatig in evangelische, moralistische termen zoals `de strijd tegen een duivels rijk van onzichtbare terroristen'. Maar hij vergeet dat die duizenden terroristen misbruik maken van de sentimenten van miljoenen gewone arme mensen die leven in onderdrukte, vooral door Amerika gesteunde landen.

`Niet bij wapens alleen' zou de slogan van een echte verlichte buitenlandse politiek moeten luiden. Er moet een rechtvaardige verdeling van de schatten van de aarde komen. Bush moet opkomen voor de sociale mensenrechten zoals ze ooit zijn geformuleerd door president Franklin Roosevelt: vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid en vrijwaring van angst en gebrek.

Ik vind het veelzeggend dat een jaar na 11 september, terwijl er toch zulke kansen lagen, Bush nog bepaald geen echte wereldleider is. Daarvoor komt hij te veel op voor Amerikaanse en militaire belangen. Hij is vooral een echte Amerikaanse president. Als Bin Laden ooit levend wordt gevonden, zou het van internationale solidariteit getuigen als er een internationaal tribunaal komt. Dat is vloeken in de kerk in het huidige Amerika. Maar 11 september was toch een aanslag op heel de wereld?

Terug

 

Paranoia bedreigt Amerika

Na de terreuraanslagen van 11 september is Amerika zijn gevoel van veiligheid kwijt. Met draconische maatregelen om de burger gerust te stellen is de macht van de overheid enorm vergroot. Deel 2 van een korte serie over de gevolgen van 11 september.

Veel Amerikanen hebben een mythisch beeld van hun land. Amerika is niet zozeer een territorium maar een revolutionair idee, een uniek experiment. Terwijl onderdrukte Europeanen nog in duisternis leefden, was de Nieuwe Wereld anders. In de woeste vlaktes, prairies en bergen werkten de pioniers in het zweet des aanschijns aan een vrije maatschappij. In deze primitieve wildernis zou zelfs een nieuw type mens zijn ontstaan! De `frontierman' herkende je aan een wonderlijke mengeling van moed, vrijheidszin en pragmatisme.

Hieruit zou zich de later zo geromantiseerde cowboymentaliteit ontwikkelen die door Hollywood over de hele wereld werd uitgedragen. Presidenten als Reagan en Bush lieten zich maar wat graag filmen op hun ranches ver weg van het overgebureaucratiseerde en door velen geminachte overheidscentrum Washington. De Amerikaanse geschiedenis is eigenlijk één doorlopende `survival of the fittest-show'. Om in zo'n land te wonen moest je bepaald niet bang uitgevallen zijn.

En juist daarom hebben de gebeurtenissen van 11 september in psychologische zin zulke grote gevolgen gehad. In bijna 200 jaar had geen buitenlandse macht het gewaagd het vasteland van Amerika te bedreigen. Het beeld van een president die op zwarte dinsdag als een opgejaagd dier urenlang door het luchtruim werd gevlogen, beschouw ik als de grootste vernedering voor het Amerikaanse volk uit zijn geschiedenis.

Ook na 11 september was maandenlang sprake van op z'n minst een onderhuidse angst. Columniste Maureen Dowd van de New York Times bracht deze gevoelens half oktober mooi onder woorden: ,,Nog maar vijf weken geleden leefden wij in een paradijs temidden van onbeduidende zaken, wij wentelden ons in een beroemdhedencultuur, het consumentendom en doorbraken in de cosmetische industrie. Nu leven wij in een paranoia van onbeduidende trivialiteiten, ons zorgen makend over potentiële dodelijke dreigingen in het leven van alledag - een brief openmaken, reizen met een trein of een vliegtuig, een winkelcentrum of een footballwedstrijd bezoeken... Onze president zei gisteren: `Onze natie is nog steeds in gevaar', er aan toevoegend dat we weer ons leven moesten oppakken, dat we weer moesten gaan winkelen, reizen en plezier maken. Maar hoe kunnen we?'

Op deze on-Amerikaanse gevoelens kwam een pragmatische reactie. Amerikanen wilden hoe dan ook wat doen en verwachtten dat ook van hun regering. De overheid kwam met draconische maatregelen om het land om te toveren in een zwaar bewaakt fort. Amerika was voor 11 september het land van de privacy. Kort daarvoor was er in Florida nog een rel uitgebroken omdat de verkeerspolitie het gewaagd had snelheidscamera's op te hangen. Een ontoelaatbare inbreuk op de privacy van de inzittenden! Nu hangt het hele land vol met camera's en staan overal detectiepoortjes.

Nog nooit in de Amerikaanse geschiedenis heeft de overheid zoveel invloed gehad op de burger als in deze tijd. De gemilitariseerde veiligheidsdiensten voeren inmiddels een schimmenspel op waarbij het Congres, dus de burgers, volkomen buitenspel staan.

Zo moest de FBI voorheen bij een huiszoeking uitdrukkelijk omschrijven op welk territorium een huiszoeking zou plaats vinden. Dit is exact geregeld in het vierde amendement van de grondwet. Maar voortaan is die fysieke omgeving in de Amerikaanse communicatiemaatschappij niet meer afgebakend. Dat betekent bijvoorbeeld dat collega's van een verdachte onbeperkt kunnen worden gecheckt op hun e-mailberichten. De `inbrekers met badges' van de FBI hoeven bij een huiszoeking de verdachte niet in te lichten. Dit moet pas in een periode van 90 dagen achteraf gebeuren en keer op keer kan om uitstel worden gevraagd. Een agent moest voorheen de `waarschijnlijkheid' van misdadig gedrag aantonen, nu is een vaag beroep op de nationale veiligheid al voldoende.

De geschiedenis leert dat een overheid zich vroeg of laat schuldig maakt aan machtsmisbruik bij teveel bevoegdheden, zeker in periodes van crises. In de Tweede Wereldoorlog werden 120.000 Japanse Amerikanen zonder vorm van proces in concentratiekampen geplaatst. In het begin van de Koude Oorlogsjaren werd een heksenjacht op vermeende communisten georganiseerd waarbij burgerverklikkers temidden van schijnprocessen een grote rol speelden. En in het Vietnam-tijdperk ging president Nixon zich te buiten aan tal van onoorbare afluisterpraktijken in het belang van de staatsveiligheid.

Onlangs heeft het ministerie van Justitie vrachtwagenchauffeurs, postbodes en treinconducteurs opgeroepen om als extra ogen van de justitiële autoriteiten te fungeren? Zit er wat vreemds bij de post? Waarom kijkt die reiziger zo schichtig?

Het is begrijpelijk dat de Amerikaanse overheid met strenge veiligheidsmaatregelen in snel tempo haar verantwoordelijkheid heeft genomen wegens het internationale terrorisme. Maar hebben de terroristen daarmee al niet bijna hun zin gekregen? Als er weer nieuwe aanslagen volgen, zou Amerika zoals we het allemaal gekend hebben, wel eens op kunnen houden te bestaan. Er zijn nu al scholen die in plaats van traditionele zomerkampen veiligheidskampen organiseren. Een basistraining antiterrorisme wordt aangeboden waarbij kinderen leren brandende gebouwen te evacueren en te assisteren bij een aanslag op een snelweg. Met zoveel veiligheidsmaatregelen begeven Amerikanen zich op een hellend vlak waarbij op korte termijn de grenzen van het aloude, geliefkoosde Amerika definitief overschreden dreigen te worden.

Terug

 

De povere discussie over 11 september

 Armoe troef in discussie over 11 september

De aanslagen op New York en Washington op 11 september waren het startsein voor de oorlog tegen het terrorisme. Amerika-deskundige Willem Post vindt dat Nederland over die strijd te weinig discussieert. Deel 1 van een korte serie.

Bijna een jaar geleden werden de voortanden uit de skyline van New York weggeslagen. De hele wereld keek toe hoe deze pijlers onder Amerika in nog geen tien seconden in elkaar zakten. Net als bij de moord op Kennedy was het alsof de tijd even stil stond waardoor de beelden nog dieper in ons collectieve geheugen werden ingebrand.

Overal klonk de verbijstering, de woede. In Frankrijk kopte de anders zo kritische `Le Monde': `Wij zijn nu allemaal Amerikanen'. In Berlijn verzamelden zich 200.000 mensen bij de Brandenburger Tor. `Niemand weet beter dan de mensen hier in Berlijn wat Amerika heeft gedaan voor vrijheid en democratie', sprak de Duitse president ontroerd. De Italiaanse minister-president zei op de televisie: `Tegenover het doofmakende geluid van de haat staat de stilte van de beschaving.'

Ook in ons land heerste een rouwstemming. Premier Kok legde tijdens een ontroerende ceremonie een krans bij de Amerikaanse ambassade in Den Haag in aanwezigheid van het voltallige kabinet. Minister van Defensie De Grave sprak over een `nieuwe koude oorlog met vergaande consequenties voor de westerse wereld.' Minister Borst vergeleek de aanslagen met het bombardement op Rotterdam. Minister Pronk sprak van een `Sternstunde' voor de mensheid. En volgens toenmalig CDA-fractievoorzitter Jaap de Hoop Scheffer `zou de wereld na 11 september nooit meer hetzelfde zijn.'

Maar over welke `consequenties' hebben we het? En hoe `anders' ziet de wereld er na nine-eleven uit? In de Verenigde Staten was de golf van patriottisme zo hoog dat politici en journalisten collectief kopje onder gingen. Kritische commentaren over dit soort vraagstukken werden niet op prijs gesteld. Nog steeds staan de Democraten in Washington als één man achter president Bush als het gaat om de `war on terrorism'.

Maar vanuit het verre West-Europa kunnen wij afstandelijker redeneren. In het Britse Lagerhuis is pittig gediscussieerd over de bijdrage die Groot-Brittannië leverde aan deze oorlog. In Duitsland overleefde het kabinet ternauwernood een motie van wantrouwen vanwege militaire steun aan de Amerikaanse oorlogsmachine in Afghanistan, immers gelegen buiten het NAVO-territorium.

Kok nam al heel snel het woord `oorlog' in de mond en ook Nederland stuurde uiteindelijk F-16 vliegtuigen en militairen naar Afghanistan in het kader van de wederopbouw. Maar is het voor ons land wel een oorlog? De regering-Bush heeft weliswaar morele steun van het eigen Congres gekregen en van de Verenigde Naties maar juist het charter van laatstgenoemde organisatie geeft aan dat Amerikanen zich uitsluitend mogen beroepen op zelfverdediging en vervolgens een beperkt, dus proportioneel antwoord behoren te geven.

In het geval van een oorlog die volgens Bush langer kan gaat duren dan de Koude Oorlog en die gericht is tegen alle landen die terroristen de handen boven het hoofd houden zijn de Amerikanen verplicht om toestemming aan de Veiligheidsraad te vragen. En dat gebeurde niet.

De macht van de Verenigde Staten is kolossaal. De regering-Bush draagt heel erg het beeld uit dat nog nooit in de geschiedenis een supermacht in militair-strategische zin zo'n grote voorsprong heeft gehad op z'n concurrenten. De VN en de na de Koude oorlog veel minder relevante NAVO mogen de Amerikaanse oorlogsinspanningen toejuichen, wat hand- en spandiensten verrichten, maar krijgen absoluut geen inspraak bij de oorlogsstrategie.

In Nederland is in de Tweede Kamer nauwelijk gediscussieerd over deze nieuwe veiligheidssitutatie. Heeft een debat geen zin meer nu wij tegenover de machtige Amerikanen zo weinig voorstellen? Wat opviel was dat afgelopen jaar niet zozeer ons Tweede Kamergebouw maar meer de studio van Barend & Van Dorp de huiskamer van Nederland werd want daar stond de thema's `11 september' en `Afghanistan' in ieder geval wel prominent op de agenda. Onder leiding van Frits en Henk en volksdeskundige Jan Mulder werd in ieder geval nog enigszins gediscussieerd. Verder was in het maatschappelijk debat veelal armoe troef.

Vanuit Nederland kunnen we in Europees perspectief wel degelijk een zinvolle bijdrage leveren aan de discussie over de gevolgen van 11 september. Die zwarte dinsdag heeft geleerd dat het machtigste land uit de geschiedenis van de mensheid met eenvoudige huis-, tuin- en keukenmiddeltjes tot op de binnenplaats geraakt kon worden door een groepje terroristen. President Bush gaf in de eerste dagen aan dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten. Ook Europa is door de terroristen op de kaart te vinden, sprak zijn minister van Defensie telkenmale dreigend.

Inderdaad, de wereld is sinds 11 september een dorp geworden. Afstanden doen er niet meer toe. Wat in grotten ver weg wordt bekokstoofd kan grote consequenties hebben voor een boer in Kansas en een winkelier in Ridderkerk.

We weten inmiddels dat de terroristen goed opgeleide middenklassers waren die echter optimaal misbruik maken van armoede en onderdrukking in heel veel landen. Ook het conflict tussen Israël en de Palestijnen heeft grote invloed op de sentimenten van miljoenen in met name de Arabische wereld.

Europa, Nederland ook, moet een eigen geluid laten horen. De regering-Bush zou duidelijk gemaakt moeten worden dat deze oorlog niet alleen met wapens gewonnen kan worden. Dat er een Marshallplan tegen de armoede en onderdrukking moet worden opgezet. Van alle geïndustrialiseerde landen geven de schatrijke Verenigde Staten verreweg het minst aan ontwikkelingshulp. Daar zou de discussie zeker ook over moeten gaan. Heus, Europa doet er wel degelijk toe.

Terug

 

Dijkstal valt nog te redden 

Amerika-deskundige Willem Post volgt al jaren de Amerikaanse verkiezingscampagnes. Wat zou hij de zo in problemen geraakte VVD-leider Hans Dijkstal adviseren?

Vanuit Amerikaans perspectief voert VVD-leider Dijkstal een belabberde campagne. Voert hij eigenlijk wel echt campagne? Spraakmakend zijn juist zijn partijgenoten Hans Wiegel, Bas Eenhoorn en Gerrit Zalm. Dijkstal niet.

Nee, kijk dan eens naar Pim Fortuyn die een mengeling is van de charismatische, glamoureuze Kennedy en de succesvolle grassroots-kandidaat Ross Perot. Net als Kennedy kan Fortuyn in grote concepten praten en intellectueel als de beste debatteren. Net als Perot kan hij in gewone mensentaal de onvrede van de burger onder woorden brengen en versterken.

Die Pim is de hoofdpersoon in 40 procent van alle krantenartikelen over lijsttrekkers. Melkert en Dijkstal scoren slechts 11 procent. Zijn boek heeft hij wel 100 keer op televisie aangekondigd. De mediagenieke Fortuyn maakt dankbaar gebruik van de soapverslaving van miljoenen Nederlanders, gewend als ze zijn aan geconcentreerd televisieleed en -vreugd die een dramatische schijnwerkelijkheid suggereren.

Emoties en beeldvorming worden steeds belangrijker. Daar heb je Pim als de nieuwe prins van Lignac in limousine met lijfwachten. Parmantig roept hij `onhollands' uit dat hij de nieuwe minister-president wordt.

Partijprogramma's, ideologieën doen er niet meer zo toe. De afgelopen jaren hebben de meeste partijen een dramatisch ledenverlies ondergaan. De helft van het electoraat (Rotterdam bewijst het!) is zwevend kiezer. Een moderne politicus past zich aan, kan ook in soaptaal spreken.

Probleem is dat Dijkstal campagne wil voeren zoals het vroeger ging. Maar meneer Dijkstal, u bent een televisiester. Of u het nu leuk vindt of niet. Veertig jaar geleden zei Theodore White al: `De televisie is het speelveld van de politiek.' Dijkstal spreekt in intellectuele krantentaal, nuanceert voortdurend, maakt problemen nog ingewikkelder. Wat hij zegt is de overvoerde, zappende kijker binnen een minuut vergeten. Dijkstal gebruikt geen beeldspraak die mensen bijblijft. Dijkstal is als een saaie drogist uit de jaren 50. Een Nederlandse Bob Dole!

In soap-termen lijkt hij op de onschuldige meneer Harmsen uit GTST. In verkiezingsspotjes zie ik hem al lopen op het Scheveningse strand met zo'n trouwe Lassiehond. Goed gekozen door de media-adviseurs. Een gebreide sjaal van een lieve tante. Maar daar komt Pim als een sluwe Ludo Sanders die hem van achteren aanvalt en in de branding verzuipt.

En toch is Dijkstal nog te redden. Maar dan moet hij wel een paar Amerikaanse lessen ter harte nemen. Allereerst, politiek is oorlog. We spreken niet voor niets van een (militaire) campagne. Dijkstal is de commandant. Hij voert het woord namens de VVD en niemand moet het lef hebben aan hem te twijfelen. Eensgezindheid is een absolute voorwaarde voor succes. De gelederen gesloten houden. Daar gaat het om. Zie bijvoorbeeld de laatste campagne van George Bush die voor de electorale zaak zelfs een gematigd abortusstandpunt mocht presenteren. De ultra-conservatieven was effectief de mond gesnoerd door het Republikeinse partij-establishment.

Een andere belangrijke les is dat ook in ons land `personality' uiterst belangrijk is. In 1948 was Truman er trots op dat hij tijdens zijn campagne per trein dagelijks een paar duizend mensen met zijn politieke programma kon bereiken. Nu de televisie, ook bij ons, miljoenen mensen kan bereiken gaat het vooral om de eigenschappen van de kandidaat. De meer intellectuele kiezer haalt de ingewikkelde standpunten met toelichting wel uit de krant of uit de partijprogramma's.

Welnu, er valt winst te halen uit de mens Dijkstal. Zijn vriendelijkheid moet worden uitvergroot, ofwel uitgebuit. Van `onze Hans' is bekend dat hij ondanks zijn drukke agenda vaak belangeloos verpleeginstellingen heeft bezocht voor een praatje of een opening. Op Hans kon je altijd een beroep doen. Dat verhaal moet worden rondverteld. Hans is als een `vaderfiguur' voor de mensen. Aan Hans kun je het land in moeilijker tijden gerust over laten. Beter dan aan snotjongens als Balkenende of Fortuyn die nog maar net komen kijken.

Tijdens het laatste lijsttrekkersdebat had Dijkstal temidden van het krakeel op moeten staan (nooit weglopen!) en naar de debatleiders moeten stappen. Zeker weten dat de camera's direct op hem gericht zouden zijn. Hij had ze in het oor moeten fluisteren dat hij zo'n chaos niet meer wenste te accepteren. Vervolgens zou hij weer op zijn stoel gezeten, gezegd moeten hebben: `Heren, het is mooi geweest. De afgelopen weken, ook weer in dit debat, wordt er maar geruzied. Ik ben blij, dankbaar zelfs (warmte!) dat we door de heer Fortuyn zijn wakkergeschud. Dit land heeft grote problemen. Ik verbind hier vandaag mijn politieke lot dan ook aan een forse verkorting van de wachttijden in de gezondheidszorg en een sterke vermindering van de criminaliteit. Geef me twee jaar en ik kom terug in deze studio om verantwoording af te leggen. Ik heb de ervaring om die problemen op te lossen. Samen met anderen, natuurlijk, maar ik neem de leiding. (Zelfvertrouwen!) Maar, luister goed (in de camera kijken!), dit is ook een gezegend land. Vergeet dat nooit. Ik ben trots op dit land. Het is een van de beste landen in de wereld. Er moet weer een vriendelijke wind over Nederland waaien. (Mooie beeldspraak!)

Als Dijkstal dit stukje leest zal hij zeggen: `Maar zo praat ik niet'. Zo praat je wel Hans. De media-adviseurs versterken alleen wat in je zit. Televisie heeft per definitie iets kunstmatigs. Begrijp dat nu eens.

Iedere campagnestrateeg in de VS kent de orkestbaktheorie: een politiek campagnevoerder houdt een zeer doorwrochte rede. Knap. Hij krijgt applaus, ook van de journalisten in de zaal. Als hij van het podium afwandelt, valt hij in de orkestbak. En waar berichtten die verdomde media de volgende dag over? Juist over die val! Grote kleurenfoto's in de kranten en zelfs een item in het avondnieuws. Over die speech werd bijna niets opgemerkt. En daar had hij nog zo z'n best opgedaan.

De allerbelangrijkste les die Dijkstal moet leren is dat de Nederlandse tv-kijker, dus de kiezer, nauwelijks meer verschilt van de Amerikaanse tv-kijker.

Terug

 

Oorlog met Saddam komt eraan

 De Verenigde Staten hebben het oorlogsscenario tegen Irak klaarliggen. De inzet van een 200.000 man sterke troepenmacht is financieel geregeld. Nog vóór Bush' ambtstermijn om is zal hij met Saddam hebben afgerekend.

De signalen liggen voor het oprapen. Vorige week was Amerika's prominentste antiterrorisme-expert, Paul Bremer, even in Nederland. Deze oud-ambassadeur in Nederland heeft de afgelopen jaren gewaarschuwd voor grootschalige aanslagen zoals die uiteindelijk plaatshadden op 11 september.

Sinds die Zwarte Dinsdag heeft hij voor veel Amerikanen dan ook iets profetisch. Ik vroeg hem of hij een oorlog tegen Irak verwachtte, waarop hij meteen in woede ontstak. ,,Ja, Saddam is de meest duivelse man op aarde. Hij is een fascist die zijn eigen mensen vermoordt. It is time for him to go! Geen twijfel mogelijk.'

Nu is het interessante dat zowat de enige gematigde politicus in de regering van Bush, minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, inmiddels exact dezelfde woorden gebruikt en daarmee de totale overwinning van de grote haviken-factie in Washington onderstreept. Irak zal er dus aan moeten geloven.

De VS zal uiteindelijk zelf ter plekke de militaire regie in handen nemen om een betrouwbaar regime aan de macht te brengen. Afghanistan met de nieuwe leider Karzai is een goed voorbeeld van hoe het moet.

Een Amerikaans oorlogsscenario ligt klaar: Bush heeft Saddam Hussein nog één keer opgeroepen om VN-wapeninspecteurs toe te laten die de totale vrijheid moeten krijgen. Uitgesloten! In maart gaat vice-president Cheney naar de regio vooral om bondgenoten uit te leggen hoe gevaarlijk Saddam is. Hij zal vertellen dat Irak onder meer 9000 liter van de gevaarlijkste antrax-soort produceert, vergeleken waarbij de besmette Amerikaanse postpakketjes slechts kinderspel zijn.

Het militaire plan circuleert al maanden in Washington. Grootschalige luchtaanvallen (minister van Defensie Rumsfeld spreekt van `de magie van de Amerikaanse bombardementen') moeten worden gevolgd door optredens van speciale commando-eenheden waarbij ook een opstand onder de bevolking moet worden georganiseerd in samenwerking met nu nog veelal in het buitenland opererende leden van de Irakese oppositie. Dit intern langs allerlei etnische en religieuze scheidslijnen verdeelde gezelschap wordt in sneltreinvaart door de CIA aaneengesmeed tot een hechte coalitie.

In tegenstelling tot een paar maanden geleden heeft Washington nu ook een flink financieel budget beschikbaar gesteld. De inzet van grondtroepen met een minimale sterkte van 200.000 man is noodzakelijk. Juist deze week hebben de hoogste chefs van staven verklaard dat de operatie-Irak militair gezien over enkele paar maanden kan beginnen.

In ieder geval zal met Saddam worden afgerekend nog tijdens de ambtstermijn van Bush. `Koude Oorlog-strijders' als Cheney en Rumsfeld dromen van een nieuwe Amerikaanse onoverwinnelijkheid. Zij hebben de laatste decennia sinds `Vietnam' de erosie van de Amerikaanse macht moeten aanschouwen. Tandenknarsend keken zij op afstand toe hoe de Amerikaanse militaire macht verder werd versplinterd met `nutteloze' operaties als in Somalië en Kosovo, waar geen echte Amerikaanse belangen lagen.

Zij hebben zich ook geërgerd aan de gematigde, voorzichtige vader Bush die uit angst voor een biologische en/of chemische wanhoopsaanval in de Golfoorlog uiteindelijk geen mars op Bagdad aandurfde. Onder de huidige, conservatievere Bush zal die klus alsnog worden geklaard en geschiedenis worden geschreven. Cheney heeft al eens laten weten dat in laatste instantie de Verenigde Staten zelfs bereid zijn kernwapens in te zetten.

Natuurlijk zullen NAVO-bondgenoten en zeker ook bevriende Arabische landen kritiek hebben op deze riskante plannen, die zelfs het bestaan van de aarde in gevaar kunnen brengen. Maar voor Bush en de zijnen heeft `11 september' vooral geleerd dat de strijd tegen het internationaal terrorisme in laatste instantie een zaak van 'to be or not to be' is. De conservatieve Washington Times schreef deze week over VN-wapeninspecteurs die er vast van overtuigd zijn dat Saddam Hussein raketten verbergt die zijn volgestouwd met chemisch en biologisch materiaal, en die zeker gebruikt zullen worden tegen Amerikaanse troepen, Israël en andere Amerikaanse bondgenoten. Als hij de kans krijgt.

Amerikaanse hegemonisten als Bush en Cheney hebben een simpel wereldbeeld: de machtige Amerikaanse oorlogsmachine trekt, uiteraard met succces, langs de brandhaarden van de wereld. Het verdere sociale `nation building' kan vooral worden overgelaten aan de softe Europese bondgenoten.

De macht van Amerika en zijn president zal na de `slappe' Clinton weer enorme proporties aannemen. De VS zal, beschermd door een `high-tech' anti-rakettenschild, weer als een onkwetsbaar fort zijn in een wereld die weliswaar nog schurkenstaten telt maar die zal, de een na de ander, een lesje worden geleerd. Het kwaad wordt met wortel en tak uitgeroeid. Wie niet horen wil, moet voelen.

Maar 11 september heeft ons nu juist geleerd dat terroristen eenvoudig met wat huis-, tuin en keukenmiddeltjes een gat konden slaan in het machtige pantser van Amerika. Zij zijn onzichtbare vijanden die zich in tientallen landen kunnen verbergen en vaak over enorme kapitalen beschikken.

Bush en de zijnen denken te veel in versleten concepten. Natuurlijk heeft de strijd tegen het internationale terrorisme een sterk militair karakter, maar ik mis de sociale dimensie. Terroristen maken optimaal misbruik van frustraties die leven in arme landen met veelal onderdrukkende, door het westen gesteunde regimes. Van alle geïndustrialiseerde landen geeft het rijke Amerika het minst aan ontwikkelingsgelden. De huidige, nieuwe `oorlog' vergt in ons dorp de wereld, met in iedere straat een andere religie, een meer genuanceerde buitenlandse politiek. Het is te eenvoudig om steeds weer het kwaad in een andere Saddam Hussein te concentreren. `Niet bij wapens alleen', zo zou de slogan van een nieuwe, meer verstandige Amerikaanse buitenlandse politiek moeten zijn.

Terug

 

De president moet nog veel leren

 In recordtijd zijn de relaties met China en Rusland onder druk gezet

Het is een goed gebruik Amerikaanse presidenten na hun eerste 100 dagen in het Witte Huis de maat te nemen. Volgens Amerika-kenner Willem Post kan George W. Bush nog niet tippen aan z'n grote voorbeeld, Ronald Reagan.

SINDS PRESIDENT Franklin Roosevelt krijgt iedere president na honderd dagen zijn eerste rapport met voorlopige indrukken. Het zegt wel iets over de nieuwe leider maar lang niet alles.

Zo werd John Kennedy beschouwd als een onervaren politicus op buitenlands-politiek terrein en dat beeld werd bevestigd toen hij op de 78ste dag van zijn presidentschap toestemming gaf voor de volledig mislukte invasie in de Cubaanse Varkensbaai. Later zou hij juist vanwege een tweede Cuba-crisis uitgroeien tot een vastberaden en alom geprezen wereldleider.

Andersom kan het ook. Ronald Reagan gloreerde aanvankelijk met zijn plannen voor een extreme belastingverlaging, die later echter desastreus bleken voor de Amerikaanse- en wereldeconomie.

En wat te denken van Bill Clinton, die na drie maanden in het Witte Huis al een mislukte president leek? Er heerste totale chaos in de ambtswoning. Linkse liberals en onervaren medewerkers uit Arkansas domineerden en tot overmaat van ramp lanceerde de First Lady een reusachtig, on-Amerikaans overheidsplan met betrekking tot de gezondheidszorg.

In de perceptie van veel Amerikanen hebben die drie presidenten het ver geschopt. Ze scoren boven gemiddeld op de lijst van beste presidenten aller tijden. (Een meer bezonken oordeel over Clinton moet natuurlijk nog wat jaren wachten).

Er is dus hoop voor president Bush en dat is maar goed ook want hij heeft in zijn eerste maanden nog niet veel indruk gemaakt. Een opvallend verschil met de charismatische Clinton is zijn presentatie voor het Amerikaanse publiek en dat is in een televisiesamenleving uiteraard zeer belangrijk. Bush laat zich graag een tweede Reagan noemen maar juist op het gebied van de communicatie is hij nog niet eens een slap aftreksel van zijn grote voorbeeld. In zijn schaarse spontane toespraakjes hakkelt hij voortdurend, legt klemtonen verkeerd en maakt aan de lopende band taalblunders. Bush mist statuur, zoals Reagan dat wel had.

Bush is ook niet te betrappen op een brede visie. Ooit zei de invloedrijke commentator van de Washington Post, David Broder, over Reagan: `Het valt zijn medewerkers moeilijk de dorre woestijn tussen zijn oren te bevloeien'. Dat was een grappige typering, maar deed geen recht aan Reagan, die juist wel over een visie beschikte, zij het een heel beperkte: een kleine overheid en dus lage belastingen op binnenlands terrein en een harde confrontatie-politiek ten opzichte van met name het `evil empire' Rusland. Onderhandelen vanuit een positie van kracht!

Bush profileerde zich in de afgelopen campagne als een conservatief met compassie. Hij zou zich in de buitenlandse politiek `nederig' willen opstellen en `betrokkenheid' willen tonen ten aanzien van het milieu en sociale vraagstukken. Na de meest krankzinnige verkiezingsstrijd uit de Amerikaanse geschiedenis zou Bush ook bruggen willen slaan naar zijn Democratische tegenstanders. Er zou een helingsproces op gang moeten komen.

Van deze beloften is tot nu toe nog vrijwel niets terecht gekomen. Er woedt een voortdurende strijd over het te voeren buitenlandbeleid tussen het gematigde team, met als middelpunt minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell, en haviken als veiligheidsadviseur Condoleeza Rice, minister van Defensie Donald Rumsfeld en vice-president Dick Cheney, die notabene een eigen buitenlandteam heeft geformeerd.

Bij vrijwel alle buitenlandonderwerpen die tot nu op de agenda kwamen liet Bush de oren hangen naar die `hardliners'. Powell reisde rond in het Midden-Oosten en deelde mee dat hij voorstander was van verzachting van de sancties tegen Irak. In Washington werd hij teruggefloten door Rice en Rumsfeld die voorstanders zijn van bewapening van de oppositiegroepen en van de liquidatie van Saddam Hoessein. En tijdens het gijzelaarincident op het Chinese eiland Hainan adviseerde Powell om meteen namens de Amerikaanse regering `spijt' te betuigen waardoor escalatie kon worden voorkomen. Bush negeerde Powell waardoor Chinese nationalistische gevoelens onnodig werden gekwetst. Cheney en de zijnen kozen weer eens voor de harde lijn. Niet toegeven dus. Tussen die uitersten werd Bush heen en weer geslingerd en hij steeg er niet boven uit.

Powell kreeg uiteindelijk toch gelijk want Bush bood min of meer zijn excuses aan.

De belangrijkste les voor Bush is wellicht dat Amerikanen het zich niet kunnen veroorloven om zich weinig of niets aan te trekken van andere landen. Condoleeza Rice kan nog zo vaak roepen dat het is afgelopen met de Clinton-romantiek, maar de wereld is een `global village' geworden en Amerika kan zich alleen al vanwege handelsbelangen daaraan niet onttrekken. De internationale gemeenschap heeft geen behoefte aan een nieuwe Koude Oorlog waarin termen als `realisme' en `confrontatie' de laatste maanden opvallend vaak vielen.

In recordtijd zijn de relaties met Rusland en China onder druk gezet. Met Noord-Korea zijn de onderhandelingen stopgezet. In het Midden-Oosten wachten Amerikanen vooral af. De Europese Unie vult in snel tempo het ontstane vacuüm op met tal van diplomatieke initiatieven. Met lede ogen moeten Amerikaanse internationalisten toezien hoe steeds duidelijker een gemeenschappelijk Europees buitenland- en defensiebeleid ontstaat waarbij met enige regelmaat en soms zelfs publiekelijk afstand wordt genomen van Washington en de NAVO. Tijdens het China-conflict konden de Verenigde Staten niet rekenen op openlijke steun van de EU-landen.

Op milieugebied maakte Bush z'n grootste blunder. De VS zijn verantwoordelijk voor zo'n 25 procent van de schadelijke gassen die het broeikaseffect verergeren. Onder Clinton had met name vice-president Gore zich er tot het uiterste voor ingezet zoveel mogelijk handtekeningen te krijgen onder het Kyoto-verdrag dat slechts beperkte maatregelen voorschrijft maar toch kan worden gezien als een voorzichtige stap in de richting van een schoner milieu.

Het getuigt van grote onervarenheid dat Bush slechts Condoleeza Rice napraatte door botweg te zeggen dat hij het Kyoto-verdrag `als een dode letter' beschouwt. Een president vertegenwoordigt zijn land en bij internationale verdragen kan niet zonder ook maar enige fatsoenlijke toelichting gebroken worden met het beleid van een voorganger. Bush had beter kunnen zeggen dat implementatie van het verdrag nog heel lang had kunnen duren vanwege de grote weerstand in de Senaat. Nu isoleerde Amerika zich van de ene op andere dag van de wereld.

Ook op binnenlands terrein wekt Bush de indruk nog welhaast een amateur-president te zijn. Het pleit weliswaar voor de betrouwbaarheid van Bush richting zijn kiezers dat hij onmiddellijk is begonnen zijn grote belastingbelofte te realiseren, maar het is wel erg naïef te verwachten dat uit de 50 Democraten en het handjevol gematigde Republikeinse senatoren genoeg overlopers konden worden gerekruteerd om met de conservatieve Republikeinen de plannen door de honderdkoppige Senaat te loodsen.

Vooral de rijkste Amerikanen werden in de voorstellen van Bush bevoordeeld en een veeg teken was dat 850 miljonairs/miljardairs actie hebben gevoerd tegen deze `a-sociale verrijking'. Maar Bush weigerde ook maar een millimeter toe te geven en heeft tot het laatste moment niet willen overleggen met zijn politieke tegenstanders. Het resultaat was dat Bush op zijn gezicht ging en uiteindelijk met 25 procent minder aan verlagingen genoegen moest nemen.

Amerika heeft dus een president die nog veel moet leren. De wittebroodsweken zijn voorbij. `Welcome back in reality mister president!' Bush doet net of hij een groot mandaat heeft verkregen op de verkiezingsdag afgelopen november. Hij moet niet dromen van een rechtse alleenheerschappij maar goed onthouden dat een meerderheid van de Amerikanen op een ander stemde.

Bush moet meer zichzelf zijn. Misschien is mede-Republikein Dan Quayle wel bij uitstek geschikt om tegen hem zeggen: `Ronald Reagan was een vriend van mij. Meneer de president, u bent geen Ronald Reagan.' (Ooit zei een senator iets soortgelijks tegen Quayle toen hij zichzelf vol trots met John F. Kennedy vergeleek.)

Beter kan Bush kijken naar mede-Texaan Lyndon Johnson. Net als deze Democratische president zou Bush over de eigenschap beschikken om politieke tegenstanders achter de schermen voor zich in te palmen. Gelijk Johnson is Bush `down to earth' en kan hij zeer amicaal zijn. Bush is een handjes-schudder en legt graag een arm over een schouder. Bush moet bereid zijn het politieke spel van compromissen te spelen, zoals Johnson dat zo goed kon. Amerika is niet een uitvergroting van het conservatieve Texas waar Bush zoveel geestverwanten heeft.

De afgelopen maanden is Bush maar weinig in Washington geweest. Liever ging hij het land in om met de `echte Amerikanen' te praten. Bush zou als een topmanager zijn `bedrijf' willen runnen. Hij wil een `big picture'-president zijn, die de grote lijnen uitzet en volop vertrouwt op zijn topmedewerkers.

Maar Bush moet als hoofd van de buitenlandse politiek zijn verantwoordelijkheid nemen. Anders doemt het beeld op van een kindkoning die aan de hand van Dick Cheney loopt.

Op binnenlands gebied betreft het eerstvolgende, grote wetsvoorstel het onderwijs, waar Bush voorstander is van meer controle op slecht functionerende openbare scholen. Zijn linkse tegenstander, senator Edward Kennedy, is al een avondje op het Witte Huis geweest waar eerst gezamenlijk is gekeken naar de nieuwe film over de Cuba-crisis en vervolgens langdurig is overlegd over met name onderwijs. Over zijn oorspronkelijke idee ouders geld-vouchers te geven om zo kinderen makkelijker naar privé-scholen te sturen zou Bush inmiddels twijfelen. Zou een compromis-wetsontwerp op een voorzichtige koerswijziging duiden? Zal hij, net als bij de China-crisis, leren dat hij vaker water bij de wijn moet doen en meer naar anderen moet luisteren?

Tot nu toe presenteerde Bush een harde rechtse agenda en vervreemdde hij van de wereld. Presidenten kunnen in korte tijd heel erg veranderen. Clinton was onervaren in de buitenlandse politiek en groeide al snel uit tot een internationaal gerespecteerd staatsman. Clinton begon als linkse liberal en eindigde als president die de Republikeinse agenda voor een belangrijk deel had uitgevoerd. Theoretisch kan er ook nog makkelijk zo'n Bush-metamorfose komen.

Maar op dit moment betwijfel ik of Bush over voldoende talenten beschikt om zo'n transformatie te ondergaan. En wil hij het eigenlijk wel? Veel meer dan zijn gematigde vader is hij het product van de fiscale conservatieven binnen de Republikeinse partij. Bij zijn Kyoto-standpunt liet hij zien op te komen voor de belangen van de kolen- en olie-industrie die zijn presidentiële campagne met recordbedragen hadden gesteund. Het zou nog wel eens heel lang naar olie kunnen ruiken in het Witte Huis, zo vrees ik.

 

Terug

 

Clinton eerste `zwarte' president van Amerika 

`Voor Bush moet ik toch maar wat vaker bidden'

`De Lewinsky- affaire is voor de meesten een kleine zonde. Volgende week zaterdag om precies twaalf uur moet president Clinton het Witte Huis verlaten. Na ieder schandaal kwam de `Come Back Kid' als een duikelaartje weer bovendrijven. Zijn populariteitscijfers bleven in al die jaren onveranderd hoog. Maar van de Clinton-haters mag zijn verblijf in Washington ook werkelijk geen seconde langer meer duren. Desnoods willen zij persoonlijk zijn koffers inpakken. Wegwezen dus! Amerika-deskundige Willem Post trok de afgelopen week naar Clintons thuisstaat Arkansas en bezocht daar de Clinton-fans van het eerste uur. Hoe denken zij over hun veel geplaagde idool aan de vooravond van zijn afscheid?

TEGEN DE GRENS van Arkansas ligt de zuidelijke stad Memphis. Daar bezoek ik de zwarte dominee Billy Kyles. Ooit, op 4 april 1968, was hij de enige man die naast dominee Martin Luther King stond toen hij werd doodgeschoten op de galerij van het Lorraine-motel in diezelfde stad. Kyles maakte Kings stropdas los en probeerde wanhopig hem nog bij bewustzijn te houden. ,,Nu nog ruik ik de geur van de `eau de cologne' die ik over hem heen sprenkelde.'

Kyles vindt dat de zwarte gemeenschap na King niet zo'n held heeft gehad als nu met Clinton. ,,Clinton is een uniek politiek talent. Hij heeft het hart op de juiste plaats en geeft echt om mensen. Het is ongelooflijk wat hij voor ons zwarten heeft gedaan. Het is traditie om één of twee zwarte ministers te benoemen, maar Clinton benoemde er maar liefst vier en dan notabene ook nog eens op strategische posten als Volkshuisvesting en Handel. Hij heeft talloze zwarte rechters benoemd. Vergelijk dat eens met Bush die maar één zwarte minister heeft benoemd en dan ook nog eens op Buitenlandse Zaken. Met die portefeuille heeft Collin Powell geen enkele invloed op armoede-thema's.'

Kyles noemt Clinton zelfs de eerste zwarte president van het land. ,,Dat heeft vooral ook te maken met de manier waarop hij met ons om gaat. Hij is absoluut kleurenblind. Hij is opgevoed in het racistische zuiden van de jaren vijftig en zestig, maar als kind ging hij gewoon in de bus tussen de zwarte kinderen zitten. Dat heeft zijn zwarte kinderoppas verteld en dat heeft grote indruk gemaakt. Vergeet ook niet dat in zijn gezin de maatschappelijke problemen hebben gespeeld die ook veel zwarten in de sloppenwijken doormaken: alcoholisme, mishandeling en drugs. Zijn broer heeft er zelfs voor in de gevangenis gezeten. Clinton is een man van het volk. Hij is een van ons. Wij zwarte Amerikanen hebben hem tijdens het Lewinsky-schandaal het meest gesteund en dat zullen we altijd blijven doen.'

In de donkere dagen van het Lewinsky-schandaal was Kyles erbij in het Witte Huis toen de president tijdens een bijeenkomst van zwarte dominees voor het eerst zijn excuses aanbood aan het land, de familie Lewinsky en zijn eigen vrouw en dochter. ,,Het was voor mij het meest indrukwekkende moment in zijn presidentschap. Je zag de pijn op zijn gezicht. Aan het eind van zijn toespraak liepen we op hem af. Iedereen huilde, de president ook. Hij was zo vernederd door de Republikeinen. De president viel in mijn armen en ik zei tegen hem: `God zal het je vergeven' en hij antwoordde: 'Dank je Billy'. Het was zo'n intens moment en zo gemeend.'

Kyles steunde Clinton zelfs bij diens bezuinigingen op de bijstand waardoor met name veel zwarte Amerikanen werden getroffen. ,,Clinton heeft heel goed begrepen dat het onverantwoord is om een tweede generatie uitkeringtrekkers in stand te houden. Men begon het vanzelfsprekend te vinden dat de overheid hielp. Iedereen in Amerika kon in het Clinton-tijdperk een baan vinden. De regering-Clinton heeft gezorgd voor een laagterecord voor wat betreft de werkloosheid. Alleen met een baan kunnen mensen de armoedecyclus doorbreken.'

Kyles rijdt me naar de snelweg en wijst op het grote bord in de verte met de letters `Arkansas, home-state of president Clinton'. ,,Kijk er maar goed naar, want op de meeste toegangswegen in Arkansas zijn die borden weggehaald door conservatieve Republikeinen, die zich schamen voor een zondaar als Clinton. Maar wie zijn zij dan wel? Niemand is zonder zonden. Ik ben ervan overtuigd dat als de tijd voortschrijdt de meeste mensen het Lewinsky-schandaal als een kleine zonde zullen beschouwen. Van een hele andere orde dan Republikeinse zonden als Iran-Contra en Watergate.'

In Clintons vroegere woonplaats Hot Springs ontmoet ik een ook al boze Scott McClard, die kan worden beschouwd als de officieuze voorzitter van de Clinton-fanclub. ,,Ik weiger te zeggen dat Bush onze gekozen president is. Hij heeft met behulp van conservatieve rechters de verkiezingen gestolen. Hij is een benoemde president.' Scott is bezorgd over de toekomst. In de nieuwe regering-Bush zitten vooral veel politici uit de Nixon, Ford, Reagan en Bush-tijd. ,,Met mensen als Powell en Cheney, die zijn opgegroeid in de Koude Oorlog, gaan we weer terug naar het vijanddenken van weleer. Zij denken veel meer vanuit Amerikaanse belangen. De bruggen die Clinton heeft gebouwd zullen zij weer afbreken. Clinton is een vredespresident, die in Noord-Ierland persoonlijk een doorbraak heeft geforceerd. Iedereen weet dat in het Midden-Oosten een oplossing vrijwel onmogelijk is. Maar Clinton heeft het geprobeerd. Er is alles aan gedaan. Ik weet zeker dat Bush nooit zoveel risico zou nemen met honderden uren van persoonlijke diplomatie. En kijk eens naar de Balkan. Tegen een meerderheid van de Amerikaanse bevolking in heeft Clinton daar troepen naar toegestuurd. Nu is er relatieve stabiliteit. Dat was onder Bush nooit gebeurd.'

McClard kent Clinton persoonlijk. Zijn familie runt een barbecue-restaurant waar de jonge Bill het liefste at. Clinton bezoekt het restaurant nog regelmatig als hij zijn stiefvader in Hot Springs bezoekt. ,,Wij zijn het enige restaurant waar de CIA niet van tevoren hoeft te proeven, zoveel vertrouwen heeft Clinton in ons.' Scott wordt regelmatig op het Witte Huis uitgenodigd en mocht zelfs met de Air Force One meeevliegen. ,,Dat is een reusachtig vliegend hotel. Toen ik voor het eerst het vliegtuig betrad en Bill ontmoette, stond ik alleen maar te stamelen. Daar sta je dan plotseling tegenover de machtigste man op aarde. Maar dan stelt hij je weer op je gemak. We gingen in de keuken zitten op klapstoeltjes en hebben uren ouderwets gekaart. Dat is ook typisch Bill. Hij is zo gewoon. Presidenten als Bush en ook Reagan verdwenen vrijwel altijd in de deftige vergaderzaal van het vliegtuig en spraken vrijwel nooit tegen het gewone personeel. Bill met zijn fotografische geheugen kent zelfs de schoonmakers. Hij heeft echte belangstelling voor ze en is zelfs op de hoogte van hun familieproblemen.'

Die karakterimpressies worden door anderen bevestigd. Het stadje Hot Springs is een kuuroord temidden van prachtige beboste heuvels. Het chique Arlington-hotel torent boven de andere hotels uit. Directeur Horst Fisher heeft zelfs een presidentiële suite naar het model van die in het Witte Huis in zijn hotel laten inrichten. De jaarlijkse reünie van zijn middelbare school, die in het hotel wordt georganiseerd, wordt door Clinton als het maar even kan bezocht. Maar bij de laatste happening moest de president afzeggen, terwijl speciaal voor zijn entourage tweehonderd kamers waren geboekt. ,,Er doken weer een paar dames op die zeiden dat ze een affaire met hem hadden gehad. Zo misselijk, want zijn tegenstanders proberen alle trucs uit de kast te halen om hem onderuit te halen. Hij is de enige Democraat waar de Republikeinen echt bang voor zijn. En dan moet je weten dat een van die Republikeinse senatoren, die hem tijdens het impeachmentproces onderuit wilde halen, onlangs een buitenechtelijk kind heeft gekregen. Zo hypocriet!'

Arkansas is eigenlijk een te conservatieve staat voor de kosmopolitische president. De Republikeinen zijn er de baas. Hier kun je op zondag zelfs geen licht alcoholische dranken kopen en worden de weekbladen met ondeugende foto's op de cover voor tweederde afgedekt met zwarte platen.

Mevrouw Fisher vindt de kritiek op Clinton schandalig. ,,De mensen zouden juist trots op hun president moeten zijn. Kans één op een miljoen dat ze ooit nòg een president uit hun eigen, relatief onbelangrijke staat krijgen. Deze man doet zoveel voor de wereld en met zoveel energie. Vorige maand mochten we in het Witte Huis bij zijn radio-toespraak zijn. Hij kwam net terug uit het Midden-Oosten en had achtentwintig uur niet geslapen. `Zou ik het nog wel kunnen?' vroeg hij aan ons. Hij ging zitten, schraapte z'n keel en sprak recht vanuit z'n hart. De rillingen liepen over mijn rug.'

Iets buiten Hot Springs vraag ik de mevrouw van het benzinestation de kortste weg naar het plaatsje Hope, waar het geboortehuisje van Clinton staat. Tot zijn vijfde heeft hij daar gewoond. Het is nu een museum. Ook voor haar is Clinton een bijzondere man. ,,Ik heb vroeger bij hem op school gezeten. Vorig jaar is mijn man overleden en hij heeft persoonlijk ervoor gezorgd dat alles met de medicijnen en de verzekeringen goed geregeld was.' Ze waarschuwt mij dat het Clinton-huis moeilijk is te vinden. De plaatselijke Republikeinse overheid wil niet zorgen voor een duidelijke bewegwijzering.

Ik word begroet door de sympathieke Beckie Moore, die als directrice met een paar vrijwilligsters het museum runt. Beckie is een zeer gelovige vrouw die in Afrika missionaris wil worden. Maar eerst moet dit pas geopende Clinton-centrum worden opgebouwd. Tijdens het Lewinsky-schandaal leidde zij al mensen in het huis rond. Dat was een zware tijd. ,,Ik ben met de dood bedreigd omdat ik voor een zondaar werkte. Op het postkantoor durfde ik de pakjes niet te openen. En ik herinner me een hysterische vrouw die mij een bijbel overhandigde met de opdracht te bestuderen hoe een mens zonder zonden behoort te leven. Ik heb die bijbel teruggegeven en gezegd dat de president de Bijbel waarschijnlijk beter kent dan zij en dat bovendien nog nooit iemand hier over de drempel is gekomen zonder zonden.'

Beckie kent de president goed en ontmoet hem ook nu nog regelmatig. ,,Ik heb een enorme bewondering voor hem. Een tijdje geleden lag zijn oom op zijn sterfbed. Clinton is toen uit Washington hiernaartoe gekomen en heeft, ondanks zijn drukke agenda, het hele weekend aan zijn bed gezeten.'

Clinton is zeer gesteld op zijn familie. In het huisje in Hope heeft hij dan maar kort gewoond maar zijn opa en oma bleven er achter. Zij hebben kleine Billy deels opgevoed. Hele zomervakanties logeerde hij bij hen. Zijn moeder stond er vaak alleen voor en werkte als verpleegster ver weg in New Orleans. ,,Dat waren hele bijzondere mensen', aldus Beckie. Zijn grootouders hadden een kruidenierszaak en in die tijd was er in iedere winkel een speciale achterdeur voor de zwarte klanten. Maar van zijn opa moest iedereen door de voordeur. ,,Die achterdeur is er alleen voor ons' zei hij altijd zeer principieel. Als een van de weinige kinderen uit de buurt mocht Billy ook met zwarte kinderen buiten spelen.

Het eenvoudige huis is net zo ingericht als in Clintons kleutertijd. Als relikwie ligt er een dierenboek dat Clinton als knaapje gelezen heeft. De keuken was het hart van het huis. Daar hing oma tijdens het koken papiertjes met woorden op die de kleine Billy als tweejarige uit het hoofd moest leren. Mijn oog valt op een foto van Clintons kleuterklasje. ,,Vier van de veertien kinderen op die foto hebben de afgelopen jaren een topbaan in het Witte Huis gekregen. Wie zou dat nu doen? Ik ben net zo oud als Clinton maar weet niet eens meer wie er bij mij in de kleuterklas heeft gezeten', zegt Beckie lachend.

Ook Beckie ziet Clinton vooral als een vredespresident die in het buitenland populairder is dan in eigen land. 20 Januari wordt voor mij natuurlijk ook een moeilijke dag en ik zal best een traantje wegpinken, maar ik weet zeker dat we daarna nog heel veel van Clinton zullen horen. Hij zal ongetwijfeld z'n memoires schrijven maar daarnaast werkzaam blijven in de internationale diplomatie. Net als president Carter zal hij na zijn regeerperiode zeer actief blijven. Misschien wordt hij ooit nog wel eens de baas van de VN. Daar is hij geknipt voor. Vergeet niet dat Clinton Afrika weer op de kaart heeft gezet. Nog nooit heeft een Amerikaanse president dat werelddeel zo vaak bezocht. En in Azië heeft hij onlangs een hele bijzondere verzoeningsreis gemaakt naar Vietnam. Hij is er als een held binnengehaald. In de hele wereld wordt Clinton gerespecteerd. Dit huis is in Japan helemaal nagebouwd. Een Clinton-museum in Azië! Een hele lange Clinton-laan loopt er naar toe. Wat een schande dat in onze hoofdstad Little Rock de oorspronkelijk Clinton Avenue is ingekort tot een klein straatje. Wat een bekrompenheid!'

Over de toekomst maakt Beckie zich zorgen. ,,Als christen geloof ik in de goedheid van de mens. Ik bid iedere dag voor de wereld en onze president. Maar voor Bush moet ik toch maar wat vaker bidden. Wat zullen we Clinton missen.'

Terug